De werken van de Heere Jezus Christus.
Als men de gemiddelde christen vraagt naar het
tegenwoordige werk van Christus dan komt men vaak weer terug op Zijn volbrachte
werk, namelijk Zijn lijden en sterven aan het Kruis. Dit wordt veroorzaakt
doordat veel bijbelteksten, die juist handelen over het tegenwoordige werk van
Christus, worden teruggeredeneerd naar het éénmalige "offer" wat Hij volbracht
aan het Kruis van Golgotha. Veel gelovigen die nooit verder komen dan het lijden
en sterven van de Heere Jezus, en hierbij de verkeerde bijbelteksten toepassen
op de kruisdood van de Heer, zullen niet op het idee komen dat de Heere Jezus
Christus, vandaag de dag, een werk doet niet aan de wereld maar een werk aan ons
die geloven.
Het werk van de Heere Jezus Christus is onder te
verdelen in verschillende fasen. De werken die Hij doet liggen in elkaars
verlengde. Zijn eerste en reeds volbrachte werk vond plaats toen Hij als mens op
aarde kwam en de verantwoordelijkheid voor de zondige wereld op zich nam. Dit
recht had Hij omdat Hij, volgens het erfrecht, de "Zoon des Mensen" de
erfgenaam van Adam was. Hoewel Hij zonder zonde was, is Hij tot Zondaar gemaakt.
Hij droeg de zonden der wereld, Hij leed en stierf aan het kruis voor een goddeloze
en zondige wereld. Dit "offer" heeft Hij volbracht. Het feit dat dit werk
volbracht is, wekt bij verschillende gelovigen het idee dat Hij nu niets meer
doet. Nu, het tegendeel is waar. Hij is in de gelovigen "een goed werk
begonnen" zoals de apostel Paulus schrijft in de aanhef van zijn brief aan
de Filippensen. Het huidige werk wat volgt op het volbrachte werk, is de opbouw
van de Gemeente, het Lichaam van Christus. Dit huidige werk wat begonnen is bij
de dood en opstanding van de Heere Jezus zal voleindigen op de dag van Jezus
Christus. We zullen aan de hand van diverse Schriftplaatsen deze twee werken
bespreken.
Het volbrachte werk van de Heere Jezus voor de
wereld.
Het volbrachte werk van de Heere Jezus bestond
uit het verlossen van de wereld uit de macht der zonde. Toen God de mens "Adam" schiep, gaf Hij hem de opdracht
om
"de aarde te onderwerpen en over haar te heersen". Adam moest de
"hof van Eden" bewaren en uitbouwen. Maar Adam faalde, hij werd
verleid door de Duivel. De mens Adam, en in hem de gehele mensheid, zondigde en
miste zo zijn oorspronkelijke doel waarvoor God hem geschapen had, namelijk het
in Gods naam onderwerpen van de vijandige wereld.
De wereld zoals wij die nu kennen was een vijandige wereld tegenover God. Door
de val van Satan had God de wereld die toen was geoordeeld, namelijk vernietigd
door water. De wereld van nu werd geschapen uit deze vorige gevallen schepping.
De "zondeval" van Adam was dus eigenlijk wel voorspelbaar want hij was
geformeerd uit de resten van deze gevallen schepping. Meer hierover kunt u
lezen in de brochure "Wedergeboorte -
de hoop der schepping".
 |
"De
eerste mens is uit de aarde,
aards" 1
Kor.15:47
"En de Heere God had de mens geformeerd uit het stof der
aarde" Gen. 2:7.
|
Omdat Adam zondigde, en de zondige natuur in hem tot uiting kwam, volgde daaruit
dat al zijn nakomelingen ook deze zondige natuur zouden erven. Op deze wijze
zijn alle mensen erfelijk belast met deze zondige natuur.
 |
"Daarom,
gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de
zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken
allen gezondigd hebben."
Rom 5:12. |
De mensheid was dus verloren, God had als Schepper Zijn Schepping verloren. Als
iemand zijn geld verliest dan is niet het geld de dupe daarvan maar diegene die
het verliest, de eigenaar van het geld. Op gelijke wijze is God dus
verantwoordelijk voor het verliezen van Zijn schepping. Aan zijn zondige natuur
kan de mens niets doen, dit "zonde probleem" is, of beter gezegd was,
het probleem van God. Voordat Hij de in zonde gevallen
wereld herschiep in de dagen van Adam, had de Schepper al voorzien dat deze
"herstelde" wereld een "verlosser" nodig had. God had toen al
bepaald dat Zijn Zoon Jezus Christus de wereld met Hem zou verzoenen. Zoals door
één mens (Adam) de zonde geïntroduceerd werd in de wereld, zou ook door één
Mens de zonde worden weggedaan.
 |
"Des
anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide : Zie het
Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!" Joh.
1:29
"Gelijk de Zoon des mensen niet
is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te
geven tot een rantsoen voor velen" Math.
20:28
"Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek
geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: vervloekt is een
iegelijk, die aan het hout hangt." Gal.
3:13
"Want dien die geen zonde gekend
heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden
rechtvaardigen Gods in Hem" 2
Kor. 5:21 |
In Jesaja 53 staat een uitgebreide beschrijving van wat de
Zoon des Mensen te wachten stond en op welke wijze Hij deze taak op zich zou
nemen.
 |
1
Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wien is de arm des HEEREN
geopenbaard?
2 Want Hij is als een rijsje voor
Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij
had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er
geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. 3
Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van
smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende
het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.
4 Waarlijk, Hij heeft onze krankheden
op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten
Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.
5 Maar Hij is om onze overtredingen
verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons
den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing
geworden. 6
Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn
weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen
aanlopen. 7
Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond
niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap,
dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn
mond niet open. 8
Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn
leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden;
om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest. 9 En men heeft Zijn graf bij de
goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat
Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest
is.
10
Doch het behaagde den HEERE Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank
gemaakt ; ......... Jes.
53: 1-10a |
De Zoon des Mensen leed en stierf aan het kruis voor de
zonden der wereld.
Toen
de Heere Jezus aan het kruis hing, was er geen vrede tussen God en Hem. Toen
rekende God Hem als zondaar. In onze plaats droeg Hij de zonden, van
zondaren en goddelozen, aan het kruis. Toen was er van Gods zijde
vervloeking en verdoemenis. Het handschrift, de wet gaf kennis der zonde en
veroordeelde de mens. Doch onze Heiland heeft het oordeel over de zonde en
zonden voor ons gedragen.
 |
"Uitgewist
hebbende het handschrift, dat tegen ons was, in inzettingen bestaande,
hetwelk, zeg ik, enigerwijze ons tegen was, en heeft datzelve uit
het midden weggenomen, hetzelve aan het kruis genageld
hebbende." Kol. 2:14. |
In Zijn lijden en sterven droeg Hij de zonden (meervoud, de uitwerking van de
zondige natuur) der wereld. De zonde (enkelvoud, de erfzonde die wij mee kregen
in Adam) werd gedragen doordat de Heere Jezus de dood in ging. De zonde heerst
namelijk over de mens zolang als hij leeft, zodra een mens sterft is hij vrij
van de zonde (erfzonde) maar draagt nog wel verantwoording voor de zonden die
hij begaan heeft toen hij nog leefde. Volgens dit principe zal de mensheid dan
ook geoordeeld worden op de Jongste dag, waar zij voor de grote witte troon
zullen verschijnen. Aanvaard men echter het verlossingswerk van de Heere Jezus
Christus dan is men ook vrij van zijn gedane zonden. In de brochure
"Wedergeboorte -
de weg er naar toe" wordt het onderscheid tussen "zonde" en
"zonden" uitgebreid besproken.
De straf die de Heere Jezus droeg voor onze
zonden, maakte ons voor God vrij van die straf, alsof wij hem zelf gedragen
hadden. De dood die de Heere Jezus onderging voor onze zonde,
maakte ons vrij van de dood, alsof wij die zelf ondergaan hadden. Zoals ook 2
Kor. 5:15 zegt :
 |
"Als
die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen
gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die
leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen
gestorven en opgewekt is. 2
Kor. 2:15 |
Op de hierboven beschreven wijze zijn wij dus door de Heere Jezus verlost van de
zonden en zonde. Als dit echter alles was dan zouden wij nog met Hem in de dood
zijn. Dan had de overste dezer wereld, de Satan, toch zijn overwinning behaald.
Maar zoals het eind van Jesaja 53 al vermelde had God een welbehagen in de Heere
Jezus. De dood heeft Hem niet kunnen vasthouden. God wekte Zijn Knecht, de
Rechtvaardige op uit de dood.
 |
10.......
als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij
zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des HEEREN zal
door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan. 11 Om den arbeid Zijner ziel zal Hij
het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de
Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun
ongerechtigheden dragen. 12
Daarom zal Ik Hem een deel geven van velen, en Hij zal de machtigen als
een roof delen, omdat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in den dood, en met
de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft, en
voor de overtreders gebeden heeft. Jes.
53: 10b - 12 |
In de opstanding van de Heere Jezus hebben wij dus pas
echt de verlossing ontvangen. In Hem zou God velen rechtvaardig maken. In Hem
ontvingen wij het nieuwe leven.
 |
"Maar
ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen,
die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft.
Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze
rechtvaardigmaking". Rom
4:24-25
"Wij zijn dan met Hem begraven, door
den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt
is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des
levens wandelen zouden. Want indien wij met Hem een plant geworden zijn
in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de
gelijkmaking Zijner opstanding".
Rom. 6:4-5
" .... indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof
tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden".
1 Kor. 15:17
|
Bij Zijn opstanding ontving de Heere Jezus een positie in de Hemel, Een Naam
boven alle naam. Door Zijn opstanding werd hij de beloofde Messias, de
Christus. Hiermee was dit éénmalige werk "volbracht" zoals de
Heere Jezus Zijn laatste woorden waren aan het kruis hangende "het is
volbracht". In Filippensen 2 staat Zijn werk heel kernachtig beschreven in
de verzen 5 t/m 10 :
 |
5
Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was;
6
Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even
gelijk te zijn;
7
Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts
aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;
8
En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd,
gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
9
Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam
gegeven, welke boven allen naam is;
10
Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in
den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11
En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot
heerlijkheid Gods des Vaders. Filip.
2 : 5-11 (zie ook 1
Petr. 2 : 22-24) |
 
Zijn volbrachte werk was
voor de gehele wereld
Het huidige werk van de Heere Jezus Christus
voor de Gemeente.
Het volbrachte verlossingswerk van de Heere Jezus
wekt bij nogal wat gelovigen de indruk dat Zijn werk nu klaar is. Nu is
het wel zo dat het werk aangaande de "zonden der wereld" is volbracht,
maar uit de Schrift blijkt dat er nu ook een "werk" gedaan wordt aan
de gelovigen die Hem aangenomen hebben. Bij Zijn opstanding ontving Christus
naast Zijn hoge positie nog iets anders. Als loon voor Zijn gedane arbeid
ontving Hij van God een "Volk voor Zijn Naam" namelijk de Gemeente.
Dit volk, wat zou bestaan uit eerstelingen van een nieuwe schepping, wordt op
vele plaatsen genoemd als "Hoofd en Lichaam". Hierbij is Christus het
Hoofd en de Gemeente het Lichaam.
 |
20
Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft
opgewekt; en heeft Hem gezet tot Zijn rechter hand in den hemel;
21 Verre boven alle overheid, en
macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt,
niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;
22 En heeft alle dingen Zijn voeten
onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle
dingen;
23 Welke Zijn lichaam is, en de
vervulling Desgenen, Die alles in allen vervult. Efez.
1 : 20-23
"Maar gij zijt een uitverkoren
geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen
volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de
duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. Gij die eertijds
geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds niet ontfermd
waart, maar nu ontfermd zijt geworden" 1
Petr. 2:9
|
Als eerstelingen in Christus zijn wij bestemd
voor God en ontvangen hierdoor een positie in de hemel. Al in het oude testament
wordt ons het principe bijgebracht dat de eerstgeborene, de eerste vruchten van
het land bestemd waren voor God, en zodanig in de tempel "geofferd"
moesten worden. Volgens dit principe is de eerste vrucht van de nieuwe schepping
bestemd voor God.
 |
"Maar
God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmee Hij
ons liefgehad heeft. Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons
levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden). En
heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den
hemel in Christus Jezus; Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen
de uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons
in Christus Jezus". Efez.
2: 4-7 |
De Gemeente wordt gezien als een volk wat
"opgeschreven is in de Hemel". De positie die wij ontvangen in
Christus wordt door God gebruikt als voorbeeld en bewijs van Zijn genade en
goedertierenheid. Dit is een hele speciale positie, die gezien vanuit het oude
testament niet bekend was. Vanuit het oude testament was bekend dat de gelovigen
van toen, zoals Abraham, Izaak, en vele andere gelovigen zouden opstaan op de
Jongste dag en dan (op grond van hun geloof) een nieuwe aarde zouden bevolken.
Dat er dus nu een gelovig volk is dat deze positie in de hemel ontvangt, is iets
bijzonders. Het is het bewijs van Zijn genade.
Het werk dat de Heere Jezus Christus dus nu
doet is ten behoeve van Zijn Lichaam.
Hij bouwt, reinigt en onderhoud
Zijn Lichaam ...... de Gemeente.
 |
"Die
Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle
ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in
goede werken. Titus. 2 : 14
|
In Handelingen 20 wordt de Gemeente gezien als een kudde schapen :
 |
Zo
hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de
Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te
weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Hand.
20:28
|
In dit vers staat dat Hij de Gemeente Gods verkregen heeft door Zijn eigen bloed
? Mocht u hierin zijn lijden en sterven lezen dan mist u de werkelijke betekenis
van dit vers. Zijn eigen bloed is namelijk Zijn eigen leven nu.
Zijn bloed
reinigt ons van onze zonden die wij nu begaan zolang wij ons nog in het oude
lichaam bevinden. Zoals het bloed in uw eigen lichaam een voedende en reinigende
werking heeft, zo reinigt ook Zijn bloed ons van dode werken en voedt ons met Zijn
leven. Dit is werk waarvan u eigenlijk niets merkt, net zoals uw eigen
bloedsomloop die indien u gezond bent geruisloos zijn werk doet.
In veel Schriftplaatsen word er gesproken over het
tegenwoordige werk van Christus. Vaak begint men dan met een terugblik naar het
volbrachte werk en schakelt daarna door naar het huidige werk van Christus.
Indien je deze teksten niet aandachtig genoeg leest loop je de kans het huidige
werk te missen. Lezen we bijvoorbeeld de tekst uit Efeze :
 |
"En
wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft, en
Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een
slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk"
Efez. 5:2 |
Ook dit vers uit Efeze handelt over het tegenwoordige werk van Christus. Hij
heeft Zichzelven overgegeven tot een offerande en een slachtoffer, Gode tot een
welriekende reuk. Het offer aan het kruis was géén welriekende reuk !
Ook de tekst in Romeinen 5 is hier een goed voorbeeld
van.
 |
6
"Want Christus, als wij nog
krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven. 7
Want nauwelijks zal iemand
voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand
ook bestaan te sterven. 8 Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat
Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren. 9 Veel meer dan, zijnde nu
gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van
den toorn.
10 Want
indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns
Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn
leven". Rom.
5:6-10 |
Om de verschillen te verduidelijken hebben we de beide werken in dit
tekstgedeelte in het volgende schema geplaatst :
|
Rom. 5 |
Het volbrachte
werk |
Het huidige werk |
| vers
6 |
Wij
waren krachteloos en goddeloos |
|
| vers
7 |
|
|
| vers
8 |
Christus
* is voor ons gestorven toen
wij nog zondaars waren |
|
| vers
9 |
|
Veel
meer, (dus nog meer Liefde van God) zijn wij gerechtvaardigd door
Zijn bloed. Daardoor worden wij behouden van de toorn. |
| vers
10 |
Wij
waren vijanden en werden
verzoend met God |
Veel
meer, zullen wij behouden worden
door Zijn leven. |
| |
| *
In de beschrijving van het volbrachte werk van de Heere Jezus, wordt
hier Christus genoemd omdat dit Zijn huidige functie en naam is. Dit gebeurt veelvuldig in het
Nieuwe Testament. |
De hogere betekenis van het huidige werk komt al
naar voren uit de toevoeging "veel meer dan" in de verzen 9 en
10. De rechtvaardiging door Zijn bloed betekend hier niet zijn dood aan het
kruis, vers 10 zegt daarop dat wij behouden zijn door Zijn leven. Zijn bloed
is dus Zijn leven, het leven dat Hij ontving bij Zijn opstanding. Was het
volbrachte werk voor de goddelozen en zondaren, welnu het huidige werk ligt in
het verlengde en dit werk wordt gedaan niet aan de wereld maar aan gelovigen. Zijn bloed, Zijn leven
stelt Christus nu beschikbaar aan ons.
De voetwassing die de Heere Jezus deed bij Zijn laatste avondmaal is een
uitbeelding van dit huidige werk wat Hij zou gaan doen in de Hemel. Dat deze
reiniging een speciale betekenis had blijkt wel uit vers 7 en vers 11. De reiniging
van de voeten der discipelen staat model voor de reiniging die Hij nu doet aan
de Gemeente. Zoals de discipelen de voeten werden bevuild door hun aardse
rondwandeling, worden ook onze "voeten" verontreinigd door onze wandel
in deze oude schepping. Wij kunnen onze eigen voeten niet reinigen, we zouden
dan weer onder de wet moeten leven om te bepalen wanneer we onze voeten moeten
reinigen. We zouden dan weer eten van de boom der kennis van goed en kwaad. Een
betere oplossing is dat wij zouden eten van de Boom des Levens en de reiniging
van ons hart, ons geweten aan Christus over te laten. Dat is vertrouwen op Hem !
Leest u zelf hoe de voetwassing plaatsvond en wat de Heere Jezus erover te
zeggen had :
 |
3
Jezus, wetende, dat de Vader Hem
alle dingen in de handen gegeven had, en dat Hij van God uitgegaan was,
en tot God heenging. 4
Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een
linnen doek, omgordde Zichzelven. 5
Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen
te wassen, en af te drogen met den linnen doek, waarmede Hij omgord was.
6
Hij dan kwam tot Simon Petrus; en die zeide tot Hem: Heere, zult Gij mij
de voeten wassen? 7
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar
gij zult het na dezen verstaan.
8 Petrus zeide tot Hem: Gij zult
mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien
Ik u niet wasse, gij hebt geen deel met Mij. 9
Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, niet alleen mijn voeten, maar ook de
handen en het hoofd. 10
Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten
te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet
allen. 11
Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet
allen rein. 12
Als Hij dan hun voeten gewassen, en Zijn klederen genomen had, zat Hij
wederom aan, en zeide tot hen: Verstaat gij, wat Ik ulieden gedaan
heb? 13
Gij heet Mij Meester en Heere; en gij zegt wel, want Ik ben
het. 14
Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt
gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen. 15
Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan
heb, gijlieden ook doet. 16
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn
heer, noch een gezant meerder, dan die hem gezonden heeft. 17
Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet.
Joh. 13:4-17 |
De voetwassing bij de discipelen vond plaats zonder
dat daarbij commentaar kwam van de Heere Jezus of van de discipelen zelf. De
Heer deed dit werk of het een vanzelfsprekende zaak was. Alleen Simon Petrus
sputterde tegen, de Heere Jezus zegt tot hem "wat Ik doe, weet gij nu
niet, maar gij zult het na dezen verstaan". In het licht van de brieven
zal Petrus het later wel begrepen hebben dat ook deze "verborgenheid"
handelde over Christus en de Gemeente. Petrus wou zich gelijk weer helemaal
laten wassen. De reactie van de Heere hierop is : iemand die gewassen is
(wedergeboren) hoeft voortaan alleen zijn voeten maar te laten wassen! Met
andere woorden : iemand die de het volbrachte werk heeft aangenomen kan zijn
zonden (geweten van zonden) alleen maar laten reinigen door de voetwassing van
de Heere Jezus of te wel het Leven, Bloed van Christus.
 |
"Hoeveel
te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest
Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft uw geweten reinigen van
dode werken, om de levende God te dienen ?" Hebr.
9:14 |
Wat is het resultaat van het niet onderscheiden van
deze twee werken van de Heere Jezus Christus !
Beide werken van de Heere Jezus Christus spreken over vergeving van zonden.
Indien we de beide werken naast elkaar zetten krijgen we echter een beter beeld van
Zijn huidige werk en de
hogere toepassing hiervan.
|
Het volbrachte
werk |
Het huidige werk |
Een
werk voor de wereld voor
zondaren en goddelozen |
Een
werk voor de Gemeente
voor gelovigen |
| Geschiede
door Zijn lijden en sterven |
Geschied
door Zijn Leven nu ! |
| Géén
welriekend offer |
Wel
een welriekend offer |
| Een Lam tot
zonde gemaakt |
Een
onstraffelijk Lam |
Wij
waren vijanden en werden
verzoend met God |
Niet
meer vreemdelingen en bijwoners, maar gezet in de hemel, huisgenoten
Gods. |
| Genade van
God |
Genade
op genade van God |
Samenvattend kunnen we dus zeggen :
- Door te geloven in het lijden en sterven van
de Heere Jezus, zijn wij verlost van de straf der zonde.
- Door te geloven in Christus, die zit aan de
rechterhand Gods, worden wij verlost van de macht der zonde en komen wij tot een "matig, rechtvaardig en godzalig
leven".
Dit is Zijn werk, Hij wil door de Heiligen Geest
ons losmaken van het "zondeleven" van de oude mens, en ons laten leven
naar de nieuwe mens. De Schrift
zegt hiervan dat wij hiermee hebben ontvangen "genade op genade" ,
"uitnemendheid Zijner genade" Efez.
2:7 of "een overvloed der
genade". Het tweede werk volgt dus uit het eerste maar is van een hogere
kwaliteit.
 |
"Staat
dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt
niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen. Ziet, ik Paulus
zeg u, zo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn. En ik
betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een
schuldenaar is de gehele wet te doen. Christus
is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij
zijt van de genade vervallen." Gal.
5: 1- 4 |
Wij zouden deze twee werken van de Heere Jezus Christus onderscheiden, al is het
maar omdat de Schrift het onderscheidt duidelijk aangeeft. Wij zouden niet Zijn
tegenwoordige werk reduceren tor het volbrachte werk aan het kruis. Die
gelovigen die het tegenwoordige werk van Christus niet kennen en daaruit niet
leven, zullen met hun zonden weer terug gaan naar het kruis !!!!! Dit is
niet de weg die wij behoren te volgen. Als wij onze zonden weer bij het kruis
neer leggen, kruisigen wij hierbij Christus opnieuw en zullen niet gereinigd
worden. Deze gelovigen zullen dan ook géén gereinigd geweten hebben ten
opzichte van God of de Heere Jezus Christus. Zij zullen onder hun zonden en
onder de wet blijven leven, zij leven dus niet allen in de oude schepping, maar
praktiseren deze ook, oordelende wat wel en niet kan.
Zij die dit huidige
werk van Christus niet kennen zijn gelijk als Ezau, die om een spijze (de oude
mens) zijn eerstgeboorterecht weggaf.
 |
"
Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige
wortel der bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte make en door
dezelve velen ontreinigd worden. Dat
niet iemand zij een hoereerder, of een onheilige, gelijk Ezau, die om
een spijze het recht van zijn eerstgeboorte weggaf". Hebr
12:15-16 |
De gelovige wordt door de Schriften op zijn verantwoording gewezen om de genade
Gods niet te misbruiken. Dit gebeurt o.a. door bijvoorbeeld gelovigen die de
genade gebruiken om onder de wet te kunnen leven. De wet als “leefregel der
dankbaarheid” heeft men er zelfs van gemaakt. Dit is echter onmogelijk, genade
en wet gaan niet samen. Zoals de wet was gelegd op de oude mens, die gestorven
is aan het kruis. Is de genade verstrekt aan de nieuwe mens, die leeft in
Christus. Zo zijn wij dan vrij van de wet.
 |
"Staat
dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt
niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen. Ziet, ik Paulus
zeg u, zo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn. En ik
betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een
schuldenaar is de gehele wet te doen. Christus
is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij
zijt van de genade vervallen." Gal.
5: 1- 4 |
Geeft acht op de overvloedige genade, het tegenwoordige werk van de Heere Jezus
Christus,
opdat uw geweten gereinigd wordt en u een vrijmoedige toegang hebt tot God.
Wij hebben een vrijmoedige toegang tot de troon
der genade, want wij hebben Christus als getrouw Hogepriester naar de ordening
van Melchizedek. Zoals de wet het voorschreef had Hij, net als alle voorgaande
hogepriesters uit het oude testament, eerst Zijn eigen zonden beleden (aan het kruis).
Daarna kon Hij ingaan in het heiligdom, om verzoening te doen voor het gehele
volk (de Gemeente).
 |
26
Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat
wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te
worden ter bekwamer tijd. 1
Want alle hogepriester, uit de mensen genomen, wordt gesteld voor de
mensen in de zaken, die bij God te doen zijn, opdat hij offere gaven en
slachtofferen voor de zonden; 2
Die behoorlijk medelijden kan hebben met de onwetenden en dwalenden,
overmits hij ook zelf met zwakheid omvangen is; 3
En om derzelver zwakheid wil moet hij gelijk voor het volk, alzo ook
voor zichzelven, offeren voor de zonden. 4
En niemand neemt zichzelven die eer aan, maar die van God geroepen
wordt, gelijkerwijs als Aaron. 5
Alzo heeft ook Christus Zichzelven niet verheerlijkt, om Hogepriester te
worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb
Ik U gegenereerd. 6
Gelijk Hij ook in een andere plaats zegt: Gij zijt Priester in der
eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.
Hebr. 12: 26 / 13: 1- 6 |

Zijn huidige werk is
voor de Gemeente
De voleinding van Zijn huidige werk aan de
Gemeente.
Het werk wat Christus nu doet voor de Gemeente
beslaat een bepaalde periode. Deze periode word door de apostel Paulus de
"bedeling der Genade Gods" genoemd.
 |
1
Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u,
die heidenen zijt. 2
Indien gij maar gehoord hebt van de bedeling der genade Gods, die
mij gegeven is aan u; 3
Dat Hij mij door openbaring heeft bekend gemaakt deze verborgenheid,
(gelijk ik met weinige woorden te voren geschreven heb; 4
Waaraan gij, dit lezende, kunt bemerken mijn wetenschap, in deze
verborgenheid van Christus), 5
Welke in andere eeuwen den kinderen der mensen niet is bekend gemaakt,
gelijk zij nu is geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten,
door den Geest; 6
Namelijk dat de heidenen zijn mede-erfgenamen, en van hetzelfde lichaam,
en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus, door het Evangelie;
7
Waarvan ik een dienaar geworden ben, naar de gave der genade Gods, die
mij gegeven is, naar de werking Zijner kracht.
Efez 3: 1 -7 |
Een bedeling is een periode van tijd waarin het
schepsel als individu of als volk beproefd wordt in betrekking tot zijn
gehoorzaamheid aan Zijn Schepper. Volgens dit Bijbelse principe is de
Heilsgeschiedenis te verdelen in zeven op een volgende periodes. Meer hierover
in de brochure Gods Programma en de Bijbelse
Panorama's over dit onderwerp.
De heidenen werden dus mede-erfgenamen van het Lichaam van Christus. Jood, Griek
of Barbaar konden door geloof naderen tot God een deel krijgen aan de Gemeente.
Een "volk" afgezonderd van de volkeren, met een hemelse toekomst.
Deze periode waarin de Heere Jezus Christus Zijn
huidige werk aan de Gemeente doet is begonnen bij Zijn opstanding en zal
volbracht zijn bij "onze openbaring voor de
rechterstoel van Christus" 2
Kor. 5:10. ook wel genoemd "onze
toevergadering tot Hem" 2 Thes. 2:1
, of zoals in de aanhef van de
Filippensenbrief :
 |
"Over
uw gemeenschap aan het Evangelie, van den eersten dag af tot nu toe;
Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft,
dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus" Fil.
1:5-6 |
Tot op de "dag van Jezus Christus" is
gelijk aan "onze openbaring voor de rechterstoel van Christus" en "onze
toevergadering tot Hem" . Deze
gelegenheid heeft in onze kringen de term "opname
der Gemeente" gekregen. Het gaat hier om de gelegenheid waarbij
Christus (Hoofd) en de Gemeente (Lichaam) in heerlijkheid geopenbaard worden (in
de hemel).
 |
"Want
de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de
bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn,
zullen eerst opstaan; Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen
te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in
de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen"
1 Thes. 4: 16-17 |

De opname van de Gemeente
Het toekomende werk van Christus.
God zou dus eerst dit volk, de Gemeente (Hoofd & Lichaam) aannemen door of
voor Zijn Naam. Als dat werk voltooid is, en de "opname" heeft
plaatsgevonden, zal Hij zich in eerste instantie richten op het (dan nog)
ongelovige volk Israël. Want de beloften die God gedaan had aan het volk Israël
zijn niet "verscheurd" bij de kruisiging van de Heere Jezus. Als God
beloftes maakt dan komt Hij deze ook na. De beloften die Hij deed aan het volk
Israël zijn dus nog steeds van kracht, zoals Simeon verhaalt in
Handelingen 15 :
 |
“Simeon
heeft verhaald hoe God eerst de heidenen heeft bezocht, om uit hen een
volk aan te nemen door Zijn Naam. En
hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven is:
Na dezen zal Ik wederkeren, en weder opbouwen de tabernakel van David,
die vervallen is, en hetgeen daarvan verbroken is, weder opbouwen, en Ik
zal denzelven weder oprichten”.
" Hand. 15:14 -16 |
Het werk aangaande het volk Israël zal
verdergaan vanaf het punt waar het werd gestopt. Dit was het moment net voor de
dood van de Heere Jezus toen Hij vanaf de Olijfberg het overzicht had op de stad
Jeruzalem. Vlak voor het lijden en sterven van de Heere Jezus had Zijn volk,
Zijn stad Jeruzalem Hem niet gekend of herkend, als De Verlosser. Het
"natuurlijke" Israël (Israël als volk) heeft Hem niet aangenomen. God
verkoos Zich eerst een ander volk (een "ander" Israël) uit
de heidenen voor Zijn Naam zoals het al in het oude testament was aangekondigd.
De periode waarin God de heidenen bezocht kwam
dus tussen liggen tussen de 69e en de 70e week van Daniël. Het werk met
betrekking tot het volk Israël ging in de ijskast, het volk Israël verdween
onder de andere volkeren. De laatste "jaarweek" die
nog miste, in de reeks van de "70 weken der Jaren", wordt de 70e week
van Daniël genoemd. Zelf de Heere Jezus wees hierop toen Hij sprak over hoe het
zou zijn in het laatste der dagen.
 |
3
En als Hij op den Olijfberg gezeten was, gingen de discipelen tot Hem
alleen, zeggende: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen zijn, en welk zal
het teken zijn van Uw toekomst, en van de voleinding der wereld? 4
En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand
verleide. 5
Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus;
en zij zullen velen verleiden. 6
En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen; ziet toe,
wordt niet verschrikt; want al die dingen moeten geschieden, maar nog is
het einde niet. 7
Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene
koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen zijn hongersnoden,
en pestilentien, en aardbevingen in verscheidene plaatsen. 8
Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten. 9
Alsdan zullen zij u overleveren in verdrukking, en zullen u doden, en
gij zult gehaat worden van alle volken, om Mijns Naams wil. 10
En dan zullen er velen geergerd worden, en zullen elkander overleveren,
en elkander haten. 11
En vele valse profeten zullen opstaan, en zullen er velen
verleiden. 12
En omdat de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde
van velen verkouden. 13
Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. 14
En dit Evangelie des Koninkrijks zal in de gehele wereld gepredikt
worden tot een getuigenis allen volken; en dan zal het einde
komen. 15
Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken
is door Daniel, de profeet, staande in de heilige plaats; (die
het leest, die merke daarop!) 16
Dat alsdan, die in Judea zijn, vlieden op de bergen;
Math 24
: 3-16 |
Het ongelovige volk Israël, wat zich sinds de
vestiging van de Joodse staat in 1948, in Palestina bevindt zal een verbond
aangaan met hun vijanden. Met de intrede van dit verbond zal de laatste "jaar-week"
aanvangen. Een week van 7 jaar, verdeeld in 3½ jaar vrede en 3½ jaar
verdrukking. Aan het eind van deze 7 jaar zal Jeruzalem verwoest worden, bij
deze gelegenheid zal een overblijfsel de Naam des Heeren aanroepen als laatste
middel om te ontkomen aan deze verwoesting. Dan zijn de woorden uit Zacharia 14 van toepassing
:
 |
1
Ziet, de dag komt den HEERE, dat
uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem! 2
Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de
stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen
geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis;
maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden.
3
En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen,
gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds. 4
En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor
Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeen
gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer
grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het
noorden, en de helft deszelven naar het zuiden. 5
Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze
vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als
gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda;
den zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o
HEERE! Zach 14: 1-5 |
God zorgt er Zelf voor dat de heidenen optrekken
tegen Israël en Jeruzalem. De stad zal verwoest worden, de helft zal
"uitgaan in de gevangenis" (sterven en in het dodenrijk nederdalen),
maar "een (gelovig) overblijfsel" zal ontkomen en vluchten de woestijn
in (naar Azal = Petra). Dit is heel in het kort de beschrijving van het
gruwelijke lot deze ongelovige natie te wachten staat. Meer hierover in
het artikel "Vrede in Jeruzalem ?"
en de brochure "Wedergeboorte -
de Hoop van Israël".
Met dit gelovig overblijfsel zal de Heer zelf
optrekken vanuit Petra naar het verwoeste land. Zij zullen het land en de stad
Jeruzalem herbouwen. Vandaar uit zal de Heer Zijn beloofde Koninkrijk te
vestigen op aarde. In de periode die daarop zal volgen zal hij de 12 stammen
Israëls terugverzamelen naar het land. Hieruit zullen 144.000
vertegenwoordigers aangesteld worden, die Zijn Naam over de gehele wereld zullen
prediken. Zoals Israël verdrukt werd, zal er ook verdrukking komen over de
gehele wereld. En zoals er alleen redding was voor een gelovig overblijfsel uit
Israël, is er ook alleen redding voor een gelovig overblijfsel uit de
wereld.
Samenvattend kunnen we de werkzaamheden van de
Heere Jezus Christus onderscheiden in de volgende reeks :
- Zijn éénmalige volbrachte werk aan het
kruis voor de wereld.
- Zijn huidige werk aan gelovigen uit een volk wat
geen volk is (de Gemeente).
- Zijn werk aan gelovigen uit het volk
Israël.
- Zijn werk aan gelovigen uit de volkeren in
het algemeen.
De laatste twee werken hebben betrekking met de
vestiging van het Koninkrijk Gods op de aarde. In dit Koninkrijk zullen de
beloften gedaan aan Israël uitgewerkt worden. Pas dan zal Jeruzalem een
wereldstad van vrede en vreugde zijn voor de gehele aarde.
Dit artikel is geschreven in de tijd dat de Heere
Jezus Christus Zijn werk aan de Gemeente doet, daarom wordt dit werk in dit
artikel het "huidige werk" genoemd.
Mocht u dit artikel lezen, nadat dit werk is voltooid en de Gemeente is
opgenomen, dan leeft u in een volgende bedeling waarin God bezig zal zijn
met het werk aangaande Israël of de volkeren.
Heeft u deze dingen aangaande de staat Israël zien gebeuren of gebeuren zij in
uw dagen,
weet dan, dat er ook dan verlossing is in Christus. Het principe van
"al wie de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden" blijft van
kracht. Het mag dan zijn dat u zich in een andere bedeling bevindt, de weg naar
onze Heere Jezus Christus blijft dezelfde weg, namelijk door geloof wordt u een
kind van God.
 |
"Want
de Schrift zegt: Een iegelijk, die in Hem gelooft, die zal niet
beschaamd worden. Want er is geen onderscheid, noch van Jood noch van
Griek; want eenzelfde is Heere van allen, rijk zijnde over allen, die
Hem aanroepen. Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen,
zal zalig worden". Rom
10: 11-13 |

Kies dan heden wie gij dienen zult !
|