...En gij zult horen van oorlogen, en geruchten van oorlogen, ziet toe, wordt niet verschrikt;
want al die dingen moeten geschieden,†maar nog is het einde niet†!!!† Math 24:6



Waar bevinden we ons op de tijdslijn van de profetie.

Door.. Bijbels Panorama



De belofte van het Messiaanse Koninkrijk.

In de dagen van de Heere Jezus verkeerden de discipelen in de veronderstelling dat Jezus de beloofde Messias was en dat Hij was gekomen om het Messiaanse rijk te vestigen. Zij dachten dat deze beloften uit het Oude Testament spoedig in vervulling zouden gaan. Zij geloofden in de profetieŽn uit het Oude Testament over de komst van de Messias en zijn Rijk. Deze conclusie was wel goed echter er werden nog meer zaken voorspeld vanuit dezelfde Schriften. De discipelen hadden, net als de EmmaŁsgangers, niet geloofd al wat de Schriften gezegd hadden. Naast de belofte van het Messiaanse rijk werd er ook voorspeld dat de Zoon des Mensen zou komen om te lijden en sterven. Dat Hij kwam om de zonde der wereld te dragen. De discipelen liepen al op de feiten vooruit want pas nadat de Heere Jezus zijn aardse loopbaan in vernedering gegaan was en in geloof deze weg tot in de dood gegaan is, heeft God hem opgewekt uit de dood en Hem gesteld als de Christus (in het Hebreeuws ... de Messias). Pas na, en dankzij, Zijn opstanding werd Hij de beloofde Messias waarvan gesproken was in de profetieŽn van het Oude Testament.

Na Zijn opstanding verscheen de Heer, als de Messias, meerdere malen aan zijn discipelen, maar Hij vertoonde zich niet in het openbaar in bijvoorbeeld de straten van Jeruzalem. Nee, de Messias was wel gekomen maar Hij bleef verborgen voor de wereld. Hij wordt het laatst gesignaleerd op de Olijfberg, waarvan Hij opvoer naar de Hemel :

"Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israel het Koninkrijk wederoprichten? 7  En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft; 8  Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde. 9  En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen. 10  En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden, terwijl Hij heenvoer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; 11  Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren. 12 Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijf berg, welke is nabij Jeruzalem, liggende van daar een sabbatsreize."  Handelingen  1:6-12


De discipelen begrepen het niet zij vroegen aan de Heere Jezus Christus of Hij "in dezen tijd" het Koninkrijk zou oprichten. Dit lag in hun verwachtingspatroon. Het antwoord hierop in vers 7 blijft vaag, het kwam hun niet toe om dit te weten !

Hier komen we bij een punt wat voor vele Joden en Christenen en probleem is geworden. Want na de dood en opstanding van onze Heere Jezus Christus vraagt men zich bijvoorbeeld af :

  • Is de Messias nu gekomen of niet ?
        
  • Waar blijft de vestiging van het Messiaanse rijk ?
        
  • Waarom maakt God zich niet openbaar ? 

 

Ook de discipelen hadden deze vragen, daarom bestudeerden zij de Schriften en werd hun verstand geopend (het werk van de Heilige Geest) en begrepen zij de Schriften. Schriftplaatsen waar zij eerst overheen gelezen hadden en niet hadden begrepen werden nu duidelijk voor hen  :

44 En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen. 45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden. 46 En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage. 47  En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem. 48  En gij zijt getuigen van deze dingen.  Lukas. 24:44-48


In handelingen 15:14-16 is Jakobus aan het woord, hij verteld dat Simeon hun uitgelegd heeft dat God eerst de heidenen bezoeken en uit deze heidenen "een volk voor Zijn naam" zal verzamelen. Er zou een oordeel komen over de Joodse staat en pas daarna zal de vervallen hut van David (het Koninkrijk van David) weer opgericht worden zoals geprofeteerd werd in Amos 9 vers 11 :

 

8 Ziet, de ogen des Heeren HEEREN zijn tegen dit zondig koninkrijk, dat Ik het van den aardbodem verdelge; behalve dat Ik het huis Jakobs niet ganselijk zal verdelgen, spreekt de HEERE. 9 Want ziet, Ik geef bevel, en Ik zal het huis Israels onder al de heidenen schudden, gelijk als zaad geschud wordt in een zeef; en niet een steentje zal er ter aarde vallen. 10 Alle zondaars Mijns volks zullen door het zwaard sterven; die daar zeggen: Het kwaad zal tot ons niet genaken, noch ons voorkomen. 11 Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, en Ik zal haar reten vertuinen, en wat aan haar is afgebroken, weder oprichten, en zal ze bouwen, als in de dagen van ouds; 12 Opdat zij erfelijk bezitten het overblijfsel van Edom, en al de heidenen, die naar Mijn Naam genoemd worden, spreekt de HEERE, Die dit doet. 13 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat de ploeger den maaier, en de druiventreder den zaadzaaier genaken zal; en de bergen zullen van zoeten wijn druipen, en al de heuvelen zullen smelten. 14 En Ik zal de gevangenis van Mijn volk Israel wenden, en zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen, en wijngaarden planten, en derzelver wijn drinken; en zij zullen hoven maken, en derzelver vrucht eten.  15 En Ik zal ze in hun land planten; en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit hun land, dat Ik hunlieden gegeven heb, zegt de HEERE, uw God.   Amos  9:11-15


Het Joodse volk zou gestraft worden vanwege hun ongeloof. Vanuit hun ongeloof hadden zij de Heere Jezus gekruisigd. Echter zoals staat in vers 9 zou het huis van Jakob niet geheel uitgeroeid worden. God had aan het IsraŽl een belofte gedaan welke Hij in de toekomst zal vervullen.

De discipelen hadden dus geleerd vanuit de Schrift dat de vestiging van het Messiaanse rijk op aarde pas zou komen in de toekomst, nadat God zich een "Volk voor Zijn Naam" verzameld had. Dit volk is de "Gemeente" die geroepen wordt uit de heidenen. Een ieder die geloofd in de Heere Jezus Christus wordt toegevoegd aan deze Gemeente der Eerstelingen. 

De belofte aan het volk IsraŽl, van het Messiaanse Koninkrijk op aarde, werd dus onderbroken bij de komst van de Messias. Hier maken we een verbinding met een belangrijke profetie uit DaniŽl 9 waar over de komst van de Messias gesproken wordt.

26 "En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.   Dan. 9:26 

Hier wordt aangekondigd dat de Messias zou uitgeroeid worden, in andere vertalingen staat er zelfs "de Messias zal afgesneden worden, en Hij zal niet hebben". Deze omschrijving klop met het feit dat de komst van de Heere Jezus Christus werd afgesneden en dat Hij Zijn Koninkrijk niet zou opeisen. Zoals ook in dit vers wordt vermeld zou dit gevolgd worden door verwoesting van Jeruzalem en de Joodse staat. 

We vallen hier in DaniŽl 9 midden in de profetie over de toekomst van het volk van DaniŽl (de twee stammen van IsraŽl). Deze profetie aangaande 70 weken van 7 jaren zullen we eerst verder bespreken.


De 70 weken van DaniŽl.

Vanwege hun ongeloof was het volk IsraŽl in ballingschap gestuurd. De 10 stammen waren al jaren eerder in Assyrische ballingschap weggevoerd toen DaniŽl, behorend tot de 2 stammen van IsraŽl, werden weggevoerd naar Babel. In deze periode van ballingschap beklede DaniŽl een belangrijke positie binnen het Babylonische rijk, en ook toen Babel veroverd werd door de Meden en de Perzen behield DaniŽl deze positie. Deze ballingschap was .o.a. voorspeld door de profeet Jeremia. In DaniŽl 9:2 staat beschreven hoe DaniŽl berekende dat de tijdsperiode van deze ballingschap 70 jaar was. Er was voorspeld dat de stad Jeruzalem 70 jaar verwoest zou blijven. Ten tijde van DaniŽl waren deze 70 jaren bijna verstreken. 

"1 In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen; 2  In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was. 3  En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en asDan. 9:1-3


DaniŽl ging in gebed en deed belijdenis (als de hoogste persoon, koning in ballingschap) voor het volk. Tijdens dit gebed kwam de "man GabriŽl" bij hem en bracht hem een nieuwe profetie :

"Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven. Weet dan en versta, 
Van de uitgang des woords om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken ......."  Dan. 9:24-25


Er zou inderdaad (zoals DaniŽl verwachte) een herstel van Jeruzalem komen en het volk (de twee stammen) zouden terugkeren vanuit de ballingschap. Maar de beloften omtrent de komst van het Messiaanse Koninkrijk werd opnieuw uitgesteld. Er werd een periode van "70 weken" afgekondigd. Deze keer waren het geen gewone jaren maar z.g.n jaarweken. Deze nieuwe periode voor het volk IsraŽl en vooral voor de stad Jeruzalem zou 70 x 7 jaar bedragen, ofwel 490 jaar. Deze 70 weken worden in deze verzen echter verdeeld in 7 en 62 weken (69 weken tot op "Messias de Vorst).
Deze periode van 69 x 7 jaar = 483 jaar liep af bij de zogenaamde "intocht in Jeruzalem" waarbij de Heere Jezus weende over de stad Jeruzalem, welke de tijd zijner bezoeking niet gekend had. 

26 "En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.  27 En hij zal met de velen een verbond versterken (bekrachtigen) een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste"  Dan. 9:26-27 


Na de 69e week zou de Messias "uitgeroeid worden" ook vertaald met "de Messias zou niet hebben". Hierbij wordt gewezen op het feit dat het Koninkrijk van de Messias, op aarde, gevestigd in en regerend vanuit Jeruzalem de heilige stad, nog niet zou aanvangen. Sterker nog, Jeruzalem zou verwoest worden volgens vers 26. In vers 27 wordt gesproken over de laatste week, de 70e week, waarin "een vorst" een verbond zal sluiten met het joodse volk (het volk van DaniŽl, dus de twee stammen).

Wanneer je deze verzen leest zou je zeggen dat de 70e week direct na de 69e week zou aanvangen en dat deze periode van de laatste 7 jaar in het verleden moet zijn vervuld. Maar als dat het geval zou zijn, dan zou 7 jaar na Zijn dood en opstanding van de Heere Jezus het Messiaanse rijk gevestigd zijn op aarde met Jeruzalem als hoofdstad. Nee, het noemen van de details tussen de 69e en de 70e week wekt al de indruk dat er een periode zal voorbijgaan voordat deze 70e week zal aanvangen. Voor de duidelijkheid, Jeruzalem werd verwoest in het jaar 70 na Christus, dus hier was gťťn sprake van een Messiaans rijk waarvan dit Jeruzalem de hoofdstad zal zijn.. 



De breuk tussen de 69e en de 70e week van DaniŽl. 


Gezien vanuit het Nieuwe Testament kunnen we opmaken dat God de klok aangaande de 70 jaarweken voor het volk IsraŽl stil zette bij het eind van de 69e week. In het in het jaar 70 A.D. werd Jeruzalem verwoest en de Joodse inwoners gedood of in ballingschap weggevoerd. 



Aan het eind van de 69e week leefde h
et volk IsraŽl in ongeloof, zij hadden een eigengemaakte religie en dienden andere goden. Zij hadden de Heere Jezus niet herkend als de "Zoon des Mensen" die voorbestemd was om de Messias te worden. In Deuteronomium 30 staat wat de Heere hierop zou doen, Hij zou Zijn aangezicht verbergen en Hij zou gaan zitten kijken wat er van terecht zou komen. 

"17  Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben. 18  Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft. 19 Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren. 20  En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is."  
Deut. 32:17-20


In de tussenliggende periode tussen het eind van de 69e en het begin van de 70e week bemoeit God zich dus niet actief met het volk IsraŽl. Aangezien IsraŽl aan het hoofd der volkeren staat, bemoeit God zich dus ook niet actief met de overige volkeren. In het algemeen kunnen we dus vaststellen dat God zich niet actief bemoeit met Zijn schepping. 

Er is echter ťťn uitzondering; In deze periode verzameld Hij Zich een ander volk, een volk dat IsraŽl tot jaloersheid zal verwekken. Dit volk bestaat uit individuele gelovigen welke geloven in de opstanding en het werk van de Heere Jezus Christus. Hierbij worden  gelovigen uit zowel heidenen als Joden toegevoegd aan de Gemeente, het Lichaam van Christus. 

Het doel en de positie die de Gemeente inneemt is heel bijzonder. De Gemeente is samen met Christus de Eersteling van een nieuwe schepping, en heeft daarom een positie in de Hemel. Christus en de Gemeente vormen een Eenheid (Hoofd en Lichaam). De Gemeente zal vanuit de hemel regeren met Christus, daarom wordt de Gemeente ook opgenomen in de lucht op voor altijd bij Hem te wezen.
Deze hemelse positie van de Gemeente is bijzonder want de gelovigen van het Oude Testament was altijd het nieuwe Jeruzalem beloofd, een stad die fundamenten zou hebben. In hun situatie gaat het dus om een aards Koninkrijk.


Hoe groot is deze breuk.

De ruimte die bestaat tussen de 69e en de 70e week blijkt een periode van zo'n 2000 jaar te zijn. Dit staat niet zo maar in de Bijbel, maar is te halen uit diverse Bijbelse verhalen en typen die deze waarheid verbergen. Bijvoorbeeld :

  • De opstanding geschiede na twee dagen, op de derde dag. Volgens Petrus vertraagd God Zijn belofte niet en hij zegt : "dat ťťn dag is bij den Heere als duizend jaren, en duizend jaren als ťťn dag. In het grotere verband, waarbij de wedergeboorte (opstanding) wordt toegepast op het gehele (gelovige) volk IsraŽl, betekent dit dat de wedergeboorte van IsraŽl komt na "twee dagen" dus na 2000 jaar. 2 Petrus 3:8-10

  • Bij de doortocht door de Jordaan van het volk IsraŽl (een beeld van wedergeboorte), moet er 2000 el ruimte gehouden worden tussen het volk IsraŽl en de ark des verbonds welke gedragen werd door de Levieten. Deze levieten (welke een type zijn van de Gemeente) hebben dus 2000 el ( 2000 jaar) voorsprong op het volk IsraŽl. Jozua 3:1-17

Ondanks dat deze tijdsperiode van 2000 jaar nogal verborgen blijkt te zijn, is het eind van deze periode, waarin de Gemeente wordt geroepen uit de volkeren, een belangrijke gebeurtenis. Deze periode zal afgesloten worden bij de "opname der Gemeente" waarbij alle gelovigen in Christus worden opgenomen in de Hemel. Zij worden bewaard voor de komende toorn, de grote verdrukking die komen zal over IsraŽl en de volkeren. Aangezien deze gebeurtenis nu (op 02-02- 2002) nog toekomst is bevinden wij ons dus verhoudingsgewijs kort voor deze "opname der Gemeente".

De huidige datum op de Bijbels chronologisch tijdslijn ! 

Vandaag de dag bevinden we ons dus bijna aan het eind van de periode waarin de Gemeente geroepen word uit de volkeren. Na het "wegrukken" van de Gemeente van de aarde, zal er een korte tijd verstrijken waarna de 70e week van DaniŽl zal aanvangen. Hiervan worden vele kenmerken gegeven zodat wij een omschrijving kunnen maken van de dingen die gaan komen.

 


Na deze mysterieuze verdwijning van vele gelovigen van de aarde, zal er een vorst opstaan die een verbond zal sluiten met de huidige staat IsraŽl. Een markant feit hierbij is dat binnen zeer korte tijd, ongeveer de afgelopen 100 jaar, de diverse landen in het Midden Oosten, zoals o.a. IsraŽl, Libanon, SyriŽ, Egypte en de Palestijnen (lees Filistijnen) zich hebben hersteld zoals in de tijden van het Oude Testament. Waar het afgesneden werd in het verleden, daar zal het straks weer verder gaan.

Van deze vorst wordt gezegd in DaniŽl :

"En hij zal met de velen een verbond versterken (bekrachtigen) een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste"  Dan. 9:27


De week waarvan hier gesproken wordt is de bewuste 70e week van DaniŽl. Deze week bestaat uit een periode van 7 jaren welke worden onderverdeeld in 3Ĺ jaar van "vrede" en 3Ĺ jaar van "verdrukking".  Aan het begin van deze 7 jaar zal een heidense "vorst" een verbond sluiten met de staat IsraŽl. Met het sluiten van dit verbond zal de klok, die inmiddels zo'n 2000 jaar heeft stilgestaan voor het volk IsraŽl, weer gaan lopen. Vanaf het begin van deze periode zullen er 7 jaar moeten verlopen totdat de Messias zijn voeten zal zetten op de Olijfberg (Zacharia. 14:4). 

Deze "hij" uit dit schriftgedeelte is dezelfde als de "vorst die komen zou" uit het voorafgaande vers 26. Deze vorst is de koning van het laatste wereldrijk waarvan reeds in de voorafgaande hoofdstukken van DaniŽl gesproken is. 


  




Tot aan de† "Opname van de Gemeente"† kunt u uw vragen en reacties via onderstaande knop versturen :