|
 |
"Want
gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in
God. Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is,
dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in
heerlijkheid." Kol. 3:3, 4
|
|
"Het
Paasfeest is weer voorbij en nu komt het gewone leven
weer." Zo denkt misschien menigeen met een terugblik op de
gevierde Paasdagen. Doch is dat werkelijk waar en is het goed
als het zo is? Is er met het Paasfeest niets met u gebeurd, is
er bij u niets veranderd, heeft de opstanding van Christus u
niets gebracht?
|
Als dat zo is, dan hebt u tevergeefs Paasfeest gevierd en
indien ook maar tevergeefs! Er had toch werkelijk iets met ons moeten
gebeuren, iets bij ons moeten veranderen. Heel onze levensrichting en
levenshouding had anders moeten worden. Het Paasfeest had aan ons leven
een nieuwe boodschap, een nieuwe bron, een nieuwe kracht, een nieuwe
vreugde, een nieuw doelwit moeten brengen.
Weet u waar het op Paasfeest en bij heel de Godsopenbaring op aan komt?
Het gaat dan om de vraag hoe onze verhouding tot Christus is.
Staan wij los van Christus dan kan er met Hem gebeuren
wat wil, doch dan gaat dat alles toch doelloos langs ons heen; dan kan
Christus lijden, sterven, opstaan, naar de hemel varen, zonder dat zulks
enige invloed heeft op ons leven.
Een spoorwagen, die op de rails staat, gaat geen millimeter van zijn
plaats door het heen en weer rijden van de locomotief, wanneer hij er niet
aan vastgekoppeld zit. Het
komt op de vastkoppeling aan.
Honderden sleepboten kunnen om een schip heen varen, doch het zal stil
blijven liggen zolang het niet aan één van die sleepboten is
vastgebonden.
Een paard kan lopen zover het wil, doch de wagen zal blijven staan waar
hij stond, wanneer het paard niet was ingespannen.
De luchtballon kan zo hoog stijgen als hij wil, doch het schuitje zal op
den grond blijven staan, zolang het niet aan de ballon is gehecht.
En zo ook kan Christus naar het kruis, naar het graf,
naar de hemel gaan zonder dat het ook maar de minste invloed op ons heeft,
omdat wij niet aan Hem zijn verbonden.
Zijn wij dat echter wel, dan heeft iedere beweging van
het hoofd ook gevolgen voor ons, Zijn leden. Dan trekt Hij ons overal mee;
dan gaan wij met Hem naar het kruis, met Hem naar het graf. Dan staan wij
met Hem op; dan gaan wij met Hem naar de hemel en dan gaan wij ook met Hem
Zijn glorievolle toekomst tegemoet. Het
hangt dus alles slechts af van onze verhouding tot Hem, of wij al of niet
één met Hem zijn geworden.
Onze tekst gaat van de veronderstelling uit, dat dit zo
is. Dat wij één plant met Hem zijn geworden in de gelijkmaking Zijns
doods en ook in de gelijkmaking Zijner opstanding.
 |
"Want indien wij met Hem
een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo
zullen wij het ook zijn in
de gelijkmaking Zijner opstanding." Rom.
6:5
|
Indien dat echter waar is, dan heeft Zijn leven
natuurlijk wel invloed op ons leven, Zijn ervaringen op onze ervaringen,
dan hebben wij slechts te zien op hetgeen er met Christus is gebeurd om te
weten wat er met ons zal gebeuren. Onze tekst zegt nu, dat wij met
Christus zijn gestorven, begraven, en opgewekt omdat ons leven met
Christus is verborgen in God.
Wat verstaan wij daaronder?
Zie, daar is een meisje, dat zich in liefde heeft
verbonden aan een jongeman. Die twee zijn tot één geworden, zodat zij nu
niet meer twee zijn doch één. Dat zal voor dat meisje natuurlijk
gevolgen hebben. Zij kan niet zulk een verbond sluiten en dan toch de oude
blijven.
Als gevolg van dat één zijn met haar geliefde zal nu het oude leven
sterven. Oude vrienden moeten worden opgegeven, oude gewoonten moeten
worden losgelaten. Er moet afstand worden gedaan van alles wat hem
mishaagt. Wat vroeger wel mocht, dat mag nu niet meer. Het is alsof er een
dodende adem gaat over heel dat leven van weleer. Dat moet sterven. Haar
één zijn met de geliefde brengt dus de dood over het oude leven.
Heeft dat meisje vroeger al eens een engagement gehad,
dan wordt daar nu niet meer over gesproken, dat is begraven.
Maar met de geliefde is voor haar ook een nieuw leven
gekomen. Zij zal nu voortaan leven uit hem en voor hem. Zij zal nu gaan
aankweken, wat hij graag heeft, hij is haar leven geworden, haar leven
heeft een nieuw beginsel een nieuwe gloed, een nieuw perspectief, een
nieuwe toekomst en nieuwe mogelijkheden gekregen. Zij leeft uit hem, maar
ook voor hem en tot hem. Zij is door haar één zijn met hem opgestaan tot
een nieuw leven.
Nu gaat hij voor enige tijd op reis. Niet om haar te
verlaten, doch om haar een nieuw heil te bereiden; om de woning - de
bruidswoning - klaar te maken. In die tijd bestaat dat nieuwe leven ook
nog, maar het is niet openbaar, het is een verborgen leven. Hij is er niet
en daarom kan dat nieuwe leven niet openbaar worden. Dat nieuwe leven is
als het ware met hem verborgen in de stad of het land, waar hij is.
Komt hij dan echter later terug, dan wordt dat verborgen
leven met hem openbaar. Dan deelt zij in zijn heerlijkheid en dan wordt
zij aan hem gelijk. Als hij openbaar wordt dan zal ook zij openbaar worden
in heerlijkheid.
Zo ook Christus en de Christen.
Door onze overgave aan Hem zijn wij één met Hem geworden, door de liefde
zijn wij in Hem ingeplant.
Ieder zal gevoelen, dat zulks voor ons gevolgen zal hebben.
Het oude leven moet nu door dat één zijn niet Hem
sterven. Wat Hem mishaagt moet nu ook ons mishagen. Wat Hij liever niet in
ons ziet moet nu worden losgelaten. De oude vrienden, waarmee wij vroeger
zo veel op hadden, moeten nu worden opgegeven. Hoe inniger wij aan
Christus zijn verbonden des te meer zal de zonde sterven. Wij sterven voor
de wereld, voor de zonde en voor het vlees.
 |
"Maar
het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het
kruis van onzen Heere Jezus Christus; door Welken de wereld mij
gekruisigd is, en ik der wereld." Gal.
6:14
|
 |
"Wij,
die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve
leven?" Rom. 6:2
|
 |
"Maar
die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de
bewegingen en begeerlijkheden." Gal. 5:24
|
Heel de oude mens gaat er nu aan en moet er ook aan. Ons
één zijn met Christus is de dood aan de ouden mens en daar wijst Paulus
in ons teksthoofdstuk dan ook zeer ernstig op.
Dat sterven van het oude leven maakt echter absoluut niet
armer, want voor dat stervende leven komt wat heerlijkers in de plaats.
Het één zijn met Christus brengt ons een nieuwe wereld en een nieuw
leven, een opstandingsleven. Jezus is er de bron en de kracht, het doel en
de inhoud van. Dat leven is uit Hem en daarom ook voor Hem en tot Hem.
Door die éénheid met Hem zijn wij opgestaan tot een nieuw leven. Het
oude leven is in den dood gegaan en het nieuwe leven is als uit de dood in
ons opgestaan.
Nu is Hij echter weggereisd naar een ver land. Hij is naar het huis des
Vaders gegaan om daar de woning klaar te maken en toen Hij heenging heeft
Hij gezegd:
 |
"Uw hart worde niet ontroerd; in het huis Mijns
Vaders zijn vele woningen. Ik ga heen om u plaats te bereiden en
zo wanneer Ik u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en Ik
zal u tot Mij nemen opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben."
Joh. 14:1-3
|
Zo lang Hij nog niet is teruggekeerd is dat liefdeleven
met Hem een verborgen leven; ons leven is met Christus verborgen in God.
De volle heerlijkheid er van kan nu nog niet openbaar worden. Het wacht
alles op Zijn Wederkomst. Wij zijn nu nog slechts "in hope
zalig".
 |
"Want wij zijn in hope
zalig geworden. De hoop nu, die gezien wordt, is geen hoop; want
hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?" Rom.8:24
|
Wordt Hij echter geopenbaard, dan zullen wij met Hem in
heerlijkheid geopenbaard worden. Dan wordt het verborgen leven openbaar en
dan schittert de nu nog omfloerste heerlijkheid in wonderbare glans. Door
onze éénheid met Jezus is het oude leven gestorven en is een nieuw leven
in ons ontkiemd, dat eerst voor een tijd een verborgen leven is, doch dat
straks in de wederkomst van Christus zal worden gemanifesteerd.
Wilt u ons tekstwoord nog door een ander beeld
verklaard hebben? Dan is daar een wilde wijnrank. Hij is geplant in de
aarde, trekt daaruit zijn sappen en draagt wel vruchten, maar het zijn
wrange, zure, oneetbare vruchten tot niets nut, ja zelfs vergiftigd.
Nu wil de landman daarin verandering brengen. Hij snijdt die rank af van
zijn stam. Die rank krijgt dus nu geen toevoer van sappen meer en wordt
dus op hetzelfde ogenblik, dat de landman hem afsnijdt, een stervende
rank. Hij is door de landman een stervende rank geworden. Maar de landman
doet meer. Hij ent de wilde, stervende wijnrank op een tamme wijnstok. Nu
trekt de rank de sappen uit de wijnstok en wordt daardoor een nieuw leven
deelachtig. Het oude leven is gestorven en een nieuw leven werd geboren.
De kracht der sappen, de vruchtbaarheid van de wijnstok trekt door de rank
heen. En nu gaat die rank ook vruchten dragen, doch het zijn geen wrange,
zure, oneetbare vruchten meer, maar heerlijke, sappige, gezonde vruchten.
Kan dan een wilde tak tamme vruchten dragen?
Neen, dat kan hij niet, doch de wilde rank is dood en nu is er een tamme
rank opgestaan en die draagt nu zulke heerlijke, zoete vruchten. Eerst is
dat nieuwe leven een verborgen leven, doch als de wijnstok in bloei raakt
dan raakt de geënte rank ook in bloei.
Zo iets moet nu ook met ons gebeuren. Nu leven wij uit de
aarde en trekken wij onze sappen uit de aarde en daarom dragen wij zulke
zure, wrange, giftige vruchten.
De hemelse landman moet komen om ons af te snijden van
onze oude stam en als Hij dat doet, dan zal dat oude leven in de hand van
Christus sterven.
Maar
dan worden wij ingeplant in Hem en dan vloeien uit Hem de levenssappen ons
toe en daardoor ontstaat in ons dan een nieuw leven. Dan is het oude leven
niet opgeknapt, doch het oude is dood en het nieuwe leven, dat in ons
wordt gevonden, is uit Hem.
 |
"En
Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer
zichzelf zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en
opgewekt is." 2Kor. 5:15
|
 |
"Zo
dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel;
het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw
geworden." 2Kor. 5:17
|
 |
"Ik ben met Christus
gekruist; en ik leef, doch
niet meer ik, maar Christus leeft in mij." Gal.
2:20
|
Van de heerlijkheid van dat leven is nu nog niet veel te
zien, doch - wacht maar - als Christus in feesttooi zal komen dan zullen
ook wij in bloei komen te staan. Als Christus geopenbaard zal worden, dan
zullen ook wij geopenbaard worden in heerlijkheid. Kol. 3:4
En wilt u nog een derde verklaring van ons tekstwoord, stel dan de hof der
opstanding eens tegenover den hof van Eden.
In het paradijs is de mens van God losgescheurd en in
Satan ingeplant. Dat bracht hem de dood, want wie scheidt van de bron des
levens, die moet sterven. Op hetzelfde ogenblik, dat de mens in zonde
viel, werd hij dan ook aan de dood onderworpen, kwam hij onder de
heerschappij des doods, werd geheel van de dood doortrokken.
Toen is Christus gekomen. Hij heeft ons uit die bodem des
doods losgescheurd. Dat leven uit Satan werd in de dood gegeven en wij
stierven aan het leven des doods.
Maar, Christus deed meer! Doordat Hij ons in Zich
inplantte vloeide ons uit Hem nu een nieuw leven toe en dat nieuwe leven
doortrekt ons nu geheel en al. Nu zijn wij niet meer aan de dood, doch aan
het leven onderworpen. Christus is nu ons leven geworden. Toen Hij uit de
dood opstond vloeide ons ook dat opstandingsleven uit Hem toe. Zeker; nu
kan dat nieuwe leven nog niet geheel openbaar worden, doch wanneer
Christus openbaar zal worden in heerlijkheid, dan zal dat nieuwe leven,
dat ons uit Hem toevloeide, ook openbaar worden in heerlijkheid.
Hebben wij nu de betekenis van onze tekst verstaan, dan
rest ons slechts een tweetal vragen:
|
1.Hebt u dat proces der inplanting in Christus reeds
ondergaan? Zijn wij reeds waarachtig één plant met Hem
geworden in de gelijkmaking Zijns doods en in de gelijkmaking
Zijner opstanding? Rom. 6:5
2.Wanneer dat is geschied, leven wij dan dat
nieuwe leven wel voldoende uit? Dat nieuwe leven mag dan al niet geheel openbaar worden
zolang Christus nog niet is wedergekomen, doch ziet de wereld er
reeds de lentebloesems van?
|
Zo ja,..
|
..dan zal de vrucht van het gevierde Paasfeest niet met de
Paasdagen vergaan, doch tot in eeuwigheid blijven en volle
luister krijgen als Jezus komt.
|
|