|
 |
In
den beginne schiep God den hemel en de aarde.
De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den
afgrond; en de Geest Gods
zweefde
op de wateren. Gen.1:1-2 |
In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Er staat niet bij vermeld
wanneer
God dat deed.
Over de tijd tussen Gods scheppingsdaad (vers 1) en de (vers 2) "nederwerping
der wereld die
van over lang was" (volgens Petrus) is heel weinig bekend. De
Bijbel pikt
het verhaal weer op in vers 3 van Genesis 1.Vanaf daar wordt verhaald over
het zeven
dagen durende herstel - de restitutie - van de door God nedergeworpen
wereld. De
rest van Gods Woord gaat over niets anders dan de "zwangerschap"
van
een oude
gevallen schepping. Deze schepping is door God Zelf hersteld met als doel
het
voortbrengen van nieuw leven in een nieuwe schepping.
Het herstel - de restitutie
- is een
volwaardig onderdeel van Gods Plan. Er ging niets fout, ook niet met de
uit
de gevallen
aarde geformeerde Adam. "En God zag dat het zeer goed was",
vertelt
Genesis over
het herstelwerk van de Schepper aller dingen. Volmaakt wordt het pas
in de nieuwe
schepping,waarvan de Heere Jezus Christus als Eersteling ons is voorgegaan.
Hij is de
tweede en de laatste Adam en Erfgenaam van de nieuwe schepping,
die compleet
zal zijn na het vergaan van de huidige herstelde schepping.
|
Deze
zeer verhelderende Bijbelstudie geeft antwoord op veel vragen
waarop gelovigen
eigenlijk
nooit een goed antwoord hebben gehad.
|
1. Inleiding
 |
In
den beginne schiep God den hemel en de aarde.
De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den
afgrond; en de Geest Gods
zweefde
op de wateren. En God
zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.Gen.1:1-3 |
Het lijken eenvoudige verzen, maar dat is schijn. Er zijn veel opvattingen
over het
ontstaan van de wereld in omloop. Het gaat in deze studie om
de
totstandkoming van de schepping, uiteraard doordat zij geschapen
werd. Er zijn
vele boeken geschreven over het ontstaan van de schepping.
Velen claimen
dat zij bewijzen hebben om hún visie te onderbouwen.
Zulke bewijzen
bestaan echter niet, tenzij men uitgaat van bepaalde
axioma's. Men
gaat ervan uit dat die axioma's wáár zijn en op grond
daarvan komt
men tot bepaalde bewijzen. Aangezien de axioma's niet
vaststaan,
staan de zogenaamde bewijzen evenmin vast.
Bij deze studie
wordt alleen
uitgegaan van de betrouwbaarheid van de Schrift, het
Woord van God.
Daarom wordt dit onderwerp vanuit "Het Woord" van God
bestudeerd.Wie
"Het Woord" van God gelooft, dient ook de dingen te geloven
die door
studie van "dát Woord" naar voren komen. Vaak leest men de
Schrift en
denkt men dat er iets staat. Wanneer men de Schrift echter
gaat
bestuderen blijkt er vaak iets anders te staan dan men aanvankelijk
meende. In dat
geval heeft men "Het Woord" van God verkeerd gelezen. De
gelovige dient
nauwkeurig acht te slaan op de woorden die God in Zijn
Woord heeft
geschreven.
|
In
deze studie zal het niet gaan over de vraag of
de
wereld geschapen werd, of door evolutie tot stand is
gekomen.
Het
gaat
hier om Bijbelstudie en dus weten wij vanuit "Het Woord" van God
dat
de
wereld niet door evolutie tot stand is gekomen.
Wie de wereld nauwkeurig
bekijkt
weet dat evolutie onzinnig is.
|
Het is een vaststaand feit dat
God in den
beginne de hemel en de aarde geschapen heeft. "Scheppen"
komt overeen
met "creëren". God was creatief bezig en Hij construeerde
de hemel en de
aarde. Hij deed dit zeer nauwkeurig.
In
den beginne schiep God de hemel en de aarde. Er staat niet bij vermeld
wanneer God
dat deed. Men zegt doorgaans dat God dit circa 7000 á
10.000 jaar geleden heeft gedaan. Degenen
die bij
Genesis 1 : 1 een datum menen te kunnen plaatsen, kunnen dat
niet bewijzen.
Het is gebaseerd op hypothesen. Als God had gewild dat
wij zouden weten wanneer het exact was, had Hij wel een nauwkeurigere beschrijving gegeven
In
Genesis 1 : 1
staat: ".In den beginne schiep God den hemel en de aarde
Het Hebreeuwse woord voor hemel ("haashamajiem")
geeft een dualis (tweevoud) aan. Het dient vertaald te worden met 'de twee hemelen'.
Samen met de aarde vormen zij de wereld (Grieks "kosmos"). De schepping bestaat dus
uit twee hemelen en de aarde. De derde hemel, de hemel der hemelen
behoort niet tot de schepping
De
derde hemel is de woonplaats van God. Daar staat Zijn troon. Genesis
1 geeft geen
verslag van de schepping van hemel en aarde. Genesis 1 : 1
maakt melding
van de schepping van hemelen en aarde. In de rest van
Genesis 1
wordt het woord "scheppen" weliswaar gebruikt, maar nooit in
verband met de
hemelen of de aarde. Het wordt alleen gebruikt met
betrekking tot
zielen (levende wezens).
|
Het
is een wijdverbreid misverstand
dat
God de hemel en de aarde in zeven dagen geschapen zou hebben.
Dat staat nergens in de Bijbel! |
In de Bijbel
worden verschillende begrippen gebruikt, die ook verschillende
zaken
aangeven.
(Hebreeuws:
"baara"
"maken" (Hebreeuws:
"aasah")
en "formeren" (Hebreeuws:"jaatsar")
Deze drie begrippen hebben een een verschillende betekenis. Alledrie de begrippen worden in Genesis1 gebruikt maar
"scheppen" wordt alleen gebruikt voor het tot stand komen
van hemel en aarde in Genesis 1 : 1. Verder wordt het begrip "scheppen" alleen nog gebruikt voor het tot stand komen van levende zielen.
Gen.1:21-27. Er wordt er niet over "scheppen" gesproken, maar slechts over "maken" en "formeren". Deze studie wil aantonen dat de door God in
Genesis 1 : 1
geschapen hemelen en aarde vervolgens woest en ledig werden,
waarna God in
zeven dagen hemelen en aarde herstelde. Deze visie
wordt "de
restitutie-theorie" genoemd.
Restitutie betekent herstellen. In
de zeven dagen
van Genesis 1 is geen sprake van het tot stand komen van
de schepping.
Er is slechts sprake van een herstel van de voordien gevallen
schepping. Er
is dus sprake van een restitutie. Deze leer/theorie is al
zeer oud. De
Bijbel leert het herstel van een gevallen wereld. De huidige
mensheid leeft
in die herstelde gevallen wereld. "Herstel" geeft niet aan dat
het volmaakt is, want dat is niet het geval. De gevallen wereld is
zodanig
hersteld dat zij aan het doel van God beantwoordt.
Het is nuttig
om de grote lijnen in de Schrift te bestuderen. Die grote lijnen
verklaren ons
waartoe de dingen zijn zoals zij zijn. Dit geldt niet
alleen voor
het tot stand komen van de wereld, maar bijvoorbeeld ook
voor de vorm
van de wereld
(1)
.
Wanneer men de Schrift op de juiste wijze bestudeert, komt men tot grote lijnen die alle dingen verklaren. Door de juiste bestudering van
de Schrift krijgt God de juiste plaats; niet alleen in het leven van de
gelovige die
het Woord van God bestudeert, maar ook binnen de schepping
zelf.
Bijbelstudie dient te leiden tot een algemeen inzicht in de schepping,
waardoor
men de dingen ziet zoals ze zijn. Daardoor krijgt men inzicht in
de
reden waarom de dingen zijn zoals ze zijn.Dat is de hoogste kennis die
de
mens zich kan verwerven, want God drukt Zichzelf in de schepping
uit.
Door een juiste bestudering van de schepping komt men tevens tot
kennis
van God. De wetenschap is erop gericht om de dingen te verklaren. Men
is daartoe echter niet in staat, omdat men zich verliest in allerlei details
en bovendien, omdat men zich niet tot God richt Die de
Wijsheid
is en geeft.
|
|
(1)
Voor meer informatie hierover kunt u
de gratis bijbelstudies op Mp3: "C003 Model der schepping"
bestellen.
Zie
hiervoor onze
Mp3 pagina |
2. Grondlegging en nederwerping
Deze studie gaat uit van "Het Woord" van God. De Bijbel zal geopend worden
om
te zien wat het Woord over het tot stand komen van de wereld
te
zeggen heeft. Daartoe beginnen wij in het Nieuwe Testament. Juist
het
Nieuwe Testament verklaart ons waartoe alle dingen zijn en waar
het
allemaal toe leidt. In het Nieuwe Testament worden twee uitdrukkingen
gebruikt
die door de vertalers zijn opgevat als sprekend over de
oorsprong
van deze wereld. Het zijn twee totaal verschillende woorden,
namelijk:
"themelio'o" (themeliow) en "kataballo" (kataballw).
 |
"En er is slagregen
nedergevallen, en de waterstromen zijn
gekomen,
en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen
hetzelve
huis aangevallen, en het is niet gevallen, want
het
was op de steenrots gegrond".
Matth.7:25
|
Het
woord "gronden" is de vertaling van het Griekse woord "themelio'o".
Gewoonlijk
wordt het met "funderen" (het fundament leggen) vertaald.
Als
een huis gebouwd wordt, dan moet er eerst een fundament gelegd
worden.
Dit huis heeft de steenrots als fundament. Het is gefundeerd op de
steenrots. Het woord "themelio'o" heeft met funderen te maken.
 |
"Een ieder, die tot Mij komt, en Mijn woorden hoort, en
dezelve
doet, Ik zal u tonen, wien hij gelijk is.
Hij is gelijk een mens, die een huis bouwde, en groef, en
verdiepte,
en leide het fondament op een steenrots; als nu
de
hoge vloed kwam, zo sloeg de waterstroom tegen dat
huis
aan, en kon het niet bewegen; want het was op de
steenrots
gegrond.
Maar die ze gehoord, en niet gedaan zal hebben, is gelijk
een
mens, die een huis bouwde op de aarde zonder fondament;
tegen
hetwelk de waterstroom aansloeg, en het
viel
terstond, en de val van datzelve huis was groot.".
Luk.
6 : 47-49
|
"Themelio'o"
is hier met "het fundament leggen" vertaald (vers
48). In
Lukas
6 :49 is het zelfstandig naamwoord "themelios" gebruikt.
 |
"En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en
de
hemelen zijn werken Uwer handen;.." Hebr.
1 : 10
|
"Themelio'o"
is hier met "gronden" vertaald. Wanneer men het consequent
had
vertaald, had men het hier met "funderen" vertaald. De aarde
werd
"in den beginne" gefundeerd. Het fundament van de aarde werd in
den
beginne gelegd. Hebreeën 1 : 10 verwijst dus naar Genesis 1 : 1. Het is
aangehaald
uit Psalmen 102 : 26. De aarde staat op een fundament en
staat
daarom onbeweeglijk vast. Dit werkwoord "themelio'o" wordt
gebruikt
in verband met de schepping van de twee hemelen en de aarde
uit
Genesis 1 : 1. Het leggen van het fundament in den beginne komt dus
overeen
met het scheppen van de hemelen en de aarde in den beginne.
Het
tweede woord, "kataballo" of "katabolè ,
wordt
in de Statenvertaling vertaald met "grondlegging". Het komt de
eerste
keer voor in Matthéüs 13 : 35.
 |
"Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door
gelijkenissen,
en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet.
Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den
profeet,
zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen;
Ik
zal voortbrengen dingen, die verborgen
waren
van de grondlegging der wereld." Matth.
13 : 34-35
|
Hier
staat niet "themelio'o", maar "katabolè". Wat
betekent dit woord?
In
het woordenboek wordt het doorgaans opgevat als "het leggen
van
een fundament". Dit is onjuist, want het Griekse woord daarvoor is
"themelio'o".
In het Nieuwe Testament blijkt dit Griekse woord elf maal
voor
te komen. In bijna alle gevallen wordt dit woord in verband met de
wereld
genoemd. In enkele verzen wordt het niet in verband met de
wereld
gebruikt en uit die verzen is op te maken wat het woord feitelijk betekent.
"Kataballo"
is opgebouwd uit twee woorden. "Kata" is een voorzetsel dat
"neder"
of "naar beneden" betekent. Het geeft een richting aan. "Ballo"
betekent
"werpen" (vergelijk ons woord "ballen"). Letterlijk
vertaald betekent
het
dus "nederwerpen". Het gebeurt met geweld.We bekijken eerst
de
teksten waar het niet in verband met de wereld wordt gebruikt.
 |
"Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de
uitnemendheid
der kracht zij van God, en niet uit ons;
Als die in alles verdrukt worden, doch niet benauwd;
twijfelmoedig,
doch niet mismoedig;
Vervolgd, doch niet daarin verlaten; nedergeworpen,
doch
niet verdorven;..." 2Kor. 4 : 7-9
|
De
schat in een aarden vat wil zeggen: het nieuwe leven in een oude
lichaam.
De gelovige wordt verdrukt, maar hij heeft het nieuwe leven van
Christus
in zich, waardoor hij niet benauwd wordt. Het ontbreekt hem
wel
eens aan voldoende moed, maar hij verliest de moed niet. Hij wordt
wel
eens vervolgd, maar hij is daarbij niet verlaten, omdat hij altijd die
schat
in zijn aarden vat heeft: Christus in hem, de hoop der heerlijkheid.Kol.1:27
Hij wordt wel eens nedergeworpen (Grieks: kataballo),
maar
niet verdorven (= vernietigd, vergaan). Hier is het werkwoord
"kataballo"
letterlijk vertaald. Uit het verband van deze verzen blijkt het
eveneens
goed vertaald te zijn, want het past prima binnen het betoog
van
Paulus. Het gaat over dingen die de gelovige overkomen, maar waardoor
hij
niet gebroken wordt, omdat hij een nieuwe schepping is in
Christus.
De gelovige wordt wel eens nedergeworpen, maar hij vergaat
niet,
want hij is in Christus.
Het woord kan hier onmogelijk met
"gefundeerd"
vertaald
worden, want daardoor zou het begrip een positieve betekenis
krijgen.
Alle uitspraken hebben hier een negatieve betekenis en
dat
geldt dus ook voor "kataballo". "Kataballo" en "katabolè"
hebben met
dood
en vernedering te maken. Het wijst op vervolging, verdrukking en
het
(met geweld) nedergeworpen worden. Het wijst op hetgeen een
gelovige
wordt aangedaan. Een ander voorbeeld treffen we aan in: Hebreeën
11 : 11
 |
"Door het geloof heeft ook Sara zelve kracht ontvangen,
om
zaad te geven, en boven den tijd haars ouderdoms
heeft
zij gebaard; overmits zij Hem getrouw heeft geacht,
Die
het beloofd had."
Hebr.11:11
|
"Kataballo"
is hier vertaald met "geven". Letterlijk staat er dus: "om
zaad
neder
te werpen". In de dierenwereld gebruikt men de uitdrukking wel.
Men
spreekt dan niet over "bevallen", maar over "het werpen van
jongen".
Het
wijst op hetgeen op de aarde geworpen wordt. Het werkwoord
is
hier in zijn letterlijke betekenis gebruikt.
 |
"En ik hoorde een grote stem, zeggende in den hemel: Nu
is
de zaligheid, en de kracht, en het koninkrijk geworden
onzes
Gods; en de macht van Zijn Christus; want de verklager
onzer
broederen, die hen verklaagde voor onzen
God
dag en nacht is nedergeworpen."
Openb.
12 : 10
|
Het
gaat hier over de satan die in de toekomst op de aarde zal worden
geworpen.
Het is duidelijk dat het hier niet over de fundering van de
satan
gaat. Het gaat hier namelijk niet over zijn begin, maar over zijn
vernedering.
De
satan zal in de toekomst uit de hemel op de aarde geworpen
worden.
Het gaat naar beneden. Hij wordt namelijk vanuit de hemel
op
de aarde geworpen. Het is een letterlijke nederwerping,maar ook een
geestelijke/overdrachtelijke
vernedering.
Volledigheidshalve dient opgemerkt
te
worden dat een groot aantal Griekse grondtekst-handschriften
in
plaats van kataballo het werkwoord ballo (= werpen) in Openbaring 12
:
10 vermeldt. In deze verzen werd kataballo/katabolè niet in verband met
de
schepping gebruikt. In deze verzen komt de betekenis duidelijk naar
voren.
Het gaat over een letterlijke en/of overdrachtelijke nederwerping.
In
alle andere teksten wordt het gebruikt in verband met de wereld.
 |
"Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door den
profeet,
zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen;
Ik
zal voortbrengen dingen, die verborgen
waren
van de grondlegging der wereld."
Matth.
13 : 35
|
Wanneer
wij de Bijbel op de normale wijze bestuderen zouden wij het
woord
hier eveneens met "nederwerping" dienen te vertalen. Dat is
binnen
dit
vers geen enkel probleem. Er ontstaat bovendien een uitdrukking
die
een betekenis heeft: de nederwerping der wereld. Daarvan hebben de
profeten
reeds gesproken. Het gaat hier om dingen die van de nederwerping der
wereld af verborgen waren. Door een juiste vertaling krijgt dit
vers
een totaal andere betekenis. Het gaat hier over het verborgen koninkrijk
der
hemelen. Het gaat om gelijkenissen en dus gaat het om verborgenheden.
De
dingen waren verborgen vanaf (sinds) de nederwerping
der
wereld. Het gaat niet om de schepping van de wereld, maar om
de
nederwerping der wereld. Vóór de schepping der wereld was nog niet
bekend
dat de schepping zou vallen en verzoend moest worden. Zou dit
wel
bekend zijn geweest, dan zou de schepping nooit geschapen zijn.
God
had de zaken bepaald van de nederwerping van de wereld. De schepping
was
reeds geschapen.Vóór de nederwerping van de wereld had God
reeds
dingen bepaald die vanaf de nederwerping der wereld door Hem
verborgen
werden gehouden. De verborgenheden werden door Paulus
geopenbaard,
maar God had ze reeds bepaald van vóór de nederwerping
der
wereld.
De
val van de wereld is iets anders dan de nederwerping van de wereld.
Een
val is onvoorzien en gebeurt onverwacht. De nederwerping was geen
toeval.
God heeft dat planmatig gedaan. Het werd nauwgezet uitgevoerd;
met
geweld. Het gebeurde volledig in overeenstemming met Gods
plan.
De wereld werd nedergeworpen vanwege de zonde die haar intrede
gedaan
had in die wereld. God veroordeelde die wereld (= wierp haar
neder).
Vóór Hij dat deed, had Hij Zijn verlossingsplan voor die wereld
klaar.
Dit principe is eveneens op de individuele mens van toepassing. De
mens
viel in zonde. Vervolgens wierp God hem neder. God veroordeelde
de
mens en gaf hem aan de dood over. De Here Jezus Christus gaf Zijn
leven
voor de schepping. Eén stierf voor allen en daarom zijn allen gestorven.
2Korinthe 5:15. Dit impliceert dat de gehele mensheid dood is voor
God.
De gehele wereld (niet alleen de mensheid!) is nedergeworpen. Die
nederwerping
maakt echter deel uit van Zijn verlossingsplan.
Wie gestorven
is,
is verlost van de zonde Romeinen 6:7. Men zal moeten sterven
om
nieuw leven te kunnen ontvangen (= voor God gerechtvaardigd te
worden).
De dood is dus een onderdeel van Gods verlossingswerk.
De
nederwerping der wereld maakt deel uit van het verlossingsplan van
God.
Dit betekent dat het plan van God vóór die nederwerping reeds
bekend
was. God handelde later in verband met de mens op precies
dezelfde
wijze. God vernietigt het oude als onderdeel van Zijn verlossingsplan.
God
neemt het oude (= het eerste) weg om het nieuwe (= het
tweede)
te stellen. Hebreeën 10:9
God heeft bijvoorbeeld de tabernakel
laten
maken en Hij heeft vervolgens Zelf het voorhangsel gescheurd.
Daartoe
was het feitelijk ook gemaakt. Dit geldt eveneens voor de huidige
schepping.
Deze schepping zal weggenomen worden.
 |
"Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen, die tot Zijn
rechterhand
zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders!
beërft
dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging
der
wereld.
"
Matth.25:34
|
Ook
hier staat in het Grieks "katabolè".Voordat God in de gang van
zaken
in
de wereld ingreep, die begon met de veroordeling van de toenmalige
wereld,
stond Zijn plan reeds vast. Het aardse koninkrijk wordt pas in de
toekomst
openbaar, maar God had het reeds bepaald sinds de nederwerping
der
wereld. Op het moment dat de aarde en de hemelen werden
nedergeworpen,
stond al vast dat Zijn Koninkrijk zou komen. Bij het uitspreken
van
het oordeel stond de zegen reeds vast. Bij de vernedering
stond
de verhoging die daarop zou volgen reeds vast.
De Here Jezus vernederde
Zich
tot de uiterste maat, maar Hij werd vervolgens ook uitermate
verhoogd Filippenzen 2 : 5-11. Dit principe is op de Here Jezus van
toepassing,maar
ook op de gelovigen van de Gemeente, Israël en ook op
de
schepping.
 |
"Opdat van dit geslacht afgeëist worde het bloed van al
de
profeten, dat vergoten is van de grondlegging der
wereld
af.
"
Luk.
11 : 50
|
Het
gaat hier om het bloed dat sinds de nederwerping van de wereld vergoten
is.
 |
"Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij
Mij
gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen,
die
Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij
liefgehad,
vóór de grondlegging der wereld.
"
Joh.
17 : 24
|
Het
verlossingswerk van de Heer wordt ook hier weer in verband gebracht
met
de nederwerping der wereld. Voordat God had Zijn verlossingswerk
reeds
klaar voordat Hij hemelen en aarde nederwierp. Zijn
Zoon
stelde Zich beschikbaar om Zijn verlossingswerk te doen.
 |
"Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging
der
wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk
zijn
voor Hem in de liefde;"
Éfeze
1:4
|
God
heeft de gelovigen van de Gemeente reeds uitverkoren vóór de
nederwerping
der wereld. Het gehele verlossingsplan van God stond al
vast
vóór het eerste oordeel over de schepping werd uitgesproken en
werd
voltrokken.
 |
"Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust, gelijk Hij
gezegd
heeft: Zo heb Ik dan gezworen in Mijn toorn:
Indien
zij zullen ingaan in Mijn rust! hoewel Zijn
werken
van
de grondlegging der wereld af al volbracht waren."
Hebr.
4 : 3
|
De
werken van God waren van de nederwerping der wereld af al volbracht.
Dit
betekent dat ze toen reeds vaststonden. De plannen van die
werken
stonden vast.
 |
"(Anders had Hij dikwijls moeten lijden van de grondlegging
der
wereld af) maar nu is Hij eenmaal in de voleinding
der
eeuwen geopenbaard, om de zonde te niet te
doen,
door Zijnszelfs offerande.
"
Hebr.9:26
|
Het
offer van Christus is éénmalig, omdat het volmaakt is. Als het niet
volmaakt
zou zijn, zou Hij Zichzelf vele malen hebben moeten offeren
(vers
25). In dat geval zou Hij dikwijls hebben moeten lijden sinds de
nederwerping
van de wereld. De oudtestamentische offers waren niet
volmaakt
en moesten daarom vele malen herhaald worden. Christus is
een
volmaakte Hogepriester. Hij bracht een volmaakt offer. Daarom hoeft
het
niet herhaald te worden.Vóór de nederwerping was er geen zonde in
de
wereld en daarom was er toen geen offer nodig.
Zondeval en verlossing
Door de komst van de zonde in de wereld werd die wereld nedergeworpen.
Sinds
die tijd was er behoefte aan verlossing. Die verlossing is eenmalig
tot
stand gebracht door de Here Jezus Christus. Daarom is Zijn
offer
het noodzakelijke gevolg van de nederwerping van de wereld (niet
van
de mens,maar van de wereld). Men benadrukt vaak de zondeval van
de
mens en geeft daaraan eigenlijk heel veel "eer". Men zegt
doorgaans,
dat
de val van de mens zo groot was dat daardoor de gehele schepping
gevallen
is. Dit is een hoogmoedige gedachte. De mens zou één zondige
daad
hebben gedaan ten gevolge waarvan de gehele schepping zou zijn
veranderd.
Dit is onzinnig.
De constatering door de mens dat de gehele
schepping
in zonde gevallen is, is wel juist. De Bijbel leert echter niet dat
die
zondige schepping het resultaat is van de zondeval van de mens. De
mens
gaat ervan uit dat de schepping zondig geworden is door de val van
de
mens. In het koninkrijk zal de leeuw stro eten als het rund. Hieruit
dient
geconcludeerd te worden dat de leeuw in de oerschepping eveneens
stro at, maar dat hij een roofdier is geworden doordat Adam en Eva
van
de verkeerde boom aten. Dit wordt zo geleerd, hoewel niet iedereen
het
hardop durft te verkondigen.
De gehele schepping zou veranderd zijn
vanwege
de mens die zondigde. Men constateert terecht dat de gehele
schepping
in de zonde ligt, maar de oorzaak daarvan zoekt men ten
onrechte
in de zondeval van de mens. Dit is de enige oorzaak die men kan
aanwijzen,
omdat men ervan uitgaat dat de schepping in zeven dagen
volmaakt
geschapen werd. Het enige dat vervolgens fout ging, was de
zondeval
van Adam en Eva. De schepping ligt inderdaad in de macht van
de
zonde. Dat komt niet door de zondeval van de mens. De oorzaak is in
Genesis
1 te vinden,want dáár staan de gebeurtenissen in de juiste volgorde
vermeld.
De uitdrukking "katabolè" wordt steeds gebruikt in verband
met
de wereld. Tegelijkertijd wordt daarbij melding gemaakt van het
verlossingsplan van God. Er wordt helemaal geen melding gemaakt
van
de zondeval van de mens. Het gaat namelijk om de nederwerping
van
de kosmos; niet om de nederwerping van de mens. Het gaat bovendien
niet
alleen over het aardrijk, maar óók over de hemelen, want de
kosmos
bestaat uit twee hemelen en de aarde.
 |
"Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of
goud,
verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u
van de
vaderen
overgeleverd is;
Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een
onbestraffelijk
en onbevlekt Lam;
Dewelke wel voorgekend is geweest vóór de grondlegging
der
wereld, maar geopenbaard is in deze laatste tijden
om
uwentwil,
"
1
Petr. 1 : 18-20
|
Ook
hier is sprake van een voorkennis van vóór de nederwerping der
wereld.
Het onbestraffelijke en onbevlekte Lam is voorgekend geweest
van
vóór de nederwerping der wereld. Het verlossingsplan stond dus
reeds
vast van vóór de nederwerping der wereld.
Hiermee wordt feitelijk
gesuggereerd
dat de nederwerping der wereld juist alles met het verlossingsplan
van
God te maken heeft.
 |
"En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden,
welker
namen niet zijn geschreven in het boek des
levens,
des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der
wereld. "
Openb.13:8
|
Vanuit
de Bijbel weten wij dat het Lam niet geslacht werd bij de nederwerping
der
wereld. Het slachten van het Lam was in Gods programma
opgenomen.
Dat was al zo bij de nederwerping der wereld.
 |
"Het beest, dat gij gezien hebt, was en is niet; en het zal
opkomen
uit den afgrond, en ten verderve gaan; en die
op
de aarde wonen, zullen verwonderd zijn (welker
namen
niet zijn geschreven in het boek des levens van de
grondlegging
der wereld), ziende het beest, dat was en
niet
is, hoewel het is."
Openb.17: 8
|
Het
verlossingswerk van God stond vast van de nederwerping der wereld
af.
Sinds die nederwerping worden er namen in het boek des levens
geschreven.
De
begrippen "themelios" en "kataballo" komen beide in
één vers voor.
 |
"Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus, laat
ons
tot de volmaaktheid voortvaren; niet wederom leggende
het
fondament van de bekering van dode werken,
en
van het geloof in God,"
Hebr.
6 : 1
|
Het
gaat hier niet om het leggen ("kataballo") van het fundament
("themelios")
van
de schepping, maar om het leggen van het fundament van
de
verlossing (het begin van de leer van Christus). Het begin van de leer
van
Christus moet hier volgens Paulus nagelaten worden, omdat hij verdergaat
met
het vervolg van die leer. De bekering van dode werken, het
geloof
in God, de leer der dopen, het opleggen van handen, de opstanding
der
doden en het eeuwig oordeel Hebr. 6 : 1, 2 zijn zaken die
allemaal
met het begin van de leer van Christus te maken hebben. Het
begin
van de leer van Christus wordt vanaf nu door Paulus nagelaten.
Dit
betekent
dat hij nalaat om dat begin van de leer van Christus te onderwijzen.
Hij
laat dat niet na omdat die eerste beginselen niet langer wáár
zouden
zijn, maar omdat er veel méér is dan die eerste beginselen. Het
Griekse
woord "kataballo", dat hier met "leggen" is vertaald,
betekent
"nederwerpen".
Er staat dus feitelijk: "niet wederom nederwerpende het
fundament
...".
Het woord "fundament" is de vertaling van het Griekse
woord
"themelios". Paulus bedoelt hiermee dat het beginsel van de leer
van
Christus niet opnieuw verworpen moet worden. Het hoort juist
geaccepteerd
te worden, zodat verdergaan tot de volmaaktheid mogelijk
wordt.
Het fundament is gelegd en men dient daarop verder te bouwen.
Men
dient niet bij het fundament te blijven stilstaan. Het fundament is
klaar
en daarop dient men verder te bouwen.
"Kataballo" en "themelios"
worden
hier naast elkaar genoemd. Uit het vers blijkt dat beide begrippen
niet
gelijk zijn.Wanneer beide begrippen op de kosmos worden toegepast,
vindt
men in Genesis 1 : 1 de fundering ("themelios") van de
hemelen
en de aarde,waarna in Genesis 1 : 2 over de nederwerping ("katabolè")
wordt
gesproken. Het fundament van de schepping is feitelijk de
aarde
zelf. "De fundamenten der aarde" kan opgevat worden als "de
fundamenten,
namelijk
de aarde".
3. In den beginne
Uit alle verzen uit Genesis 1, die tot nog toe aan de orde zijn gekomen,
blijkt
duidelijk, dat er een nederwerping van de wereld geweest is. Aangezien
de
wereld werd nedergeworpen, moet die wereld vóór die tijd
gefundeerd
zijn. In Genesis 1 : 1 werd die wereld gefundeerd (geschapen).
Daarna
werd die wereld nedergeworpen. Dat staat in Genesis 1 : 2. Dit
vers
spreekt niet over een voortzetting van het werk dat in Genesis 1 : 1
begonnen
zou zijn. De wereld was reeds in Genesis 1 : 1 voltooid.
In
Genesis
1 : 2 is sprake van een verwording van die geschapen wereld. Die
wereld
werd nedergeworpen, waardoor deze woestheid, ledigheid en
duisternis
werd.Vervolgens wordt vanaf Genesis 1 : 3 gesproken over een
herstel
van die nedergeworpen wereld. Dat herstel was nodig voor het
doel
dat God Zich gesteld had.
 |
"In den beginne schiep God den hemel en de aarde."
Gen.1: 1
|
De
inhoud van vers 1 is duidelijk genoeg. In den beginne schiep God de
hemelen
en de aarde. Er staat niet dat God in den beginne een begin
maakte
met het scheppen van de hemelen en de aarde, hoewel velen dit
vers
op deze wijze interpreteren. Als wij alléén Genesis 1 : 1 lezen, dan
wordt
ons gemeld dat in den beginne de hemelen en de aarde geschapen
werden.
Dit is een vaststaand feit dat wij verder in deze studie laten
rusten.
De Bijbel is het geïnspireerde Woord van God. In deze studie is dát
het
uitgangspunt.Wie de Bijbel niet als het geïnspireerde Woord van God
accepteert
kan deze studie beter aan de kant leggen. In den beginne
schiep
God de hemelen en de aarde. Hoe het vervolgens verder ging staat
in
het volgende vers.
Woest en ledig
 |
"De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den
afgrond;
en de Geest Gods zweefde op de wateren."
Gen.1 :2
|
We
gaan dit door velen omstreden vers nader bestuderen. In het
Hebreeuws
is het eerste woordje van dit vers "we", dat "en"
betekent. Dit
is
hét Hebreeuwse voegwoord. Feitelijk kan het met ieder Nederlands
voegwoord
worden vertaald, maar vaak dient het met "en" vertaald te
worden.
Dat is het neutrale Nederlandse voegwoord. In de Statenvertaling
heeft
men het hier met "nu" vertaald. "En" is een voegwoord.
Een
normale
zin begint niet met een voegwoord. Dit voegwoord koppelt de vorige
zin met de daarop volgende zin. Genesis 1 : 2 wordt dus direct met
Genesis
1 : 1 in verband gebracht.
Alle verzen in Genesis 1 beginnen met
het
Hebreeuwse voegwoord "we" en men heeft het bijna overal met
"en"
vertaald,
behalve in Genesis 1 : 2, 13, 16, 19, 23 en 30. Als de vertalers
consequent
hadden
vertaald, zouden zij deze verzen eveneens met "en" hebben
laten
beginnen. Het voegwoordje "en" geeft aan dat de volgende zin
een
vervolg is op het voorafgaande. Dit is een normaal taalkundig
verschijnsel.
"En"
heeft daarmee dezelfde betekenis als "daarna", dat eveneens
een
voegwoord is. Genesis 1 : 2 begint met "en", hetgeen inhoudt dat
dit
vers een vervolg is op het voorafgaande vers.
Dit geldt verder voor alle
verzen
uit Genesis 1. Bovendien bewijst de inhoud van de diverse verzen
dat
het een vervolg is op de voorafgaande verzen. De dagen worden zelfs
geteld
opdat er geen misverstand zou kunnen ontstaan. Het gaat om een
zich voortzettende reeks. Het werk van de tweede dag is geen verklaring
van
het werk van de eerste dag, maar het is er een vervolg op. Het
werk
van de eerste dag is het vervolg van hetgeen in Genesis 1 : 2 vermeld
wordt.
Genesis 1 : 2 is weer een vervolg op Genesis 1 : 1.
Hetgeen in
Genesis
1 : 2 genoemd wordt, kwam tot stand nadat God in den beginne
de
beide hemelen en de aarde geschapen had. Genesis 1 : 2 en verder
geven
dus geen beschrijving van de wijze,waarop God hemelen en aarde
schiep.
Genesis 1 : 2 en verder spreken over hetgeen met hemelen en
aarde
gebeurde, nadat God hen in Genesis 1 : 1 geschapen had.
Doorgaans
gaat men ervan uit dat Genesis 1 : 2 en verder een verklaring
is
van de wijze waarop God hemelen en aarde (uit Genesis 1 : 1) schiep. Als
dat
het geval zou zijn, dan had Genesis 1 : 2 niet met het Hebreeuwse
woordje
"we" mogen beginnen. Juist in Genesis 1 : 2 is het woordje
wegvertaald
met
"nu". Men had het vers netjes met "en" moeten laten
beginnen.
Genesis
1 : 2 begint dus met "En de aarde ...". Dit betekent dat dit
vers
het
vervolg is op het voorafgaande vers. Dit geldt overigens ook voor alle
volgende
verzen die volgens de Hebreeuwse grondtekst eveneens met
"en"
beginnen. Het volgende Hebreeuwse woord is "haa aretz".
Dit
woord is terecht vertaald met "de aarde". "Aretz"
is het normale Hebreeuwse
woord voor "aarde". Het gaat hier niet om een planeet die
"Aarde"
heet, want zoiets kent de Bijbel niet. De aarde is geen planeet,
want
zij is geen hemellichaam (2)
.
Uit
het verdere verloop van Genesis 1 blijkt namelijk dat de woestheid
en
ledigheid ook op de hemelen betrekking hadden. Doordat de
aarde
woestheid en ledigheid werd, bestonden de hemelen niet meer als
hemelen.
De hemelen kwamen later - op de tweede dag - weer tot stand
(Genesis
1 : 6-8). De aarde werd woestheid en ledigheid, maar dit had tot
gevolg
dat de hemelen niet meer bestonden.
|
|
(2)
Voor meer informatie hierover kunt u
de gratis
bijbelstudies op Mp3:"C003 Model der schepping" bestellen.
Zie
hiervoor onze
Mp3 pagina |
Het
volgende Hebreeuwse woord is "haajethaah".
Dit woord is
hier
vertaald met "was". Het woord "was" is een vorm van
het werkwoord
"zijn".
In de oude talen en ook in sommige moderne talen bestaan geen
verschillende
woorden voor "zijn" en "worden". Het is feitelijk
hetzelfde.
Al
wat is, dat is geworden. Al wat bestaat, is tot stand gekomen. Daarom
is
het niet nodig om er twee verschillende woorden voor te hebben. In
het
Engels bestaat er geen verschil tussen "zijn" en
"worden" (to be). Of
wij
het met "zijn" of "worden" vertalen hangt van de
zinsbouw en/of de
context
af.
Dit principe geldt ook voor het Hebreeuws en Grieks van de
Bijbel.
In het Nederlands bestaan twee verschillende woorden, waaruit
bij
het vertalen gekozen moet worden. In het Engels bestaat dat probleem
niet.
In het Nederlands maakt het feitelijk niet uit met welk woord
het
vertaald wordt, want de betekenis blijkt uit de context. Hieruit blijkt
dat
het geen taalkundig probleem is, maar een theologisch. Uit de context
blijkt
dat God de aarde in den beginne schiep. Hij schiep haar niet
woest
en ledig. In Genesis 1 : 2 is sprake van een aarde die "woestheid en
ledigheid"
was.
Volgens het woordje "en" aan het begin van vers 2
gebeurde
dat nadat God de hemelen en de aarde geschapen had. Dit betekent
dat hemelen en aarde niet woest en ledig geschapen zijn, maar
dat
zij dat geworden zijn. De aarde werd dus woest en ledig. De vertaling
behoort
te zijn: "En de aarde werd ...".
Mensen
die Hebreeuws hebben gestudeerd, zeggen dat "haajetjaah"
altijd
met "zijn" moet worden vertaald en nooit met
"worden".Wij gaan
echter
niet uit van afspraken die mensen onderling hebben gemaakt. Wij
gaan
uit van de Bijbel, "Het Woord" van God. Het gaat erom op welke wijze
een
woord in de Bijbel gebruikt wordt. Hoewel men leert dat "haajethaah"
uitsluitend
met "zijn" kan worden vertaald, blijkt uit de Bijbel dat
dit
onjuist is. De enig juiste wijze om de betekenis van een woord te leren
kennen,
is door het in de Bijbel op te zoeken. Deze manier hanteren we
dus
ook ten aanzien van het woord "haajethaah".
 |
"Voorts noemde Adam den naam zijner vrouw
Heva,
omdat
zij een moeder aller levenden is.
"
Gen.3:20
|
Hier
is "haajethaah" met "is" vertaald. Hoe wist Adam dat
Eva de moeder
van
alle levenden is? Er was immers nog niemand geboren! Op dit moment
waren
er slechts twee mensen, namelijk Adam en Eva. Van geen
van
beide was Eva de moeder. Dit vers betekent dus dat Eva nog de moeder
van
alle levenden zou/moest worden. Op die wijze had het vertaald dienen
te worden. Het slaat op iets dat later pas zou gebeuren en daarom
dient
het met "worden" vertaald te worden.
In Genesis 1 : 2 staat
precies
dezelfde
werkwoordsvorm. Het gaat daar om iets dat later pas
gebeurde
en het kan daarom prima met "worden" vertaald worden.
 |
"Mijn boog heb Ik gegeven in de wolken; die zal zijn tot
een
teken des verbonds tussen Mij en tussen de aarde."
Gen.9:13
|
Hier
is "haajethaah" met "zal zijn" vertaald. De boog die
God in de wolken
zou
geven,was nog niet het teken van het verbond, maar hij werd het. In
Genesis
9 : 16 is het woord eveneens met "zal zijn" vertaald.
 |
"Zo lachte Sara bij
zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben,
nadat
ik oud geworden ben, en mijn heer oud is?"
Gen.18:12
|
Hier
is door de vertalers eveneens het werkwoord "worden" gebruikt.
 |
"Jozef dan stelde ditzelve in tot een wet, tot dezen dag, over
het
land van Egypte, dat Farao het vijfde deel zou hebben;
behalve
dat alleen het land der priesteren van Farao niet
werd."
Gen.47:26
|
"Haajethaah"
is op deze plaats met "werd" vertaald. "Haajethaah"
kan
dus
met "werd" vertaald worden. De vertalers hebben dat hier gedaan,
waaruit
volgt dat het in Genesis 1 : 2 eveneens met "werd" vertaald mag
worden.
Vanwege de context wordt Genesis 1 : 2 vertaald met "En de
aarde
werd ...".
Vervolgens
staat in Genesis 1 : 2 wat de aarde werd. In het Hebreeuws
staat
"thoohoe waaboohoe wechooshèg". "Thoohoe"
is
vertaald met "woest". Het betekent "woestheid". "Boohoe"
is vertaald
met
"ledig". Het betekent "ledigheid". "Waa" is
gelijk aan "we". Het wijst
het
voegwoordje "en". "Chooshèg" is vertaald met
"duisternis". Er wordt
dus
van de aarde gezeg dat zij woestheid en ledigheid en duisternis
werd.
De aarde was dat aanvankelijk niet,maar zij is dat later geworden.
Omdat
het een tegenstelling vormt met Genesis 1 : 1, kan het woordje
"we"
aan het begin van Genesis 1 : 2 ook met "maar" vertaald worden.
Zo
is
het bijvoorbeeld in Genesis 2 : 6 vertaald. Genesis 2 : 6 begint ook met
"we",
maar de vertalers hebben het daar vanwege de contextmet "maar"
vertaald.
Genesis 1 : 2 geeft drie zelfstandige naamwoorden die door het woordje
"we" (= en) aan elkaar zijn verbonden. De aarde werd woestheid
en
ledigheid en duisternis. De uitdrukking "thoohoe waaboohoe"
wordt
meestal
als een staande uitdrukking opgevat.Die uitdrukking komt vaker
in
de Bijbel voor.
 |
"Maar de roerdomp en de nachtuil zullen het erfelijk
bezitten,
en de schuifuit, en de raaf zal daarin wonen;
want
Hij zal een richtsnoer der woestigheid over hen
trekken,
en een richtlood der ledigheid."
Jes.
34 : 11
|
In
Jesaja 34 staat het oordeel beschreven dat over Edom zal komen. Jesaja
34
kan daarom naast de profetie van Obadja worden gelegd. "Thoohoe"
is
hier vertaald met "woestigheid" en "boohoe" is met
"ledigheid" vertaald.
Beide
woorden worden in verband met een meetwerktuig
genoemd.
Een richtsnoer is een touwtje dat tussen twee punten wordt
gespannen.
Een richtlood is eveneens een touwtje, dat op één plaats
wordt
vastgemaakt. Aan het andere einde van het touwtje wordt een
stukje
lood bevestigd. Deze meetwerktuigen worden genoemd in verband
met
een bepaalde constructie. Hier worden woestheid en ledigheid
aan
de hand van een bestek geconstrueerd. God doet dat Zelf.
Wie de
woestheid
en ledigheid in Genesis 1 : 2 geconstrueerd heeft, staat er niet
bij,
maar hier in Jesaja 34 : 11 blijkt God dat te doen. De woestheid en ledigheid
worden in het vervolg van Jesaja 34 verklaard. Er blijkt geen
menselijk
leven meer aanwezig te zijn. Alles is woestheid en ledigheid
geworden.
"Ledigheid" geeft hier aan dat het menselijk leven verdwenen
is.
Edom was eerst vol met leven, maar dat leven is verdwenen. Er woonden
mensen,
maar Edom is ledigheid geworden. De mensen zijn verdwenen,
want
God heeft geoordeeld.
Uit de profetie van Obadja blijkt eveneens
dat
in Edom alle menselijk leven zal worden uitgeroeid Obadja 1:9,18.
Dit gebeurt bij de aanvang van de Dag des Heren.
 |
"Zekerlijk, Mijn volk is dwaas, Mij kennen zij niet; het zijn
zotte
kinderen, en zij zijn niet verstandig; wijs zijn zij om
kwaad
te doen, maar goed te doen weten zij niet.
Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook
naar
den hemel, en zijn licht was er niet.
Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen
schudden.
Ik zag, en ziet, er was geen mens; en alle vogelen des
hemels
waren weggevlogen.
Ik zag, en ziet, het vruchtbare land was een woestijn, en
al
zijn steden waren afgebroken, vanwege den HEERE,
vanwege
de hittigheid Zijns toorns.
."
Jer.34 :22-26
|
Hier
gaat het niet over het oordeel over Edom (= Ezau), maar over het
oordeel
over Jakob. Van het land wordt gezegd dat het "thoohoe
waaboohoe"
(= woestheid en ledigheid) was. Hier staat dezelfde uitdrukking
als
in Genesis 1 : 2. Tegelijkertijd wordt er gezegd dat de hemel zijn
licht
niet had (= er was duisternis). De woestheid en ledigheid van het
land
heeft dus ook een uitwerking in de hemel. Ook hier blijkt dat er geen
leven
aanwezig was (vers 25). "Ledigheid" geeft ook hier aan dat er
geen
leven
(meer) aanwezig is.(3)
Het
vruchtbare land was veranderd in
een
woestijn en alle steden waren afgebroken (vers 26). Er staat niet dat
de
steden verwoest waren. De steden waren afgebroken; steen voor
steen.
Het oordeel (de toorn) van de Heer komt met grote nauwkeurigheid.
Het
gebeurt volgens Gods plannen.
De
profetieën die op Israël van toepassing zijn, zijn eveneens op de
overige
volkeren
van toepassing. De andere volkeren worden door God op
dezelfde
wijze behandeld als Israël. Israël is het voorbeeld. Hier wordt de
woestheid
en ledigheid over Israël geprofeteerd, maar later wordt het
eveneens
op Edom toegepast. Ze vallen onder hetzelfde oordeel. Het oordeel komt
vanwege de Heer en Zijn hittige toorn (vers 26). De Heer wil
dingen
opbouwen, maar daarvoor is het noodzakelijk dat er eerst afbraak
plaatsvindt.
De mens wil eventueel wel een bepaalde opbouw, maar
geen
afbraak; hooguit een "verbouwing". De Heer breekt alles eerst
helemaal
af
en begint daarna opnieuw.
|
|
(3)
Het
gaat bij het
Hebreeuws
altijd om het
Woord
van God, want dat
is
de enige plaats waar
Hebreeuws
voorkomt. Hebreeuws
dat elders voorkomt,
is
van de Bijbel afgeleid.
Daarom
dient een
woord
altijd binnen de
context
van het Woord van
God
te worden bestudeerd,
want
dáár krijgt een woord
zijn
betekenis. |
Bij Zijn wederkomst zal de Heer Israël
uit
het land verdrijven om haar vervolgens Zelf in het land te brengen.
Eerst
moet de Joodse staat volledig sterven, waarna de Joodse staat
onder
aanvoering van de Heer Zelf opnieuw tot leven zal komen. De weg
van
afbraak en opbouw komt overeen met de weg van dood en opstanding.
Die
weg is de Heer Zelf gegaan. Diezelfde weg gaat een ieder die tot
geloof
komt. De oude mens wordt afgelegd en men ontvangt nieuw
leven.
Men wordt een nieuwe schepping in Christus. Deze weg zal Israël
ook
gaan. De gehele schepping zal uiteindelijk die weg gaan. Dit zijn de
enige
plaatsen in de Bijbel waar woestheid en ledigheid tegelijkertijd
worden
genoemd.
| Woestheid
en ledigheid zijn een resultaat van de toorn van God over de
zonde.God
construeert die woestheid en ledigheid. Het betekent dat het
leven
verdwijnt. Alles wordt verwoest, maar tevens is het leven eruit
geweken. (4)
In Genesis 1 : 2 wordt niet vermeld wat
woestheid en
ledigheid
inhouden. Daarom hebben wij de andere Schriftplaatsen opgezocht
waar
beide woorden eveneens voorkomen. Uit die teksten blijkt de
betekenis.
In Genesis 1 : 2 hebben woestheid en ledigheid dus dezelfde
betekenis
als in Jesaja 34 : 11 en Jeremía 4 : 23. Dit is de enige manier waarop
de
Bijbel op een juiste manier bestudeerd kan worden. Op twee plaatsen
wordt
dezelfde uitleg gegeven. De enige andere plaats waar beide
begrippen
vermeld worden, heeft dan eveneens die betekenis.
|
|
(4)
Een
lijst met Schriftplaatsen
met
de woorden
"thoohoe"
en "boohoe", is
te
vinden in
bijlage
1 |
Uit
het voorgaande kan het volgende worden geconcludeerd: De aarde
kwam
in Genesis 1 : 2 onder de hittigheid van de toorn van God, hetgeen
woestheid
en ledigheid tot gevolg had. Dat het begrip "ledigheid" vermeld
wordt,
geeft aan dat het niet alleen om dingen ging, maar tevens
om leven. Dat wordt in Jesaja 34 : 11 en Jeremía 4 : 23 bevestigd. Dat
oordeel was
het gevolg van de zonde die toen op aarde was. Dit betekent,
dat
er in ieder geval leven op aarde was in de tijd van Genesis 1 : 1. Dat
leven
droeg verantwoordelijkheid, hetgeen inhoudt dat het om intelligent
leven
ging. Er leefden wezens die verantwoording schuldig waren
aan
de Heer. Zij kwamen onder de toorn van de Heer, omdat zij tegen
Hem
zondigden.
Er
is nog één Schriftplaats die genoemd moet worden, omdat daar het
begrip
"thoohoe" voorkomt:
 |
"Maar Israël wordt verlost door den HEERE, met
een eeuwige
verlossing;
gijlieden zult niet beschaamd noch tot
schande
worden, tot in alle eeuwigheden.
Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen
heeft,
Die God, Die de aarde geformeerd, en Die ze
gemaakt
heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet
geschapen,
dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd,
opdat
men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE,
en
niemand meer."
Jes.45:17-18
|
In
Jesaja 45 : 18 staat het woord "thoohoe". Men heeft het vertaald
met
"dat
zij ledig zou zijn". Er staat dus feitelijk: "... Hij heeft haar
niet geschapen
als
woestheid, ...". De vertalers hebben het anders vertaald,omdat zij
geloofden
dat God de aarde wél als woestheid had geschapen. Zij geloofden
dat
de aarde woest en ledig werd geschapen, waarna de Heer in zeven
dagen orde op zaken heeft gesteld. Daarom heeft men iets anders
vertaald
dan er in het Hebreeuws staat. Genesis 1 : 2 zegt dat de aarde
een
woestheid was, hetgeen betekent dat de aarde een woestheid
geworden
moet zijn,want God heeft haar niet als woestheid geschapen.
God
heeft haar geformeerd, opdat men daarin wonen zou. Feitelijk staat
er
in het Hebreeuws dat God haar bewoond heeft geformeerd.
De aarde
was
geen woestheid, maar zij was bewoond (= niet ledig). Ook het woord
"woestheid"
geeft dus aan dat er geen leven aanwezig was. De aarde
werd
woestheid en ledigheid, maar voordien was er leven aanwezig. De
aarde
is bewoond geschapen, hetgeen inhoudt dat zij daarna woestheid
en
ledigheid geworden moet zijn. De vertalers hebben Jesaja 45 : 18 heel
goed
begrepen, maar zij hebben dat niet willen geloven en daarom hebben
zij
de inhoud van dit vers wegvertaald.
De
aarde werd woestheid en ledigheid door de nederwerping der wereld.
Het
proces waarbij de aarde woestheid en ledigheid werd, heet in het
Nieuwe
Testament "de nederwerping (katabolè) van de wereld (kosmos)".
Dat
gebeurde nauwkeurig met behulp van een richtsnoer en een
paslood.
Het was een nauwgezet geconstrueerde ruïne geworden,waaruit
alle
leven geweken was. Bij de schepping (fundering; themelios) was
dat
niet zo, maar het is zo geworden door de nederwerping van de
wereld.
Er
worden in Genesis 1 : 2 dus drie zaken genoemd: woestheid en ledigheid
en
duisternis. In de Statenvertaling wordt gesuggereerd, alsof het
om
twee zaken gaat. Dit is onjuist.Woestheid en ledigheid geven aan,
dat
er geen leven meer in aanwezig is. "Duisternis" geeft dit
eveneens
aan.
Het licht is namelijk verdwenen en licht komt overeen met
"leven" Joh.1: 4, 5, 9; Joh.3 : 19; Joh.8 :
12. Duisternis komt overeen met
"dood"; het
leven
is eruit verdwenen. Er staan drie zelfstandige naamwoorden, die
als
synoniemen dienen te worden opgevat.
De afgrond
De volgende uitdrukking in Genesis 1 : 2 is "al peneej thehoom",
hetgeen vertaald is met "was op de afgrond". Het woordje
"was"
staat
er in het Hebreeuws niet en kan dus gewoon weggelaten worden.
Het
Hebreeuwse woordje "al" is terecht met "op" vertaald. Het kan
echter
ook met "wegens" of "vanwege" vertaald worden. In het
Nederlands
heeft "op" diezelfde betekenis. In de zin: "Op het
fluitsignaal
verlieten
alle spelers het veld" is het duidelijk dat de spelers niet op het
fluitje
gingen staan, noch op het fluitsignaal. Het betekent dat de spelers
naar
aanleiding van (= vanwege) het fluitsignaal het veld verlieten. In het
Hebreeuws
heeft dit woordje dezelfde betekenis. Er staat dus: "En de
aarde
werd woestheid en ledigheid en duisternis vanwege ...".
"Al" betekent
normaal "op", "boven", "over", maar kan ook
vertaald worden
met
dat, om, omdat. Deze woorden geven een reden aan. Enkele voorbeelden:
 |
"En hij noemde den naam dier plaats Massa en
Meriba, om
den
twist der kinderen Israëls, en omdat zij den HEERE verzocht
hadden, zeggende: Is de HEERE in het midden
van
ons, of niet?"
Ex.17:7
|
 |
"En Ik zal Mijn oordelen tegen hen uitspreken over al hun
boosheid;
dat zij Mij verlaten hebben, en anderen goden
gerookt,
en zich gebogen hebben voor de werken hunner
handen.
"
Jer.
1 : 16
|
 |
"Zo ontstak de toorn van
Elihu, den zoon van Baracheël,
den Buziet, van het geslacht van Ram; tegen Job werd zijn
toorn
ontstoken, omdat hij zijn ziel meer rechtvaardigde
dan
God."
Job
32 : 2
|
"Omdat"
(= vanwege het feit dat) geeft de reden aan waardoor de aarde
woestheid
en ledigheid en duisternis werd. God schiep de hemelen en de
aarde,
die vervolgens woestheid en ledigheid en duisternis werden. Het
eerste
wat wij dan willen weten, is waarom dat gebeurd is. De oorzaak
staat
er direct achter: vanwege het verschijnen van de afgrond. In het Hebreeuws
staat "peneej", dat "gezicht", "gelaat" (=
de buitenkant van
iets)
betekent. In de Statenvertaling wordt het doorgaans met
"aangezicht"
vertaald.
Het woord staat niet alleen voor het gezicht, maar tevens
voor
de buitenkant der dingen; de uiterlijke verschijning der dingen. Als
wij
over "aangezichtskaarten" (ansichtkaarten) spreken, kan er van
alles
op
zo'n kaart staan, maar geen gezichten. Er kunnen landschappen, huizen,
enzovoorts
op afgebeeld staan. Het gaat om de buitenkant, waar
men
tegenaan kijkt.
Het
woordje "peneej" (van paniem) wijst op de verschijning
van
iets. Als iets verschijnt,moet iets een aangezicht hebben. Als God
verschijnt,
heeft
Hij een aangezicht,want wij leren Hem kennen van aangezicht
tot
aangezicht. Daarom wordt het woordje "peneej" ook voor de
waterspiegel
gebruikt. Het oppervlak van de zee is de buitenkant van de
zee,
waartegen men aankijkt. Dit woordje "peneej" is in de meeste
vertalingen
overgeslagen.
Men heeft het niet vertaald. In het Hebreeuws
staat
het woord er en dus heeft het een betekenis. In de praktijk kan het
woord
meestal worden weggelaten, zonder dat het gemist wordt.
Wij
kennen God van aangezicht tot aangezicht.Wij kunnen ook zeggen:
Wij
kennen God.Wanneer wij naar het oppervlak van de zee kijken, dan
kijken
we naar de zee.Wij kunnen zeggen: "Wij hebben iemands aangezicht
gezien".Wij
zeggen echter: "Wij hebben iemand gezien". Dat was
uiteraard
de buitenkant, want iets anders zien wij van iemand niet. Het
is
zó vanzelfsprekend, dat het woordje "peneej" meestal niet
vertaald
wordt.
Vaak vindt men dat het woordje "peneej" alleen maar verwarring
zaait.
Daarom wordt het meestal niet vertaald.
Het is echter geen goede
zaak
om woorden uit "Het Woord" van God weg te laten. Het is ook gevaarlijk
om
dat te doen. Alle woorden uit het Woord van God dienen te blijven
staan
waar ze staan,want zij hebben een betekenis.
"Peneej"
staat voor de buitenkant, de werking van iets. Binnen dit vers
past
de vertaling met "het verschijnen" het beste.
De vertaling wordt dus:
"En de aarde werd woestheid en ledigheid en duisternis vanwege
het
verschijnen van de afgrond".
Wanneer het letterlijk vertaald wordt,
staat
er: "... vanwege het aangezicht van de afgrond".
Het woord
"afgrond"
is de vertaling van het Hebreeuwse woord "thehoom" (5) .
Let
ook op de overeenkomst tussen "thoohoe" (= woestheid) en "thehoom"
(Daarom
is het in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap
(NBG)
vertaald met "vloed". De zee is een afgrond, vol met water.
"Afgrond"
staat niet alleen voor alles dat onder het oppervlak van de zee
ligt,
maar ook voor alles dat onder het oppervlak van het land ligt.
"Afgrond"
is een synoniem voor "dodenrijk", "hel", "hades"
"graf" enzovoorts.
Het
wijst op alles dat onder de aarde is. Het gaat daarbij tevens
om
de werking van satanische machten.
De wereld uit Genesis 1 : 1 werd woestheid en ledigheid en duisternis
vanwege
het
verschijnen van die afgrond. Die wereld bevindt zich ook heden
ten
dage nog op de bodem van de oceanen. De gehele aarde was overdekt
met
water. Zelfs de hemelen stonden vol met water. (6)
Zowel
de
hemel als de aarde stond vol water. Het gaat om een werking van iets
dat
zich nu inmiddels in de afgrond bevindt.
De Bijbel spreekt daar niet
uitgebreid
over, want het is niet van belang hoe de oorspronkelijke
schepping
woestheid en ledigheid en duisternis werd. Het is van belang
op
welke wijze die gevallen wereld werd hersteld (gerestitueerd) en op
welke
wijze uit die herstelde schepping uiteindelijk een nieuwe schepping
tot
stand zal komen. Dáárover spreekt de Bijbel.
|
|
(5)
Een
lijst met Schriftplaatsen
met
de woorden
"thehoom"
is te vinden in
bijlage
2
(6)
Voor meer informatie hierover kunt u
de gratis
bijbelstudies op Mp3:"C003 Model der schepping" bestellen.
Zie
hiervoor onze
Mp3 pagina |
4. Spotters
|
Het Nieuwe Testament spreekt ook over de val van de oorspronkelijke
schepping
uit Genesis 1 : 1. In de brieven van Petrus gaat het over de aankondiging
van
de Heer dat Hij Zijn koninkrijk zou gaan oprichten; eerst
over
Israël en vervolgens over alle volkeren. Aan Petrus werd gevraagd
waarom dat koninkrijk nog steeds niet was opgericht. (7)
Petrus betoogt dat
het
lang duurt, maar dat het koninkrijk zál komen. Het ziet er niet naar
uit
dat het koninkrijk komt,maar de Heer heeft het beloofd en dus zál het
komen. |
|
(7)
Bedoelt
wordt het geopenbaarde Koninkrijk op aarde. |
Petrus legt uit dat er in het verleden dingen gebeurd zijn die men
niet
verwachtte, maar die wel gebeurd zijn. God greep in de geschiedenis
van
de schepping in en Zijn oordelen kwamen zoals Hij ze voorzegd had.
Het
duurde soms lang,maar God had het beloofd en dus gebeurde het;
op
Zijn tijd.
 |
"Dit eerst wetende, dat in het laatste der dagen spotters
komen
zullen, die naar hun eigen begeerlijkheden zullen
wandelen,
En zeggen: Waar is de belofte Zijner toekomst? want van
dien
dag, dat de vaders
ontslapen zijn, blijven alle dingen
alzo
gelijk van het begin der
schepping.
Want willens is dit hun onbekend, dat door het woord
Gods
de hemelen van over lang geweest zijn, en de aarde
uit
het water en in het water bestaande;
Door welke de wereld, die toen was, met het water van den
zondvloed bedekt zijnde, vergaan is.
Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde
woord
als een schat weggelegd, en worden ten
vure
bewaard tegen den dag des oordeels, en der verderving
der
goddeloze mensen.
."
2Petr. 3 : 3-7
|
Spotters
trekken de belofte van de wederkomst van de Heer in twijfel.
Het
gaat hier niet over mensen die van niets weten. Het gaat over mensen
die
de Schrift (gedeeltelijk) kennen, maar niet geloven. Men stelt het
Woord
van God ter discussie.Men gelooft wel dat de vaderen (Abraham,
Izak
en Jakob) geleefd hebben,maar men denkt dat alle dingen altijd blijven
zoals
zij waren. Zij worden "spotters" genoemd,want de dingen blijven
namelijk
niet altijd zoals zij waren. Bepaalde dingen zijn hun willens
onbekend.
Men weet bepaalde dingen niet, omdat men ze niet wil
weten.
Men maakt zichzelf dus iets wijs, waardoor de Bijbelse waarheid
geen
plaats heeft in hun filosofieën. Men heeft alles "kloppend
gemaakt",
waarna
men de Waarheid niet nodig meent te hebben. Die Waarheid zou
hun
beeld alleen maar verstoren. Men kan dingen weten, maar men wil
ze
niet kennen.
Het betekent bovendien dat het om dingen gaat die altijd
bekend
zijn geweest. God geeft het geopenbaard, maar men heeft het
niet
willen weten. Als men vragen heeft, moet men die blijven stellen
totdat
men er een antwoord op heeft, want er is áltijd een antwoord.
Men
dient geen genoegen te menen met de opmerking dat God het ons
in
het hiernamaals wel zal openbaren.Wie een antwoord op zijn vragen
wil
hebben, zál dat antwoord ook krijgen.Wanneer men een antwoord op
een
vraag krijgt, dient dat antwoord geaccepteerd te worden.
Wanneer
iemand
na verloop van tijd nog steeds geen antwoord op zijn vragen
heeft,
komt dat omdat hij het antwoord niet wil hebben. Het gaat hier nu
uiteraard
niet over vragen met betrekking tot het wezen van God, want
dergelijke
vragen worden niet beantwoord.Vragen met betrekking tot de
schepping,
het offer van de Here Jezus en dergelijke, worden altijd beantwoord,
áls
men dat antwoord tenminste zoekt. God openbaart die dingen.
De
antwoorden op onze vragen zijn in "Het Woord" van God te vinden,
want
God heeft ons alles geopenbaard. Soms is het wel eens moeilijk om
een
antwoord te vinden, maar wie zoekt, zal vinden. Matth.7:7 Er
zijn
vragen die in het Woord van God niet beantwoord worden, maar
zelfs
in dat geval kan men zichzelf als gelovige wel die vraag stellen.
"Van over lang"
Ten aanzien van de oude schepping heeft God ons dingen geopenbaard.
Het
is de spotters echter onbekend, omdat zij niet willen weten. Petrus
zegt
er bij wat hen niet bekend is. Het is hun onbekend dat de hemelen
van
over lang geweest zijn. Hier staat niet hoelang de hemelen bestaan.
De
uitdrukking "van over lang" duidt op een tijd van vóór Genesis
1,want
het
is een uitdrukking die normaal gesproken slechts gebruikt wordt
voor
het bestaan van God en voor de Zoon. Hij is van ouds. Hij is de Oude
van
dagen. Daniël 7:9,13,22.
Er is ook sprake van de hemel, die van over
lang
is. Dat is de hemel der hemelen. Hier in 2 Petrus 3 : 5 gaat het over
de
twee hemelen, die van over lang geweest zijn. Dit duidt niet op de tijd
van
Adam, maar op een tijd die daarvóór lag. Het gaat hier om mensen
die
in de vaderen geloofden en die inmiddels ontslapen waren. Zij kenden
de
heilshistorie en kwamen tot de conclusie dat alle dingen altijd
blijven
zoals ze zijn. Ze hadden kennis van de door het Woord van God
geworden
schepping. Ze wisten alleen niet dat die schepping van over
lang
geweest is. Dat wisten zij niet, omdat zij meer waarde hechtten aan
heidense
filosofie en kosmogonie dan aan de Bijbel.
Het
denkbeeld dat de wereld door God is gemaakt uit een soort
"oersoep",
komt
uit de Griekse kosmogonie en is zelfs nog ouder. Er was eerst
chaos
en die chaos werd zeer langzaam gevormd tot de wereld die wij nu
kennen.
Dit is het denkbeeld van de mensheid in de wereld. Het is precies
omgekeerd
aan de werkelijkheid die door de Bijbel naar voren wordt
gebracht.
God schiep de schepping niet als een chaos. God schiep de
wereld
ter bewoning. Het is later tot woestheid en ledigheid en duisternis
geworden.Wat kosmos was, werd chaos.
Men wist dat niet, omdat
men
de heidense overlevering daaromtrent boven de Bijbel stelde. Bij het
lezen
van Genesis 1 gaat men uit van de eigen heidense opvatting. Die
opvatting
legt men in de tekst van Genesis 1. Dit gebeurt al vele eeuwen; ook
binnen het christendom. Daarom is het voor het christendom onmogelijk
om
daarvan los te komen. Bovendien durft men niet toe te geven,
dat
de kerk eeuwenlang een foute leer heeft gevolgd. Men houdt bestaande
opvattingen
vast; ook wanneer de Bijbel het ánders vertelt. Dit
doet
men, omdat men anders zou moeten toegeven dat men eeuwenlang
gedwaald
heeft. Dit geldt met name in verband met het scheppingsverhaal.
Iedereen
kan weten dat de wereld niet in zeven dagen tot
stand
gekomen is. Mensen die dat niet willen weten, zijn volgens Petrus
spotters.
Zij willen "Het Woord" van God niet accepteren.
Ware
wetenschap is slechts in Christus te vinden.Ware wetenschap is er
alleen
op grond van het Woord van God. Kol. 2:2-3 Wie het
Woord
van God aan de kant zet, zal nooit tot wetenschap (= kennis) komen.
Buiten
de Bijbel bestaat er in Gods ogen geen wetenschap 1Korinthe
1:18-21. Er kan daarom nooit een discussie plaatsvinden tussen Bijbel
en
wetenschap.Wat de wereld wetenschap noemt, wordt door de Bijbel
als
"dwaasheid" aan de kant gezet. Het heeft geen enkele zin om met
dwazen
te discussiëren. Het heeft geen enkele zin om met ongelovigen
(=
mensen die "Het Woord" van God afwijzen) over de Bijbel te spreken. Het
Woord
van God is alleen bestemd voor mensen die daarin geïnteresseerd
zijn.
Gelovigen dienen het Woord van God niet als discussie-object te
gebruiken,want
dat is hetzelfde als paarlen voor de zwijnen werpen.
De
hemelen zijn van over lang geweest. Dat is langer dan zevenduizend
jaar.Dit
geldt niet alleen voor de hemelen, maar ook voor de aarde, die uit
en
in het water bestaat (2 Petrus 3 : 5). "In het water" geeft aan
dat de
aarde
door water omgeven is. "Aarde" betekent namelijk "het droge
land".
Een planeet die Aarde heet, kent de Bijbel niet. Dat droge land is
omgeven
door water. Het bestaat ook "uit het water", omdat het uit het
water
oprijst. De wereld die toen was, werd met het water van de vloed
bedekt
en is op die wijze vergaan. 2Petr.3:6
Het gaat nog steeds over
spotters,
die deze dingen niet willen weten. "Die toen was" geeft
hetzelfde
aan
als "die van over lang geweest zijn". Het wijst op de tijd van vóór
Adam.
Het gaat om de wereld, namelijk de twee hemelen en de aarde.
Die
wereld is door water vergaan. Dit betekent dat de beide hemelen en
de
aarde door water zijn vergaan. Het gaat dus niet alleen om de aarde,
maar
óók om de beide hemelen! De aarde is slechts eenmaal door water
vergaan.
De aarde is ten tijde van Noach niet vergaan; de beide hemelen
evenmin.
In de dagen van Noach liep de aarde onder water, maar na
ongeveer
een jaar verdween het water weer van de aarde. De aarde was
er
nog steeds en Noach en de zijnen leefden op die aarde. In Genesis 1
staat
dat de aarde uit de wateren oprees. Op die wijze kwam de aarde
(weer)
tot stand. In de dagen van Noach is de aarde niet vergaan,want de
aarde
verdween niet onder de wateren. De wateren kwamen omhoog.De
sluizen
van de hemel werden geopend en de aarde kwam onder water te
staan.
Na verloop van tijd trokken die wateren zich terug en bleef de
aarde
(het land) weer gewoon over.
In de dagen van Noach is de mensheid
evenmin
vergaan. Alle mensen stammen van Adam af. Hij leefde
vóór Noach. Noach en de zijnen bleven bestaan, waaruit volgt dat de
mensheid
niet is vergaan. Dit geldt eveneens voor de dierenwereld. De
dieren
werden in de ark behouden. In de tijd van Noach werden alleen de
goddelozen
uitgeroeid; alleen de generatie die toen leefde.
De vergane wereld
De wereld is "van over lang" vergaan. Dit betekent dat de wereld
vóór de
dagen
uit Genesis 1 vergaan is. Het verslag van het vergaan van die
wereld
staat in Genesis 1 : 2. Petrus zegt dat niet alleen de aarde onder
water
kwam te staan, maar ook de hemelen.De beide hemelen omvatten
de
atmosfeer en de sterrenhemel. Bij het begin van de tweede dag uit Genesis
1 was er alleen water. Op de tweede dag werden die wateren aan
de
kant gedrukt. Het uitspansel ontstond doordat het water naar boven
en
naar beneden werd gescheiden. "Het uitspansel" is hetzelfde als
"de
beide
hemelen" (Genesis 1 : 6-8). In Genesis 1 : 8 staat het Hebreeuwse
woord
"shamajiem" dat eveneens in
Genesis 1 : 1 genoemd werd.
Het
dient vertaald te worden met "beide hemelen".
Petrus
zegt dat het spotters willens onbekend is dat de hemelen en de
aarde
van over lang geweest zijn. Het is hen eveneens willens onbekend
dat
die wereld door het water van de vloed is vergaan. De vertaling met
"van
de zondvloed bedekt zijnde" is afgeleid van het Griekse werkwoord
"katakluzo". Het betekent: met een grote vloed bedekken
(=
volledig overstromen; overdrachtelijk: totaal overweldigen, compleet
wegvagen).
Het gebruik van dit werkwoord verwijst niet terug naar de
dagen
van Noach. In de dagen van Noach was er weliswaar een grote
vloed,
maar de vloed in de tijd van Genesis 1 : 2 was vele malen groter. In
de
dagen van Noach verging er in verhouding bijna niets, terwijl in de tijd
van
Genesis 1 : 2 alles verging; door water verging de gehele wereld.
Velen
geloven
wel in een catastrofe ten tijde van Noach, maar niet in een catastrofe
die
alles vernietigde (Genesis 1 : 2). Het woord "zondvloed" is de
vertaling
van het Griekse woord "kataklusmos". Het
betekent
"grote vloed". Over de vloed ten tijde van Noach wordt wel
gesproken
in Matthéüs 24 : 38, 39, Lukas 17 : 27 en 2 Petrus 2 : 5. In die Bijbelgedeelten
wordt de naam van Noach genoemd, zodat daar geen
twijfel
over kan bestaan. De beschrijving in 2 Petrus 3 past echter niet bij
de
tijd van Noach. De hemelen die nu zijn, kwamen op de tweede dag tot
stand;
niet in de dagen van Noach. In de dagen van Noach zijn de hemelen
namelijk
niet vergaan.
De aarde die nu is, is dezelfde aarde waarop
Adam
leefde. In de tijd van Noach kwam er namelijk geen nieuwe aarde,
want
de aarde verging in zijn dagen niet. Die hemelen en aarde zijn door
hetzelfde
Woord (waardoor zij geschapen zijn) als een schat weggelegd.
Ze
worden voor het vuur bewaard. In de dagen van Petrus waren er spotters
die
zeiden dat de wederkomst (met de daarmee gepaard gaande
oordelen)
niet zou plaatsvinden. Petrus betoogt dat het spotters zijn die
niet
willen weten dat de oorspronkelijke wereld onder de toorn van God
is
gevallen en daardoor woestheid en ledigheid en duisternis werd. De
eerste
keer dat het gebeurde, wordt door die spotters niet geloofd. De
tweede
keer wordt evenmin geloofd,maar dat oordeel zal zéker komen;
niet
door water,maar door vuur.
Gelovigen die "Het Woord" van God accepteren,
geloven
dat in de toekomst Gods oordeel zal plaatsvinden en zij
geloven
tevens in het oordeel dat in het verleden heeft plaatsgevonden.
Het
toekomstig oordeel zal door vuur plaatsvinden, terwijl het oordeel in
het
verleden door water plaatsvond. Het enige tijdstip waarop dat oordeel
van
water kan zijn gekomen, is in de dagen van Genesis 1 : 2.De toorn
van
God kwam over de toenmalige wereld. Die toorn kwam eveneens
over
het leven, dat op de toenmalige aarde was.
We hebben reeds gezien
dat
"woestheid en ledigheid" inhoudt dat het leven verdween. De
aarde uit
Genesis 1 : 1 was bewoond. Dit is ook de enige reden waarom de aarde
geoordeeld
werd. De toorn van God kan alleen over de aarde komen als
er
leven op die aarde aanwezig was. Het oordeel van God komt niet uitsluitend
over
dode materie,want die kan nergens voor gestraft worden.
Enoosh
Het oordeel kwam over de aarde, hetgeen betekent dat er levendewezens
op de aarde van Genesis 1 : 1 hebben geleefd. In het Nederlands is
mij
slechts één boek bekend dat zich met deze materie bezighoudt. Dit
boek
is door Dr.W. J. Ouweneel geschreven en heet "Kanttekeningen bij
Genesis
1". Het is uitgegeven door "Het Woord der waarheid" te
Winschoten.
In dat boek zet hij op kundige wijze dezelfde dingen uiteen
als
die in deze studie naar voren komen. Hij benadert dit onderwerp
uiteraard
veel meer vanuit zijn natuurkundige achtergrond. Hij komt tot
dezelfde
conclusies, maar hij haakt af zodra hij bij het punt komt dat er
leven
op aarde moet zijn geweest. Hij ontkent dat er leven kan zijn
geweest
op de aarde van Genesis 1 : 1. Hij voert hier twee "bewijzen"
voor
aan.
Ten eerste:
 |
"En heeft uit één bloede het ganse geslacht der mensen
gemaakt,
om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende
de tijden te voren geordineerd, en de
bepalingen
van hun woning;
"
Hand.
17 : 26
|
Dr.Ouweneel
haalt deze tekst aan met als argument, dat er vóór Adam
geen
mensen geleefd hebben, want alle mensen zijn uit één bloede
gemaakt.Dit
is juist, maar het gaat hier om "mensen". Het Griekse woord
is
"anthropos" dat overeenkomt met het Hebreeuwse woord
"Adam".
Vanuit het Hebreeuws zou er "het geslacht van Adam" hebben
gestaan.
Er is uiteraard geen enkele gelovige die ontkent dat alle Adamieten
van
Adam afstammen. Afstammelingen van Adam kunnen logischerwijs
niet
geleefd hebben vóór Adam geschapen werd. Dit vers is feitelijk
geen
argument in verband met Genesis 1 : 1. De nu levende mensheid
stamt
van Adam af.
Vóór Adam is er leven op aarde geweest, maar dat
waren
uiteraard geen Adamieten. "Adam" wordt met "mens"
vertaald, maar
het woord "Adam" is niet van toepassing op de wezens die ten
tijde
van
Genesis 1 : 1 geleefd hebben. Handelingen 17 : 26 zegt niet dat er vóór
Adam
geen wezens hebben geleefd. Dit vers zegt hooguit dat al het huidige
menselijke
leven van Adam afstamt.
Ten tweede:
 |
"Voorts noemde Adam de naam zijner vrouw
Heva,
omdat
zij een moeder aller levenden is."
Gen.
3 : 20
|
Dr.
Ouweneel haalt dit vers aan om aan te geven dat alle mensen van Eva
afstammen.
Er zouden daarom vóór Adam en Eva geen wezens hebben
geleefd
op aarde. "Levenden" wordt in dat geval echter gelezen alsof er
"doden"
zou staan. Hier staat dat Eva de moeder is van een ieder die vanaf
dat
moment zal leven. Er staat niet dat Eva de moeder is van allen die
geleefd
hebben. Dat is ook niet zo. Het houdt in dat er nu geen mensen
leven
die afstammen van een tijd van vóór Adam.
Er zijn ook mensen die
menen
dat er mensen zijn die niet van Noach afstammen, maar van Kaïn.
Dit
is Bijbels gezien onjuist. Er is in de Bijbel wel sprake van Kenieten (=
afstammelingen
van Kaïn), maar zij stammen niet af van Kaïn, de zoon van
Adam. Zij stammen van een andere Kaïn af, namelijk van één van de
leden
van de schoonfamilie van Mozes. Deze Kaïn leefde dus veel later
dan
de eerste Kaïn.Men gebruikt dergelijke Bijbelse gegevens om dingen
te
beweren die rechtstreeks in strijd zijn met de Bijbel.
De
twee argumenten die door Dr. Ouweneel worden aangehaald zijn feitelijk
geen
argumenten. Het is heel goed mogelijk dat er vóór Adam intelligente
wezens
hebben geleefd. Er is een oordeel over de toenmalige
wereld
en haar bewoners gekomen. Het woord "Adam" wordt weliswaar
met
"mens" vertaald, maar het betekent niet "mens", maar
"rood". Adam
(Hebreeuws:
oda)
werd uit de aardbodem
(Hebreeuws: "adamah";)
genomen. Daaraan dankt hij eigenlijk zijn naam. Toch wordt
"Adam"
vaak met "mens" vertaald; met name in de uitdrukking "been
Adam", "zoon des
mensen". De uitdrukking betekent "zoon van
Adam".
Het slaat op de Erfgenaam van de eerste mens, namelijk Adam.
Die
Erfgenaam is geroepen om de aarde te onderwerpen en daarover te
heersen.
Dat is de Here Jezus Christus, de tweede/laatste Adam. Het
nieuwtestamentische
woord voor "mens" is "anthroopos".
Dit
is een equivalent voor "Adam". Het betekent "mens",
maar dan alleen
in
de betekenis van "afstammend van Adam". Het Hebreeuws kent
echter nog
twee woorden die met "mens" vertaald worden, namelijk
"enoosh" en "iesh".
De term "Adam" wordt voor Adam en al
zijn
afstammelingen gebruikt. Daarom is er helemaal geen behoefte aan
nog
een ander woord voor "mens".Toch bestaat er wel zo'n woord,omdat
de
Bijbel wezens kent die "mens" (enoosh of iesh) zijn, maar niet
van
Adam
afstammen.
Als voorbeeld nemen wij Genesis 6 : 4.
 |
"In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna,
als
Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan
waren,
en zich kinderen gewonnen
hadden; deze zijn de geweldigen,
die
van ouds geweest zijn, mannen van name.
"
Gen.6:4
|
"De
dochteren der mensen" waren de dochters van Adam. In de uitdrukking
"mannen
van name" is het woord "mannen" de vertaling van het
meervoud
van "enoosh". Het gaat hier om mensen die niet van Adam
afstammen.
Het zijn wel mensen, maar geen Adamieten. Deze wezens
werden
namelijk niet door afstammelingen van Adam verwekt, maar
door
"zonen Gods" (= engelen). Daarom waren het geen rechtstreekse
zonen
van Adam en worden derhalve aangeduid met de term "enoosh".
De
Bijbel kent dus wezens die mensen zijn, maar die niet van Adam
afstammen.
Het gaat hierbij om reuzen, Enakieten. Ze stamden niet van
Adam
af en werden door de zondvloed uitgeroeid. Later zijn deze wezens
overigens
vele malen uitgeroeid. Hieruit kan geconcludeerd worden dat
er
vóór Adam mensen kunnen hebben geleefd, maar dat waren geen
Adamieten.
Deze dingen zijn sommige mensen onbekend, omdat de
Schrift
niet expliciet over deze dingen spreekt. Dit betekent dat de Bijbel
niet
rechtstreeks over deze dingen spreekt. Het gaat namelijk om zaken
die
niet bij de wereld horen zoals wij die kennen. Het hoort bij een wereld
die
vóór deze tegenwoordige wereld was.Wij hebben daar feitelijk niets
mee
te maken. De Bijbel noemt wel bepaalde zaken, maar die komen wij
pas
te weten wanneer wij de Schrift bestuderen.Wie oppervlakkig leest,
vindt
die nooit.
De letterlijke betekenis van de uitdrukking "zonen
Gods"
is
"erfgenamen van God". In de Bijbel heeft erfrecht met
"medeheerschappij
hebben"
te maken.Wie erfgenaam is, heeft mede deel aan de
bezittingen
van de erflater. De zoon deelt in de bezittingen van de vader.
Een
zoon van God is iemand die met God over de schepping regeert. Dat
slaat
in de eerste plaats op engelen. De uitdrukking "zonen Gods" is
in
het
Oude Testament de normale aanduiding van engelen.Vervolgens kan
de
uitdrukking ook op de mens van toepassing worden gebracht, omdat
de
mens eveneens met God over de schepping zal regeren.
Demonen
De Bijbel gebruikt het woord "Adam" niet in het algemeen, maar
alleen
voor
afstammelingen van Adam. Als soortnaam voor "mens" gebruikt de
Bijbel
het woorden "iesh" of "enoosh". Dit woordgebruik wordt
gehanteerd,
omdat
er "enooshiem" zijn die niet van Adam afstammen. In de
Bijbel
komen dergelijke wezens voor. Daarmee zeg ik niet dat dergelijke
wezens
vandaag de dag voorkomen. De Bijbel erkent dergelijke wezens.
Deze
wezens kunnen heel goed vóór Adam hebben geleefd, zoals zij ook
ná
Adam geleefd hebben. Tot deze conclusie geeft de Bijbel alle aanleiding,
zoals
zal blijken uit het nu volgende.
De
Bijbel kent een soort wezen dat in de Schrift verder niet expliciet
verklaard
wordt,
maar wel impliciet. (8) Men
weet niet wat het is of
men
wil het niet weten. Ik doel hier op "demonen". Het woord
"demon"
is
in de Statenvertaling veelal wegvertaald.Wanneer het woord
"demon"
(Grieks:
"daimonion"; voorkomt, wordt het met
"duivel" vertaald.
Meestal
staat het woord in het meervoud en is het vertaald met
"duivelen".
Dit is echter niet correct, aangezien het woord "duivel"
(Grieks:
"diabolos") de aanduiding is voor de satan.Wanneer in
de
Statenvertaling "duivelen" staat, staat daar dus
"demonen". Het begrip
"demonen"
brengt men meestal van toepassing op gevallen engelen. Dit
is
onjuist,want het is in die betekenis in de Bijbel niet terug te vinden. De
Bijbel
noemt het "boze geesten", maar daarmee weet men nog niet wat
"demonen"
zijn. Er wordt alleen mee aangegeven dat demonen "geesten" zijn.
Een geest is iets onzienlijks. Het gaat hier om levende
wezens
die
onzienlijk zijn. Daarom worden het "geesten" genoemd. Het begrip
"Geest"
wordt op God toegepast, want Hij is een levend Wezen en Hij is
onzienlijk.
Dit geldt voor de Heilige Geest, Christus en engelen. De Bijbel
kent
ook boze geesten, zonder dat verklaard wordt wat voor wezens het
precies
zijn. Het wijst uiteraard niet op God, de Heilige Geest of op
Christus.
Aangezien het geen Adamieten zijn, omdat Adamieten zienlijk
zijn,
concludeert men doorgaans dat het op gevallen engelen betrekking
heeft.
Het begrip "boze" wordt daarbij geïnterpreteerd als
"gevallen". Het
begrip
"geesten" wordt vervolgens geïnterpreteerd als
"engelen",waarbij
men
er stilzwijgend van uitgaat dat alle geesten "engelen" zijn. Dit
is
onjuist.
Op deze wijze vult men Bijbelse begrippen vanuit een eigen visie
in.
Bovendien vraagt niemand zich daarbij af wat een gevallen engel is.
Men
vraagt zich daarbij evenmin af waarom zo'n gevallen engel zich dan
zo
vreemd gedraagt. Boze geesten/demonen doen vreemde dingen.
De
Bijbel gebruikt voor deze wezens twee verschillende uitdrukkingen,
namelijk
"demonen" en "boze (onreine) geesten" (o. a. Lukas 4 :
33 en 8 :2).
Dit
is heel opmerkelijk. De Bijbel doet dit bovendien zeer nadrukkelijk.
Het
is niet zo dat de ene Bijbelschrijver de uitdrukking "demonen"
gebruikt
en de andere schrijver de uitdrukking "boze geesten". Beide
uitdrukkingen
worden
door dezelfde schrijver gebruikt; soms zelfs binnen
één
vers. Het zijn twee uitdrukkingen voor één soort wezen. Dit betekent
dat
"boze geest" iets toevoegt aan het begrip "demon" en
andersom.
"Boze
geest" verklaart wat een "demon" is en andersom. "Boze
geest" is
een
neutrale uitdrukking. Het verklaart niets.
De uitdrukking
"demon"
vindt
zijn oorsprong niet in de Bijbel en het wordt daarin ook niet verklaard.
De
oorsprong ligt in de Griekse mythologie, die ouder is dan het Griekse
deel van de Bijbel. Het Griekse woord "demon" was dus al bekend
vóór
het nieuwtestamentische (Griekse) deel van de Bijbel tot stand kwam.
|
|
(8)
Dit
geldt ook voor
de
leer der restitutie.
Wanneer
men de diverse
Schriftplaatsen
op een eerlijke
en
juiste manier met
elkaar
vergelijkt, kan men
slechts
tot de conclusie
komen
dat er restitutie
heeft
plaatsgevonden. Wie
dat
niet doet weet deze dingen
niet,
maar het is hem
willens
onbekend. Men
moet
bereid zijn om Schrift
met
Schrift te vergelijken.
Vervolgens
zal men de
waarheden
die de Schrift
aangeeft
dienen te accepteren.
Het
gaat dus om geloof
in
het Woord van God. |
Dit
geldt overigens eveneens voor de Griekse vertaling van het Oude
Testament.
De Griekse mythologie is veel ouder. In de Bijbel krijgen die
Griekse
woorden vaak een betekenis mee die afwijkt van de normale
Griekse
betekenis van zo'n woord. De Bijbel gebruikt het woord "demon",
dat
uit de Griekse mythologie afkomstig is. De Bijbel gebruikt dit woord,
hoewel
er een andere uitdrukking voor is, namelijk "boze geest".
Desondanks
gebruikt
de Bijbel dit woord uit de Griekse mythologie.Dit betekent
dat
het woord "demon" verklaart wat de uitdrukking "boze
geest"
betekent.
De Bijbel verklaart het begrip "demon" verder niet, zodat uit de
Griekse
mythologie moet worden bekeken wat het woord betekent.
Wanneer
dát bekend is, is tevens bekend wat de Bijbel ermee bedoelt. De
Bijbel
geeft er namelijk geen andere betekenis aan. Het wordt alleen
aangevuld
met de uitdrukking "boze geest".
De Griekse mythologie
In de Griekse mythologie zijn demonen alleen "geesten". Er zijn
goede en
kwade
geesten. De Bijbel zegt dat het allemaal "boze" geesten zijn. In
de
mythologie
wordt het gebruikt voor wezens die "geest" (onzienlijk) zijn.
De
mythologie verklaart hoe die wezens tot stand zijn gekomen. In de
mythologie
kent men de leer van de restitutie. Men gaat uit van het ontstaan
van
de wereld: uit chaos tot kosmos. Op de aarde woonden toen
mensen
die in volkomen harmonie leefden. Men hoefde niet te werken.
Er
waren geen seizoenen (= het was altijd zomer). De gewassen brachten
twaalf
maanden per jaar vrucht voort. Bovendien stierven de mensen
niet.
Men hoefde evenmin te lopen, want men zweefde boven de aarde.
De
mythologie schildert ons een beeld van wat wij "een niet gevallen
mensheid"
zouden noemen. Er ontstond echter een strijd tussen de
goden.
Dit vinden wij vaak vreemd, maar de Bijbel spreekt ook over een
strijd
tussen goden. De ene god nam de macht van de andere god over.
Bij
die gelegenheid werd de mens sterfelijk en kwamen er seizoenen op
aarde.
Bij de opvolging van de macht in de hemel kwam er een vloek over
de
mensheid. Die mensheid stierf grotendeels. De mythologie vertelt niet
duidelijk
hoe dat gebeurde. Er zijn verschillende lezingen. Het resultaat
was
in ieder geval dat de mensheid stierf. Dit had uiteraard tot gevolg dat
hij
zijn lichaam kwijtraakte.
Als een mens zijn lichaam kwijtraakt, blijft er
"geest"
over. De mens raakt het zienlijke deel kwijt en het onzienlijke deel
blijft
over. Daarna blijken er toch weer mensen te leven, hoewel uit de
mythologie
niet valt op te maken waar die mensen vandaan komen. Bij
die
daarna levende mensheid was er nog steeds sprake van de in de dood
terecht
gekomen oorspronkelijk levende mensheid. Die geesten leefden
voort
op aarde, maar zonder lichaam. Vanwege hun aard gingen deze
geesten
fungeren als boodschappers tussen de goden en de mensen. Zij
waren
de ideale middelaars, want zij waren van oorsprong mens, maar
waren
geesten geworden.
De Griekse mythologie leert dat deze wezens
fungeren
als boodschappers tussen goden en mensen. Het zijn de laagste
soort
goden die men zich kan voorstellen. Deze wezens worden
"demonen"
genoemd. Het woord "demon" is in de Griekse mythologie
dus
van toepassing op wezens die geesten zijn, maar mensen waren. In
principe
is een mens ook geest,waarbij die geest in een lichaam woont.
Met
name de Griekse mythologie, maar tevens alle mythologieën over de
gehele
aarde, spreken over het verschijnsel dat er een oorspronkelijke
wereld
was die in volkomen harmonie bestond. Die hoogstaande beschaving
viel
echter en verdween. Alle mythologieën zijn eensluidend
over
de plaats: ze is op de bodem van de zee terechtgekomen; overspoeld
met
water. Het is een verzonken beschaving.
Dit vindt men over de gehele
wereld terug. Alle oude beschavingen kennen zo'n verzonken beschaving
en
de Bijbel doet dat eveneens. Die beschaving verging niet in de
dagen
van Noach, maar daarvóór. In de Bijbel wordt het in Genesis 1 : 2
genoemd.
De oorspronkelijke wereld is door water geoordeeld.
De
wezens die vóór Adam op die oorspronkelijke aarde leefden, zijn nu
nog
bekend onder de naam "demonen". De Bijbel gebruikt het begrip
"afgoden"
voor demonen.1Korinthe 8 Eén van de Griekse woorden voor
"godsdienst"
hoort letterlijk vertaald te worden met "dienst aan demonen".
Hand.
17:22; 25:19. De goden die de Grieken dienden,waren
in
de eerste plaats demonen; de laagste soort geestelijke macht, omdat
het
slechts de geest van een omgekomen mens van de oorspronkelijke
schepping
is.
De overname van de macht waarover de mythologie spreekt,
komt
overeen met de poging van de satan om de macht van God over te
nemen.
Sinds de nederwerping der wereld is de satan degene die de wereld
regeert.
Het is onzeker of hij dat daarvóór ook deed. De satan is de
god
dezer eeuw.2Kor.4:4 en overste van de macht der lucht.
Éfeze
2:2 Dat was hij oorspronkelijk niet, want hij was een overdekkende
cherub.Ezech.28:14 De satan kwam in opstand tegen God
(vergelijk
Ezechiël
28 : 11-19; Jesaja 14 : 11-16). Dit had tot gevolg dat de levende mensheid
in
zonde (= dood) viel. God heeft de met satan gevallen wereld
geoordeeld.
Daardoor werd die wereld woestheid en ledigheid en duisternis.
Die
nederwerping was het begin van het verlossingsplan van God.
Het
oude moest verdwijnen en God brak het daarom af. Daarna maakte
Hij
een begin met een herstel (gedurende de zeven dagen). Het einde van
Genesis
1 : 2 is het begin van dat herstel: de Geest van God broedde op de
wateren
en God zei: "Daar zij licht". Er kwam licht en daarmee kwam er
leven.
Bij zijn opstand tegen God was de satan niet uit op de vernietiging
van
de schepping en dat is hij nu evenmin. Integendeel! Hij wil(de) de
schepping
zo goed en mooi mogelijk hebben, maar alleen tot zijn eigen
eer.
Hij regeert namelijk over de schepping en daarom is hij absoluut niet
uit
op de vernietiging van zijn rijk. God wierp de oorspronkelijke schepping
echter
neer. Dat was in strijd met de wil van de satan. Vervolgens
heeft
God de schepping in zeven dagen tot op zekere hoogte hersteld.
Dat
herstel heet in de Bijbel "zwangerschap" .Rom.8:19-22
5. Herstel in zeven dagen
Velen vragen zich af waarom God de wereld in zeven dagen herstelde.
God
had toch ook meteen nieuwe hemelen en een nieuwe aarde kunnen
maken?
Waarom werd deze herstelde wereld tot stand gebracht, als deze
wereld
toch weer moet verdwijnen? Waarom wordt de wereld tweemaal
geoordeeld;
eenmaal door water en eenmaal door vuur? God heeft dit
alles
gedaan, omdat op deze wijze tot uitdrukking komt dat God in dit
verhaal
niet de Verliezer is. Hij is dat ook nooit geweest.Wij vatten het
vaak
op als zou God de strijd destijds hebben verloren. God heeft geen
enkele
strijd verloren!
Het herstel in zeven dagen van de gevallen schepping
is
een zwangerschap. Het is daarom niet nodig om te vragen waarom
God
de wereld herstelde. De enige reden is: om iets nieuws voort te
brengen.
Een wereld die een nieuwe wereld voortbrengt, is nooit mislukt,
want
die heeft haar roeping vervuld.
De oerwereld werd door God geschapen.
Die
wereld viel in de macht van de satan. Daarom werd die wereld
door
God nedergeworpen, waardoor zij woestheid en ledigheid en duisternis
werd.
Daarna werd die gevallen wereld door God Zelf in zeven
dagen
hersteld. Het gevolg was het tot stand komen van de ons nu
bekende
wereld. De aarde die op de derde dag uit het water oprees, was
dezelfde
aarde die in Genesis 1 : 1 werd geschapen. Het land werd niet
geschapen,
maar kwam slechts uit het water omhoog. God gebood en
daarom
trokken de wateren zich terug,waardoor het land zichtbaar werd.
God
formeerde de aarde. Het was geen scheppingsdaad. Als er iets uit
iets
ouds te voorschijn komt, heet dat "geboorte". Het is namelijk
een
nieuwe
generatie. Toen God de wereld herstelde zei Hij niet dat het volmaakt
was.
Hij zei dat het "goed" was. Het voldeed namelijk aan het doel
dat
God Zich gesteld had. Adam werd op die gedeeltelijk herstelde aarde
gezet.
Hij werd in de hof geplaatst en kreeg de opdracht om de hof te
bouwen
en te bewaren (Genesis 2 : 15). Dat was noodzakelijk, omdat de
rest
van de aarde absoluut geen hof was. De hof moest uitgebreid worden
en
moest bewaard/bewaakt worden, omdat de aarde vijandig tegenover
de
hof stond. Het was geen volmaakte aarde.
God gaf Adam de
opdracht
om de aarde te onderwerpen (Genesis 1 : 28). "Onderwerpen"
geldt
alleen in verband met vijanden. Adam faalde en stierf,omdat hij uit
de
gevallen aarde genomen was en dus aards was.1Kor.15:47
 |
"Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden
tot
een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden
Geest.
Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke,
daarna
het geestelijke.
De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de
Heere
uit den Hemel.
Hoedanig de aardse is, zodanige zijn ook de aardsen; en hoedanig
de Hemelse is, zodanige
zijn ook de hemelsen.
En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben,
alzo
zullen wij ook het beeld des Hemelsen
dragen."
1Kor. 15 : 45-49
|
Het
gaat in 1 Korinthe 15 om dood en opstanding. Binnen dat verband
wordt
gezegd, dat de eerste mens uit de aarde en dus aards was. De
tweede/laatste
Mens is niet uit de aarde, maar uit de hemel. De oude
mens
sterft omdat hij uit de aarde, aards is. De zonde speelt daarin weliswaar
een
rol, maar is niet van doorslaggevende betekenis.
 |
"In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij
tot
de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt;
want
gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren."
Gen
3 : 19
|
Adam geformeerd uit de aardbodem
De eerste mens werd geformeerd uit het stof van de aardbodem (Genesis
2
: 7). Adam werd uit een gevallen wereld geformeerd en daarom keerde
hij
tot die gevallen wereld terug. Er is dus nooit sprake van evolutie,
want
oude - gevallen - dingen zijn niet te verbeteren. Het valt altijd terug.
De
mens is weliswaar in staat om dieren (tot op zekere hoogte) in een bepaalde
richting te fokken, maar dat moet voortdurend begeleid worden,
want
anders keert die gefokte vorm terug naar de oorspronkelijke
vorm.
Adam stierf, omdat hij gezondigd had? Dit is slechts ten dele waar.
Genesis
3 : 19 zegt dat hij stierf, omdat hij uit de aarde genomen was.
Dit
leidt
slechts tot één conclusie: de mens zondigde, omdat hij uit de aarde
genomen
was. Dit is juist,want hij werd gemaakt uit een gevallen aarde
die
onder de macht van de satan lag. De Bijbel verwijt Adam niets. Hij
werd
weliswaar geconfronteerd met de consequenties van zijn daad,
maar
het wordt hem nergens verweten. God deed dit niet, omdat Hij wel
wist
dat Adam er niets aan kon doen. Dit geldt overigens ook voor ons:
wij
zijn zondaren, maar de Bijbel verwijt ons dat nergens.We dienen wel
de
consequentie te aanvaarden van ons zondaar-zijn. Adam en wij ontvangen
geen
eeuwig leven, omdat wij netjes hebben gedaan wat God
gezegd
heeft, maar omdat wij geloven wat God gezegd heeft.
|
Men
spreekt vaak over het "proef-gebod" van God. Vervolgens zegt men
dat
de aarde volmaakt was, maar door de zondeval van Adam werd vervloekt.
"Om
uwentwil" betekent echter "ten opzichte van u" of "in
relatie
tot
u". Het betekent niet dat het door Adam veroorzaakt werd. De
aardbodem
gedroeg
zich ten opzichte van Adam als vervloekt, omdat hij met
een
andere aardbodem te maken kreeg. Eerst was hij in de hof en daar
had
hij geen enkel probleem. Hij werd uit de hof gezet. Buiten de hof
gedroeg
de aardbodem zich vijandig tegenover Adam. Daar wijst de uitdrukking
"om
uwentwil" op.Dit geldt voor de gehele Bijbel. Adam veroorzaakte
de
vervloeking van de aardbodem niet. De aardbodem werd ten
opzichte
van Adam vervloekt; door God. Adam kreeg met een vijand te
maken,
namelijk de aardbodem, waaruit hijzelf genomen was. Daardoor
was
hij zijn eigen vijand. Dit is hét probleem van elk mens.
Volgens
Genesis 3 : 19 stierf Adam, omdat hij uit de aarde genomen was. Hij
was stof en zou tot stof wederkeren. Er wordt met geen woord over
zijn
zondige daad gesproken. De oorsprong van Adam bepaalde namelijk
de
bestemming van Adam. Hieruit is duidelijk dat God van alle dingen op
de
hoogte was. God wist dat Adam eigenlijk al gevallen was vóórdat hij
bestond,want
hij kwam voort uit een gevallen aarde. Fundamenteel was
er
dus niets aan de hand toen Adam zondigde. De straf op de zonde is
niet
dat de aardbodem vervloekt werd. Daar zou de aardbodem veel meer
last
van hebben dan de mens. De "bezoldiging van de zonde is de dood"
Rom.
6 :23 en niet de vervloeking van de aardbodem.
De mens
Adam
werd uit de hof gezet, opdat hij niet van de boom des levens zou
eten. Gen. 3 :22-24 Adam werd bij de boom des levens vandaan
gehouden,
opdat hij daar niet van zou eten, want daardoor zou hij eeuwig
leven.
Had Adam voor zijn zondeval eeuwig leven? In zichzelf niet.
Adam
leefde en hoefde niet te sterven als hij maar van de boom des
levens
at. Doordat de weg tot de boom des levens werd afgesneden, stierf
hij
uiteindelijk lichamelijk. Het afgesneden worden van de boom des
levens
was feitelijk de dood van Adam. Hij werd namelijk afgesneden van
het
leven dat in de boom des levens is. (9)
|
|
(9)
Men
is overal op
aarde
op zoek naar iets
waardoor
de mens eeuwig
zou
kunnen leven (=
levens-elixer).
Men weet dat zoiets
zou moeten bestaan.
Men
weet dit, omdat het
ooit
bestaan heeft, namelijk:
de
boom des levens.
Tegenwoordig
is er ook een
boom
des levens, maar dat
is
een geestelijke boom des
levens.
Die geeft geestelijke
leven.
Die Boom is Christus.
|
Adam is de voorloper en
verwekker
van de Here Jezus Christus. Hij was een voorbeeld/type van
Hem
Die komen zou. God gaf aan Adam een opdracht, opdat die opdracht
door
zijn Erfgenaam, de Here Jezus Christus, zou worden uitgevoerd. Niet door
de eerste, maar door de tweede Adam zou die opdracht worden uitgevoerd.
De
opdracht die aan Adam werd gegeven kon nooit door Adam
uitgevoerd
worden. De opdracht is rechtstreeks op de Zoon van Adam
van
toepassing. De opdracht aan Adam was tweeledig.
 |
"En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar,
en
vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerp haar,
en hebt heerschappij over de vissen der zee, en
over
het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat
op
de aarde kruipt!
."
Gen1:28
|
Adam
was niet in staat om de aarde - namens God - aan zich te onderwerpen.
Hij
was wel vruchtbaar en daardoor werd die opdracht toch door
Adam
vervuld. De opdracht werd niet door de méns Adam vervuld, maar
wel
door de sóórt Adam,waarvan Christus de laatste Erfgenaam is.
 |
"Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld ingekomen
is,
en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen
doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
"
Rom.
5 : 12
|
Het
woord "wereld" is hier gebruikt in de betekenis van
"mensenwereld".
Dat
blijkt uit dit vers. Door één mens is de zonde in de wereld gekomen
en
daardoor de dood. De dood is tot alle mensen doorgegaan. "De
wereld"
komt
hier overeen met "alle mensen". Heel dit hoofdstuk spreekt
over
de mensheid in Adam in tegenstelling tot de mensheid in Christus.
Het
gaat niet om de schepping als zodanig, maar om een deel van de
schepping,
namelijk de mensheid. De zonde als zodanig was al in de
wereld
(hemelen en aarde) aanwezig voordat Adam geschapen werd. De
zonde
kwam namelijk in de wereld door de zondige satan. De satan was
eerder
een zondaar dan Adam. Adam kwam op een vijandige aarde
terecht
en die zondige aarde had een uitwerking op Adam.
Een zwangere wereld
Volgens 2 Petrus 3 : 7 wordt de oude schepping niet door water vernietigd,
maar
door vuur. Daarna ontstaan een nieuwe aarde en nieuwe hemelen.
2 Petr.3:13 De oude aarde en hemelen zullen verdwijnen en
er
zal geen plaats meer voor ze worden gevonden.Openb.20:11; 21:1
want
er zal een nieuwe schepping tot stand komen. Die nieuwe schepping
komt
voort uit de oude schepping, want het is een "bevalling". De gehele
verlossing
komt door verlossing/voortplanting tot stand. De oude schepping werd
zwanger
en zal ter bestemder tijd een nieuwe schepping voortbrengen.
De
zwangere wereld die wij om ons heen zien, is niet in haar gewone doen.
Als
een vrouw zwanger wordt, gaat zij zich anders gedragen (augurken
eten).
Als een vrouw zich vreemd gedraagt, wordt haar al snel de vraag
gesteld
of zij zwanger is. Het is zelfs spreekwoordelijk geworden. De
wereld
is zwanger en gedraagt zich daarom anders dan normaal.
 |
"Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht
de
openbaring der kinderen Gods.
Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet
gewillig,
maar om diens wil, die het der
ijdelheid onderworpen
heeft;
Op hoop, dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden
van
de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid
der
heerlijkheid der kinderen Gods.
Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht,
en
te zamen als in barensnood
is tot nu toe.
"
Rom.8: 129-22
|
De
schepping wacht op het openbaar worden van de zonen/erfgenamen
van
God. De schepping is aan de ijdelheid onderworpen. "IJdelheid"
is in
het
Hebreeuws de naam Abel Gen.4:2-9. Van Abel weten wij alleen
dat
hij een offer bracht en stierf. Dit is, fundamenteel gezien, hetzelfde.
Hij
bracht een offer en dus stierf hij. Beide zaken houden verband met elkaar.Verder
weten wij niets van Abel en dat komt volledig met de betekenis
van
zijn naam overeen: ijdel. Hij speelt verder geen enkele rol. De
lijn
van Adam ging niet verder via Abel, maar via zijn plaatsvervanger:
Seth.
De naam van Seth wordt in de Bijbel zelf verklaard met "ander
zaad"
Gen.4:25. Adam is een beeld van de oorspronkelijke wereld van
Genesis
1 : 1. Abel is een beeld van de tegenwoordige wereld, die aan de
ijdelheid
onderworpen is. In plaats van hem kwam Seth. Hij is een beeld
van
de nieuwe schepping. "IJdel" betekent "leeg"; het
heeft geen inhoud.
De
schepping heeft geen inhoud. Dat heeft zij niet zelf verkozen. God
heeft
de wereld ijdel gemaakt. Het heeft geen vervulling in zichzelf. De
schepping
is onderworpen aan de slavernij van het verderf. Het is een
ijdele
dienst, die tot niets leidt. De gehele schepping is namelijk vergankelijk
en
zal verdwijnen. Alles wat de schepping dagelijks aan leven
voortbrengt,
kan nooit de vervulling van die schepping zijn, want al dat
leven
verdwijnt weer. Daarom vraagt men zich terecht af wat de zin van
het
leven is. De enige zin van het leven, is de dood. In werkelijkheid heeft
het
dus geen enkele zin. Het is allemaal ijdel.
De
gelovigen weten dat de gehele schepping tezamen (als geheel) zucht
en
in barensnood is tot nu toe. Uit deze oude schepping moet een nieuwe
schepping
voortkomen. Die nieuwe schepping is reeds verwekt. Die
wereld
is zwanger. Alles in de natuur is gericht op de cyclus van voortplanting.
Het
lijkt wel alsof alles alléén maar draait om voortplanting.
Het
leven bestaat uit voortplanting om de soort in stand te houden en
vervolgens
uit sterven. Een jaar later gebeurt alles weer opnieuw, want
het
leven van dit jaar is het volgende jaar oud geworden en sterft. De
cyclus
blijft zich constant voortzetten. Hierdoor wordt het wezen van
deze
tegenwoordige wereld uitgedrukt. Daarom heeft God de schepping
ook
op deze wijze gemaakt in de zeven dagen van Genesis 1.
De huidige
schepping
wacht met verlangen op de dag waarop de volmaakte generatie
zal
worden voortgebracht. De mens heeft zich vermenigvuldigd en
is
veel geworden. Het enige doel daarvan was het voortbrengen van die
ene
Mens: Jezus Christus, de Zoon des mensen. Dit is inmiddels gebeurd
en
dit betekent dat alle doen en laten van de mens ijdel is.
Door
het offer
van
de Here Jezus Christus heeft God de wereld veroordeeld. Bij die
gelegenheid
werd
de schepping officieel dood verklaard. De enige functie van
de
oude schepping is het voortbrengen van de nieuwe schepping. Als dat
gebeurd
is, heeft deze oude schepping afgedaan en kan ze verdwijnen.
Het
Bijbelse principe is namelijk dat de vrouw sterft als de zoon geboren
wordt.
Het wordt uitgebeeld bij de geboorte van Benjamin, waarbij
Rachel
stierf Gen.35:16-19. Het is een universeel principe. Bij de
geboorte
van het kind is de vrouw in levensgevaar en feitelijk behoort ze
te
sterven.Wij weten dit meestal gelukkig te voorkomen, maar het is wel
de
natuurlijke gang van zaken.
Dit principe geldt voor alles in de schepping
en
ook voor de hemelen en de aarde. Zodra de nieuwe schepping tot
stand
gekomen is, verdwijnt de oude schepping. Wij leven in een tijd
waarin
de schepping zwanger is,maar in onze tijd is de bevalling feitelijk
allang
begonnen. De pijn om te baren neemt steeds meer toe.
De laatste/tweede Adam
Adam werd op aarde gezet als voorloper van de laatste/tweede Adam,
Die
aan het einde van de vierde bedeling - in de volheid der tijden, geboren
werd.
Hij is Degene in Wie de nieuwe schepping tot stand komt. Hij
heeft
de normale gang van zaken van deze wereld volledig doorbroken.
Dat
is tegennatuurlijk. Dat is juist, want een bevalling is tegennatuurlijk
aan
de zwangerschap die daardoor namelijk wordt opgeheven. Toch is
het
de enige manier. De moeder moét het kind loslaten en dat gaat niet
vanzelf.
Het moet echter wel gebeuren. God heeft in de gang van zaken
in
deze natuur ingegrepen.
De Here Jezus Christus stierf en dat was in
principe
een gewone gang van zaken. Hij stond echter op uit de doden en
daarmee
werd de vicieuze cirkel doorbroken. Door de opstanding uit de
doden
werd Hij de Eersteling van de nieuwe schepping. Dát was het doel
van
God! Gods verlossingsplan begon niet ná de val van Adam. De schepping
van
Adam op de zesde dag maakte onderdeel uit van het verlossingsplan
van
God. Dit geldt voor al het werk van God gedurende de
zeven
dagen. Zelfs het nederwerpen van de oorspronkelijke schepping
van
Genesis 1 : 1 maakt onderdeel uit van het verlossingsplan van God. De
enige
functie van Adam in dit geheel is het voortbrengen van die ene
Mens:
de Here Jezus Christus.
De problematiek rond de oorsprong van de
zonde
ligt niet vast op Adam, maar op dingen die zich in de oerschepping
van
Genesis 1 : 1 afspeelden. Het heeft alles te maken met de rol die de
satan
gespeeld heeft en die staat los van de persoon van Adam.
Bij
de verslaggeving van de zeven dagen in Genesis 1 is overduidelijk dat
er
dingen tot stand kwamen uit iets dat er al was. In Genesis 1 worden
drie
verschillende werkwoorden gebruikt:
|
1.
"Bara" Dit werkwoord "bara"
betekent "scheppen". Het woord
lijkt
veel op ons woord "baren". Het komt voor in Genesis 1 : 1, 21,
27, 27,
27
en 2 : 3, 4.
2.
"Jatzar" Dit werkwoord wordt
gewoonlijk vertaald met "formeren".
Het
betekent "vorm geven". Het staat in Genesis 2 : 7, 8.
3.
"Asah" Dit werkwoord wordt vertaald
met "maken". Het is een
neutraal
woord, dat "doen", "ergens mee bezig zijn" betekent.
In
Genesis
1 : 7, 11, 12, 16, 25, 26, 31 en 2 : 2, 2, 3, 4 treffen we het aan.
|
Als
deze drie begrippen gebruikt worden, dan staat "bara" voor het
tot
stand
brengen van iets uit niets. "Jatzar" heeft daarbij de betekenis
van
"iets
vormgeven vanuit een bepaalde grondstof". Die grondstof kan eventueel
door
scheppen tot stand gekomen zijn. "Asah" heeft binnen dit verband
de
betekenis van "afwerken", "completeren". Er zijn
enkele Bijbelverzen
die
bewijzen dat deze drie woorden niet hetzelfde weergeven.
 |
"Een ieder, die naar Mijn Naam genoemd is, en dien Ik geschapen
heb
tot Mijn eer, dien Ik geformeerd heb, dien Ik
ook
gemaakt heb.
"
Jes.
43 : 7
|
Hier
worden alle drie werkwoorden op de mens van toepassing gebracht.
De
mens is gemaakt uit niets, maar hij is tevens - wat zijn aardse
verschijning
aangaat - geformeerd uit het stof van de aardbodem.
Bovendien
is hij gecompleteerd.
 |
"Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft,
Die
God, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft;
Hij
heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij
ledig
zijn zou, maar heeft ze
geformeerd, opdat men daarinwonen
zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer."Jes.45:18
|
Ook
hier worden alle drie werkwoorden gebruikt. Het gaat om verschillende
dingen.
God heeft het gemaakt uit niets (= scheppen; bara), vervolgens
geformeerd (jatzar) en tenslotte gecompleteerd (asah). In den
beginne
schiep (bara) God de hemelen en de aarde. Daarna heeft hij de
aarde
opnieuw geformeerd en gemaakt (gecompleteerd). Op de derde
dag
formeerde Hij de aarde. Op diezelfde derde dag heeft Hij de aarde
verder
gecompleteerd doordat de aarde voortbracht. In verband met de
derde
dag wordt het woord "scheppen" (barah) niet gebruikt, want God
schiep
toen niets Gen.1:912. De aarde bracht de planten voort. God
schiep
die niet op de derde dag, maar de aarde bracht voort. God heeft
die
planten uiteraard wel geschapen, maar dat gebeurde "in den
beginne".
De
aarde bracht slechts voort wat in haar was. Het was uiteraard
geen
natuurlijk proces,want dit alles gebeurde op één enkele dag en het
was
dus een wonder van God. In verband met de vierde dag wordt evenmin
over
"scheppen" gesproken. God maakte (asah) de lichten in het
uitspansel.
Hij
werkte eraan,waardoor zij gecompleteerd werden. Op de eerste
dag
verscheen het licht, maar er staat niet dat het toen geschapen
werd.Dat
gebeurde ook niet.Op de eerste dag verscheen het licht, terwijl
op
de vierde dag de zon, maan en sterren pas daadwerkelijk gingen
functioneren.
Pas
op de vijfde en zesde dag is er sprake van scheppen.
De dieren
en
de mens werden geschapen,omdat het leven dat op die dagen tot
stand
kwam geen voortzetting was van het leven van de oorspronkelijke
dierenwereld
en mensheid. Het was een totaal nieuw begin. Daarom was
het
een scheppende werking van God. Wanneer de Bijbel over het tot
stand
komen van het lichaam van de mens spreekt, wordt dat "formeren"
genoemd Gen.2:7. Het inblazen van Gods Geest was de scheppende
activiteit
van God. Alle activiteiten van God in de zeven dagen hebben
te
maken met het herstel van een gevallen wereld. Het enige doel ervan
is
het voortbrengen van de nieuwe schepping.
Dit principe komt in de hele
Bijbel
tot uitdrukking.Het oude verbond werd tot stand gebracht,opdat
het
verdwijnen zou en plaats zou maken voor het nieuwe verbond. De tabernakel
was
slechts een tijdelijk huis van God en dat moest verdwijnen. De
stad Jericho werd verwoest en mocht van God uitdrukkelijk niet herbouwd
worden.
Toch werd zij herbouwd, maar zij werd vervolgens opnieuw
verwoest.
Jericho werd herbouwd op de zonen van de bouwer van
de
stad 1Kon.16:34. De stad is een beeld van de wereld die werd
verwoest
en feitelijk niet hersteld mocht worden. Zij werd toch opnieuw
gebouwd,
maar dat ging ten koste van de Zoon van de Bouwer.
In dat herbouwde
Jericho
werden blinden gevonden, die ziende gemaakt werden.
Zij
zijn een beeld van de mensheid in deze tegenwoordige wereld. De Heer
kwam
in dat Jericho (= in deze wereld) op weg naar Jeruzalem. De mensen
waren
blind geboren (ze konden er niets aan doen dat zij als blinde
geboren
werden) en de Heer genas hen. Dit is met de gelovige ook gebeurd.
Hij
leefde in Jericho (= de wereld) en zijn ogen zijn door de Heer
geopend
(bij zijn wedergeboorte). Wie niet genezen wil worden, hoeft
niet.
De blindgeborene riep de Heer aan: "Gij Zone Davids". Hij wist
precies
wie
de Heer was. Hij werd door de Heer genezen. Dit gebeurt met
ieder
mens die de Heer in geloof aanroept. De hoer in Jericho, Rachab,
verborg
de twee verspieders twee dagen. Dat is logisch,want opstanding
vindt
pas op de derde dag plaats. Op de eerste dag stierf de Heer. Op de
tweede
dag lag Hij in het graf en op de derde dag stond Hij op.
De
huidige wereld komt overeen met de tweede dag.
|
Alles in deze wereld
wordt
gekenmerkt door een
twee (dualiteit). Er is voortdurend sprake van
scheiding:
|
duisternis |
licht |
| nacht |
dag |
| beneden |
boven |
| links |
rechts |
|
Dit
principe van de drie dagen gaat op veel niveaus op:
de
Heer..,
Jona..,
Israël.., enz..
Wedergeboren
Dit principe geldt ook voor de schepping. Het past volledig binnen het
patroon
van de Bijbel. Het verklaart Gods plan met de wereld. Dit plan
wordt
uitgewerkt en komt overal in de Schrift naar voren. De gevallen/
onvruchtbare
wereld blijkt toch zwanger te worden en voort te brengen.
Dit
wordt door zeer veel onvruchtbare vrouwen uit de Bijbel uitgebeeld.
De
oude schepping ziet uit naar het tot stand komen van die nieuwe
schepping.
De schepping is in zichzelf zinloos. Zij bestaat, opdat zij iets
zou
voortbrengen. Dit principe geldt voor alles in de schepping en dus
ook
voor de mens. Het leven van de mens heeft geen vervulling in zichzelf.
Het
is de bedoeling dat in dat oude leven van de mens nieuw leven
geplaatst
wordt. Er moet een conceptie plaatsvinden. De mens dient namelijk
wedergeboren
te worden uit onvergankelijke zaad 1Petr.1:23.
De
gelovige zelf zucht ook, evenals de schepping. Hij verwacht de
Zoonstelling
(= de aanstelling tot kinderen), namelijk de verlossing van
zijn
lichaam Rom.8:23. De gelovige is eveneens zwanger, omdat
hij
nieuw leven in zijn oude leven heeft ontvangen. Dat nieuwe leven zal
geopenbaard
worden op het moment dat het oude lichaam zal worden
weggenomen.
Dat vindt plaats bij de opname van de Gemeente.
|