|
De woorden gemeente en
gemeenten komen in het nieuwe testament 112 maal voor, altijd als
vertaling van "ecclesia". Met de bijbelse kwalificaties lezen
wij o.a. over "de gemeente Gods" en "de gemeente der
eerstgeborenen", waarmee gezinspeeld wordt op de goddelijke Stichter
en Eigenaar van de gemeente. Ook lezen wij over "de gemeente te
Antiochië", "de gemeente Gods die te Korinthe is",
"de gemeenten in Azië", "de gemeenten in Galatië",
enz. Deze kwalificaties duiden op de verschillende geografische locaties
van de gemeenten Gods. Maar wat is de betekenis van dit woord gemeente?
1. Wat is de Gemeente
Het gebruik van een bijbels
woord buiten de bijbelse betekenis is immers een verkrachting van de
Bijbel!
 |
"En
heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der
Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; Welke Zijn
lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die alles in allen
vervult." Ef. 1:22-23 |
 |
"En
Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die
het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen
de Eerste zou zijn."
Kol. 1:18 |
 |
"Die
mij nu verblijd in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees
de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn
lichaam, hetwelk is de Gemeente." Kol.
1:24 |
De gemeente is "het
lichaam van Christus". En als lichaam van Christus omvat het
vanzelfsprekend al zijn leden. Geen sekte of genootschap bevat alle leden
van het lichaam van Christus en daarom is geen sekte of genootschap de
gemeente Gods. Laten wij dan als oprechte gelovigen, die verwachten
geoordeeld te worden door het Woord Gods, nooit iets de gemeente noemen
dan alleen het lichaam van Christus; d.i. de geredden, de verlosten,
hetzij universeel, of in een gegeven plaats.
2. Wie is de stichter der gemeente
Ons wordt gezegd dat
Abraham ..
 |
"..verwachtte
de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester
God is." Heb. 11:10 |
En in het volgende hoofdstuk schrijft de apostel aan de gelovigen:
 |
"Maar
gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden
Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der
engelen; Tot de algemene vergadering en (n.l.) de Gemeente der
eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God,
den Rechter over allen, en de geesten der volmaakte
rechtvaardigen; En tot den Middelaar des nieuwen testaments,
Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt
dan Abel." Heb.
12:22-24 |
In onze tegenwoordige
bedeling zijn wij als gelovigen gekomen tot die stad "welker
Kunstenaar en Bouwmeester God is" en die wordt genoemd "de
Gemeente der eerstgeborenen." Heb.
12:23
Christus, de Zoon Gods, is de Stichter, Bouwer en Maker van de gemeente.
 |
"Want
Deze (Christus Jezus, vs.1) is zoveel meerder heerlijkheid
waardig geacht dan Mozes, als degene, die het huis gebouwd
heeft, meerder eer heeft, dan het huis. Want een ieder huis
wordt van iemand gebouwd; maar Die dit alles gebouwd heeft, is
God." Heb. 3:3-4 |
 |
"Zo hebt dan
acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige
Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te
weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed." Hand.
20:28
|
 |
"Gij mannen,
hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente
liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;
Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad
des waters door het Woord; Opdat Hij haar Zichzelven heerlijk
zou voorstellen, een Gemeente, die geen vlek of rimpel heeft, of
iets dergelijks, maar dat zij zou heilig zijn en
onberispelijk." Ef.
5:25-27
|
 |
"Op deze
petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen
dezelve niet overweldigen." Mat.
16:18
|
Deze schriftplaatsen uit
vele demonstreren duidelijk dat Christus de gemeente kocht, stichtte en
bouwde. En daaruit volgt dat een door mensen gesticht of gebouwd instituut
onmogelijk de gemeente Gods kan zijn.
3. Wanneer werd de gemeente gesticht
De laatst geciteerde tekst,
Mat. 16:18, ziet de bouw van de gemeente nog in de toekomst. Maar nadien
lezen wij:
 |
"Gods
akkerwerk, Gods gebouw zijt gij." 1Kor.
3:9
|
 |
"Gebouwd op
het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus
is de uiterste Hoeksteen; Op Welken het gehele gebouw,
bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel
in den Heere; Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een
woonstede Gods in den Geest." Ef.
2:20-22
|
 |
"Zo wordt
gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk
huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op
te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus." 1Pet.
2:5
|
Voor zijn lijden en dood
zei de Heere Jezus: "Ik zal mijn gemeente bouwen." En na
zijn opstanding zeiden de apostelen: "Gods gebouw zijt gij."
Het is ongetwijfeld juist, dat de
voorbereidingen tot de bouw begonnen door de bedieningen van Johannes de
Doper en de Heere Jezus. Velen kwamen daardoor tot bekering en vormden
bouwmateriaal voor de gemeente. Maar de komst van de Heilige Geest was het
tijdstip van het begin van de stichting en bouw van de gemeente in de
praktijk, zoals blijkt uit de geschiedenis van Hand. 2 en uit b.v. de
volgende verzen:
 |
"En er is
verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die
alles in allen werkt." 1Kor.
12:6
|
 |
"Doch deze
dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een
iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil. Want gelijk het
lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene
lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook Christus.
Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt;
hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij
vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt." 1Kor.
12:11-13
|
 |
"Maar nu
heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het
lichaam, gelijk Hij gewild heeft." 1Kor.
12:18
|
 |
"Doch onze
sierlijke (leden) hebben het niet van node; maar God heeft het
lichaam alzo samengevoegd, gevende overvloediger eer aan hetgeen
gebrek aan dezelve heeft." 1Kor.
12:24
|
De gemeente wordt gedefinieerd als..
 |
"..de
Gemeente….. Welke Zijn lichaam is, en de vervulling Desgenen, Die
alles in allen vervult." Ef.
1:22-23
|
De eigenlijke gemeente
bestond dus niet voor de vervulling van Christus in zijn opstanding,
verhoging en verheerlijking. Sindsdien wordt..
 |
"..het gehele
lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt."
Ef. 4:16
|
Waar de opstanding van
Christus en de komst van de Heilige Geest de tijd bepaalt van de
oprichting van de gemeente, volgt daaruit dat elk genootschap of instituut
dat later is ontstaan niet is de gemeente Gods, maar een product van
verwarring, geboren uit andere tijden en omstandigheden.
4. Wie is het fundament der gemeente
 |
"Daarom, alzo
zegt de Heere Heere: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een
beproefden steen, een kostelijken hoeksteen, die wel vast
gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten." Jes.
28:16
|
 |
"Want wie is
God, behalve de Heere? En wie is een Rotssteen, dan alleen onze
God?" Ps. 18:32
|
 |
"Want
niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is,
hetwelk is Jezus Christus." 1Kor.
3:11
|
 |
"Gebouwd op
het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus
is de uiterste Hoeksteen; Op Welken het gehele gebouw,
bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel
in den Heere." Ef.
2:20-21
|
In dit laatste vers zien
wij, dat de apostelen beschouwd worden als fundament-stenen. Indien wij de
"petra" (de steen) in Mat.16:18 zouden toepassen op Petrus zelf
is dat niet in strijd met de Schrift. Petrus was immers een van de
apostelen. Dit wordt ook bevestigd als gezegd wordt:..
 |
"..En
de muur der stad had twaalf fondamenten, en in dezelve de namen
der twaalf apostelen des Lams." Op.
21:14
|
Maar Christus Zelf is het onderliggende universele fundament. De
apostelen, als eersten gekozen en geïnspireerd om ons de
nieuwtestamentische schriften te geven, waren fundament-stenen. Zij namen
een positie in tussen Christus, de Rots, en de rest van het bouwwerk.
En Christus is de enige Rots, ..
 |
"want
niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is,
hetwelk is Jezus Christus." 1Kor.
3:11
|
Op één fundament kan slechts één gebouw staan. Christus bouwde zijn
gemeente op zichzelf. Alle later gebouwde organisaties buiten Christus als
fundament zijn onbijbels en moeten en zullen vergaan.
5. Wie is het hoofd der
gemeente
 |
"En
heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem aan de
Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen." Ef.
1:22
|
 |
"Maar
de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in
Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus; Uit Welken het gehele
lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde,
door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een
iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot
zijns zelfs opbouwing in de liefde."
Ef. 4:15-16
|
 |
"Want
de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der
Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams. Daarom, gelijk
de Gemeente aan Christus onderdanig is, alzo ook de vrouwen aan
haar eigen mannen in alles." Ef.
5:23-24
|
 |
"En
Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die
het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen
de Eerste zou zijn."
Kol. 1:18
|
 |
"Dat
dan niemand u overheerse naar zijn wil in nederigheid en dienst
der engelen, intredende in hetgeen hij niet gezien heeft,
tevergeefs opgeblazen zijnde door het verstand zijns vleses; En
het Hoofd niet behoudende, uit hetwelk het gehele lichaam, door
de samenvoegselen en samenbindingen voorzien en samengevoegd
zijnde, opwast met goddelijken wasdom."
Kol. 2:18-19
|
Het hoofd van een instelling is haar wetgever:
 |
"Want de
Heere is onze Rechter, de Heere is onze Wetgever, de Heere is
onze Koning. Hij zal ons behouden." Jes.
33:22
|
 |
"Er is een
enig Wetgever, Die behouden kan en verderven. Doch wie zijt gij,
die een anderen oordeelt?" Jak.
4:12
|
Er is maar één hoofd; er
kan dus maar één lichaam zijn!
6. Wie is de deur der
gemeente
 |
"Jezus dan
zeide wederom tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Ik ben de
Deur der schapen….. Ik ben de Deur; indien iemand door Mij
ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan,
en weide vinden." Joh.
10:7-9
|
 |
"Want door
Hem hebben wij beiden (Jood en Heiden) den toegang door een
Geest tot den Vader." Ef.
2:18
|
In deze teksten zien wij
duidelijk dat Christus is de deur tot de gemeente en de zaligheid. Deze
deur staat altijd open en niemand dan Hij kan die sluiten. Op.
3:7, 8 Christus is niet de deur van
een of andere sekte. En daarom kan geen enkele groepering de gemeente Gods
zijn. Bekering en geloof kan niemand lid maken van een of ander instituut
of sekte en daarom zijn zij niet de gemeente Gods. Alle sekten of
organisaties hebben een deur, een wijze van toelating van leden, die door
mensen wordt geopend of gesloten. Zij zijn daarom niet de gemeente Gods,
waarvan de deur geen mens kan openen of sluiten. Zij zijn dus niet Zijn
gemeente.
7. Toetreding tot de
gemeente
 |
"En
dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis
tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en
eenvoudigheid des harten; En prezen God, en hadden genade bij
het ganse volk. En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die
zalig werden." Hand.
2:46-47
|
 |
"Maar nu
heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het
lichaam, gelijk Hij gewild heeft." 1Kor.
12:18
|
 |
"Want ook
wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij
Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en
wij zijn allen tot een Geest gedrenkt." 1Kor.
12:13
|
Het toevoegen aan het
lichaam of aan de gemeente wordt hier toegeschreven aan de Heere Jezus,
aan God en aan de Heilige Geest. Maar God voegt mensen niet toe aan een
organisatie of sekte. Zij zijn daarom niet zijn gemeente!
8. Wie zijn de leden der gemeente
Indien zoals wij gezien
hebben bekering en wedergeboorte het proces zijn waardoor men wordt
toegevoegd aan de gemeente, volgt daaruit dat er in de gemeente niemand is
die niet gelovig en dus wedergeboren is. De gemeente is "al (heel)
het geslacht in de hemelen en op de aarde." Ef.3:15
En dit geslacht bestaat uit "huisgenoten Gods" Ef.
2:19 Daaruit volgt, dat alleen
"kinderen Gods", Joh. 1:12
"uit God geboren" Joh.
1:13 of "uit de Geest
geboren", Joh. 3:5-8
er deel van uitmaken.
9. Wie organiseert de
gemeente
Het woord "organiseren" vinden wij
niet in de Bijbel. Het woordenboek definieert het als: "van organen
voorzien; zodanig regelen dat verschillende onderdelen van iets een
samenhangend geheel vormen en goed samenwerken."
De gemeente Gods is van
organen voorzien en is daarom een organisch geheel. Maar wie is haar
organisator? Wie voorzien haar van organen?
 |
"Want dezen
wordt door den Geest gegeven het woord der wijsheid, en een
ander het woord der kennis, door denzelfden Geest; En een ander
het geloof, door denzelfden Geest; en een ander de gaven der
gezondmakingen, door denzelfden Geest. En een ander de werkingen
der krachten; en een ander profetie; en een ander
onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en
een ander uitlegging der talen. Doch deze dingen alle werkt een
en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder,
gelijkerwijs Hij wil." 1Kor.
12:8-11
|
 |
"En
gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het
bijzonder. En God heeft er sommigen in de Gemeente gesteld, ten
eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, daarna
krachten, daarna gaven der gezondmakingen, behulpsels,
regeringen, menigerlei talen." 1Kor.
12:27-28
|
 |
"Zo hebt dan
acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige
Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te
weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed." Hand.
20:28
|
 |
"Niet dat
wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit
onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God; Die ons ook bekwaam
gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet
der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de
Geest maakt levend." 2Kor.
3:5-6
|
 |
"Die
nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is verre boven
al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou. En Dezelfde
heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten,
en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en
leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der
bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus; Totdat wij
allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van
den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte
der volheid van Christus." Ef.
4:10-13
|
Bovenstaande
schriftplaatsen bewijzen voldoende dat God Zelf de gemeente voorziet van
de benodigde organen, van alle noodzakelijke geestelijke gaven en
dienaren. Zij beantwoorden aan de definitie van organisatie. Maar wie
bepaalt de onderlinge samenhang?
 |
"Maar nu
heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het
lichaam, gelijk Hij gewild heeft….. Doch onze sierlijke hebben
het niet van node; maar God heeft het lichaam alzo samengevoegd,
gevende overvloediger eer aan hetgeen gebrek aan dezelve heeft;
Opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor
elkander gelijke zorg zouden dragen. 1Kor.
12:18, 24-25
|
 |
"Die
nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is verre boven
al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou. En Dezelfde
heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten,
en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en
leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der
bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus; Totdat wij
allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van
den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte
der volheid van Christus." Ef.
4:10-13
|
Ook andere schriftplaatsen tonen de harmonisatie van het lichaam van
Christus door de Heilige Geest en de hand Gods. De gemeente wordt dus
georganiseerd door de Heer zelf, Die de leden een eigen plaats geeft in
het lichaam zoals Hij wil. De mens moge dan een menselijke instelling
organiseren, maar nooit de gemeente welke Zijn lichaam is. Ef.
1:22-23
Welk mens zou dit recht van de Almachtige aan
zich kunnen trekken?
 |
"Een ieder
mens is onvernuftig geworden, zodat hij geen wetenschap heeft;
een ieder goudsmid is beschaamd van het gesneden beeld; want
zijn gegoten beeld is leugen, en er is geen geest in hen.
IJdelheid zijn zij, een werk van verleidingen; ten tijde hunner
bezoeking zullen zij vergaan. Jakobs deel is niet gelijk die;
want Hij is de Formeerder van alles, en Israel is de roede
Zijner erfenis; Heere der heirscharen is Zijn Naam." Jer.
51:17-19
|
De sekte-bazen zijn
verbaasd dat hun bouwwerken geen leven hebben. Zij noemen zich kerken of
gemeenten, maar zij zijn leugen en ijdelheid, een werk van verleidingen.
Maar Gods gemeente is door Hemzelf gemaakt; die oorspronkelijke gemeente
die Hij kocht door Zijn eigen bloed en die Hij bouwde vóór de opkomst
van de eerste sekten of menselijke instituten.
Wie een huis bouwt
organiseert het. Maar als anderen het huis in vier delen zouden zagen en
elk deel van het fundament stoten, zou dat disorganisatie en verwoesting
van het gebouw zijn. Als God dan door Zijn Geest en Woord vierhonderd
zielen zou redden in één stad, dan zou Hij die vierhonderd samenbrengen
in één lichaam.
Maar als vier predikers als
vertegenwoordigers van evenzoveel groeperingen elk hun eigen schismatische
organisatie zouden vormen van gelijke aantallen, blijken zij de moed te
hebben om te beweren dat zij elk een kerk georganiseerd hebben van honderd
leden. In werkelijkheid dragen zij echter bij aan de disorganisatie en
desintegratie van de ware gemeente!
Het organiseren van sekten,
het werk van mensen, is daarom het disorganiseren van de gemeente, het
bouwwerk van God. En daaruit volgt weer dat deze menselijke organisaties
het zegel van God missen. Zij zijn niet Zijn gemeente.
10. Hoeveel gemeenten
zijn er
Elke beschrijving van de
gemeente Gods toont haar eenheid:
 |
"Ik heb nog
andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook
toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een
kudde, en een Herder." Joh. 10:16
|
Wij hebben gezien dat
Christus het Hoofd is van de gemeente. En aangezien er maar één hoofd
is, is er maar één gemeente.
 |
"Want gelijk
wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet
dezelfde werking hebben; Alzo zijn wij velen een lichaam in
Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden." Rom.
12:4-5
|
 |
"Want gelijk
het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit
ene lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook
Christus. Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam
gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten,
hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt…..
Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar een lichaam."
1Kor.
12:12-13, 20
|
 |
"Want Hij is
onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur
des afscheidsels gebroken hebbende, Heeft Hij de vijandschap in
Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in
inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een
nieuwen mens zou scheppen, vrede makende; En opdat Hij die
beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de
vijandschap aan hetzelve gedood hebbende." Ef.
2:14-16
|
 |
"Een lichaam
is het, en een Geest, gelijkerwijs gij ook geroepen zijt tot een
hoop uwer roeping; Een Heere, een geloof, een doop, Een God en
Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u
allen." Ef. 4:4-6
|
 |
"En de vrede
Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in
een lichaam; en weest dankbaar." Kol.
3:15
|
Deze schriftplaatsen leren
ons ontegenzeggelijk dat er slechts één gemeente is, één ware
gemeente, zoals er ook slechts één God is, één ware God. Waar wij door
Christus geroepen zijn in één lichaam moet de roep in verschillende
lichamen wel antichristelijk zijn. Deze lichamen zijn niet de gemeente
Gods.
11. Gemeenten?
Het woord
"gemeente" komt dikwijls voor in het meervoud maar nooit in de
zin van denominaties of sekten. Waar gesproken wordt over meer dan één
gemeente duidt dit altijd op de éne gemeente van de levende God in
verschillende plaatsen.
 |
"De
Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden
vrede, en werden gesticht." Hand.
9:31
|
 |
"En als zij
derzelve stad het Evangelie verkondigd en vele discipelen
gemaakt hadden, keerden zij weder naar Lystre, en Ikonium, en
Antiochie….. En als zij in elke Gemeente, met opsteken der
handen, ouderlingen verkoren hadden, gebeden hebbende met
vasten, bevalen zij hen den Heere, in Welken zij geloofd
hadden." Hand. 14:21,
23
|
 |
"En hij
doorreisde Syrie en Cilicie, versterkende de Gemeenten."
Hand. 15:41
|
 |
"Die voor
mijn leven hun hals gesteld hebben; denwelken niet alleen ik
danke, maar ook al de Gemeenten der heidenen." Rom.
16:4
|
 |
"Daarom heb
ik Timotheus tot u gezonden, die mijn lieve en getrouwe zoon is
in den Heere, welke u zal indachtig maken mijn wegen, die in
Christus zijn, gelijkerwijs ik alom in alle Gemeenten
leer." 1Kor. 4:17
|
 |
"Doch gelijk
God aan een iegelijk heeft uitgedeeld, gelijk de Heere een
iegelijk geroepen heeft, dat hij alzo wandele; en alzo verordene
ik in al de Gemeenten." 1Kor.
7:17
|
 |
"Aangaande
nu de verzameling, die voor de heiligen geschiedt, gelijk als ik
aan de Gemeenten in Galatie verordend heb, doet ook gij
alzo." 1Kor. 16:1
|
 |
"U groeten
de Gemeenten van Azie." 1Kor.
16:19
|
 |
"En wij
hebben ook met hem gezonden den broeder, die lof heeft in het
Evangelie door al de Gemeenten." 2Kor.
8:18
|
Zo zien wij dat wanneer
gesproken wordt over meerdere gemeenten, dezen onveranderlijk dezelfde
gemeente Gods vormen in verschillende plaatsen of zelfs verschillende
landen.
Sprekend over de gemeente
in verschillende plaatsen zegt de apostel: "…..gelijkerwijs ik alom
in alle Gemeenten leer." "Gelijk als ik aan de Gemeenten in
Galatie verordend heb, doet ook gij alzo."
Indien deze gemeenten
verschillende denominaties of sekten waren, zoals die tegenwoordig
bestaan, zou één bisschop geen orders kunnen geven aan allen. Hij heeft
over hen immers geen jurisdictie!
Wij vinden daarom een groot
verschil tussen bijbelse gemeenten en sektarische afdelingen. De eersten
zijn allen één in Christus, de laatsten zijn afscheidingen en
uitdrukking van babylonische verwarring.
12. De eenheid der
gemeente
 |
"Heilige
Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij
een zijn, gelijk als Wij. Toen Ik met hen in de wereld was,
bewaarde Ik ze in Uw Naam." Joh.
17:11-12
|
 |
"En Ik bid
niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun
woord in Mij geloven zullen. Opdat zij allen een zijn,
gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons
een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En
Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt;
opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; Ik in hen, en Gij
in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld
bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt,
gelijk Gij Mij liefgehad hebt." Joh.
17:20-23
|
 |
"Maar ik bid
u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat
gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen
zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in
een zelfde gevoelen." 1Kor.
1:10
|
 |
"Daarin is
noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije;
daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus
Jezus." Gal. 3:28
|
 |
"Alleenlijk
wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus, opdat, hetzij ik
kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken moge horen,
dat gij staat in één geest, met één gemoed gezamenlijk
strijdende door het geloof des Evangelies." Fil.
1:27
|
 |
"Zo vervult
mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde
hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde." Fil.
2:2
|
 |
"Doch de God
der lijdzaamheid en der vertroosting geve u, dat gij eensgezind
zijt onder elkander naar Christus Jezus; Opdat gij
eendrachtelijk, met een mond, moogt verheerlijken den God en
Vader van onzen Heere Jezus Christus." Rom.
15:5-6
|
 |
"En de
menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en
niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware,
maar alle dingen waren hun gemeen." Hand.
4:32
|
Kan iemand deze verzen lezen zonder te worden
bepaald bij het schrijnend kontrast met de tegenwoordige kerkelijke
verwarring? Hebben de leden der verschillende groeperingen dezelfde zorg
voor elkaar? Nee, zij zijn niet één van gemoed en gevoelen. Zij zijn
niet één in naam, noch in geloof of lichaam. Zij zijn niet één van
hart en ziel of van geest. Zij zijn ook niet één van mond; zij spreken
niet dezelfde dingen. Zoals God de bouwers van Babel verwarde en zij allen
werden verdeeld en in verschillende talen spraken, zo zond Hij zijn
bliksemen van oordeel naar Rome, en sloeg er vele honderden protestantse
splinters af, die elk hun eigen dialect spreken. De gemeente, vergeleken
met het menselijk lichaam, wordt geacht slechts één mond te hebben. Dit
betekent volkomen harmonie in haar leringen.
Indien deze veelheid van groeperingen de
gemeente zou zijn, zou een monster met vele honderden monden, waarbij
iedere mond iets anders spreekt dan elke andere, nodig zijn om haar te
symboliseren. Daar het lichaam van Christus slechts één mond heeft en
dezelfde dingen spreekt is het duidelijk, dat de dialectische verwarring
tussen groeperingen niet de representatie is van dit lichaam.
13. Wat is de basis van
de eenheid
Ten eerste :
 |
"Gij allen
zijt één in Christus Jezus." Gal. 3:28
|
 |
"Alzo zijn
wij velen één lichaam in Christus." Rom. 12:5
|
Aangezien hier gesteld
wordt dat er slechts één lichaam in Christus Jezus is, volgt daaruit dat
de vele onderscheidene groeperingen als zodanig niet in Christus Jezus
zijn. Als wij allen één zijn in Christus Jezus is toetreding tot een
ander religieus lichaam dan dat van Christus niets anders dan sektarisme.
Ten Tweede :
 |
"Alzo zijn
wij velen één lichaam in Christus." Rom.
12:5
|
 |
"Heilige
Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij
een zijn, gelijk als Wij….. Ik bewaarde ze in Uw Naam." Joh
17:11-12
|
De gemeente wordt hier
genoemd bij de naam van God. De apostelen respecteerden dit gebed van de
Heere Jezus en verzorgden de gemeente in de naam van God.
 |
"Zo hebt dan
acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige
Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te
weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed." Hand.
20:28
|
 |
"Aan de
Gemeente Gods, die te Korinthe is." 1Kor.
1:2
|
 |
"Weest
zonder aanstoot te geven, en den Joden, en den Grieken, en der
Gemeente Gods. 1Kor. 10:32
|
 |
"Doch indien
iemand schijnt twistgierig te zijn, wij hebben zulke gewoonten
niet, noch de Gemeenten Gods." 1Kor.
11:16
|
 |
"Of veracht
gij de Gemeente Gods?" 1Kor.
11:22
|
 |
"Want ik ben
de minste van de apostelen, die niet waardig ben een apostel
genaamd te worden, daarom dat ik de Gemeente Gods vervolgd
heb."
1Kor. 15:9
|
 |
"Want gij
hebt mijn omgang gehoord, die eertijds in het Jodendom was, dat
ik uitnemend zeer de Gemeente Gods vervolgde, en dezelve
verwoestte."
Gal.
1:13
|
 |
"Want gij,
broeders, zijt navolgers geworden der Gemeenten Gods, die in
Judea zijn." 1Thes.
2:14
|
 |
"Alzo dat
wij zelven van u roemen in de Gemeenten Gods." 2Thes.
1:4
|
 |
"Want zo
iemand zijn eigen huis niet weet te regeren, hoe zal hij voor de
Gemeente Gods zorg dragen?" 1Tim.
3:5
|
 |
"Deze dingen
schrijf ik u, hopende zeer haast tot u te komen; Maar zo ik
vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet
verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar
en vastigheid der waarheid." 1Tim.
3:14-15
|
Dit waren dan twaalf
gevallen waarin de gemeente genoemd wordt naar de naam van God. Maar
aangezien er maar één gemeente is, was de kwalificatie "Gods"
niet altijd nodig. Daarom wordt gemakshalve gesproken over "de
gemeente" of de gemeente in een bepaalde locatie.
In de bijbelse aanduiding "gemeente
Gods" wordt God geëerd als Maker en Eigenaar van de gemeente. Zou
een aanduiding of naam waarin niet wordt aangegeven of God, de mens, of de
duivel de stichter en eigenaar is van de gemeente evenveel eer bewijzen
aan God? Bovendien zijn er al meer dan genoeg valse namen om de gelovigen
te verdelen en te verwarren. Daarom bad de Heere Jezus Christus tot de
Vader dat Hij hen zou bewaren in Zijn Naam, "opdat zij een zijn,
gelijk als Wij Een zijn." Joh.
17:22
Daarom zijn allen die zich verbinden aan een
andere naam schuldig aan scheuringen en verdeeldheid.
Ten derde :
 |
"Ik heb hun
Uw woord gegeven." Joh.
17:14
|
Dit sprak de Heer in Zijn gebed voor onze
eenheid. Het opdringen of onderschrijven van een andere belijdenis is het
maken van en toetreden tot een partij en als zodanig zonde tegen het
lichaam van Christus, de gemeente.
Er wordt wel gezegd, dat
deze organisaties nodig zijn om de wereld te bekeren. Maar de Heere Jezus
bad, dat al zijn discipelen één zouden zijn gelijk Hij en de Vader één
zijn "opdat de wereld gelove." Joh.
17:21
14. De band der
gemeenschap
Wat de gelovigen in de
praktijk één maakt is liefde.
 |
"En boven
dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der
volmaaktheid." Kol.
3:14
|
 |
"Opdat
hun harten vertroost mogen worden, en zij samengevoegd zijn in
de liefde, en dat tot allen rijkdom der volle verzekerdheid des
verstands, tot kennis der verborgenheid van God en den Vader, en
van Christus." Kol.
2:2
|
 |
"Wie
zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of
benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of
zwaard? (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den
gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.)
Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die
ons liefgehad heeft. Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch
leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch
tegenwoordige, noch toekomende dingen, Noch hoogte, noch diepte,
noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde
Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere." Rom.
8:35-39
|
15. Volmaking
Heiligmaking of volmaking
is het proces waardoor de leden ook in de praktijk volkomen één worden
met het lichaam en elkaar. In Zijn gebed voor eenheid bad de Heiland dat
de Vader de discipelen zou heiligen, maar ook degenen die door hun woord
zouden geloven; Joh. 17:20
hetgeen ook ons insluit.
 |
"En Ik heb
hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij
een zijn, gelijk als Wij Een zijn; Ik in hen, en Gij in Mij;
opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat
Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij
liefgehad hebt." Joh.
17:22-23
|
De hier genoemde verheerlijking, heiliging en volmaking duiden alle op
dezelfde zaak: de eenheid van de gelovigen in het praktische leven.
 |
"Want en
Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit
een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te
noemen." Heb 2:11
|
 |
"En Dezelfde
heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten,
en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en
leraars; Tot de volmaking der heiligen, tot het werk der
bediening, tot opbouwing des lichaams van Christus; Totdat wij
allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van
den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte
der volheid van Christus." Ef.
4:11-13
|
 |
"Wetende dat
gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt
uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is;
Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een
onbestraffelijk en onbevlekt Lam."
1Petr.
1:18-19
|
De zaligheid Gods, die ons kwalificeert voor de hemel, maakt ons reeds
één hier op aarde. Het hoogste doel van de dienstknechten Gods is
"de volmaking der heiligen". De gelovigen zouden komen tot
"eenheid des geloofs".
Het bloed van Christus reinigt niet alleen
"van alle zonde" en "van alle ongerechtigheid" 1Joh.
1:7 & 9 maar veegt ook alle
valse leer terzijde. De Trooster leidt ons in heel de waarheid Joh.
16:13 hetgeen impliceert de
verwijdering van alle dwaling. Deze praktische reiniging vindt weliswaar
niet plaats van het ene ogenblik op het andere, maar de oprechten van hart
beleven niettemin onderling deze volkomen eenheid. Daarom is er geen
andere oorzaak van verdeeldheid dan zonde. Anderzijds kan eenheid slechts
daar worden beleefd waar men geheiligd wordt door het Woord der Waarheid.
 |
"Maar indien
wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben
wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus,
Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde." 1Joh.
1:7
|
Gemeenschap is uit de Geest Fil. 2:1
en wordt gevonden waar de harten gereinigd zijn. Het is de bewuste
eenwording van harten die gevuld zijn met dezelfde Geest.
Misschien is het ene hart
geleid in heel de waarheid en het andere niet, niettemin verbreekt dit
niet de eenheid. Toch is het de plicht van hen die de waarheid kennen om
in nederigheid en dienstbaarheid de ander te leiden. Onbekenheid met heel
de waarheid vernietigt niet de gemeenschap, maar tegenstand tegen de
waarheid doet dit wel. Wij moeten geen dwalingen goedkeuren, maar liefde
en gemeenschap tonen aan hen die dwalen, zolang wij geen bewijs hebben dat
zij bewust het Woord der Waarheid afwijzen. Want daar eindigt praktische
gemeenschap, hoewel liefde en vriendelijkheid altijd voortduren. Afwijzing
van gemeenschap uitsluitend wegens andere leerstellige opvattingen is
fanatisme en onverdraagzaamheid. Maar overeenstemmen dat men niet
overeenstemt en waarheid en leugen als gelijken beschouwen is babylonische
verwarring.
De waarheid te kennen is
ons voorrecht. De waarheid te onderwijzen is onze verantwoordelijkheid.
Maar het oefenen van gemeenschap met de reinen en oprechten van hart is
een onvrijwillig, spontaan en vanzelfsprekend feit.
Verdeeldheid is het resultaat van vleselijkheid.
 |
"Want gij
zijt nog vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en
tweedracht, zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar
den mens?" 1Kor. 3:3
|
Alleen heiligmaking vernietigt vleselijkheid en daarmee zowel sektarisme
als haar oorzaak. De liefde Gods redt de ziel, harmoniseert alle harten,
leidt hen in volkomen gehoorzaamheid aan de waarheid en verdrijft allen,
die zich aan die waarheid niet willen onderwerpen.
16. Wat is een sekte
Het woord "sekte"
komt van het latijnse "secare" en heeft de betekenis van
afsnijden, scheiden. Het woord "sectie" heeft dezelfde
oorsprong. Een sekte of sectie is dus een afscheiding. Het
woordenboek geeft als betekenis: "de gezamenlijke aanhangers van een
godsdienstige gezindheid die op bepaalde punten afwijkt van een meer
oorspronkelijke waaruit zij is voortgekomen; in de Christelijke Kerken in
toepassing op groeperingen die zich afsplitsen van een kerkgemeenschap op
grond van afwijkende opvattingen."
Volgens deze definitie zijn
alle "christelijke kerken" en denominaties, inclusief
"Rome" sekten, daar zij afsplitsingen zijn van "de ene
algemene Christelijke Kerk", n.l. het lichaam van Christus. Erkenning
en aanvaarding van zulke afscheidingen of "scheuringen" van dit
lichaam is zonde tegen God en veronachtzaming van Zijn Woord.
17. Wat de bijbel zegt
over sekten
 |
"Opdat geen
tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander
gelijke zorg zouden dragen." 1Kor.
12:25
|
 |
"En ik bid
u, broeders, neemt acht op degenen, die tweedracht en
ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd
hebt; en wijkt af van dezelve. Want dezulken dienen onzen Heere
Jezus Christus niet, maar hun buik; en verleiden door
schoonspreken en prijzen de harten der eenvoudigen." Rom.
16:17-18
|
 |
"Verwerp een
kettersen mens na de eerste en tweede vermaning; Wetende, dat de
zodanige verkeerd is, en zondigt, zijnde bij zichzelf
veroordeeld."
Tit.
3:10-11
|
 |
"En er zijn
ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u
valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen
bedektelijk invoeren zullen, ook den Heere, Die hen gekocht
heeft, verloochenende, en een haastig verderf over zichzelven
brengende; En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door
welke de weg der waarheid zal gelasterd worden. En zij zullen
door gierigheid, met gemaakte woorden, van u een koopmanschap
maken; over welke het oordeel van over lang niet ledig is, en
hun verderf sluimert niet." 2Petr.
2:1-3
|
 |
"En uit
uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de
discipelen af te trekken achter zich." Hand.
20:30
|
 |
"Want
eerstelijk, als gij samenkomt in de Gemeente, zo hoor ik, dat er
scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele; Want er
moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht
zijn, openbaar mogen worden onder u." 1Kor.
11:18-19
|
Wij zien in deze verzen dat
valse leringen in de praktijk gelijk zijn aan scheuringen en verdeeldheid.
Paulus verklaarde de broeders in Korinthe vleselijk, omdat zij betrokken
waren in partijen:
 |
"En ik,
broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als
tot vleselijken, als tot jonge kinderen in Christus. Ik heb u
met melk gevoed, en niet met vaste spijs; want gij vermocht toen
nog niet; ja, gij vermoogt ook nu nog niet. Want gij zijt nog
vleselijk; want dewijl onder u nijd is, en twist, en tweedracht,
zijt gij niet vleselijk, en wandelt gij niet naar den mens? Want
als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van
Apollos; zijt gij niet vleselijk?" 1Kor. 3:1-4
|
Elders classificeert de apostel tweedracht tussen "Afgoderij,
venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf,
tweedracht, ketterijen," en zegt "dat die zulke dingen doen, het
Koninkrijk Gods niet zullen beërven." Gal.
5:20-21
God helpe de gelovigen te
vluchten uit deze partijen en volmaakt te zijn in Christus. Waar Gods
Woord deze partijen afwijst kunnen zij niet Zijn gemeente zijn.
18. Doop en avondmaal
Het Nieuwe Testament toont duidelijk dat de
Heere Jezus Christus doop en avondmaal aan Zijn gemeente heeft gegeven.
Maar wij behoeven niet toe te treden tot een sekte om daaraan deel te
kunnen hebben. Zij zijn niet gegeven aan bepaalde instituten maar aan het
lichaam van Christus ter exclusieve onderhouding door zijn leden.
19. Samenkomen buiten een sekte
Is het zo dat kinderen Gods niet kunnen samenkomen om Hem te eren tenzij
zij dat doen in de naam van een sekte, een andere naam dan die waarin
Christus ons zei te vergaderen?
Gode zij dank dat het geen
probleem is om samen te komen buiten alle sekten of denominaties. Maar
sektariërs zijn in feite zo blind dan zij denken dat de gelovigen niet
kunnen samenkomen tot Zijn eer of enige vorm van genade kunnen ontvangen,
tenzij zij toetreden tot een menselijke organisatie, alsof zo'n
organisatie kan zalig maken en niet Christus alleen.
20. De zichtbare
gemeente
Een veel gehoord argument
voor sektarisme is dat de kerk onzichtbaar is zolang die niet door mensen
is georganiseerd. De Heilige Geest, Die de gemeente organiseert is
inderdaad onzienlijk, maar Zijn organisatie niet! Zoals de onzichtbare
wind, een symbool van de Geest, zichtbare effecten produceert, zo is de
gemeente Gods een zichtbaar resultaat van Zijn onzienlijke kracht.
Waar de gemeente bestaat
uit mannen en vrouwen is en was zij altijd zichtbaar en behoefde geen
sekte-stichter om haar zichtbaar te maken. Paulus richtte zich niet tot
ontlichaamde geesten toen hij schreef:
 |
"En
gijlieden zijt het lichaam van Christus, en leden in het
bijzonder."
1Kor.
12:27
|
Ook is het niet alleen de inwendige mens die deel uitmaakt van de
gemeente.
 |
"Weet gij
niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn?" 1Kor.
6:15
|
En onze zichtbare lichamen worden niet plotsklaps onzichtbaar wanneer God
ons een plaats geeft in het lichaam van Christus, totdat een sekte-leider
ons organiseert tot zichtbaarheid.
Niet alleen zijn de leden
van de gemeente zichtbaar, maar de organisatie zelf ook! Alle gaven of
bedieningen, die samen als de organen van het lichaam de goddelijke
organisatie gestalte geven, worden in volle zichtbaarheid uitgeoefend door
de onzichtbare werking van..
 |
"Een God en
Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u
allen"
Ef. 4:6
en
"Die alles in allen werkt." 1Kor.
12:6
|
21. Een nieuwe sekte?
Moeten wij, wanneer wij een sekte verlaten, weer een nieuwe sekte vormen?
Indien dat zo was zou sektarisme een zonde zijn waaraan niet viel te
ontkomen. Maar de stem uit de hemel zegt:..
 |
"Gaat uit
van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap
hebt." Op. 18:4
|
Er is dus een uitweg
 |
"welke de
heilige weg zal genaamd worden; de onreine zal er niet doorgaan,
maar hij zal voor deze zijn; die dezen weg wandelt, zelfs de
dwazen zullen niet dwalen." Jes.
35:8
|
Als een zondaar tot geloof
komt en wedergeboren wordt uit de Geest, wordt hij daardoor lid van de
gemeente Gods, maar niet van een sekte. En aangezien de Bijbel geen
opdracht geeft om tot een menselijke organisatie toe te treden, kan hij
geloven en geleid worden in heel de waarheid zonder ooit tot een sekte toe
te treden. En daarom kan elke gelovige op aarde hetzelfde doen.
En voorzover een
willekeurig aantal gelovigen door misleiding toch in een menselijk
instituut is terechtgekomen, is er niets wat hen kan beletten uit te
treden om daarna slechts lid te blijven van de gemeente, die het lichaam
is van Christus.
Maar indien zij daarna zich
verenigen om weer een eigen belijdenis te creëren vormen zij weer een
eigen sekte. Op deze manier wordt niet de gemeente van de levende God
gebouwd! Die is het resultaat van mannen en vrouwen die gered zijn door de
Heere Jezus Christus en die daarom door de Heer "bekwamelijk
samengevoegd en samen vastgemaakt" Ef.
4:16 worden door "de volmaakte
band". Kol. 3:14
De vraag is niet: Welk systeem is het meest
praktische om te aanvaarden als basis van eenheid? Maar: Op welk fundament
staan alle gelovigen feitelijk en noodzakelijk? Door
te "blijven in Hem" en daarmee in Zijn lichaam staan alle
gelovigen in de hemel en op aarde op dat éne fundament. Alleen in die
positie zijn wij één en zijn wij geheiligd en staan wij voor God vrij
van sektarisme.
Omdat elke verstandige bijbellezer weet, dat
geen enkele "kerk" de gemeente Gods is, en omdat elke
"kerk" zowel gelovigen als ongelovigen samenbindt, en omdat
zelfs de meest misleidden erkennen dat een kerk niemand kan zaligmaken, en
omdat Christus alleen ons kan redden en bewaren, en omdat wij slechts
volmaakt zijn in Christus, Kol. 2:10
waarom dan niet slechts lid zijn van Hem en daarmee van Zijn lichaam, de
Gemeente Gods?
Als er dan geen kerken zijn in de hemel,
waarom dan wel op aarde? Waarom de wijsheid van Christus beledigd door het
idee dat de gemeente waarvan Hij Fundament en Hoofd is niet praktisch
genoeg is en één of meerdere mensen een betere hebben gesticht die onze
voorkeur verdient?
Wij doen een beroep op alle
gelovigen om zich los te maken van alle sektarische banden en zich te
laten voegen tot de "éne algemene Christelijke Kerk", het
"huis Gods, de pilaar en vastigheid der waarheid." 1Tim.
3:15
'k Dien geen partij of sekte,
Ook daarvan maakt Hij vrij;
'k Behoor tot Zijn gemeente,
En dat is genoeg voor mij.
Lied 494 uit de bundel van
Joh. De Heer.
|