|
Het voor u liggende
artikel handelt over de profetieën in het algemeen en meer speciaal over
Daniël 2. Daarin wordt eerst uitgebreid een droom van Nebukadnezar, de
eerste koning van het Babylonische Rijk, vermeld. Vervolgens verschijnt
Daniël om de droom te vertellen (vers 31-36) en te verklaren (vers
37-45). Dit gedeelte is een van de belangrijkste profetieën over de
geschiedenis van de volkeren en de koninkrijken der aarde, vanaf de dagen
van Daniël (het Babylonische Rijk van Nebukadnezar) tot aan de komst van
het Koninkrijk, dat .....
 |
"......aan
geen ander volk overgelaten zal worden" Dan.
2:44
|
Dit volk is uiteraard geen ander dan dat van Daniël zelf. Daniël was een
prins uit de zonen van Juda (Daniël 1:3 en 6) en daarmee familie van
David. Hij was in 606 voor onze jaartelling in Babel terechtgekomen, omdat
hij behoorde tot de eersten die gevankelijk werden weggevoerd in de
Babylonische ballingschap. Het koninkrijk werd toen van het huis van David
weggenomen. Dat wil zeggen van het huis van Juda, het 2-stammenrijk. Van
het 10-stammenrijkk was het koninkrijk al vele tientallen jaren eerder
weggenomen via de Assyrische ballingschap. Daniël hield zich blijkbaar
bezig met de vraag, hoe het verder zou gaan met het koninkrijk van David.
Er was immers een ééuwig koninkrijk beloofd aan zijn huis (2 Samuël 7)!
Op dat moment was er van heel de Israëlietische staat en van de troon van
David niets meer over. In tegenstelling tot de beloften leek het er op,
dat het koninkrijk van het huis van David en Juda definitief was
weggenomen.
Deze gedachte is de aanleiding en achtergrond van de profetieën van Daniël.
Hierin wordt op uitgebreide wijze verteld, hoe het zou gaan met de
koninkrijken der aarde, alvorens het koninkrijk alsnog zou worden
teruggegeven aan het huis van David. Daarbij zou dan niet alleen sprake
zijn van een koninkrijk over alle twaalf stammen, maar ook over de gehele
aarde. De profetie in Daniël 2 ligt aan de basis van het hele boek en
daarmee zelfs aan die van alle bijbelse profetieën met betrekking tot het
komende koninkrijk van de Zoon van David. De belangrijkste daarvan vinden
wij in de boeken Daniël en Openbaring. Deze twee liggen in elkaars
verlengde en verwijzen naar elkaar. Samen met de rede van de Here Jezus in
Matthéüs 24 zijn deze bijbelgedeelten de belangrijkste om tot inzicht te
komen in de vervulling van de beloften die aan David en daarmee aan heel
Israël gedaan zijn.
Zonder een goed begrip van Daniël 2 is het onmogelijk de geschiedenis van
de volkeren der aarde uit de Schrift te Ieren kennen. Deze profetie
vertelt op eenvoudige wijze, dat verschillende koninkrijken elkaar zouden
opvolgen tot aan de dagen waarin de Here Jezus Zelf zal verschijnen. Hij
is natuurlijk die Steen Die zonder handen werd afgehouwen (Daniël 2:45).
Wij vinden die Steen in heel de Bijbel. Het komende Koninkrijk, is dan ook
het Stenen Koninkrijk van Christus, de Zoon van God en de Zoon des Mensen.
Iets breder gezegd is het beloofde Israëlietische koninkrijk, dat over de
gehele wereld gevestigd zal worden. De volgorde van de aangekondigde
koninkrijken is in principe geen probleem. De problemen ontstaan pas bij
het nog onvervulde deel van de profetie. Aan het voorafgaande hebben we
echter een stevig houvast.
Het Babylonische rijk:
goud
 |
"Gij,
o koning! zijt een koning der koningen; want de God des hemels
heeft u een koninkrijk, macht, en sterkte, en eer gegeven; En
overal, waar mensenkinderen wonen, heeft Hij de beesten des
velds en de vogelen des hemels in uw hand gegeven; en Hij heeft
u gesteld tot een heerser over al dezelve; gij zijt dat gouden
hoofd" Dan. 2:
37,38
|
In deze droom wordt in de eerste plaats over Nebukadnezar zelf gesproken.
Het zal duidelijk zijn, dat daarmee tegelijkertijd zijn koninkrijk wordt
aangeduid. Het gaat niet alleen over de persoon Nebukadnezar, maar ook
over het hele rijk van Babel.
 |
"Hij
heeft de beesten des velds en de vogelen des hemels in uw hand
gegeven" Dan 2:38
|
In de eerste plaats herinnert dit ons aan de uitspraken over Adam, die de
aarde zou onderwerpen en daarover heersen (Genesis 1:28). Genesis 1 spreekt ook uitdrukkelijk over het gevogelte des
hemels en de beesten des velds (al het gedierte, dat op de aarde kruipt).
Ongeacht wat de uitdrukkingen betekenen, stellen we vast, dat de positie
van Nebukadnezar min of meer overeenkomt met de positie van Adam. Het is
makkelijk te zeggen, dat Adam de heerser was over de hele mensheid, want
hij wás de gehele mensheid. De gedachte is echter, dat de troon, die Adam
toekwam, in Daniël 2:38 is terechtgekomen bij Nebukadnezar. In de tweede
plaats wijzen dezelfde uitdrukkingen naar Daniël 4, waar in een droom
weer gesproken wordt over het koninkrijk van Babel en Nebukadnezar zelf.
In die droom wordt een boom gezien waaronder het gedierte des velds
schaduw vond en waarin de vogelen des hemels woonden (Daniël 4:12). Het
is duidelijk dat hier in ieder geval over het koninkrijk van Babel
gesproken wordt. Er zit echter nog iets anders achter, want deze
uitspraken in Daniël 2 over Nebukadnezar zijn nogal overdreven en kunnen
daarom makkelijker toegepast worden op de uiteindelijke hogere koning van
Babel, de satan zelf.
In Jésaja 14:4 wordt gesproken
over de koning van Babel, terwijl bekend is, dat het niet over
Nebukadnezar of een andere koning van Babel op aarde gaat, maar over de
satan zelf. Over deze hogere koning van Babel wordt gezegd:
 |
"Hoe
zijt gij uit de hemel gevallen, o, morgenster, gij zoon des
dageraads! Hoe zijt gij ter aarde nedergehouwen, gij, die de
heidenen krenktet !" Jesaja 14:12
|
Wij moeten in dit geval niet aan Nebukadnezar denken, maar bovenal aan
iemand die daar nog boven staat. Het gouden hoofd is een beeld van de
koning van Babel en daarmee van het Babylonische rijk. Maar ook van de
grote tegenstander er achter zit.
 |
"En
na u zal een ander koninkrijk opstaan, lager dan het
uwe......" Dan. 2:39a
|
Er staat niet: "Na u zal een andere koning opstaan", hoewel vers
36 en 37 over een koning spreken. Nu staat er opeens "een ander
koninkrijk". Dit bevestigt dat in de Bijbel de begrippen
"koning" en "koninkrijk" door elkaar gebruikt worden.
Wanneer wij b.v. in Daniël 4 over koning Nebukadnezar lezen, neemt dat
niet weg dat tegelijkertijd zijn Babylonische rijk besproken wordt. In dit
gedeelte wordt alles primair toegepast op de persoon van Nebukadnezar, die
zeven tijden krankzinnig verklaard wordt en daarna weer in zijn
koninklijke waardigheid terugkeert. Diezelfde profetie is secundair echter
van toepassing op de positie van het Babylonische Rijk. Dit rijk heeft
Babel als hoofdstad. Dit wereldrijk zou van de kaart verdwijnen, maar na
zeven tijden weer verschijnen. In Openbaring komen we daarom weer een
letterlijk Babel tegen, dat "het koninkrijk heeft over de koningen
der aarde" (Openbaring 17:l8). Dat Babel zal uiteindelijk verwoest
worden. In Openbaring 17, 18 en 19 wordt de val van Babel uitgebreid
beschreven. Het opmerkelijke is daar, dat de gebruikte woorden grotendeels
geciteerd worden uit de profetieën van Jesaja, Jeremia en Ezechiël.
Wanneer die profetieën uit het Oude Testament over de val van een
letterlijk Babel spreken, dan moet dat dus ook het geval zijn met die uit
Openbaring 17,18 en 19. Ik zeg dat met nadruk, omdat het inzicht in de
profetieën in de loop der eeuwen nogal belemmerd geworden is door voor
Babel iets anders in te vullen. De protestanten hebben sinds de dagen van
de reformatie voor Babel "Rome" ingevuld. Men zag in het
rooms-katholieke Rome de uitdrukking van Babel zoals het in de Bijbel
beschreven wordt. Dat was niet geheel ten onrechte, maar het was slechts
een klein deel van de bijbelse waarheid. Rome was niet het letterlijke
Babel zoals het geprofeteerd was. Rome en Babel zijn niet volkomen
identiek! De Jehova's Getuigen hebben bijvoorbeeld voor Babel
"Jeruzalem" ingevuld. Zij leren een herstel van Jeruzalem na
zeven tijden. Nu leert de Bijbel natuurlijk wel een herstel van Jeruzalem,
maar niet op grond van de profetieën over de val en het herstel van
Babel. Men zou deze zaken niet met elkaar mogen verwarren. Nog weer
anderen hebben voor Babel het mohammedanisme ingevuld en zagen in de
ondergang van Babel de vermeende ondergang van de islam in 1917.
Babel is een letterlijk Babel. Uit Daniël 4 (en zelfs 5) blijkt, dat
Babel in de toekomst hersteld zal worden. Dat betekent op zijn minst, dat
Babel in de eindtijd weer de hoofdstad van het wereldrijk zal zijn. Het
gaat er nu niet om wie dan de koning van dat wereldrijk is. We weten in
ieder geval zeker, dat achter die persoon, net als achter Nebukadnezar, de
grote tegenstander zelf schuil gaat.
Het Perzische rijk: zilver
Ná het Babylonische rijk zou een
ander koninkrijk opstaan. Dat koninkrijk was lager dan het Babylonische
rijk. Het wordt beschreven als zilver (Daniël 2:32). Wij weten dat hier
het Medo-Perzische aangeduid wordt.
Door de verovering door de Meden
en Perzen van het Babylonische rijk kreeg Israël toestemming van
"Kores de Pers" om naar Kanaän terug te keren (Ezra 1.2, 3). De
verovering door de Meden en Perzen van het Babylonische rijk was echter
niet het einde van de stad Babel. Dat is een groot en hardnekkig
misverstand. Babel werd weliswaar veroverd, maar absoluut niet verwoest.
Babel bleef nog lange tijd gewoon de hoofdstad van het Medo-Perzische
wereldrijk (van 538-333 v.Chr.). Gedurende dit rijk raakte Babel in verval
en werd de stad de koninklijke waardigheid ontnomen. Eerst daar beginnen
de zeven tijden te tellen die tot het herstel van Babel zouden moeten
leiden. Die tijden zijn nog steeds niet vervuld. Het Medo-Perzische rijk
werd vervolgens veroverd door Alexander de Grote tijdens de beroemde
perzische oorlogen.
Het Griekse rijk: koper
 |
"......Daarna
een ander, het derde koninkrijk van koper, hetwelk heersen zal
over de gehele aarde" Dan. 2:39b
|
Koper spreekt van het GrieksMacedonische rijk van Alexander de Grote. Dit
rijk heeft tot nog toe de grootste omvang gehad van alle wereldrijken.
Alexander had óók Babel als hoofdstad van zijn rijk gekozen. Babel was
dus achtereenvolgens officieel de hoofdstad van het Babylonische, het
Medo-Perzische en voor zeer korte tijd het Griekse rijk.
Alexander de Grote wilde het
vervallen Babel herbouwen. Hij heeft dat voor een deel ook gedaan, tot hij
onverwacht stierf, en zijn rijk onder zijn vier generaals werd verdeeld.
De profetieën daarover vinden we in Daniël 7 en 8. Van het herstel van
Babel is in de dagen van Alexander de Grote weinig terechtgekomen. Babel
zou volgens de Schrift immers pas na zeven tijden hersteld worden! Die
tijden waren nog niet vervuld in de dagen van Alexander de Grote. En
daarom stierf hij. Op geheimzinnige wijze!
In de loop der geschiedenis is er
nóg iemand geweest die Babel wilde herbouwen. Het was echter nog niet de
tijd daarvoor. Dat was Napoleon. De door "de kleine korporaal"
ontwikkelde plannen schijnen nog steeds bewaard te worden, maar zijn nooit
gerealiseerd.
Het Romeinse rijk: ijzer
 |
"En
het vierde koninkrijk zal hard zijn, gelijk ijzer; aangezien het
ijzer alles vermaalt en verzwakt; gelijk nu het ijzer, dat zulks
alles verbreekt, alzo zal het vermalen en verbreken"
Dan. 2:40
|
In dit vers wordt uitsluitend gesproken over ijzer. IJzer is hard. Dat is
klaarblijkelijk de verwijzing naar het wapengeweld van de Romeinen tijdens
de oprichting van hun rijk. De Romeinen hebben de resten van het Griekse
rijk herenigd. Dit ijzeren rijk duurde vele honderden jaren en is tot op
heden nooit door een ander wereldrijk opgevolgd. Velen hebben geprobeerd
het Romeinse rijk te herstellen of in stand te houden of een eigen
wereldrijk op te richten, maar slaagden daar in de loop der eeuwen nooit
in. In zekere zin is het Romeinse rijk nooit helemaal weggeweest. Alleen
heeft het niet steeds de uiterlijke vorm van een koninkrijk gehad. Maar de
invloed van dit rijk is tot in onze dagen zeker nog te voelen.
De 10-staten: ijzer en leem
 |
"En
dat gij gezien hebt de voeten en de tenen, ten dele van
pottenbakkersleem, en ten dele van ijzer, dat zal een gedeeld
koninkrijk zijn, doch daar zal van des ijzers vastigheid in
zijn, ten welken aanzien gij gezien hebt ijzer vermengd met
modderig leem " Dan. 2:41
|
Aan de ene kant wordt het laatste rijk uit de reeks gezien als de
voortzetting van het Romeinse rijk met grote kenmerken van dat rijk. Het
gaat niet om het gebied maar om de aard van het rijk. Eén van die
kenmerken is het militarisme (des ijzers vastigheid"). Wij zijn
gewend aan het bestaan van legers en aan de militaire dienstplicht. Dat
militarisme is echter door de Romeinen uitgevonden. Daarvoor bestond het
niet. De opbouw van de Romeinse legers ligt ten grondslag aan de opbouw
van de moderne legers die wij vandaag kennen.
Aan de andere kant heeft dit
laatste rijk de aard van modderig leem. Het modderig leem wordt wel
verscheidene malen genoemd, maar nooit verklaard. Het laatste rijk is een
"gedeeld koninkrijk", dat wil zeggen dat het twee verschillende
aspecten zal hebben, voorgesteld door ijzer en leem. De vastigheid
(hardheid) van ijzer was aanwezig en daarom zág Daniël ook ijzer. Er
staat achteraan dat het ijzer vermengd was met modderig leem. Het ijzer
wordt vervolgens verklaard, maar het modderig leem niet. Ook later niet.
 |
"En
de tenen der voeten, ten dele ijzer, en ten dele leem; dat
koninkrijk zal ten dele hard zijn, en ten dele broos. En dat gij
gezien hebt ijzer vermengd met modderig leem, zij zullen zich
wel door menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan
den ander niet hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet
vermengt". Dan. 2:42,43
|
In vers 42 wordt weer gezegd, dat ijzer hard is. Van het modderig leem
wordt gezegd dat het broos (zacht) is. In vers 43 komt het commentaar op
het vermengen, maar niet op het leem: “……..zij zullen zich door
menselijk zaad vermengen, maar zij zullen de een aan den ander niet
hechten, gelijk als zich ijzer met leem niet vermengt." IJzer en
leem("zij") worden in vers 43 gezien als bepaalde volkeren
(rassen), hoewel het ijzer oorspronkelijk stond voor kracht en
militarisme. Blijkbaar gaat het om een hard volk!
"Door menselijk zaad vermengen" heeft niets met voortplanting te
maken. Dat is een misverstand doordat wij bij zaad aan voortplanting
denken. Zaad wordt in de Bijbel gewoon gebruikt voor een mens. Een mens is
de vrucht van een voorgaande generatie. Galaten 3:16 zegt:
 |
......."Het
zaad van Abraham, ..........hetwelk is Christus........."
Gal. 3:16
|
Het woord zaad wordt gebruikt als synoniem voor zoon. Dat is eenvoudig,
omdat letterlijk door zaad (voortplanting) de zoon verwekt zou moeten
worden. Daarom krijgt het begrip zaad soms een betekenis die bijna
identiek is aan het begrip zoon.
"Door menselijk zaad vermengen" wil zeggen, dat verschillende
volkeren (ijzer en leem) door elkaar lopen, maar zich niet aan elkaar
hechten. Zij gaan met elkaar om, maar zij raken hun eigen afkomst niet
kwijt. Zij worden geen eenheid. Wanneer het leem Israël voorstelt, wil
dat zeggen, dat Israël zich niet hecht aan een ander volk. "Niet aan
elkaar hechten" betekent dat die volkeren juist niet met elkaar
trouwen en zich voortplanten.
Daniël 2 noemt goud, zilver, koper en ijzer. Beginnend bij het meest
edele metaal en eindigend bij het meest vergankelijke. Leem hoort in dit
rijtje niet thuis, omdat het geen metaal is. Het komt wat betreft
grondstof (aard) wél overeen met de Steen, die volgt. Van een vermaalde
steen blijft leem over. Er is toch een soort van overgang van het ijzer
naar de Steen via het modderig leem. Modderig leem wil zeggen dat het leem
zo zacht is, dat het geen belangrijke rol speelt. Leem leidt tot de Steen.
De Steen is een aanduiding van Christus in het bijzonder en van het volk
Israël in het algemeen. Het kan dan niet anders, dan dat leem op een of
andere wijze een aanduiding van Israël is. Zij het dan, dat het een Israël
in ongeloof is, omdat het vermengd is met heidense volkeren. Het modderig
leem, in de tien tenen vermengd met ijzer, moet een beeld zijn van een nog
ongelovig Israël.
Modderig leem: Israël.
Dit wordt bevestigd door de
uitdrukking "pottenbakkersleem" (Daniël 2:41), die ons direct
verwijst naar andere schriftplaatsen. Jeremia 8:6 duidt het huis Israëls
aan als leem in de hand van de pottenbakker. De pottenbakker is de Heer
zelf en het leem is Israël. Dat leem wordt aanvankelijk tot "een vat
ter onere " (Romeinen 9:21, 22) gevormd. Dat is een 'natuurlijk' en
ongelovig Israël levend onder de wet. Daarna wordt dezelfde klomp leem
tot "een vat ter ere" gevormd. "Een ander vat, gelijk als
het recht was in de ogen van de pottenbakker te maken" (Jeremia
18:4). Dat is een beeld van een gelovig (bekeerd) Israël, dat niet leeft
onder het oude, maar onder het nieuwe verbond.
Uit Daniël 7 blijkt dat er een
verbond gesloten zal worden tussen het laatste koninkrijk van de tien
tenen, dat wij gemakshalve de tien-statenbond noemen, en de joodse staat.
Dit bijbels gegeven, wordt ook nog beschreven in Daniël 9 en Openbaring
13. Die gedeelten zullen wij nog bespreken.
Wanneer wij in de vermenging van ijzer met modderig leem dit verbond
tussen de tien-statenbond en de joodse staat zouden zien, klopt er iets
niet met de optelsom. Dan hebben we immers niet tien tenen van ijzer
vermengd met modderig leem, maar tien tenen van ijzer en nog één teen
van leem. De tien tenen zouden dan een verbond met een elfde teen sluiten.
Dat is hier echter niet aan de orde. Weliswaar zouden die tien tenen een
verbond met Israël sluiten, in overeenstemming met Daniël 9 en
Openbaring 13, maar hier valt dit niet te lezen. We zouden er hooguit in
kunnen lezen, dat deze eenheid van tien staten ook Israëlieten in zich
bergen. Dat kan heel gemakkelijk, omdat de Israëlieten onder alle
volkeren zijn verstrooid. Die tien tenen zijn dan tien volkeren die tot
eenheid gekomen zijn, waaronder zich ook Israëlieten bevinden. We kunnen
er niet in lezen, dat het gaat over het verbond dat ooit gesloten zal
worden tussen "de vorst die komen zal" (Daniël 9:26) en de
ongelovige joodse staat. Dat kan het niet zijn, omdat er dan tien tenen en
nog een elfde teen zijn; tien van ijzer en één van leem. Maar nergens
wordt over elf tenen gesproken.
Een verbond
Voor ik terug kom op dit vraagstuk wil ik u meenemen naar Daniël 9, waar
dit verbond tussen de komende vorst en de joodse staat wordt aangekondigd.
In vers 24 begint een profetie over de geschiedenis van Israël:
 |
"Zeventig
weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de
overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de
ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid
aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen,
en om de heiligheid der heiligheden te zalven." Dan.
9:24
|
Die geschiedenis van Israël zou 70 x 7 jaar bedragen, ofwel 490 jaar.
Voorts zegt vers 25:
 |
"van(af)
de uitgang des woords om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te
bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en
zestig weken ......." Dan. 9:25
|
7 en 62 weken zijn samen 69 weken, ofwel 69 x 7 is 483 jaar. Die 483 jaar
zouden verlopen zijn bij "Messias de Vorst". De verklaring
daarvoor is, dat die 483 jaar op de dag nauwkeurig verlopen zijn bij
"de intocht in Jeruzalem". Dat valt nauwkeurig na te rekenen.
 |
"En
na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden,
maar het zal niet voor Hemzelven zijn; en een volk des vorsten,
hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en
zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het
einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten
verwoestingen" Dan. 9:26
|
Dat betekent, dat er na die 69 weken (na de eerste komst van Christus en
na de intocht in Jeruzalem), na allerlei ellende en verderf, een einde zou
komen aan de joodse staat en het nationale bestaan van het 2-stammenrijk.
Daniël 9.24 spreekt uitdrukkelijk over zeventig weken, die bestemd waren
"over uw volk en over uw heilige stad". "Uw volk' is in elk
geval het joodse volk, het 2-stammenrijk van Daniël. Tegen de gedachte
dat hier niet twee, maar twaalf stammen bedoeld zouden zijn is veel in te
brengen. De "heilige stad" Jeruzalem was wel degelijk de
hoofdstad van het 2-stammenrijk. Via die beide uitspraken "uw
volk" en "uw heilige stad" zouden we toch moeten denken aan
het joodse volk en zijn hoofdstad. Bovendien kan de uitspraak "om te
doen wederkeren" (vers 25) niet slaan op alle twaalf stammen van Israël,
omdat de tien nooit officieel zijn teruggekeerd uit de Assyrische
ballingschap. Dat betekent dat de profetie van Daniël 9 op geen manier op
iets anders is toe te passen dan op Jeruzalem en het 2-stammenrijk van
Israël. De joodse natie dus.
In vers 27 is sprake van de laatste zeven jaar, de laatste week van Daniël.
Die begint bij het sluiten van genoemd verbond en zal leiden tot de
definitieve val van "Jeruzalem dat nu is" en daarmee het
aanbreken van het Messiaanse rijk.
In verband met die joodse staat wordt vervolgens gezegd:
 |
"En
hij zal met de velen een verbond versterken (bekrachtigen) een
week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het
spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal
een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk
besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste"
Dan. 9:27
|
"Hij" is de "vorst die komen zou" uit vers 26.
"Een volk des vorsten, hetwelk komen zal" is in gangbaar
Nederlands "een volk van de vorst (enkelvoud), dat komen zal".
"Dat" slaat op het volk. Die vorst van dat volk is ongetwijfeld
de vorst over het heidense wereldrijk, dat in de voorafgaande hoofdstukken
van Daniël beloofd was. Die vorst wordt voorgesteld door een hoorn.
Die vorst zal met de velen een verbond versterken. In het Hebreeuws staat
het lidwoord niet voor "verbond" maar eigenlijk voor
"velen". Uit Daniël 6:8-10 blijkt, dat "een verbond
versterken" betekent, dat een verbond ondertekend wordt. De
moeilijkheid van die uitspraak is, dat er sprake is van een vorst die een
verbond sluit met "de velen". De velen heeft natuurlijk
betrekking op het volk van Daniël uit Daniël 9:24. De velen wil zeggen
"niet allen". Het is geen verbond met álle joden, omdat de
ongelovige joodse staat in onze dagen niet door alle joden gevormd wordt,
maar door slechts een deel ervan. Een verbond met de joodse staat dus!
Het zou echter voor de hand gelegen hebben te zeggen, dat genoemde vorst
uit het heidense wereldrijk (die hoorn of het beest) een verbond zou
sluiten met de vórst (leider) van het joodse volk. Het is toch zo, dat
het ene volk een verbond sluit met het andere volk of de vorst van het ene
volk sluit een verbond met de vorst van het andere volk. Het gaat óf om
twee vorsten óf om twee volken die een verbond sluiten. In Daniël 9.27
wordt echter geen leider van de joodse staat genoemd. Dit behoeft op zich
geen probleem te zijn, want er zal toch een leider zijn om zijn
handtekening onder het verbond te zetten.
Twee vorsten
Maar waarom wordt de leider van de
joodse staat in Daniël 9.27 niet genoemd. Waarom staat er niet dat de
vorst van de heidense volkeren een verbond sluit met de vorst van de
velen? Deze vraag is gerechtvaardigd, omdat in Openbaring 13 die vorst van
Israel wél genoemd wordt.
Daar lezen wij:
 |
"En
ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en
tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden,
en op zijn hoofden was een naam van godslastering" Openbaring
13:1
|
Die zeven hoofden zijn de achtereenvolgende wereldrijken. De tien hoornen
komen overeen met de tien tenen. In vers 2 en 3 worden vervolgens
kenmerken van het beest uit de zee gegeven. Die kenmerken zullen we later
nog bespreken. Volgens vers 5 en 6 werd aan dat beest een mond gegeven om
lasteringen te spreken, zelfs tegen God. Kortom, we hebben hier te maken
met een uitbeelding van dat laatste wereldrijk, de tien-statenbond en de
koning daarvan. Het gaat om Babel met op aarde een mens als koning, maar
daarachter de macht van satan. Bovendien vindt het plaats in de 70ste week
van Daniël, omdat de tijdrekening erbij wordt gegeven. Vers 5 spreekt
immers over "twee en veertig maanden". Dat is de eerste helft
van de 70ste week. Vers 7 spreekt over de tweede helft van de 70ste week,
wanneer die vorst het verbond verbreekt en strijd voert tegen de heiligen.
Die vorst komt voort uit de zee. Dat komt overeen met de profetie van Daniël
7:3 waar ook vier grote dieren uit de zee klimmen (opkomen). De zee staat
voor de volkeren (Openbaring 17:15). Het beest uit de zee is de vorst van
een volk dat komen zal. (Daniël 9.26).
 |
"En
ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee
hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de
draak" Openbaring 13:11
|
"De aarde" is gelijk aan
"leem", dan wel "steen". We moeten aannemen, dat
wanneer de zee een beeld is van de heidense volkeren, de aarde een beeld
is van Israël. Dit beest uit de aarde is kennelijk degene die wij in Daniël
9:27 missen. De leider van "de velen" der joodse staat.
 |
"En
het (beest uit de aarde) oefent al de macht van het eerste
beest, in tegenwoordigheid (aanwezigheid) van hetzelve, en het
maakt, dat de aarde (het land), en die daarin wonen het eerste
beest aanbidden, wiens dodelijke wonde genezen was" Openbaring
13:12.
(Het
genezen van de dodelijke wonde staat vermeld in : Openbaring
13:3).
|
Die twee beesten (vorsten) bestaan tegelijkertijd en zijn tegelijkertijd
aan de macht. Verder staat er :
 |
"En
het (het beest uit de aarde)
doet grote tekenen, zodat het ook vuur uit den hemel doet
afkomen op de aarde (in het land),
voor de mensen. En verleidt degenen, die op de aarde (in
het land) wonen, door de tekenen, die aan hetzelve te
doen gegeven zijn in de tegenwoordigheid van het
(eerste) beest; zeggende tot degenen, die op de aarde
(in het land) wonen, dat zij het
beest, dat de wond des zwaards had, en weder leefde, een beeld
zouden maken. En hetzelve werd macht gegeven om het
beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het
beest ook zou spreken, en maken, dat allen, die het beeld van
het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden"
Openbaring 13: 13-15
|
De toekomstige “leider” van Israël zal Israël oproepen zich te
verbinden aan de vorst van de tien-statenbond. Dit laatste wereldrijk
wordt uiteindelijk geregeerd vanuit een hersteld Babel. Dat betekent, dat
er in iemand opstaat, die Israël aanbeveelt zich aan de koning van Babel
te onderwerpen. Bij Babel denken we in de eerste plaats aan het midden
oosten en dus aan de Arabische volkeren. Zij horen precies tot het
voormalige rijk van Alexander de Grote.
Het beeld van Openbaring 13:14 is eigenlijk dezelfde als het beeld dat
Nebukadnezar liet oprichten in Daniël 3:1. Dat was zestig ellen hoog. Men
moest ervoor buigen, omdat men anders in de vurige oven werd geworpen. Het
stelde Nebukadnezar en daarmee Babel voor. Het beeld in Openbaring 13 is
óók de koning van Babel. Aan hem zal men zich moeten onderwerpen. Met
hem zal men een verbond moeten sluiten.
In Openbaring 13 vinden we twee leiders. De eerste is die van de heidense
(de Arabische) wereld. De tweede is de leider van Israël. Die twee
leiders sluiten samen een verbond.
Het tweede beest
Maar wie is die leider van Israël?
Vers 11 leert, dat hij twee hoornen, des Lams gelijk, had. Het Lam is de
koning van Israël, namelijk Christus' Zelf. Het beest uit de aarde lijkt
er wel op, maar hij is het niet. Hij is de christus in plaats van de
Christus; de anti-christ uit de brieven van Johannes. Als de uiteindelijke
Koning van Israël komt als de Zoon van David, zal Hij volgens de profetieën
Israël tot eenheid maken (Ezechiël 37:19-22). Hij zal de twee verenigen.
Het volk Israël was twee, namelijk de joden (het 2-stammenrijk) en Israël
(het 10-stammenrijk). Daar gaat het hier in Openbaring 13 blijkbaar over.
De voor de hand liggende verklaring is, dat die twee hoornen staan voor de
beide volken; de twee en de tien stammen van Israël. De tien stammen
zouden immers ter gelegenheid van de wederkomst van Christus uit de
verborgenheid terugkeren.
Wanneer het beest uit de aarde twee hoornen heeft, wil dat zeggen, dat hij
niet alleen de vertegenwoordiger van de joodse staat (van de joden) is,
maar ook van de tien stammen van Israël. In die positie sluit hij een
verbond met de koning van Babel. Dit beest uit de aarde is ook de valse
profeet. Hij predikt een valse boodschap en sluit een verbond met de
verkeerde god. Met die van Babel en niet met die van Jeruzalem.
Kortom, wanneer we in Openbaring
13 lezen over die twee grootmachten die met elkaar overeenkomen, dan is de
één in de praktijk de vertegenwoordiger van alle heidense volkeren en de
andere, de vertegenwoordiger van geheel Israël.
De 10 stammen
Het probleem en de zwakheid van
dit betoog is, dat we deze tien stammen zouden willen aanwijzen. De enige
onderbouwde en zinnige verklaring die ik ken, is dat de tien stammen
tegenwoordig gevonden worden in de Angelsaksische volkeren. In het
algemeen zijn dat de Engels sprekende volkeren, met de nadruk op Groot
Brittannië en de Verenigde Staten van Noord Amerika. Het gaat er niet om
welke individuen daarbij horen, maar om de plaatsen en volkeren die
erfgenaam zijn van de 10 stammen van Israël. Engeland is daarbij met name
de vertegenwoordiger van de stam van Efraïm (zoon van Jozef) en de
Verenigde Staten van Noord-Amerika zijn vertegenwoordiger van de stam van
Manasse (zoon van Jozef).
Jozef was de eerstgeborene van Jakob. Manasse en Efraïm zijn de twee
stammen die uit Jozef voortgekomen zijn (Genesis 48:5). Het
eerstgeboorterecht hoorde van nature bij Manasse (Genesis 41:51). In
geestelijke zin is Efraïm echter de eerstgeborene (Genesis 48:14) Als wij
rekenen naar de aardse en natuurlijke situatie van de volkeren, zou het
eerstgeboorterecht van de stammen van Israël terechtkomen bij Manasse.
Naar mijn beste weten is dat bij de Verenigde Staten. Ik heb daar geen
kort bijbels argument voor. Maar ik haal dit toch aan, omdat mijns inziens
inmiddels wel is gebeleken dat het klopt. Niet slechts uit de Bijbel, maar
zeker ook uit de ontwikkelingen die in onze dagen plaats vinden.
In Openbaring 13 wordt een vorst genoemd met twee hoornen, die in verband
staan met de twee en de tien stammen van Israël. In Daniël 9 wordt die
vorst echter niet genoemd. Een ander verschil met Daniël 9 is, dat het
daar niet gaat over twee en tien stammen, maar alleen over twee stammen,
Daniëls volk en heilige stad.
Wanneer we de twee profetieën
naast elkaar leggen, komen we tot het enig denkbare antwoord: De vorst van
Israël komt uit de tien stammen en niet uit de joodse staat.
De Arabische wereld was en is in
conflict met Israël. Het zal duidelijk zijn, dat de Arabische macht
tegenover de macht van de Verenigde Staten en bondgenoten aardig in
evenwicht is. De machten zijn van elkaar afhankelijk en ze kunnen op
gelijke voet met elkaar praten. Dat kan een vertegenwoordiger van de
joodse staat nooit, omdat die altijd de zwakste positie heeft. De joodse
staat bestaat bij de gratie van de Verenigde Staten. Dat betekent, dat
Juda bestaat bij de gratie van Jozef.
De 10 staten
Teruggaand naar Daniël 2 hoop ik,
dat de dingen intussen duidelijker zijn geworden. Wij verwachten volgens
Daniël 2, dat er aan het eind van de geschiedenis der volkeren een rijk
zal ontstaan van tien volkeren vermengd met leem. Leem is een beeld van
Israël in het algemeen. Het kan in Daniël 2 moeilijk een type zijn van
het joodse volk, omdat de tien (tenen, volkeren) met het joodse volk een
verbond zouden sluiten. Dan zijn het er tien plus één. Elf dus. Het leem
kan echter wél een beeld van de tien stammen van Israël (Amerika,
Engeland etc.) zijn. De gedachte is dan dat die tien-statenbond ontstaat
door de invloed en bemiddeling van Amerika.
De tien-statenbond moeten we overigens niet zoeken in Europa, maar in de
Arabische wereld rondom Babel. De gedachte dat het Europa zou zijn, is
voortgekomen uit de veronderstelling dat Babel Rome zou zijn. Men gelooft
daarom ook dikwijls in een hersteld Romeins rijk. Babel is echter Babel en
ligt in het MiddenOosten. Het was laatstelijk de hoofdstad van het
Grieks-Macedonische rijk van Alexander de Grote. Een hersteld Grieks rijk
beantwoordt ook op andere gronden veel meer aan de bijbelse
toekomstverwachting.
Het leem is weliswaar een beeld van Israël, maar blijkbaar niet van de
joodse staat, omdat dat een aparte teen zou moeten zijn. Er zouden dan
één teen van leem en tien van ijzer zijn. Leem kan wél een beeld van de
tien stammen van Israël zijn. Die tien stammen doen dan hun invloed
gelden in de Arabische wereld, waardoor uiteindelijk die Arabische wereld
verenigd wordt. Het opmerkelijke is dat sinds tientallen jaren de
Arabische landen wéér bestaan mede door de twee wereldoorlogen en door
de aanwezigheid van aardolie. Er is sindsdien geprobeerd de Arabische
volkeren te verenigen. Tot nu toe zijn er onderlinge oorlogen. De
Verenigde Arabische Republiek, het grote ideaal van wijlen president
Nasser van Egypte, is nog steeds niet tot stand gekomen. Maar door de
invloed van het leem zal het zeker komen. Dat leem kan heel goed Amerika
zijn, omdat de invloed van Amerika inmiddels een duidelijke zaak is.
Het merkwaardige van de situatie is, dat Amerika niet alleen veel invloed
heeft in de Arabische wereld, maar ook in de joodse staat, terwijl de
Arabische volkeren en de joodse staat juist aartsvijanden zijn. Beiden
zijn nu min of meer afhankelijk van Amerika. De invloed van Amerika zou
met of zonder militair geweld tot gevolg kunnen hebben, dat de Arabische
volkeren tot eenheid komen. Maar door de afhankelijkheid der joodse staat
van Amerika ligt het voor de hand dat er ook een verbond komt met de
joodse staat. Het zijn twee verschillende zaken, die buiten elkaar om
blijven bestaan. Het wordt niet een geheel, maar er komt wel een verbond
tussen de tien-statenbond en de joodse staat. Dat kan door de invloed van
het leem, ofwel door de invloed van de Verenigde Staten.
Koper, IJzer en Leem
De volgorde van de wereldrijken is
in Daniël 2 niet steeds dezelfde. De volgorde in het visioen van vers 32
en 33 is: goud, zilver, koper, ijzer en leem. Dat is de volgorde van boven
naar beneden in de verschijning van het beeld. Het is de historische
volgorde. In vers 34 en 35 lezen we een andere volgorde.
 |
"Dit
zaagt gij, totdat er een steen afgehouwen werd zonder handen,
die sloeg dat beeld aan zijn voeten van ijzer en leem, en
vermaalde ze. Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem,
koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de
dorsvloeren des zomers, en de wind nam ze weg, en er werd geen
plaats voor dezelve gevonden; maar de steen, die het beeld
geslagen heeft, werd tot een groten berg, alzo dat hij de gehele
aarde vervulde." Dan. 2:34,35
|
IJzer, Leem en Koper
In vers 35 is de volgorde: het
ijzer, leem, koper, zilver en goud. De volgorde is nu van onder naar
boven, omdat de steen eerst de voeten van het beeld vermaalt (vers 34).
IJzer en leem zijn echter verwisseld. Verwacht mocht worden, dat er zou
staan: leem, ijzer, koper, zilver en goud. De volgorde van ijzer en leem
speelt geen rol meer. De enige verklaring is, dat de volgorde niet
belangrijk is, omdat ijzer en leem daar als een eenheid worden beschouwd
en dus te samen worden vermaald. Dat is het Arabische wereldrijk met Babel
als hoofdstad, ontstaan door de invloed van Amerika.
IJzer, Koper en Leem
In vers 45 vinden we nog een
andere volgorde.
 |
"Daarom
hebt gij gezien, dat uit den berg een steen zonder handen
afgehouwen is geworden, die het ijzer, koper, leem, zilver en
goud vermaalde; de grote God heeft den koning bekend gemaakt,
wat hierna geschieden zal; de droom nu is gewis, en zijn
uitlegging is zeker." Dan. 2: 45
|
In dit vers is niet alleen de volgorde van ijzer en leem omgedraaid, maar
de plaats van koper is ook verwisseld. Het koper staat nu tussen ijzer en
leem in. Het leem, dat het laatste was in vers 33, schuift in vers 35 een
plaatsje op. In vers 45 schuift het leem nog een plaatsje op. Zilver en
goud zijn steeds met elkaar verbonden door het woordje "en".
Zilver en goud staan op dezelfde plaats en vormen een soort eenheid. De
andere drie namen worden door elkaar genoemd.
De oorspronkelijke volgorde van de wereldrijken wordt daarmee niet door
elkaar gegooid. De oorspronkelijke volgorde was: koper, ijzer en leem. Dat
zijn het Griekse, het Romeinse rijk en het laatste wereldrijk met het leem
erin.
Het eigenaardige is, dat in de verwisseling van ijzer en leem ook koper
betrokken is. Dat betekent, dat het laatste wereldrijk niet alleen uit
ijzer en leem, maar bij nader inzien óók uit koper bestaat. Het rijk is
ook goud. Het gouden hoofd (Babel en de stad Babel) zal ook verwoest
worden. Het is ook zilver. Dat staat voor het Medo-Perzische rijk (Iran),
dat ook nog een belangrijke rol in het geheel zal spelen. Het gaat er nu
om, dat de laatste fase van de wereldrijken de meeste kenmerken van ijzer,
koper en leem heeft. Het is het ijzeren westerse Romeinse rijk. Het is ook
leem vanwege de invloed van Israël, met name van de tien stammen. Het is
ook koper.
De harige bok
Het koper is de aanduiding van het
Griekse rijk van Alexander de Grote. We vinden dat letterlijk vermeld in
Daniël 8, waarin we vanaf vers 3 een visioen vinden over een ram, die er
eerst is, en over een bok, die de ram terneer werpt en verslaat. "De
ram met de twee hoornen, dien gij gezien hebt, zijn de koningen der Meden
en der Perzen. Die harige bok nu, is de koning van Griekenland; en de
grote hoorn, welke tussen zijn ogen is, is de eerste koning" (vers
20,21). Hier wordt gezegd, dat het Medo-Perzische rijk veroverd zou worden
door de -harige bok, ofwel de koning van Griekenland (Alexander de Grote).
Hij wordt de eerste koning genoemd. Vers 22 meldt dat, toen Alexander de
Grote stierf, zijn rijk in vieren verdeeld werd: "Dat er nu vier aan
zijn plaats stonden, toen hij verbroken was; vier koninkrijken zullen uit
dat volk ontstaan, doch niet met zijn kracht." Die vier koninkrijken
waren de koningen van het noorden, zuiden, oosten en westen. Uit één van
de vier delen van het voormalige Griekse rijk zou een andere koning
opstaan.
Vanaf Daniël 8:8 staat:
 |
"En
de geitebok (Alexander de Grote)
maakte zich uitermate groot; maar toen hij sterk geworden was (toen
het rijk was opgericht), brak die grote hoorn (hij
stierf en de herbouw van Babel stopte), en er kwamen
op aan deszelfs plaats vier aanzienlijke (hoorns),
naar de vier winden des hemels (noord, oost,
zuid en west). En uit een van die kwam voort een
kleine hoorn, welke uitnemend groot werd, tegen het zuiden, en
tegen het oosten, en tegen het sierlijke land (het
westen). En hij werd groot tot aan het heir des
hemels; en hij wierp er sommigen van dat heir, namelijk van de
sterren, ter aarde neder, en hij vertrad ze". Dan.
8:8
|
De kleine hoorn
Die ene hoorn kwam uit het
noorden. Hij werd groot tegen Israël (het heir des
hemels). Die koning uit het noorden was de beruchte Antiochus
Epiphanes. Het eigenaardige is, dat van de beschrijving van deze koning
meteen wordt overgesprongen naar de beschrijving van de allerlaatste
koning van het heidense wereldrijk (de tien-statenbond),
ofwel de uiteindelijke koning van Babel. De eigenaardigheid van dit
hoofdstuk (8) is, dat niet de lijn van de wereldrijken gevolgd wordt via
het Griekse rijk, het Romeinse rijk en dan de tien-statenbond, maar dat
meteen vanuit het Griekse rijk wordt overgesprongen naar de eindtijd en de
wederkomst van Christus. Dat is zo, omdat het laatste wereldrijk inderdaad
beschouwd kan worden als het herstel van het voormalige Griekse rijk van
Alexander de Grote. Alexander was een grote hoorn, maar hij werd
afgebroken en daardoor werd de herbouw van Babel gestopt.
Uit één van zijn opvolgers komt
weer een grote hoorn voort. Die zal Babel wél herbouwen en daar de koning
van zijn. Die hoorn zal zonder hand verbroken worden. Dat lezen we in Daniël
8:23-25:
 |
"Doch
op het laatste huns koninkrijks, als het de afvalligen (ongelovig
Israël) op het hoogste gebracht zullen hebben, zo
zal er een koning staan, stijf van aangezicht, en raadselen
verstaande; En zijn kracht zal sterk worden, doch niet door zijn
kracht; en hij zal het wonderlijk verderven, en zal geluk (voorspoed)
hebben, en zal het doen; en hij zal de sterken, mitsgaders het
heilige volk verderven; En door zijn kloekheid zo zal hij de
bedriegerij doen gedijen in zijn hand; en hij zal zich in zijn
hart verheffen; en in stille rust zal hij er velen verderven, en
zal staan tegen den Vorst der vorsten, doch hij zal zonder hand
verbroken worden." Dan. 8:23-25
|
"Op het laatste huns
koninkrijks" (vers 23) wil zeggen, dat
er een sprong gemaakt wordt van ongeveer 170 v. Chr. naar de eindtijd. De
beschrijving springt van Antiochus Epiphanes over naar de de laatste
koning van Babel, het beest uit de zee uit Openbaring 13. De laatste
koning is voor ons van belang. Vers 24 zegt,
dat die koning sterk zal worden door de kracht van satan (Vergelijk
Openbaring 13:2). Die koning zal "wonderlijk
verderven". Dat wil zeggen, dat hij wonderen zal doen en verderf zal
brengen. Vers 25 zegt, dat die koning zich in
zijn hart zal verheffen. Dat is een kenmerk van satan (Jesaja
14:13). Die koning wordt verbroken door de steen die zonder
handen zal worden afgehouwen (Daniël 2:45).
We hebben nu gezien, dat we in Daniël 8 vanuit het Griekse rijk (koper)
in de eindtijd terechtkomen. Het laatste rijk mag dan in eerste instantie
als ijzer en leem beschreven worden, maar bij nader inzien blijkt ook het
koper van het voorgaande aanwezig te zijn. Het Griekse rijk was het rijk
in het Midden-Oosten over de Arabische wereld rondom Babel.
De luipaard
In Openbaring 13 waar het beest
uit de zee beschreven wordt, krijgen we nog een verwijzing naar het
Griekse rijk.
 |
"En
ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en
tien hoornen (de tien-statenbond); en op zijn hoornen waren tien
koninklijke hoeden (kronen), en op zijn hoofden was een naam van
gods-lastering. En het beest dat ik zag, was een pardel gelijk,
en zijn voeten als eens beers voeten, en zijn mond als de mond
eens leeuws; en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en
grote macht. En ik zag een van zijn hoofden als tot den dood
gewond, en zijn dodelijke wonde werd genezen; en de gehele
aarde verwonderde zich achter het beest
Openbaring
13: 1-3
|
Het beest uit de zee was een
pardel gelijk! Een pardel is een luipaard. Er staat niet, dat het beest
uit de zee iets van een luipaard had of van een beer, een leeuw of een
draak. Nee, er staat dat hij een pardel (een luipaard)
gelijk was, met voeten als van een beer, een mond als van een leeuw en
kracht van de draak. De luipaard is reeds in Daniël 7 een beeld van het
Griekse rijk. De beer van het MedoPerzische en de leeuw van het
Babylonische rijk. In Daniël 2 worden die rijken voorgesteld door koper,
zilver en goud. De luipaard komt overeen met het koper, ofwel met het
Griekse rijk. Hoewel er in het beest uit de zee in Openbaring 13 kenmerken
van de andere rijken te vinden zijn, al was het maar omdat Babel de
hoofdstad van die rijken was, is het nochtans het herleefde Griekse rijk
dat hier wordt gezien.
Nu is het ook niet moeilijk om Openbaring 13:3 te verklaren. Die hoofden
zijn een uitbeelding van de achtereenvolgende wereldrijken. Het hoofd met
de dodelijke wonde is het hoofd van het Griekse rijk. Het genezen van die
wond is de herleving van een rijk dat in voorgaande tijd geweest is. Het
is niet het herstel van het Romeinse rijk (het ijzer), daar dat in zekere
zin nooit weg is geweest en in de dagen van het nieuwe testament zelfs nog
duidelijk aanwezig was. Het Griekse rijk (het koper)
is wel weg geweest en dat geldt ook voor het zilver en het goud. Het
Griekse rijk komt in de eindtijd weer terug.
Een andere concrete aanwijzing daarvoor is die van Zacharia 9, waar over
de uiteindelijke ondergang van de volkeren en het oprichten van het
Messiaanse rijk gesproken wordt. De grote vijand van Israël in die dagen
heet daar Griekenland.
In vers 5 en 6 worden eerst de
steden van de Filistijnen (Palestijnen) genoemd en uiteindelijk wordt de
naam van het rijk genoemd. Griekenland is niet de naam van het land op
onze atlas, maar van het Grieks-Macedonische rijk uit de dagen van
Alexander de Grote.
Babel
IJzer, leem en koper zijn dus
gezamenlijk de aanduiding van het laatste heidense wereldrijk. Daarbij
staat het ijzer voor de hardheid van een sterke arabische wereld. Leem
voor de tien stammen van Israel, die teruggevonden worden in de
angel-saksische volkeren, primair vertegenwoordigd door Groot-Brittannië
en de Verenigde Staten van Noord Amerika. En het koper verwijst naar een
groot rijk in het midden-oosten met Babel als hoofdstad. Wie zou kunnen
ontkennen, dat deze bijbelse profetieën binnen afzienbare tijd hun
vervulling zullen,bereiken?
Het is dit rijk, dat een verbond zal sluiten met de joodse staat aan het
begin van de zeventigste week van Daniël 9. Maar juist in verband daarmee
verwachten wij het koninkrijk van de Steen, dat de gehele aarde zal
vullen. Het onvergankelijke koninkrijk van onze grote God en Zaligmaker,
Christus Jezus.
|