|
De belofte van het Messiaanse Koninkrijk.
In de dagen van de Heere Jezus verkeerden
de discipelen in de veronderstelling dat Jezus de beloofde Messias was en
dat Hij was gekomen om het Messiaanse rijk te vestigen. Zij dachten dat
deze beloften uit het Oude Testament spoedig in vervulling zouden gaan.
Zij geloofden in de profetieën uit het Oude Testament over de komst van de Messias
en zijn Rijk. Deze conclusie was wel goed echter er werden nog meer zaken
voorspeld vanuit dezelfde Schriften. De discipelen hadden, net als de Emmaüsgangers, niet geloofd al
wat de Schriften gezegd hadden. Naast de belofte van het Messiaanse rijk
werd er ook voorspeld dat de Zoon des Mensen zou komen
om te lijden en sterven. Dat Hij kwam om de zonde der wereld te dragen. De
discipelen liepen al op de feiten vooruit want pas nadat de Heere Jezus
zijn aardse loopbaan in vernedering gegaan was en in geloof deze weg tot
in de dood gegaan is, heeft God hem opgewekt uit de dood en Hem gesteld als de Christus (in het
Hebreeuws ... de Messias). Pas na, en dankzij, Zijn opstanding werd
Hij de beloofde Messias waarvan gesproken was in de profetieën van het
Oude Testament.
Na Zijn opstanding verscheen de Heer, als de Messias, meerdere malen aan
zijn discipelen, maar Hij vertoonde zich niet in het openbaar in
bijvoorbeeld de straten van Jeruzalem. Nee, de Messias was wel gekomen
maar Hij bleef verborgen voor de wereld. Hij wordt het laatst gesignaleerd
op de Olijfberg, waarvan Hij opvoer naar de Hemel :
 |
"Zij
dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult
Gij in dezen tijd aan Israel het Koninkrijk wederoprichten? 7
En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de
tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld
heeft; 8
Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes,
Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te
Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het
uiterste der aarde. 9
En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij
het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen. 10
En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij
heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; 11
Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en
ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in
den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel
hebt zien heenvaren. 12
Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die
genaamd wordt de Olijf berg, welke is nabij Jeruzalem, liggende
van daar een sabbatsreize." Handelingen
1:6-12
|
De discipelen begrepen het niet zij vroegen
aan de Heere Jezus Christus of Hij "in dezen tijd" het
Koninkrijk zou oprichten. Dit lag in hun verwachtingspatroon. Het antwoord
hierop in vers 7 blijft vaag, het kwam hun niet toe om dit te weten !
Hier komen we bij een punt wat voor vele
Joden en Christenen en probleem is geworden. Want na de dood en opstanding
van onze Heere Jezus Christus vraagt men zich bijvoorbeeld af :
- Is de Messias nu gekomen of
niet ?
- Waar blijft de vestiging van
het Messiaanse rijk ?
- Waarom maakt God zich niet
openbaar ?
|
Ook de discipelen hadden deze vragen,
daarom bestudeerden zij de Schriften en werd hun verstand geopend (het
werk van de
Heilige Geest) en begrepen zij de Schriften. Schriftplaatsen waar zij
eerst overheen gelezen hadden en niet hadden begrepen werden nu duidelijk
voor hen :
 |
44
En Hij zeide tot hen: Dit
zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was,
namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij
geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen. 45
Toen opende Hij hun
verstand, opdat zij de Schriften verstonden. 46
En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus
lijden, en van de doden opstaan ten derden dage. 47
En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der
zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem. 48
En gij zijt getuigen van deze dingen. Lukas.
24:44-48 |
In handelingen 15:14-16 is Jakobus aan het
woord, hij verteld dat
Simeon hun uitgelegd heeft dat God eerst de heidenen bezoeken en uit
deze heidenen "een volk voor Zijn naam" zal verzamelen.
Er zou een oordeel komen over de Joodse staat en pas daarna zal de
vervallen hut van David (het Koninkrijk van David) weer opgericht worden
zoals geprofeteerd werd in Amos 9 vers 11 :
 |
8
Ziet, de ogen des Heeren HEEREN zijn tegen dit zondig koninkrijk,
dat Ik het van den aardbodem verdelge; behalve dat Ik het huis
Jakobs niet ganselijk zal verdelgen, spreekt de HEERE. 9
Want
ziet, Ik geef bevel, en Ik zal het huis Israels onder al de
heidenen schudden, gelijk als zaad geschud wordt in een
zeef; en niet een steentje zal er ter aarde vallen. 10
Alle
zondaars Mijns volks zullen door het zwaard sterven; die daar
zeggen: Het kwaad zal tot ons niet genaken, noch ons
voorkomen. 11
Te
dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, en Ik
zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weder
oprichten, en zal ze bouwen, als in de dagen van ouds;
12
Opdat
zij erfelijk bezitten het overblijfsel van Edom, en al de
heidenen, die naar Mijn Naam genoemd worden, spreekt de HEERE, Die
dit doet.
13
Ziet,
de dagen komen, spreekt de HEERE, dat de ploeger den maaier, en de
druiventreder den zaadzaaier genaken zal; en de bergen zullen van
zoeten wijn druipen, en al de heuvelen zullen smelten.
14
En
Ik zal de gevangenis van Mijn volk Israel wenden, en zij zullen de
verwoeste steden herbouwen en bewonen, en wijngaarden planten, en
derzelver wijn drinken; en zij zullen hoven maken, en derzelver
vrucht eten.
15
En
Ik zal ze in hun land planten; en zij zullen niet meer worden
uitgerukt uit hun land, dat Ik hunlieden gegeven heb, zegt de
HEERE, uw God.
Amos
9:11-15 |
Het Joodse volk zou gestraft worden vanwege
hun ongeloof. Vanuit hun ongeloof hadden zij de Heere Jezus gekruisigd.
Echter zoals staat in vers 9 zou het huis van Jakob niet geheel uitgeroeid
worden. God had aan het Israël een belofte gedaan welke Hij in de
toekomst zal vervullen.
De discipelen hadden dus geleerd vanuit de
Schrift dat de vestiging van het Messiaanse rijk op aarde pas
zou komen in de toekomst, nadat God zich een "Volk voor Zijn
Naam" verzameld had. Dit volk is de "Gemeente" die geroepen
wordt uit de heidenen. Een ieder die geloofd in de Heere Jezus Christus
wordt toegevoegd aan deze Gemeente der Eerstelingen.
De belofte aan het volk Israël, van het
Messiaanse Koninkrijk op aarde, werd dus onderbroken bij de komst van de
Messias. Hier maken we een verbinding met een belangrijke profetie uit Daniël
9 waar over de komst van de Messias gesproken wordt.
 |
26
"En
na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden,
maar het zal niet voor Hemzelven zijn; en een volk des vorsten,
hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en
zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het
einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten
verwoestingen. Dan. 9:26
|
Hier wordt aangekondigd dat de Messias zou
uitgeroeid worden, in andere vertalingen staat er zelfs "de Messias
zal afgesneden worden, en Hij zal niet hebben". Deze omschrijving
klop met het feit dat de komst van de Heere Jezus Christus werd afgesneden
en dat Hij Zijn Koninkrijk niet zou opeisen. Zoals ook in dit vers wordt
vermeld zou dit gevolgd worden door verwoesting van Jeruzalem en de Joodse
staat.
We vallen hier in Daniël 9 midden in de
profetie over de toekomst van het volk van Daniël (de twee stammen van Israël).
Deze profetie aangaande 70 weken van 7 jaren zullen we eerst verder
bespreken.
De 70 weken van Daniël.
Vanwege hun ongeloof was het volk Israël
in ballingschap gestuurd. De 10 stammen waren al jaren eerder in
Assyrische ballingschap weggevoerd toen Daniël, behorend tot de 2 stammen
van Israël, werden weggevoerd naar Babel. In deze periode van
ballingschap beklede Daniël een belangrijke positie binnen het
Babylonische rijk, en ook toen Babel veroverd werd door de Meden en de
Perzen behield Daniël deze positie. Deze ballingschap was .o.a. voorspeld
door de profeet Jeremia. In Daniël 9:2 staat beschreven
hoe Daniël berekende dat de tijdsperiode van deze ballingschap 70 jaar
was. Er was voorspeld dat de stad Jeruzalem 70 jaar verwoest zou blijven.
Ten tijde van Daniël waren deze 70 jaren bijna verstreken.
 |
"1
In het eerste jaar van
Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die
koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen; 2
In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in
de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des
HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen
der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was. 3
En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem
te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as" Dan.
9:1-3
|
Daniël ging in gebed en deed belijdenis
(als de hoogste persoon, koning in ballingschap) voor het volk. Tijdens
dit gebed kwam de "man Gabriël" bij hem en bracht hem een nieuwe
profetie :
 |
"Zeventig
weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de
overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de
ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid
aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen,
en om de heiligheid der heiligheden te zalven. Weet dan en
versta,
Van
de uitgang des woords om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te
bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en
zestig weken ......." Dan. 9:24-25
|
Er zou inderdaad (zoals Daniël verwachte) een herstel van Jeruzalem komen en het volk (de twee
stammen) zouden terugkeren vanuit de ballingschap. Maar de beloften omtrent de komst van
het Messiaanse Koninkrijk werd opnieuw uitgesteld. Er werd een periode van
"70 weken" afgekondigd. Deze keer waren het geen gewone jaren
maar z.g.n jaarweken. Deze nieuwe periode voor het volk Israël en vooral
voor de stad Jeruzalem zou 70 x 7 jaar bedragen, ofwel 490 jaar. Deze 70
weken worden in deze verzen echter verdeeld in 7 en 62 weken (69 weken tot
op "Messias de Vorst).
Deze periode van 69 x 7 jaar = 483 jaar liep af bij de zogenaamde
"intocht in Jeruzalem" waarbij de Heere Jezus weende over de
stad Jeruzalem, welke de tijd zijner bezoeking niet gekend had.
 |
26
"En
na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden,
maar het zal niet voor Hemzelven zijn; en een volk des vorsten,
hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en
zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het
einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten
verwoestingen. 27 En
hij zal met de velen een verbond versterken (bekrachtigen) een
week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het
spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal
een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk
besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste" Dan. 9:26-27
|
Na de 69e week zou de Messias "uitgeroeid worden" ook vertaald met
"de Messias zou niet hebben". Hierbij wordt gewezen op het feit
dat het Koninkrijk van de Messias, op aarde, gevestigd in en regerend
vanuit Jeruzalem de heilige stad, nog niet zou aanvangen. Sterker nog,
Jeruzalem zou verwoest worden volgens vers 26. In vers 27 wordt gesproken
over de laatste week, de 70e week, waarin "een vorst" een
verbond zal sluiten met het joodse volk (het volk van Daniël, dus de twee
stammen).
Wanneer je deze verzen leest zou
je zeggen dat de 70e week direct na de 69e week zou aanvangen en dat deze
periode van de laatste 7 jaar in het verleden moet zijn vervuld. Maar als dat
het geval zou zijn, dan zou 7 jaar na Zijn dood en opstanding van de Heere
Jezus het
Messiaanse rijk gevestigd zijn op aarde met Jeruzalem als hoofdstad. Nee, het noemen van de details tussen de 69e en de 70e week wekt
al de indruk dat er een periode zal voorbijgaan voordat deze 70e week zal
aanvangen. Voor de duidelijkheid, Jeruzalem werd verwoest in het jaar 70
na Christus, dus hier was géén sprake van een Messiaans rijk waarvan dit
Jeruzalem de hoofdstad zal zijn..
De breuk tussen
de 69e en de 70e week van Daniël.
Gezien vanuit het Nieuwe Testament kunnen we opmaken dat God de klok
aangaande de 70 jaarweken voor het volk Israël stil zette bij het eind
van de 69e week. In het in het jaar 70 A.D. werd Jeruzalem verwoest en de Joodse
inwoners gedood of in ballingschap weggevoerd.
Aan het eind van de 69e week leefde het
volk Israël in ongeloof, zij hadden een eigengemaakte religie en dienden
andere goden. Zij hadden de Heere Jezus niet herkend als de "Zoon des
Mensen" die voorbestemd was om de Messias te worden. In Deuteronomium
30 staat wat de Heere hierop zou doen, Hij zou Zijn aangezicht verbergen
en Hij zou gaan zitten kijken wat er van terecht zou komen.
|

|
"17
Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de
goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren,
voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben. 18
Den Rotssteen, Die u
gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis
gesteld den God, Die u gebaard heeft. 19
Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid
tegen zijn zonen en zijn dochteren. 20
En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen;
Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een
gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is."
Deut. 32:17-20
|
In de tussenliggende periode tussen het eind van
de 69e en het begin van de 70e week bemoeit God zich dus niet actief met het volk Israël.
Aangezien Israël aan het hoofd der volkeren staat, bemoeit God zich dus
ook niet actief met de overige volkeren. In het algemeen kunnen we dus
vaststellen dat God zich niet actief bemoeit met Zijn schepping.
Er is
echter één uitzondering; In deze periode verzameld Hij Zich een ander
volk, een volk dat Israël tot jaloersheid zal verwekken. Dit volk bestaat
uit individuele gelovigen welke geloven in de opstanding en het werk van de
Heere Jezus Christus. Hierbij worden gelovigen uit zowel heidenen
als Joden toegevoegd aan de Gemeente, het Lichaam van Christus.
Het doel en de positie die de Gemeente inneemt is heel bijzonder. De
Gemeente is samen met Christus de Eersteling van een nieuwe schepping, en
heeft daarom een positie in de Hemel. Christus en de Gemeente vormen een
Eenheid (Hoofd en Lichaam). De Gemeente zal vanuit de hemel regeren met
Christus, daarom wordt de Gemeente ook opgenomen in de lucht op voor
altijd bij Hem te wezen.
Deze hemelse positie van de Gemeente is bijzonder want de gelovigen van
het Oude Testament was altijd het nieuwe Jeruzalem beloofd, een stad die
fundamenten zou hebben. In hun situatie gaat het dus om een aards
Koninkrijk.
Hoe groot is deze breuk.
De ruimte die bestaat tussen de
69e en de 70e week blijkt een periode van zo'n 2000 jaar
te zijn. Dit staat niet zo maar in de Bijbel, maar is te halen uit diverse
Bijbelse verhalen en typen die deze waarheid verbergen. Bijvoorbeeld :
-
De opstanding
geschiede na twee dagen, op de derde dag. Volgens Petrus vertraagd
God Zijn belofte niet en hij zegt : "dat één dag is bij den
Heere als duizend jaren, en duizend jaren als één dag. In het
grotere verband, waarbij de wedergeboorte (opstanding) wordt toegepast
op het gehele (gelovige) volk Israël, betekent dit dat de
wedergeboorte van Israël komt na "twee dagen" dus
na 2000 jaar. 2 Petrus 3:8-10
-
Bij de doortocht
door de Jordaan van het volk Israël (een beeld van wedergeboorte),
moet er 2000 el ruimte gehouden worden tussen het volk Israël en de
ark des verbonds welke gedragen werd door de Levieten. Deze levieten (welke
een type zijn van de Gemeente) hebben dus 2000 el ( 2000 jaar)
voorsprong op het volk Israël. Jozua 3:1-17
Ondanks dat deze
tijdsperiode van 2000 jaar nogal verborgen blijkt te zijn, is het eind van
deze periode, waarin de Gemeente wordt geroepen uit de volkeren, een
belangrijke gebeurtenis. Deze periode zal afgesloten worden bij de "opname der Gemeente"
waarbij alle gelovigen in Christus worden opgenomen in de Hemel. Zij
worden bewaard voor de komende toorn, de grote verdrukking die komen zal
over Israël en de volkeren. Aangezien deze gebeurtenis nu (op 02-02-
2002) nog toekomst is bevinden wij ons dus verhoudingsgewijs kort voor
deze "opname der Gemeente".
De
huidige datum op de Bijbels
chronologisch tijdslijn !
Vandaag de dag
bevinden we ons dus bijna aan het eind van de periode waarin de Gemeente
geroepen word uit de volkeren. Na het "wegrukken" van de
Gemeente van de aarde, zal er een korte tijd verstrijken waarna
de 70e week van Daniël zal aanvangen. Hiervan worden vele kenmerken gegeven
zodat wij een omschrijving kunnen maken van de dingen die gaan komen.
Na deze mysterieuze verdwijning van
vele gelovigen van de aarde, zal er een vorst opstaan die een verbond zal sluiten met
de huidige staat Israël. Een markant feit hierbij is dat binnen zeer
korte tijd, ongeveer de afgelopen 100 jaar, de diverse landen in het
Midden Oosten, zoals o.a. Israël, Libanon, Syrië, Egypte en de
Palestijnen (lees Filistijnen) zich hebben hersteld zoals in de tijden van
het Oude Testament. Waar het afgesneden werd in het verleden, daar zal het straks
weer verder gaan.
Van deze vorst wordt gezegd in Daniël :
|

|
"En
hij zal met de velen een verbond versterken (bekrachtigen) een
week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het
spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal
een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk
besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste"
Dan. 9:27
|
De week waarvan hier gesproken wordt is de bewuste 70e week van Daniël.
Deze week bestaat uit een periode van 7 jaren welke worden
onderverdeeld in 3½ jaar van "vrede" en 3½ jaar van
"verdrukking". Aan het begin van deze 7 jaar zal een
heidense "vorst" een verbond sluiten met de staat Israël. Met
het sluiten van dit verbond zal de klok, die inmiddels zo'n 2000 jaar
heeft stilgestaan voor het volk Israël, weer gaan lopen. Vanaf het begin
van deze periode zullen er 7 jaar moeten verlopen totdat de Messias zijn
voeten zal zetten op de Olijfberg (Zacharia. 14:4).
Deze "hij" uit dit schriftgedeelte is dezelfde als de "vorst die komen zou" uit
het voorafgaande vers 26.
Deze vorst is de koning van het laatste wereldrijk waarvan reeds in de voorafgaande hoofdstukken
van Daniël gesproken is.
|