|
Wanneer men spreekt over geest, ziel en lichaam, is men geneigd te
denken dat
geest
en ziel begrippen zijn voor het onzienlijke deel van de mens. Men gaat er
dan
vanuit, dat de mens een onsterfelijke ziel hééft. Het wordt daarmee een
abstract
begrip van "iets" (de psyche) dat binnen in het lichaam zit.
Echter: de
mens
- tijdens zijn verblijf op de aarde - ís een sterfelijke ziel! De zeer
wijdverbreide
misvatting
ontstaat doordat men niet kijkt naar de werkelijke betekenis
van
deze woorden in de taal van de Bijbel: het Hebreeuws. Het Grieks en het
Nederlands
beschikken eenvoudigweg niet over de juiste woorden. Daarom is
het
bij "geest, ziel en lichaam" beter te spreken van "neshamah,
roeach en
nephesh". Dan zal blijken dat de Bijbel
een heel helder licht werpt op de begrippen:
geest,
ziel en lichaam.
Waar
de neshamah, roeach en nephesh van de mens uiteindelijk naartoe gaan
en
hoe ze zich, in het geval van de gelovige, verhouden tot de Heilige Geest
van
God,
leest u vervolgens ook in deze Bijbelstudie.
|
1. Inleiding
 |
"En
de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw
geheel
oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk
bewaard
in de toekomst van onzen Heere Jezus
Christus."
1 Thess. 5 : 23
|
Het onderwerp is de mens. Het gaat over geest, ziel en lichaam, waarbij
drie
woorden gebruikt worden om de mens, althans delen van de mens,
aan
te duiden. Eigenlijk is het zo, dat het enige vers in de Bijbel dat ik
gevonden
heb waar alle drie de woorden "geest, ziel en lichaam"
genoemd
worden, in 1 Thessalonicenzen 5 : 23 is. Het zal duidelijk zijn, dat
dit
vers deel uitmaakt van wat ik altijd maar noem: de hartelijke groeten
van
Paulus.We hebben in vers 23 de gehele brief al gehad en vanaf vers
24
en wat er verder volgt krijgen we dan de groeten mee, een zegenbede,
en
staat er: "Groet alle broeders met een heilige kus." Zo behoren
alle
brieven
nou eenmaal te eindigen, met hartelijke groeten. Dat is hier ook
zo.
De zegenbede begint met vers 23: "De God des vredes Zelf heilige u
geheel
en al (en omdat wij meestal niet weten wat het betekent staat
het
erachter) en uw geheel oprechte geest en ziel en lichaam worde
onberispelijk
bewaard
in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus."
Het
zal duidelijk zijn, dat dit vers niet wezenlijk deel uit maakt van de
inhoud
van
de brief.
Begrijpt u mij goed, het staat in de brief, het hoort bij
de
brief, het geeft er ook commentaar op. Het is zelfs de samenvatting
van
de brief, maar het is niet de wezenlijke inhoud van de brief. Daar gaat
het
om. En het is bepaald niet zo dat we in deze brief een uiteenzetting
krijgen
over het onderwerp, dat wij voor vandaag gekozen hebben. Dat
wil
zeggen, deze brief legt ons niet uit hoe dat zit met geest, ziel en
lichaam.
De brief legt evenmin uit wat voor "dingen" dat dan zijn en hoe
die
zich met elkaar verhouden. Het staat er niet in. Toch moet ik dan
meteen
zeggen: Integendeel!
2.De mens is één geheel
Het probleem is, dat heb ik dikwijls gemerkt als we over dit soort
begrippen
praten,
dat men zegt: "Een mens bestaat uit geest, ziel en lichaam."
En
we komen daarop, omdat we in feite in het Nederlands geen andere
woorden
hebben om de mens aan te duiden. In de eerste plaats is dat
een
taalkundig verschijnsel. Als we zeggen: "De mens is geest, ziel en
lichaam,"
dan zeggen we dat zo, omdat onze taal niets anders toestaat.
Dat
is een taalkundige stelling, maar het heeft met de Bijbelse gedachte
rondom
de mens niet zo erg veel te maken. De mens is niet samengesteld
uit
de drie genoemde losse onderdelen. Dat leert de Bijbel ook nergens.
De
mens is een eenheid. Als hij uit elkaar valt, dan valt is dat niet
in
losse onderdelen, maar in stukken; dan wordt hij verbroken.
De
mens is één geheel. Voor degenen die zeggen: "Ja, maar er staat
toch
in
de Bijbel dat de mens geest, ziel en lichaam is", is de vraag:Waar
staat
dat?
Ik heb nog nooit een ander antwoord gekregen dan 1 Thessalonicenzen
5
: 23. Het enige andere antwoord dat ik kreeg was: "Dat weet ik
niet."
Dat
is veel eerlijker over het algemeen. Men zegt wel wat, maar men
weet
niet waar het vandaan komt.Dat is het probleem. Maar ik zeg u dat
de
uitdrukking "geest, ziel en lichaam" uit dit vers komt. Ook ik
heb nooit
een
ander vers gevonden. Daarom ben ik vandaag begonnen met dit vers.
Bijbelstudie
is in de eerste plaats de bestudering van delen van de Schrift
in
hun context; in het verband waarin het gezegd wordt. Ik heb in de
Bijbel
niet één Schriftgedeelte gevonden dat spreekt over de mens in zijn
totaliteit
en dat een verhandeling houdt over wat geest, ziel en lichaam
eigenlijk
voor dingen zijn. Hoe ze zich tot elkaar verhouden. De enige
tekst,waar
die drie begrippen samen genoemd worden is in dit vers. En
het
eigenaardige is, dat dit vers dan het tegenovergestelde zegt als wat
wij
dikwijls denken of wat ik dikwijls gehoord heb. Men zegt namelijk:
"De
mens bestaat uit drie delen: geest, ziel en lichaam", maar als we dit
vers
lezen waar dit aan ontleend zou zijn, dan staat er precies het
tegenovergestelde.
Er
staat niet dat de mens uit drie losse onderdelen bestaat,
maar
er staat dat de mens één geheel is.
1
Thessalonicenzen 5 : 23: "En de God des vredes..." (vrede wil
zeggen dat
er
geen tegenstellingen meer zijn, geen verdeeldheid).Vrede spreekt dus
over
éénheid. Als de strijdende partijen met elkaar verzoend zijn, is er
vrede.
En de God wordt hier genoemd de God des vredes, omdat het te
maken
heeft met wat Hij volgens ditzelfde vers zou doen. Hij wordt
namelijk
geacht ons, de mens, de gelovige, onberispelijk te bewaren. Hij
kan
dat, omdat Hij God des vredes is. Hij is juist de God Die tegenstellingen
met
elkaar verbindt, Die eenheid tot stand brengt.
Strikt genomen
kan
het hele werk van Christus worden samengevat in deze uitdrukking:
"eenheid"
of de uitdrukking: "vrede". Wat God doet is in Christus de
wereld
met Zich verzoenen, dat wil zeggen dat dingen die verdeeld zijn,
één
gemaakt worden. Dat dingen, die van elkaar gescheiden (= dood)
waren,
weer met elkaar verbonden worden. "De God des vredes (= eenheid)
Zelf
(God Zelf, niemand anders! Dus ook maar Eén) heilige u" (heiligen
=
heel maken, één maken.) Ik heb wel eens gehoord dat heiligen"apart zetten" zou betekenen. Dat is wel zo, maar dan kijken we
van de
verkeerde
kant.We kijken vanuit de wereld. Als iemand geheiligd wordt
dan
betekent dat, dat hij wat de wereld betreft apart gezet wordt en dus
afgezonderd
wordt, maar dat is niet de betekenis van het woord heiligen.
Heiligen
wil juist zeggen: heel maken. In het Nederlands, maar in de
grondtekst
feitelijk ook. Het houdt begrippen in als "reiniging" en ook
"verbinding
met". Iemand die geheiligd wordt, wordt verbonden met de
heilige
God. Heiligen wil ook letterlijk in het Nederlands zeggen: heel
maken.
Van ons uit gezien (van de aarde uit) is het "apart zetten",
maar van God
uit
gezien is het "heel maken", het verbinden met God Zelf. Kortom,
het
is
de uitdrukking voor wat God doet in Christus, namelijk de wereld met
Zich
verzoenen 2 Kor. 5 : 19.Deze God maakt eenheid.U ziet, dat we
dus
al een keer of drie gesproken hebben over éénheid.
|
Vers
23a: "De God
des
vredes heilige u geheel en al."
|
God heiligt niet een lichaam of een
ziel
of
een geest, of wat het dan moge zijn, maar God reinigt de gelovige
geheel
en al. In de eerste plaats: geheel. "Heel" houdt taalkundig
verband
met
heiligen, heel maken. Geheel en al wordt men geheeld. (Helen =
gezond
maken = één maken). Dus: "Hij heilige u geheel en al".
"Geheel en
al"
is ook een vaste uitdrukking in het Nederlands; het is twee keer
hetzelfde.
"Al"
is hetzelfde als "heel". Alles bij elkaar als eenheid. De "h"
is eraf
gevallen,
maar dat gebeurt meer met een "h". De klinker is ook een beetje
veranderd,
de "e" is een "a" geworden, maar verandering van
klinkers is heel
gewoon. Van "heel" ben je zo bij "al".
Hij
heiligt u geheel en al. Niet één onderdeel, maar de hele mens. We
gaan
verder met vers 23b:
|
Vers
23b: "En uw geheel (= weer hetzelfde) oprechte
geest."
|
Oprecht heeft ook altijd de betekenis van: er is er maar één. Recht
staat
tegenover dat wat krom is. En oprecht heeft altijd als betekenis dat
men
geen bijbedoelingen heeft, dat men geen omwegen maakt. Dat men
gewoon
recht maar één doel voor ogen heeft en die weg gaat. Paulus
zegt
dat hij oprecht is in de prediking van het Evangelie. Hij legt uit dat
het
betekent dat hij het niet vervalst, niet verdunt, geen water bij de wijn
doet.
Het is gewoon oprecht .2 Kor. 2 : 17
Van de gelovigen wordt
gezegd
dat zij oprecht zouden zijn, zonder enige bijbedoelingen en met
maar
één ding voor ogen, dat ze worden verondersteld geen politiek of
tactiek
of dat soort dingen te bedrijven, maar gewoon eerlijk te zijn
tegenover
zichzelf, tegenover God en tegenover hun broeders of zusters.
Daar
kom je het verst mee en het is het eenvoudigst, omdat men maar
maar
één Weg kiest. Er zijn namelijk mensen die mij de ene keer dit en de
andere
keer dat vertellen. Ze weten niet meer wat ze mij gezegd hebben.
Dan
kom ik ze weer tegen en dan is het eerst stil en pas na verloop van
tijd
beginnen ze te praten, want ze moeten er eerst over nadenken wat
ze
mij gezegd hebben. Soms zijn ze het vergeten. Dat is allemaal lastig.
Dat
maakt het leven ook gecompliceerd. Het is niet de bedoeling. Laten
we
oprecht zijn, maar één doel voor ogen hebben, eerlijk zijn voor elkaar.
Eerlijk
ten opzichte van de Heer.
Dat staat hier. "En uw geheel oprechte
(dat
wil zeggen, dat er ook maar één is) geest, en ziel en lichaam." Er
staat
niet:
"Uw geheel oprechte geest, uw geheel oprechte ziel en uw geheel
oprecht
lichaam." Het zou ons niet verbazen als het er zo zou staan,want
het
is een Bijbelse manier van uitdrukken.Het is hetzelfde als in Éfeze 4 :
11
 |
"En
Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot
profeten,
en sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en
leraars."
Wij zouden zeggen: "God heeft gegeven sommigen tot apostelen,
profeten,
evangelisten, herders en leraars." Éf. 4 :
11
|
Maar het woord
"sommigen"
wordt
daar herhaald. Bij andere gelegenheden worden niet alleen
de
zelfstandige naamwoorden apart genoemd, maar ook de bijvoeglijke
naamwoorden
herhaald. Zo zou hier kunnen staan: "Uw geheel oprechte
geest,
uw geheel oprechte ziel en uw geheel oprechte lichaam", maar dat
staat
er niet. Er staat: "Uw geheel oprechte geest, ziel en lichaam."
Dat
maakt alle verschil van de wereld uit, want als dat woord
"oprecht"
herhaald
zou zijn, zou hier gesproken worden over drie verschillende dingen.
Over
geest, over ziel en over lichaam, die dan alle drie nog oprecht
zouden
zijn. Er staat: "Oprechte geest, ziel en lichaam." Dat betekent
dat
het
niet gaat over geest, ziel en lichaam afzonderlijk, maar over maar één
ding,
namelijk de mens.We dienen gewoon te concluderen dat hier sprake
is
van een "hendiatris", dat wil zeggen: er worden drie woorden
gebruikt,
maar er wordt maar één ding bedoeld.
Een ander voorbeeld van
zo’n
stijlfiguur is:
 |
"Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven"
Joh.
14
: 6
|
De Heer zegt niet: "Ik ben de Weg, zowel als de Waarheid, zowel
als
het
Leven." Zo van: Ik zal drie dingen tegelijk noemen. Nu hebben we drie
onderwerpen.
Je kunt er drie onderwerpen van maken, namelijk: Ik ben
de
Weg, Ik ben de Waarheid en Ik ben het Leven. Dat is een misverstand.
Het
zijn niet drie dingen, het is één ding. Het betekent gewoon:
|
"I
k b e n
d e W a r e L e v e n d e
W e g".
|
De vraag is waarom het er dan zo niet staat? Het
antwoord
is weer: taalles. Ik gebruikte nu bijvoeglijke naamwoorden, namelijk
een Ware, Levende Weg. Maar als je de klemtoon wilt leggen op
een
bijvoeglijk naamwoord, dan verander je het in een zelfstandig naamwoord.
Dat
is wat in de Bijbel en ook in alle oude talen gebeurt en vandaar
dat
je dan zo’n uitdrukking krijgt: "Ik ben de Weg, de Waarheid en
het
Leven". Dat is veel sterker dan alleen een Ware Levende Weg. Dat is
de
gedachte.
Je krijgt drie woorden, maar er wordt maar één ding bedoeld.
Of:
 |
"Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus". Éfeze
1
: 3
|
Hebben we het dan over God, zowel als de Vader? Welnee, we hebben
het over God, Die Vader is. Het is dus een Vaderlijke God. Een God Die
geeft,
betekent het feitelijk. Een God, Die Erflater is en een Erfenis geeft
aan
Zijn kinderen of aan Zijn zonen. Dat is de normale gedachte en dat is
hier
ook zo. Als je een beetje geoefend bent in het lezen van de Bijbel en
je
komt deze uitdrukking tegen, herken je hem ogenblikkelijk als een
hendiatris.
"Geest, ziel en lichaam", wat is dat bij elkaar? Dat zijn alle
woorden
die wij kennen voor een mens. Het is de totale mens. Hier wordt
echter
niet verklaard wat een geest, een ziel of een lichaam is. Hier wordt
gewoon
gezegd dat het gaat over de gehele mens. Het staat zes maal in
1
Thessalonicenzen 5 : 23. "Geheel en al, geheel oprecht, heilige u, de
God
des
vredes..."
Het gaat dus om een geheel.
We dienen goed te beseffen, alvorens we op
de
verschillende begrippen ingaan, dat de mens niet is samengesteld uit onderdelen.
De mens is één geheel. Omdat de mens aangeduid kan worden
als
lichaam, als ziel en ook als geest, vinden wij het merkwaardige
verschijnsel
dat deze drie woorden ook in onze Nederlandse vertalingen
door
elkaar gebruikt worden. Ik bedoel niet dat het willekeurig vertaald
wordt,want
dat is niet het geval, maar er zijn heel wat omstandigheden
waar
het woord ziel staat,waar net zo goed het woord geest zou kunnen
staan
of zelfs ook lichaam. Bijvoorbeeld: "Mijn ziel maakt groot de
Heere." Lukas 1 : 46 Wie is dat, mijn ziel: mijn lichaam of mijn geest? Dat
maakt
helemaal geen verschil, want de betekenis van de uitdrukking is
dan
gewoon: "Ik". Als je de klemtoon wil leggen op "Ik"
dan gebruik je
geen
persoonlijk voornaamwoord, maar een zelfstandig naamwoord en
dan
wordt het: "Mijn ziel".
Dat is een uitdrukking die ook erg veel
in de
Psalmen
voorkomt. Als in dezelfde zin, waarin "mijn ziel" voorkomt, het
begrip
herhaald wordt, dan zult u merken dat vaak in de herhaling staat:
"mijn
geest". Dat is een parallelisme.
Dit
parallelisme komt veel voor. "Mijn ziel doet dit" en dan staat
het met
andere
woorden "Mijn geest doet zus en zus en zo." "Mijn ziel
looft en
mijn
geest maakt groot". Dat is precies hetzelfde, want mijn geest
betekent:
"Ik"
en "mijn ziel" betekent ook: "Ik".
Nu weet ik wel dat
er verschil is
tussen
de betekenis van die woorden, maar we moeten goed beseffen,
dat
de betekenis van een woord in de eerste plaats bepaald wordt door
het
gebruik van zo’n woord. Waar zo’n woord voorkomt, krijgt het de
betekenis
die het in het zinsverband heeft. Als het zo theatraal staat:
"Mijn
geest, mijn ziel maakt groot de Heere"..., dan betekent het dat men
het
doet met zijn volle persoon, met heel zijn wezen, met al wat in hem
is
(Psalmen 103 : 1). Het lichaam wordt er niet eens apart genoemd al was
het
maar omdat in het Oude Testament strikt genomen geen woord voor
lichaam
bestaat.
3. Betekenis van de woorden: geest, ziel en lichaam
Het gaat mij
er eerst om, uw gedachten wat los te maken.We hebben
de
drie woorden genoemd, die we in het Nederlands kennen, maar ze
worden
maar één keer allemaal bij elkaar genoemd. Dat is in dit vers en
slechts
dan hebben ze dus samen één betekenis namelijk:mens. En in dit
geval
wordt het toegepast op de gelovige. De gehele gelovige geest, ziel
en
lichaam. Welke geest? Wordt hier de menselijke geest of de Heilige
Geest
bedoeld? Dat maakt niets uit in dit vers, want het gaat om onze
hele
persoon. Het maakt niet uit of het de geest, de ziel of het lichaam is
of
welke geest dan ook. Het gaat over de gehele mens. Het gaat om een
eenheid.
Ik hoop niet dat u de indruk krijgt dat de mens bestaat uit verschillende
delen,
want dat is niet het geval. Ik zeg het op voorhand: De
mens
is één geheel.
Bij
nadere bestudering blijkt dat de mens op verschillende manieren omschreven
wordt.
Dan blijkt ook dat bepaalde functies van de mens thuishoren
bij
begrippen als geest, ziel of lichaam, vanwege het feit dat er verschillen
tussen
bestaan. Maar het algemene principe is, dat de mens één
geheel
wezen is. Bepaalde aspecten van zijn wezen worden aangeduid met
deze drie Nederlandse woorden.We spreken hier over geest en ziel
en
lichaam. Ik heb steeds met opzet gezegd dat het drie Nederlandse
woorden
zijn, omdat we voor de bestudering van deze onderwerpen
eerst
terug moeten naar de grondtekst en daar ontstaat altijd de verwarring.
Hier
in 1 Thessalonicenzen 5 hebben we uiteraard te maken met
Grieks.
Het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks, dus de woorden
die
hier staan zijn vertalingen van bepaalde Griekse woorden. Dat is
heel
gemakkelijk, want geest is dan de vertaling van pneuma. Ziel is de
vertaling
van het woord psuche of psyche. Lichaam is soma. Het zijn drie woorden
die overeenkomen met Nederlandse begrippen. Dus het is
gemakkelijk
te vertalen.
|
g
e e s t = p n e u m a
z
i e l = p s u c h e o f p
s y c h e
l
i c h a a m = s o m a
|
Het
moeilijke komt nu pas.Wij willen weten van welk Hebreeuws woord
"lichaam"
(soma in het Grieks) komt, want de grondtaal van de Bijbel is
niet
Grieks, hoewel het Nieuwe Testament in het Grieks geschreven is,
maar
de werkelijke grondtaal van de Bijbel is Hebreeuws. Het algemeen
principe
is, dat de Griekse woorden van het Nieuwe Testament niet hun
betekenis
uit de Griekse literatuur of uit de Griekse woordenboeken krijgen.
Ze
krijgen de betekenis van het Hebreeuwse woord, waarvan ze de
vertaling
zijn.
Het maakt ons eigenlijk niet uit wat een woord in het
Grieks
betekent,want we willen alleen maar weten van welk Hebreeuws woord
het de vertaling is,omdat het Nieuwe Testament geschreven werd
door
Israëlieten die het Hebreeuws kenden. En ze beschikten in die dagen
al
over een Griekse vertaling van het Oude Testament. Als ze in het Grieks
uit
het Oude Testament citeerden, deden ze dat vanuit de Septuaginta.
Dat
betekent dat de Griekse woorden die zij gebruikten, ontleend zijn
aan
de Hebreeuwse woorden; ze kregen hun inhoud, hun betekenis, vanuit
het
Hebreeuws.*1-->
Lichaam
Het gaat er nu om van welk Hebreeuws woord soma (= het Griekse
woord
voor lichaam) de vertaling is. Dat weet ik niet, want zo’n woord
heb
ik niet gevonden. Ik ken in het Hebreeuws geen woord voor lichaam.
Het
enige woord voor lichaam dat ik via het Hebreeuws gevonden heb,
vond
ik niet in de Bijbel, maar in de joodse literatuur. Daarvan is mij
achteraf
gebleken
dat het een woord was dat ze (de kabbalisten) zelf
gemaakt
hadden. Die maakten namelijk zelf het woord "golem", een
term
met een tamelijke occulte achtergrond. Men heeft zelf letters bij
elkaar
gezocht om het begrip "lichaam" weer te geven. Men heeft dat
gedaan
omdat de Bijbel daar helemaal geen woord voor heeft. Het
bestaat
dus niet en ik haal het daarom maar weer weg.
"Golem"
is een lichaam dat men formeert van het stof van de aardbodem,
van
klei of van andere dingen, of men "breit" het zelf of zoiets. De
gedachte
is dan - maar dat is magie - dat men op zo’n "golem", zo’n
zelfgevormd
lichaam,
bijvoorbeeld de Naam van Jehovah schrijft, in de hoop
dat
die golem dan tot leven komt. Dat is het begrip "golem". En
sommigen
denken
dat dit het normale woord is voor lichaam, maar dat is een
groot
misverstand. Het is eigenlijk een term uit de magie. Een echt
Bijbels
woord voor lichaam bestaat dus niet. Er zijn wel alternatieven. Je
kunt
het woord "vlees" gebruiken, maar zelfs dat komt niet of nooit
voor.
We
hebben er geen Hebreeuws woord voor.We weten het niet. |
|
<--*1
Als een Groninger
"moi’" zegt en je moet
het
naar het Nederlands
vertalen,
"dag". En als een
Groninger
‘moi’ zegt en je moet het
naar het Hebreeuws vertalen,
dan is het "shalom",
want "moi" is de wijze
gewoonlijk groeten. Als de
Hebreeën elkaar groeten,
zeggen ze "shalom".
"Moi"
"shalom", Het heeft wel
dezelfde functie. Het functioneert
als groet. Nu ziet u,
hoe gevaarlijk het is om te
vertalen en om met betekenissen
van woorden te
schermen.
|
De moeilijkheid
is
dat Hebreeuws de grondtaal van de Schrift is. De oorspronkelijke
begrippen
van deze schepping liggen opgesloten in Hebreeuwse
begrippen,
in Hebreeuwse termen, in de Hebreeuwse Bijbel en in de
Hebreeuwse
taal. Niet in het Grieks, want Grieks is een vertaling. Het is
een
weg ernaartoe, maar het Hebreeuws heeft de grondbegrippen.We
zijn
dus, wanneer we willen spreken over het "lichaam" en waar dat in
het
Hebreeuws van het Oude Testament voorkomt, snel klaar, want het
komt
niet voor.
Ziel
Dan gaan we door met het begrip ziel, waarvan het Griekse woord
psuche
is, hetgeen weer de vertaling is van het Hebreeuwse "nephesh".
Maar
als je het nazoekt in een Grieks en in een Hebreeuws woordenboek,
blijkt
dat die woorden een verschillende betekenis hebben. In een woordenboek
zoek
je het op in het Nederlands (daar word je niet wijs uit) en
dan
zoek je het woord "psuche" op in het Grieks en dan blijkt in het
Grieks
psuche te staan voor de onzienlijke dingen met betrekking tot de
mens
in het algemeen. Dan gaan we naar het Hebreeuwse woord nephesh
en
dan blijkt dat te spreken over de zienlijke dingen van de mens.
Dan
blijken het dus begrippen te zijn die elkaar helemaal niet dekken en
dan
raken we in grote verwarring.Tenzij wij ons houden aan het principe
dat
ik eerder al noemde. Dat is het enige juiste principe in verband met
dit
soort studies, namelijk het principe dat psuche zijn betekenis ontleent
aan
nephesh en niet aan het Griekse spraakgebruik.
Psuche komt in
de
Septuaginta voor als de vertaling van nephesh.Wij willen dus alleen
maar
weten wat nephesh voor een "ding" is; dan weten we ook wat
psuche
in de Bijbel is.Niet wat het bij de Grieken is,want dat interesseert
ons
immers niet. Dan weten we ook wat ziel in onze Nederlandse
Bijbelvertaling
is en dat is iets heel anders dan "Van Dale" aangeeft. Het
begrip
"ziel" blijkt dan in de Bijbel een heel andere betekenis te
hebben
dan
in de Nederlandse omgangstaal.
Geest
We maken "het rijtje" af. We gaan naar geest, dat de Nederlandse
vertaling
is
van het Griekse pneuma. Pneuma fungeert in principe als vertaling
van
twee Hebreeuwse woorden. (Er zijn enkele uitzonderingen.)
De
ene is "roeach". Het is het woord dat het meest gebruikt wordt
en dat
vertaald
wordt met "pneuma" naar het Grieks of met "geest" naar
het
Nederlands.
Er is nog een woord. Dat komt maar 25 maal voor. Het is het
Hebreeuwse
"neshamah". U ziet in wat voor verwarring wij inmiddels
zijn
terechtgekomen. We zijn begonnen met drie Nederlandse woorden.
We
zoeken terug en komen bij drie Hebreeuwse woorden. We zijn één
begrip
kwijtgeraakt en we hebben er één bij gekregen. En u ziet wat een
verwarring
dat geeft. Het probleem is dan ook, dat als we deze dingen
bestuderen,
we eigenlijk geen Nederlandse woorden meer kunnen
gebruiken
om deze begrippen aan te geven. Omdat we ons dan moeten afvragen:
"Welke betekenis geven we aan het Nederlandse woord? De
Hebreeuwse,
de Griekse of die van de omgangstaal in het Nederlands?"
Vandaar
dat ik geneigd ben om in studies als deze niet langer te spreken
over
geest, ziel en lichaam of pneuma, psuche of soma, maar over neshamah, roeach
en nephesh,want dat zijn de grondwoorden van de Bijbel.
Het
ene probleem alleen is, dat in de vertaling naar het Grieks neshamah
verdwijnt.
Het verschil tussen neshamah en roeach is niet meer te zien,
omdat
het met één woord namelijk "pneuma" naar het Grieks vertaald
wordt.
Het andere probleem is, dat we niet over lichaam kunnen spreken,
want
er is helemaal geen Hebreeuws woord voor. Dat is ook niet nodig,
maar
dat zullen we zo zien. Het punt is, dat deze drie begrippen plaats
hebben
gemaakt voor drie andere begrippen, die niet dezelfde betekenis
hebben.Wij
moeten goed in gedachten houden dat ze duidelijk verschillend
zijn.
Schematische vertaling van het Grieks naar het Hebreeuws:
| P n e u m a (geest) |
R o e a c h en N e s h a m
a h |
|
P s u c h e (ziel)
|
N e p h e s h |
|
S
o m a (lichaam)
|
k
o m t i n d e B i j b e l n i e t v o
o r |
|
4. Neshamah
Het minst
voorkomende begrip "neshamah" moet normaal gesproken
vertaald
worden met geest.Wij hebben er geen ander woord voor. Geest
is
in het Nederlands en ook in het Grieks de aanduiding voor alles wat
niet
gezien kan worden, het onzienlijke. Er zijn uitzonderingen, want
soms
worden onzienlijke dingen zienlijk gemaakt. Zoals een engel bijvoorbeeld.
Een
engel wordt aangeduid als geest.Van engelen staat, dat zij
gedienstige
geesten zijn. Hebr.1 : 14 En engelen worden normaal
gesproken
niet gezien. Ze zijn onzienlijk,maar ze kunnen zich manifesteren.
Maar
in wezen zijn ze onzienlijk, behoren ze dus tot de onzienlijke
dingen
en daarom heten zij geest. "Geest" dekt begrippen zoals wind
(want
wind kan niet gezien worden), adem, gas of lucht in het algemeen.
Geest
staat ook voor demonen (boze geesten), engelen, cherubs. En God
is
de Onzienlijke, dus heet God ook Geest. Joh.4 : 24
Geest staat
voor
al het onzienlijke. Daar gaat het om en daarom is het een verzamelbegrip.
Je
kunt geest niet nauwkeurig definiëren. Het is niet in te delen in
dit
of dat. Het kan van alles zijn. Ik heb wel rijtjes gezien op grond van
pneuma
in het Nieuwe Testament, waarbij veertien verschillende betekenissen
werden
gegeven aan pneuma. Dus eigenlijk zijn het veertien
verschillende
toepassingen. Het zijn zaken, "dingen", die allemaal pneuma
genoemd
worden. Dat kan, omdat geest gewoon een verzamelnaam
is.
Het probleem is alleen dat we in het Hebreeuws twee woorden hebben
die
allebei onzienlijke dingen aanduiden. Het één is "roeach". Dat
is
het
normale woord. Het andere woord is "neshamah" en dat is een heel
speciale
aanduiding. Daarover gaan wij het nu hebben. Neshamah wordt
het
eerst genoemd in Genesis 2. Neshamah komt in 25 Schriftplaatsen
voor.
Roeach komt 404 maal voor.
Het ontvangen van het leven
 |
"En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof
der
aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des
levens;
alzo werd de mens tot een levende ziel".
Gen. 2 : 7
|
De HEERE God (= Jehovah) had de mens geformeerd uit het stof der aarde.
(Wat
dan ontstaat, is wat de Kabbalisten een "golem" noemen, een
lichaam
van klei, een model als het ware; het is nog dood.) "Waar is de
mens
van gemaakt?" Van het stof der aarde. Dat staat er nu eenmaal.
Geest,
ziel en lichaam worden hier niet genoemd. De mens is geformeerd
uit
het stof der aarde. En dan staat er: "God heeft in zijn neusgaten
geblazen
de
neshamah". Neshamah
is vertaald met "adem". Hoe komt men bij
de
vertaling met adem? Neshamah is het begrip geest en dat staat voor
alle
onzienlijke dingen. En welk onzienlijk ding is dit nu? Het wordt geblazen
in
de neusgaten, dus zal het wel adem zijn. Uit het verband vertaalt
men
het met adem. Op andere plaatsen in de Schrift, in andere verbanden,
wordt
hetzelfde woord anders vertaald. De vertalers kijken gewoon
naar
de zin, naar het verband waarin het woord gebruikt wordt en kiezen
dan
een Nederlands woord.
Adem is zo slecht nog niet. Dat kan ook heel
goed,
omdat neshamah het hoogste aspect is van de mens, de hoogste
geest
(het is in deze volgorde dat we die dingen moeten zien). Het is dat
wat
van God afkomstig is. Het is wat God in de mens blaast en daarom is
het
in feite het leven zelf. Het leven van God, dat Hij in de mens inblaast.
Je
moet wel zeggen "blazen", want het gaat om onzienlijke dingen.
Je
kunt
ook zeggen: "Hij ademt het in."
Adem staat voor leven. Als
iemand
zijn
laatste adem uitblaast, dan heeft hij zijn laatste leven afgelegd en is
er
geen leven meer over. Adem en leven zijn dingen die bij elkaar horen.
In
Genesis 2 : 7 staat nu: "God heeft in de mens geblazen de adem (=
neshamah)
des
levens". Er moet echter staan: "der levens". Het verschil
is dat
"der
levens" meervoud van "leven" is en "des levens"
enkelvoud. Het is één
adem,
maar der levens. Strikt genomen is het dus één adem van de
levens.
Als er des levens staat, zou het betekenen: één adem van het
leven.
Maar dat staat er niet. Er staat: "Eén adem van de levens". Het
is
een
meervoud. Het is één neshamah van vele levens. En daarom is het
ook
de neshamah, het levensbeginsel dat Adam ingeblazen kreeg,waaruit
ook
al de afstammelingen van Adam het leven hebben ontvangen.
De
vertalers
geloofden dat overigens niet, voorzover ik dat heb kunnen nagaan.
Zij
geloofden dat als een kind geboren wordt, het dan het leven
vanuit
de hemel zelf ontvangt. Dat is een misverstand, want het kind
ontvangt
het leven van zijn ouders. Het is trouwens eigenaardig dat
mensen
die aan de ene kant geloven in de erfzonde (de erfelijkheid van
de
zondige natuur), aan de andere kant geloven dat bij de geboorte van
het
kind het leven rechtstreeks van God afkomstig is. Het is erg inconsequent.
Dat
kun je nooit met elkaar in overeenstemming brengen. God
blies
in de mens de geest der levens (de neshamah der levens). Het betekent
dat
al het menselijk leven daaruit voortkwam.
 |
"Daarom, gelijk door één mens de zonde in de wereld
ingekomen
is, en door de zonde de dood; en alzo de dood
tot
alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd
hebben".
Rom.
5 : 12
|
Deze
neshamah wordt in de mens geblazen en uit deze neshamah kwam
al
dat andere leven ook voort. Het is het leven dat God gaf aan de mensen.
Hij
gaf dat éénmalig, niet steeds opnieuw. Ik zeg niet dat wij ons
natuurlijke
leven niet van God hebben ontvangen. Ik zeg alleen dat we
het
van onze ouders hebben ontvangen. En zij hebben het weer van hun
ouders
ontvangen en uiteindelijk van Adam en van God. Dus inderdaad
van
God. Zo blijft het. De hele schepping, ook de oude schepping, bestaat
door
God en wordt door Hem in stand gehouden.
Ook het leven dat wij
als
natuurlijke mensen hebben, is een leven dat van God afkomstig is.
Het
is tot ons gekomen via Adam en daar zit de moeilijkheid.Want daarom
hebben
wij niet alleen het leven geërfd,maar ook de zonde die daarin
zit
opgesloten.We zijn daardoor dus erfelijk belast. Als we ons leven
rechtstreeks
van God zouden krijgen dan betekent dat, dat elk mens zonder
zonde
geboren zou worden en dat is niet waar; integendeel.
Dus
God heeft in de mens geblazen de neshamah der levens en "…alzo
werd
de mens tot levende ziel" (en níet: alzo
kreeg). Er staan twee
woorden:
"Levende
ziel". Als u het mij vraagt, moet de klemtoon liggen op
leven.
"…alzo werd de mens tot lévende ziel", tot levende nephesh.
Dat is het
woord dat gebruikt wordt. Dus krijgen we: "God blies in hem neshamah
en
alzo werd de mens een levende ziel."
We zullen zien dat de mens
niet
een ziel hééft. Een mens ís een ziel. En aangezien de mens geformeerd
is
uit het stof der aardbodem, is de ziel dus geformeerd uit het
stof
der aardbodem. God blies in die ziel neshamah en toen werd hij
levende
ziel. Niet: toen werd hij ziel, dat was hij al. Maar toen werd hij
levende
ziel! Ik weet dat men denkt dat de mens een onsterfelijke ziel
heeft.
De waarheid is echter dat de mens een sterfelijke ziel is. Dus dat is
tweemaal
fout. Hij heeft niet een onsterfelijke ziel, hij is een sterfelijke
ziel.
Er zijn talloze Schriftplaatsen die dat zeggen.
God blies dus in deze
mens
deze neshamah (= adem der levens) en alzo werd de mens levende
ziel.
God formeerde de mens uit het stof. Hij kneedde hem, Hij boetseerde
hem
als het ware. De mens werd levend, omdat hij de geest der levens ingeblazen
kreeg. Dus neshamah is "leven". In de eerste plaats het leven
van
God. Het is mond-op-mond-beademing. Leven van God, overgebracht
op
de mens. Het is een eenvoudig principe. Het leven wordt overdragen
aan
een ander. Via de concordantie komen we bij:
Genesis
7 : 22
 |
"Al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten
had,
van alles wat op het droge was, is gestorven.
".
Gen.7 : 22
|
Twee
woorden worden hier genoemd. "Al wat een adem des geestes des
levens
had…" = "Al wat neshamah des roeachs had…". Dat wil
zeggen:
eerst
staat er adem. Dat is de vertaling van neshamah en daarna staat er
geest
en dat is de vertaling van roeach. Vandaar dat de vertalers in de
problemen
zijn,want normaal zou men neshamah moeten vertalen met
geest
en roeach zou men ook moeten vertalen met geest. Geest des geestes,
is
helemaal niets. Dat kun je zo niet zeggen in het Nederlands.Wij
hebben
echter geen andere woorden en er wordt vertaald met: "Al wat
een
adem des geestes des levens in zijn neusgaten had…" "Neusgaten"
levert
dan de mogelijkheid op om te kiezen voor adem. Bovendien:
"leven"
had
men ook niet kunnen nemen, want dat stond er ook al "…adem des
geestes
des levens..."
De
betekenis van die uitdrukking is niet zo moeilijk. Adem = leven. Dat
hebben
we al gezien in Genesis 2 : 7. Geest, roeach blijkt hier ook
"geest"
te
zijn, want hier worden neshamah en roeach samen genoemd in hun
gemeenschappelijke
betekenis.Wat neshamah en roeach gemeenschappelijk
hebben,
is in de eerste plaats het begrip "leven". Over roeach spreken
we
later nog wel, maar het gaat mij nu om neshamah, hetgeen het
leven
als zodanig is. Hier staat dat alles wat in de zondvloed adem des
levens
in zijn neusgaten had, was gestorven. Het had neshamah, maar
het
is toch gestorven in de wateren van de zondvloed. Ik noem alle verzen
waarin
neshamah voorkomt.
 |
"Maar van de steden dezer volken, die u de HEERE, uw
God,
ten erve geeft, zult gij niets laten leven, dat adem
heeft.
".
Deut.
20 : 16
|
In
het Hebreeuws staat er: "Gij zult niet alle adem laten leven" of
"Gij zult
niet
laten leven alle adem." De vertalers hebben ervan gemaakt: "Al
dat
adem
heeft." Er staat: "Gij zult niet alle adem laten leven",
dat wil zeggen:
alle
adem zou moeten sterven. Het gaat niet om wat adem heeft, maar
het
is adem, volgens dit taalgebruik. Hier vinden we al een stuk van de verwarring.
Het is dezelfde verwarring als dat de mens een ziel zou hébben.
Dat
is niet zo, de mens ís een ziel. En mochten we denken dat de
mens
een neshamah heeft, dat is correct, maar hier staat dat de mens
neshamah
is. Dat is om het moeilijk te maken, maar het staat er echt. De
vertalers
hebben het wegvertaald. "Gij zult niet alle adem laten leven."
Het
punt is nu, dat in plaats van de hele mens het meest wezenlijke deel
van
de mens genoemd wordt. Dat is een normaal taalgebruik, waarbij
een
deel vermeld wordt. Als wij mensen tellen, dan tellen wij koppen of
neuzen,
maar men bedoelt de hele mens.Men spreekt over een kiel, terwijl
men
het hele schip bedoelt. Dat komt allemaal voor. Of beter nog:
men
spreekt over een mast, terwijl men het hele schip bedoelt. En hier
wordt
neshamah gebruikt voor de levende mens. Niet voor de natuurlijke
mens,maar
men kiest neshamah, omdat het de aanduiding is van het
leven,
dat de mens heeft. Het hoogste wat de mens heeft. Dat wat hij van
God
ontvangen heeft. Of wat hij via zijn voorvaderen van God geërfd
heeft.
Dat wat neshamah wordt genoemd, dáár gaat het om, dát is zijn
leven.
Hier in Deuteronomium 20 : 16 staat: "Gij zult niet alle neshamah
laten
leven." De mens zou moeten sterven; uitgeroeid worden. Dat is dus
de
betekenis. Het blijkt dus weer, dat de wezenlijke betekenis van neshamah
staat
voor het leven van de mens. In Jozua 10 : 40 vinden we precies
dezelfde
uitdrukking in de laatste helft van het vers:
 |
"... ja, hij verbande alles, wat adem had, gelijk als de HEERE,
de
God Israëls, geboden had."
Joz.10 : 40
|
Maar
er staat: "…hij verbande alle neshamah…". Strikt genomen:
"…hij
verbande
elke neshamah…". Neshamah staat, op één uitzondering na,
altijd
in het enkelvoud. Hier dus ook. "…ja, hij verbande elke adem... (=
neshamah)."
Hij verbande elk leven, betekent het dus. "…Gelijk als de
HEERE,
de God Israëls, geboden had." Dat is een terugverwijzing naar Deuteronomium
20 : 16. Hier doet Jozua wat de Heer in Deuteronomium
20
: 16 gezegd had, namelijk geen enkele neshamah laten leven.De bedoeling
is
uiteraard: geen enkel mens laten leven, want dat is de betekenis.
Dus
geen enkel leven meer toelaten.
 |
".. er bleef niets over, dat adem had;."
Joz.11 :
11
|
Hetgeen
betekent: "…er bleef niet elke adem over…" of "…er
bleef geen
enkele
adem over..." of "…er bleef geen enkele neshamah over..."
 |
".. zij lieten niet overblijven wat adem had. "
Joz.11 :
14b
|
Er
staat: "…zij lieten niet overblijven elke neshamah" of
"…ze lieten geen
enkele
neshamah over". Dat wil zeggen: alle mensen werden gedood.
Dan
ademen ze ook niet meer natuurlijk, maar het gaat niet zozeer over
de
adem, maar over het leven dat God hen ooit ingeblazen had. Dat leven
verliezen
ze echter weer. God blies hun neshamah in. God heeft ook het recht
om te zeggen: "En nou er weer uit!" Niet laten leven, alles
eruit. God
had
neshamah gegeven, God neemt neshamah terug.Vandaar de woordkeus.
Het
is uiteraard in verband met Genesis 2 : 7.
 |
".. van het geblaas des winds van Zijn neus "
2
Sam. 22 : 16
|
Hier
worden beide woorden met "geest" gebruikt en geen van beide
worden
ze
met "geest" vertaald,want er staat: "…het geblaas des
winds (= de
neshamah
van de roeach) van Zijn neus" of "de neshamah des roeachs".
Dat
betekent dat neshamah en roeach samen genoemd worden, maar in
dezelfde
gemeenschappelijke betekenis van die beide woorden, namelijk
"leven".We
zijn niets anders tegengekomen dan "leven".
 |
"Het geschiedde nu, als hij regeerde, dat hij het ganse huis
van
Jeróbeam sloeg; hij liet niets over van Jeróbeam, wat adem
had, totdat hij hem verdelgd had...
"1
Kon. 15 : 29
|
"Hij
liet niet alle neshamah (= adem) over" of "Hij liet geen enkele
neshamah
van
Jeróbeam over." Het is dezelfde uitdrukking als in Jozua en
Deuteronomium.
Dus niet: al wat adem heeft, maar gewoon neshamah.
Neshamah
wordt gebruikt voor de levende mens,maar er bleef geen levende
mens
over.
 |
"... en zijn krankheid werd zeer sterk, totdat geen adem
(neshamah,
leven) in hem overgebleven was.
"1
Kon. 1 : 17b
|
Ziek
geworden en vervolgens gestorven.
 |
"Van den adem Gods vergaan zij, en van het geblaas van
Zijn
neus worden zij verdaan.
"Job
4 : 9
|
Omdat
er staat "neus" zou je denken dat "…geblaas van Zijn
neus…" neshamah
moet
zijn. Dat is niet zo, want er staat: "Van de adem Gods (= de
neshamah
Gods) vergaan zij…" en "…van de roeach (het andere woord
voor
geest) worden zij verdaan." Hier hebben we een parallellisme waar
tweemaal
hetzelfde gezegd wordt. De ene keer wordt het woord neshamah
gebruikt,
de andere keer het woord roeach. Van de "neshamah van
God
vergaan zij", ofwel van de "roeach van Zijn neus worden zij
verdaan".
Neshamah
en roeach worden hier gebruikt in hun gemeenschappelijke
betekenis,
namelijk die van "leven". Waarom ze dat gemeenschappelijk
hebben,
leg ik later uit, maar het gaat nu om het principe. Het is het "leven
Gods",waardoor mensen vergaan. Het ene verhaal is dat de mens
zijn
neshamah ontvangt van God, het andere verhaal is dat hetzelfde
leven
van God óns leven onmogelijk maakt.Want niemand kan God zien
én
leven.Wanneer een zondaar bij God in de buurt komt, wordt hij verteerd
Ex.
33 : 20. Dat is waar hier op gezinspeeld wordt: "Van de
adem
Gods (van de neshamah Gods) vergaan zij en van het geblaas (de
roeach)
van Zijn neus worden zij verdaan." Het is een van God afkomstig
oordeel.
 |
"Indien Hij Zijn hart tegen Hem zette, zijn geest en zijn
adem
zou Hij tot Zich vergaderen.
"Job
34 : 14
|
Er
staat dat Hij roeach en neshamah tot Zichzelf zou vergaderen. Dat wil
zeggen,
als de mens op zichzelf zou staan, dan zou God Zijn roeach en
Zijn
neshamah tot Zich terugvergaderen. Het betekent dat de mens
sterft.
Het staat ook in vers 15.
 |
"Alle vlees zou tegelijk den geest geven, en de mens zou tot
stof
wederkeren. "Job
3
4 : 15
|
In
de grondtekst staat dat woord "geest" er niet. Er staat in vers
15: "Alle
vlees
zou tegelijk sterven, en de mens zou tot stof wederkeren." Als de
mens
namelijk neshamah en roeach kwijt is, sterft hij. Dus neshamah en
roeach
worden beide genoemd voor het leven dat de mens heeft.
 |
"Laat gijlieden dan af van
den mens, wiens adem in zijn
neus
is, want waarin is hij te achten?"Jes.
2 : 22
|
Het
gaat erom dat zijn neshamah in zijn neus is,want God blies immers
de
neshamah in de mens. Het gaat in dit geval om de levende mens .
 |
".. Die den volke, dat daarop
is, den adem (neshamah) geeft,
en
den geest (roeach) dengenen, die daarop wandelen:
"Jes.
42 : 5
|
Hier
staat twee keer hetzelfde. Namelijk dat God geest geeft aan degenen
die
op aarde zijn. Maar de eerste keer heet het neshamah en de
tweede
keer heet het roeach. Het gaat dus om de gemeenschappelijke
betekenis
van de woorden, namelijk leven en eventueel ook kennis.
 |
"Want Ik zal niet eeuwiglijk twisten, en Ik zal niet geduriglijk
verbolgen
zijn; want de geest (roeach) zou van voor
Mijn
aangezicht overstelpt worden, en de zielen (neshamah),
die
Ik gemaakt heb.
"Jes.
57 : 16
|
Hier
staat de neshamah in het meervoud. Dit is de enige keer. Soms twijfel
ik
eraan of dat inderdaad wel correct is. Ik heb het echter niet anders
kunnen
vinden. Er staat: "De geest zal voor Mijn aangezicht overstelpt
worden
en de neshamah (in hetmeervoud), die Ik gemaakt heb." Die zouden
dan
ook overstelpt worden uiteraard. Het is weer zo’n bekend parallellisme.
De
ene keer heet het roeach en de tweede keer heet het neshamah.
Het
gaat gewoon om het leven.
 |
"Want wat mij aangaat, van nu af bestaat geen kracht in
mij,
en geen adem (neshamah) is in mij overgebleven.
"Dan.
10 : 17
|
En
daaruit volgt dan dat neshamah synoniem is met kracht. Leven is
inderdaad
kracht.We spreken zelfs over "levenskracht", omdat we weten
dat
"leven" en "kracht" hetzelfde is. "Jezus, Gij
mijn kracht en leven" staat
er
in de liederenbundel. Bovendien is hier in Daniël 10 sprake van kennis,
want
het gaat hier om het "weten", het "kennen" van de
profetie. Daniël
zegt
dat er geen neshamah in hem overgebleven is. Dat betekent dat hij
in
ieder geval buiten bewustzijn raakt, maar het betekent ook dat hij niet
kan
vertellen of begrijpen hoe dat zit met de profetie.Zowel kennis als
wijsheid
liggen
daar in opgesloten.
Kennis der Waarheid
 |
"Aan wien hebt gij die woorden
verhaald? En wiens geest
is
van u uitgegaan?
"Job 26 : 4
|
Dat
woord "geest" is neshamah. Het is de eerste keer dat het in de
Statenvertaling
met
geest vertaald is. In dit geval terecht. "Wiens geest is van u
uitgegaan?"
"Aan wie hebt gij die woorden verhaald?" Er zijn woorden
doorgegeven
en er is dus kennis overgedragen. Waar komt die kennis
vandaan?
"Wiens neshamah is van u uitgegaan?" En dan vinden we een tweede
toepassing van dat begrip neshamah. Het is namelijk niet alleen
"leven",
zoals in alle voorgaande verzen, maar hier is het uitdrukkelijk ook
"kennis".
Er zijn woorden doorgegeven en de vraag is:waar komt die kennis
vandaan?
Van Wie was die kennis? Er staat echter niet kennis, maar
geest of neshamah. Het is de tweede toepassing van het begrip neshamah, namelijk
die van "kennis" of "wijsheid".
 |
"Zo lang als mijn adem (neshamah) in mij zal zijn, en het
geblaas
Gods (roeach Gods) in mijn neus; "
Job 27 : 3
|
Dit
is weer een parallellisme. De ene keer heet het neshamah en de andere
keer
heet het roeach. Het is in de bekende betekenis in de eerste
plaats
die van "leven". Er komt nog wat anders bij, maar dan moet u
heel
oplettend
lezen, anders valt het niet eens op. In vers 4 lezen we:
 |
"Indien
mijn
lippen onrecht zullen spreken, en indien mijn tong bedrog zal
uitspreken!"
Job 27 : 4
|
Vers
3 en 4 zijn één zin. "Zo lang als mijn neshamah in mij zal
zijn
en de roeach van God in mij (of in mijn neus) zullen mijn lippen geen
onrecht
spreken en zal mijn tong geen bedrog uitspreken!" Dat betekent
dan
tegelijk dat neshamah en roeach staan voor "leven", terwijl ze
tegelijkertijd
ook
staan voor "Waarheid". "Zolang mijn neshamah in mij is, zal
ik
geen bedrog spreken. Zolang de roeach van God in mij is, zullen mijn
lippen
geen onrecht spreken." Dat betekent dat roeach, maar in de eerste
plaats
neshamah, staan voor "Waarheid en kennis van de Waarheid".
Zolang
de neshamah er is, zullen mijn lippen geen bedrog voortbrengen.
Dat
wil zeggen dat er verband bestaat tussen de neshamah en kennis
van
de Waarheid. Het gaat om Job in dit geval. Het kan natuurlijk best,
dat
iemand die neshamah heeft en kennis van de waarheid heeft, toch
liegt.
Het is niet wenselijk, maar daarom gebeurt het wel. Daar gaat het
mij
ook niet om. Het gaat er hier juist om dat er verband gelegd wordt
tussen
"waarheid en oprechtheid" en de neshamah. Zolang die neshamah
er
is, is er kennis en ook Waarheid. Dat blijkt uit dit vers. Job 26 : 4 en
Job
27 : 3 spreken dus over "kennis van de Waarheid".
 |
"Zekerlijk de geest, die in den mens is, en de inblazing des
Almachtigen,
maakt henlieden verstandig."
Job 32 : 8
|
"Zekerlijk
de roeach in de mens (vertaald met geest) en de neshamah
(vertaald
met inblazing) des Almachtigen maakt henlieden verstandig."
Over
die roeach gaat het nou niet. Het is mooi, roeach is in de mens, maar
dan
wordt er meteen van roeach overgeschakeld op neshamah en daarvan
wordt
gezegd: "…de neshamah des Almachtigen maakt hen verstandig."
Waar
komt dus Wijsheid vandaan? Van de neshamah. De neshamah
maakt
verstandig en geeft kennis van de Waarheid = Wijsheid.
 |
"De Geest Gods (de Roeach Gods) heeft mij gemaakt, en
de
adem (neshamah) des Almachtigen heeft mij levend gemaakt."
Job 33 : 4
|
"…heeft
mij levend gemaakt" wisten wij al. De neshamah maakt levend.
Maar
lees nu eens de verzen daarvoor.
 |
"Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong
spreekt
onder mijn gehemelte."
Job 33 : 2
|
De
woorden Gods komen altijd onder de hemel. Het heet in dit geval
gehemelte.
De woorden Gods zijn beneden de hemel.
 |
"Mijn redenen zullen de oprechtigheid mijns harten, en de
wetenschap
mijner lippen, wat zuiver is, uitspreken.
"
Job 33 : 3
|
De
"Roeach Gods" heeft mij gemaakt en de Neshamah des Almachtigen
heeft
mij levend gemaakt.Dat is het verband tussen die dingen.Want de
neshamah
is wijsheid of geeft wijsheid. Daar zetelt kennis van de Waarheid.
En
het spreken van de wetenschap der lippen en van die zuivere dingen
(vers
3) komt in wezen voort uit de Neshamah.Dat is het hoogste dat de
mens van God ontvangen heeft. Dat wat rechtstreeks uit God Zelf afkomstig
is.
Dat wat God in de mens inblies. Beide begrippen zijn samen.
"Kennis"
zowel als "Wijsheid", worden toegeschreven aan Neshamah.
Leven (oordeel) van God
 |
"Door Zijn geblaas (neshamah) geeft God de vorst, zodat de
brede
wateren verstijfd worden. "
Job 37 : 10
|
De
vorst betekent dat het vriest.Wij zouden denken dat Gods adem wel
tamelijk
warm zou zijn en dat is ook zo, maar het hangt er maar vanaf
waar
we het over hebben.We hebben namelijk al gezien, dat door het geblaas
des
winds van Zijn neus oordeel komt over de mensheid en dat de
mens
daarin niet kan bestaan. Dat oordeel kan bestaan uit vuur, want
vuur
is een beeld van oordeel. Oordeel kan ook voorgesteld worden door
vorst,
want dat is ook oordeel: het levende water verstijft, het sterft. Het
water
"sterft" als het bevriest. Het gaat hier om een oordeel van God
dat
zou
komen. Dit staat ook in vers 9-11 van Job 37.
 |
"Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende
winden
de koude.
Door Zijn geblaas geeft God de vorst, zodat de brede wateren
verstijfd
worden.
Ook vermoeit Hij de dikke wolken door
klaarheid; Hij verstrooit
de
wolk Zijns lichts.
"
Job 37 : 9-11
|
Het
gaat over de minder prettige dingen, die ook afkomstig zijn van God.
 |
"En de diepe kolken der wateren werden gezien, en de
gronden
der wereld werden ontdekt, van Uw schelden, o
HEERE!
van het geblaas des winds van Uw neus.
"
Psalm.
18 : 16
|
Hier
heb je een oordeel dat van God kwam over de wereld. En dat kwam
"…van
het geblaas des winds van Uw neus". Er staat: "Van de neshamah
van
de roeach van Uw neus." Kortom het is de Levende God Die spreekt
tot
de wereld in grimmigheid en toorn en daar die adem voor gebruikt.
Die
adem heeft tot gevolg dat de wereld vergaat. Het gaat erom dat het
Leven
van God zich doet gelden en dat brengt een oordeel over de wereld.
Bovendien
zijn neshamah en roeach weer in één adem genoemd (let op
de
woordspeling: in één adem genoemd). Het betekent dus weer: het
Leven
van God.
 |
"... het vuur en hout van zijn brandstapel is veel; de adem
des
HEEREN zal hem aansteken als een zwavelstroom.
"
Jes.
30 : 33
|
Hier
is de adem des HEEREN weer vuur en vuur is een beeld van leven en
van
geest enzovoort. Het gaat in ieder geval over de oordelende werking
van
het Leven Gods.
Functie van de neshamah
 |
"Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
"
Psalm. 150 : 6
|
Dit
staat er niet zo. Er staat in vers 6: "Elke adem love den
HEERE!" Het
maakt
natuurlijk geen verschil in de praktijk, maar het corrigeert onze
opvatting.
Het gaat namelijk niet om alles wat adem hééft, maar elk, die
adem
ís. Neshamah wordt gebruikt als aanduiding van de levende mens.
Ik
heb het altijd een geweldige gedachte gevonden die hierin uitgedrukt wordt;
dat ons leven wordt vereenzelvigd met onze adem. Wij leven
inderdaad
niet alleen van de adem.Wij spreken er ook mee.We brengen
er
woorden mee voort en diezelfde adem, die ons leven is, hebben wij
nodig
om God te loven. De bedoeling is inderdaad dat de levende mens
God
looft. De bedoeling is dat het leven God looft.Waarom blies God in
Adam
Zijn neshamah? Opdat Adam God zou loven. En daarom heeft
Jakobus
het erover als hij het heeft over het misbruik der tong Jak.
3.
De
vertalers zetten er niet zomaar "Misbruik der tong" boven.
Jakobus
heeft
het over de inconsequentie van het gebruiken van de tong om
elkaar
te vloeken en God te loven. Het zou zo uiteraard niet moeten.Wij
hebben
adem gekregen om God te loven. Daarvoor dienen we niet alleen
onze
adem, maar ons hele leven te gebruiken,want zonder adem geen leven
en
zonder leven geen adem. Dus elke neshamah love de HEERE. Daar
dient
hij voor. Dat komt ook, omdat de neshamah de verbinding legt met
God.
De neshamah is van God afkomstig en legt de verbinding met God.
 |
"... God, in Wiens hand uw adem (neshamah) is, en bij
Wien
al uw paden zijn, hebt gij niet verheerlijkt.
"
Dan.
5 : 23b
|
Dit
staat bijvoorbeeld in verband met Psalmen 150. Onze neshamah is in
de
hand van God, het is immers een lamp des HEEREN.Wat in ons is, blijft
van
God en de bedoeling is, dat wij Hem verheerlijken! In Daniël 5 staat
daarom:
"…God, in Wiens hand uw adem is, hebt gij niet verheerlijkt."
Want
dat is nu juist de bedoeling van die neshamah die wij ontvangen
hebben.
Die is er om God te verheerlijken.
 |
"De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende
al
de binnenkameren des buiks.
"
Spreuken
20 : 27
|
Er
staat niet "ziel". Het is ook de eerste keer dat neshamah met
ziel vertaald
wordt.
Het is echt helemaal fout. Het moet niet "ziel" zijn, het zou
"geest"
moeten zijn. Er staat: "De neshamah van de mens…" Tot nu toe
hebben
we alleen gezien dat er gesproken werd over een neshamah des
HEEREN
en bovendien hebben we gezien dat neshamah niet het bezit is
van
de mens,maar de mens zelf is. "Elke neshamah love de HEERE."
"Elke
neshamah
moest uitgeroeid worden." Neshamah = mens.
In dit vers is
het
de eerste keer dat gezegd wordt dat de mens neshamah heeft. Het is
hier
de eerste keer dat het er ook expliciet staat. Waartoe is dat? Dat
wordt
hier beschreven. Er staat namelijk dat die neshamah van de mens
een
lamp is des HEEREN. Dus wat eerst neshamah heet, heet daarna een
lamp
(een lichtbron). Maar vervolgens moet het ons opvallen dat die neshamah
van
de mens is en dat daarna staat dat het de lamp van de Heer
is.
Maar lamp en neshamah zijn hetzelfde. Het zijn twee woorden voor
hetzelfde.
En nu is de vraag: "Van wie is nou de neshamah?" Er blijken
twee
antwoorden mogelijk te zijn. In de eerste plaats is de neshamah van
de
mens, die van de Heer en blijft ook van de Heer.Dat is een heel
belangrijke
waarheid.
Zij blijft van God en wij beschikken erover. Neshamah is
dan
de aanduiding van het leven dat wij allemaal van God hebben ontvangen
en
daarom hebben we gemeenschappelijk leven in ons.
In de
tweede
plaats is die neshamah de zetel van bepaalde kennis. Kennis
namelijk
van de Waarheid (niet van de leugen). Kennis van de Waarheid
zetelt
in die neshamah. Het heeft te maken met wijsheid. Neshamah
geeft
ons in de eerste plaats leven en in de tweede plaats geeft het ons
bepaalde
informatie (kennis) mee.Want dat blijkt ook uit dit vers 27: "De
geest
(= neshamah) der mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende
al
de binnenkameren des buiks (= de ingewanden)." Het doorzoekt het
innerlijk
van de mens en het is een moeilijke manier om te zeggen dat de
neshamah
de functie heeft van het geweten.
Het
gaat erom dat we deze kennis kennen als "geweten". Het woord
"geweten"
heeft zo langzamerhand in Nederland zijn betekenis verloren.
"Geweten"
betekent in de grondtaal letterlijk "mede-weten"; "mede-kennis",
een
"mede-kenner". Dat is een raar woord, maar het is beter dan
"geweten",want
dat betekent niets. "Geweten" betekent eigenlijk in letterlijk
Nederlands
dat je het vergeten bent. En in de praktijk is dat
natuurlijk
ook zo. De Bijbel spreekt over "geweten", maar dan op een
andere
manier dan wij. "Geweten" betekent in de Bijbel "de zetel
van kennis,
die
wij met God mee weten". Kennis die van God afkomstig is. Het is
niet
kennis die wij tijdens ons leven verwerven door studie of wat dan
ook,
maar het is gewoon informatie die ons uitgangspunt is; hetgeen wij
van
nature bij de geboorte meekrijgen.Dat heet in de Bijbel "het
geweten".
In
het
Nederlands is dat anders, want als je in het Nederlands altijd hebt
geleerd
dat je op zondag geen ijs mocht kopen, dan krijg je last van je
geweten
als je het toch doet. Dat is in het Nederlands correct, maar in de
Bijbelse
terminologie niet, want daar heet dat niet geweten, maar dat
heet
gewoonte. In 1 Korinthe wordt gesproken over mensen die een
"gewoonte
hebben des afgods". De vertalers vertaalden in 1 Korinthe 8 : 7
"…met
een geweten des afgods..." Dit soort dingen, die wij geweten noemen,
zijn
ontstaan door gewoonte. Door wat gebruikelijk was of wat wij
als
gebruikelijk beschouwden.Wat altijd praktijk geweest is, is gewoonte.
"Geweten"
is in de Bijbel de functie van die neshamah, die namelijk kennis
van
God heeft meegegeven. Die kennis van God houdt bijvoorbeeld in
de
eerste plaats in wat wij noemen "Gods-besef", namelijk dat de
mens
weet
dat hij een Schepper heeft. Dat weet hij van nature. De mens weet
niet
alleen dat God bestaat. De mens weet ook dat God de Schepper is.
Hij
weet ook dat de mens voor die Schepper verantwoording zal moeten
afleggen.
Hij weet dat hij in de wereld is met een bepaalde opdracht.
Daar
zoekt hij ook naar. De mensen zeggen dat ook ronduit, zonder dat
zich
te realiseren. Ze vragen "waarom ben ik hier?" Dat veronderstelt
dus
dat
Iemand hen hier gezet heeft. Hoe weten ze dat Iemand hen daar
gezet
heeft? Het zit erin. Ze weten het!
Je hebt mensen die nergens in
geloven.
Ze zeggen niet in een God te geloven. Ze zijn atheïstisch, niet
godsdienstig,
maar ze vragen wel: "Waarom zijn wij hier?" Dat is een
onzinnige
vraag natuurlijk. Als je nergens in gelooft, dan ben je toch ook
nergens
voor hier? Dan ben je hier alleen maar verdwaald. Dat is toeval. Je
moet
daarin consequent blijven.Vragen "waarom ben ik hier?"
veronderstelt
een
plan met je leven.
Dat idee heeft elk mens in zich. Sommigen
noemen
dat "Godsbesef". Ik denk dat het een tamelijk calvinistische
uitdrukking
is.
We kennen het wel, maar we gebruiken de term eigenlijk
nooit.
De mens heeft kennis van rechtvaardigheid in zich. Hij heeft kennis
van
zonde. Hij weet die dingen wel. Hij kan ze niet goed definiëren,
maar
de begrippen op zich heeft hij in zich. Daarom kun je die begrippen,
die
kennis in de mens ook aanspreken en een beroep doen op zijn gevoelens
voor
recht.
Een mens weet van nature dat bepaalde dingen niet
moeten
of niet mogen. Hij redeneert het wel weg. Natuurlijk, dat kan hij
doen.
Daar gebruikt hij zijn roeach voor om dat te doen.
In
de neshamah ligt die informatie opgesloten. Net als in de computer. Je
moet
hem programmeren, een schijf erin duwen en dan weet het apparaat
wat
hij doen moet.Maar ook als er helemaal geen schijf in zit, als je
hem
geen opdrachten geeft, dan nog weet hij bepaalde dingen, want
anders
werkt hij niet.Hij weet, dat als je hem aanzet, er ergens een schijf
in
moet zitten en waar die schijf zit. Dan moet hij ook nog weten hoe hij
dat
ding moet lezen, want het moet ergens staan. Het zit er vast in. Dat
is
informatie die nooit verloren gaat, tenzij dat ding helemaal kapot gaat.
Dan
geeft hij de "geest". Normaal komen de programma’s er van
buitenaf
in.
Je geeft hem informatie, opdrachten, maar er zijn dingen die zitten
er
vast in. Als dat ene er niet in zit, dan werkt het andere ook niet. Zo is
het
met die neshamah. Dat moet er in zitten en al het andere appelleert
aan
die neshamah en grijpt daarop terug. Dát is de functie van die neshamah.
Het
geeft leven, het heeft kennis in zich en daarom is het het
"geweten".
Het is ook actief in ons.
Tot nu toe hebben we het alleen als
passief
begrip gezien, maar het doorzoekt de mens. Het doorzoekt het
binnenste
van de mens en het corrigeert hem eventueel. Het spreekt, het
is
actief. Het is niet zo maar een passief iets. Zo van: ik snap het, ik zal
het
opschrijven,
ik hoop het niet te vergeten. Nee, het is een actieve zaak in
de
mens. Dan blijkt ook altijd dat als een mens in aanraking komt met
het
Evangelie, het regelrecht aanspreekt op dit geweten. Daarom wil
men
het meestal niet horen.
Je kunt hem van alles vertellen; bijvoorbeeld
de
vreemdste dingen, ook over allerlei godsdiensten. Maar als je hem
komt
vertellen over de Bijbelse boodschap van het Evangelie van Christus
dan
reageert hij,want dat raakt hem tot in het diepste van zijn ziel, zeggen
wij
dan. Maar dat is niet zo. Het raakt hem in zijn neshamah, het
raakt
hem op zijn geweten. Hij weet dat het waar is,want het komt overeen
met
wat hij altijd al vermoed of gedacht heeft. Wat hij niet onder
woorden
heeft kunnen brengen. Wat onbewust was misschien.
Neshamah
is
in de eerste plaats collectief. Alle mensen hebben dat gemeenschappelijk.
Er
is er maar één. Het verbindt ook de mensen en vandaar
dat
ik wel eens geneigd ben om het begrip "het collectieve onderbewuste
van
de mens" uit de psychologie, te zien als een functie van de neshamah.
Psychologen
beweren dat mensen een collectief onderbewustzijn
hebben.
Dat wil zeggen: in het onderbewustzijn van de mens hebben al
die
mensen iets gemeenschappelijks, ze hebben bepaalde kennis
gemeen.
Wat mij betreft is dat de neshamah. Dat is wat mensen
gemeenschappelijk
aan informatie hebben.
Tot
slot wil ik wat aanvullen over dat neshamah 25 maal voorkomt in de
Bijbel.
Er werd mij op gewezen dat het 26 keer voorkomt. Het komt nog
voor
in Jesaja 42. In de grondtekst staat echter hetzelfde woord. Niet als
zelfstandig
naamwoord, maar als werkwoord. En ook zonder H aan het
eind.
Het wordt dan "nasham", alleen is het hier vertaald met "Ik
zal ze
verwoesten".
 |
"Ik heb van ouds gezwegen, Ik heb Mij stil gehouden en
Mij
ingehouden;
Ik zal uitschreeuwen, als een, die baart, Ik
zal
ze verwoesten, en te zamen opslokken."
Jes.
42 : 14
|
"Ik
zal ze verwoesten", is de vertaling van het werkwoord nasham. Het
blijkt
een verkeerde vertaling te zijn. In de Engelse vertaling staat "I
will
destroy".
Dat is precies hetzelfde als "Ik zal ze verwoesten", maar het
moet
zijn "Ik zal snuiven, of hijgen of briezen of wegblazen". In
ieder
geval
"krachtig ademen". En "…te zamen opslokken", dat er
achteraan
staat,
is een ander woord, maar dat heeft in principe dezelfde betekenis.
Het
is "krachtig inademen". Dus "Ik zal verwoesten"
betekent "Ik zal
krachtig
uitademen" en "Ik zal tezamen opslokken” is "Ik zal
krachtig
inademen".
Kortom, God zal op krachtige wijze van Zijn Leven blijk geven
en
dat heeft dan tot gevolg dat er inderdaad verwoest wordt. Dat is niet
de
betekenis van het woord nasham. Dat staat in het volgende vers.
 |
"Ik zal bergen en heuvelen
(koninkrijken)
woest maken, en
al
hun gras (de mensen) zal
Ik doen verdorren; en Ik zal de rivieren
tot eilanden maken, en de poelen uitdrogen.
(legers verdwijnen).
"
Jes.
42 : 15
|
Waar
het dus om gaat, is dat het woord neshamah hier in Jesaja 42 : 14
nog
één keer voorkomt als werkwoord en dan moet het vertaald worden
met
"krachtig ademen, hijgen briesen of snuiven". Zo staat het in
een
paar
andere Nederlandse vertalingen, waaronder de Nieuwe Vertaling.
Het
komt dus 26 keer voor en dat hadden we eigenlijk van tevoren kunnen
bedenken,
want 26 is de getalswaarde van de Naam van Jehovah.
Dat
komt nogal eens voor in de Bijbel. Het getal 26 spreekt over de Heer
Zelf,
Jehovah zelf. Neshamah is het Leven van de Heer Zelf, zoals Hij dat
doorgaf
aan Zijn schepping, aan Zijn schepselen, aan de mens.
Getalswaarde van neshamah
Ik heb een
computerprogramma laten uitzoeken welke woorden allemaal
dezelfde
getalswaarde hebben. Dat is heel interessant, omdat één
van
de oude joodse tradities zegt dat woorden die dezelfde getalswaarde
hebben,
in wezen ook dezelfde betekenis hebben. Die getalswaarde
van
neshamah is 390. *2-->
Het
aardige daarvan is, dat 390 de getalswaarde
is
van de hemel, (Hebreeuws: shamajim). Wat de neshamah is
voor
de mens, is de "hemel der hemelen" voor de schepping. Het is het
levensbeginsel,
datgene wat centraal staat.
Het diepste wezen van de
mens
is neshamah, maar het diepste, de kern, het centrum van de schepping,
is
inderdaad de hemel. Meer specifiek "de hemel der hemelen".
Vandaar
ook de overeenkomst tussen die woorden in de getalswaarde. Er zijn
nog een paar andere woorden met de getalswaarde van 390. Het zijn
woorden
met aan de ene kant de betekenis van "voorziening", namelijk
"er
wordt in iets voorzien, er worden levensmiddelen beschikbaar
gesteld",
en aan de andere kant spreekt het over "weinig" in de zin van
tijd
namelijk "weinig tijd" of "korte tijd". |
|
<--*2
In feite is de getalswaard
van neshamah 395,
namelijk: k Nun (50), s
Shien (300), m Méem (40) h
wordt meestal genegeerd.
Het waarom dat is mij niet
bekend.
|
Het lijkt
tegenstrijdig,omdat het
aan
de ene kant spreekt over iets dat veel wordt en aan de andere kant
spreekt
het over dat wat weinig is. Dat kan samengaan. De Hebreeën zullen
zeggen
dat het onzin is om die woorden met de getalswaarde bij
elkaar
te vegen, want zij hebben een groep woorden, die betekenen "vet
worden",
"olie", juist wat "veel is",waar je dik van wordt. En
aan de andere
kant
betekent het "het is weinig". Het komt wel degelijk met elkaar
overeen,
omdat het hierbij gaat om het vet worden van de geestelijke
dingen.
"Vet" of "olie" spreekt sowieso over de geestelijke
dingen. Het
woord shemen, een bekend Hebreeuws woord, heeft ook de betekenis
van
geestelijke dingen. Dat is wel "veel", maar aan de andere kant
is het
"weinig".
Het is "veel", het is "een grote hoeveelheid", maar
aan de andere
kant
is het "weinig", omdat het behoort tot de "onzienlijke
dingen".
Het
is wel veel maar het weegt niets, want het is geest. Je ziet het niet.
Vandaar
dat je beide begrippen samen vindt in dit woord en in dit getal
van
390. Het is veel, het is zeer uitgestrekt, maar aan de andere kant is
het
niet waar te nemen voor deze stoffelijke wereld. Dat is neshamah.
Dat
woord komt van een heel mooi woord dat wij ook kennen, namelijk
"nasa",
dat "opheffen" of "wegdragen", "leiden",
"verleiden" of gewoon
neutraal
"wegleiden" betekent. Duidelijk in de zin van
"dragen", dus
"omhoog
dragen". Of ze dat in Amerika weten, weet ik niet, maar "nasa"
betekent,
dat er "omhoog gedragen" wordt. Dat is inderdaad wat de neshamah
doet.
Het komt van God, maar het brengt ons ook naar boven. Het
moet
duidelijk zijn dat, wanneer wij ons bewust worden van die kennis
die
in die neshamah ligt en die we daardoor hebben ontvangen, die neshamah
ons
naar boven draagt en tot God brengt.
Van "nasa" komt ook
het
Hebreeuwse woord nesher, dat "adelaar" betekent. In de Bijbel is
het
"de
koning des hemels" vanwege het feit dat hij zo hoog vliegt en zo’n
kunstenaar
is. De neshamah verheft ons, zoals de adelaar zich verheft.
Het
zijn allemaal Bijbelse beelden. Er zijn dus nog een paar andere
trefwoorden,
die
allemaal dezelfde gedachte uitdrukken, namelijk dat de
dingen
naar boven getrokken worden. De neshamah brengt of trekt de
mens
naar boven. Zij brengt ook de verbinding met de Onzienlijke God.
Als de mens ook niets anders had dan neshamah, dan zou het niet zo
slecht
met hem gesteld zijn. De moeilijkheid ontstaat doordat hij ook
roeach
heeft en daar kan hij twee kanten mee op. Bovendien heeft hij ook
nog
een ziel en dat is helemaal lastig.
5. Roeach
Wij gaan nu
spreken over de moeilijke samenhang tussen neshamah en
leven,
maar onveranderlijk leven. Er is niet aan te tornen, daarom is er ook
maar
één. Er is zelfs geen verdeling, het is God Zelf, Eén. Het is Jehovah,
daarom
komt het 26 keer voor. Die Eén is Onveranderlijk, Die blijft staan
en
wel Rechtop. Dat ligt allemaal in neshamah. Het is er, je kunt ervan op
aan.
Hé (5). Maar die letter "Hé"
Dan krijgen we
te maken met roeach. Dat is ook geest,want het gaat om
onzienlijke
dingen. Maar nu staat het niet vast, het is dynamisch, het beweegt.
Gewoonlijk
valt het ook, in plaats van dat het zich verheft. Het is
misschien
een beetje cynisch gezegd, maar toch is dat zo. Laat ik dan
eerst
wijzen op de algemene overeenkomst. Daarna zullen we een paar Schriftplaatsen
opzoeken om dat verder te laten zien.
We hebben al gezien
in
de verzen die we eerder hebben aangehaald dat leven, kennis en
wijsheid
alle drie ook genoemd worden in verband met roeach. Dat is
geen
verschil. Het is de overeenkomst. Neshamah en roeach zijn dus beide onzienlijk;
ze behelzen het leven. Ze zijn eigenlijk het leven zelf en er
zit
bepaalde kennis in opgeslagen. Het heeft met "wijsheid" te maken
en
daarom
heeft het ook met "verstand" te maken. Maar er zit een verschil
tussen.
Neshamah is het onvergankelijke, dat wat blijft. Weliswaar tot
het
tot God terugkeert, maar daarom blijft het wel. In de zin van dat het
blijft
existeren.
Roeach is beweeglijk. Roeach is ook leven, maar niet zo
zeer
het levensprincipe, het geheim van het leven, maar het leven in de
praktijk;
dat wat beweegt. Roeach is daarom ook het denken van de
mens.
Denken is beweging. Denken is het vergelijken van vaststaande
kennis.
Met onze roeach benaderen we als het ware de nephesh.We kijken
eens
wat we allemaal weten.We zetten zaken op een rijtje. Soms verklaren
we
weg of voegen er iets aan toe. Dat is wat de roeach doet. Roeach
heeft dus te maken met het verstand, de overleggingen van de
mens,
zijn intelligentie of zijn gebrek daaraan. Dat is dus "het leven
zelf".
Dat
is wat wij doen, waar de mens zich mee bezighoudt, zijn overleggingen.
Roeach
is het praktische leven van de mens.
Getalswaarde van roeach
Roeach heeft
de getalswaarde 214. Eerst iets over al de opgezochte woorden
die
dezelfde getalswaarde hebben als roeach. De algemene betekenis
van
al die woorden, ongeacht welke letters het zijn en ongeacht in
welke
volgorde ze staan is, dat het "rein" is. Het hangt samen met dat
het
"blank"
of "zuiver" is. Als werkwoord wordt het vertaald met bleek
worden, blank
worden of schoon worden. Dus weer rein. Men vertaalt het
soms
met "wit" en men zou het moeten vertalen met "blank".
Het zijn
begrippen
die in het Nederlands wat door elkaar lopen. Maar de betekenis
is,
dat al de onreinheid is weggedaan. Vandaar "blank". Verder wordt
het
vertaald met "holte" en daarom ook met "ruimte".
Trouwens, roeach
zélf
wordt soms ook vertaald met "ruimte" of met "afstand",
maar dan
heeft
het ook de betekenis dat het afstand heeft tussen het één en ander.
Het
betekent dat er een gat is. Een "blanco", er is iets afwezig.
Verder
wordt
één van die woorden vertaald met "glorie" in de zin van
"heerlijkheid".
Dan
is er nog één en die mag ik vooral niet vergeten. Dat is het
werkwoord
dat vertaald wordt met "afdalen", namelijk "jarad". In
die zin
staat
roeach tegenover neshamah, want neshamah houdt verband met
dat
wat opklimt, opstijgt (nasa, dat wat naar boven voert). Maar nu spreken
we
over roeach en hebben we een woord dat vertaald wordt met
afdalen.
Daar hebt u de tegenkant. Neshamah is dat wat hoog is en roeach
is
dat wat beneden is. Dat is het verschil tussen die beide.
Er
zijn er ook, die zeggen neshamah = de Goddelijke Geest en roeach = de
menselijke
geest. Dat klopt wel ongeveer,maar dat kun je alleen zeggen
als
je over de mens praat. God Zelf heeft namelijk ook Roeach en dan kun
je
niet meer zeggen dat het een menselijk geest is. Maar wanneer we het
toepassen
op de mens wel. Het is wel een goed beeld. Neshamah is het
hogere
en roeach is het wat lagere. De gedachte van afdalen is, dat men
naar
beneden gaat en een leegte achterlaat. Als er staat dat Jakob en de
zijnen
afdaalden naar Egypte, dan betekent dat dat ze Israël als het ware
leeg
achterlieten. Ze lieten een holte, een ruimte, een blanco achter. Als
Israël
ongehoorzaam is, dan verdwijnt het ook uit het land en daardoor wordt
het land gezuiverd. Het wordt leeg achtergelaten, maar dan is het
rein.
Voor ons wedergeboren mensen mag dat geen probleem zijn,want
pas
als we ons leven hebben afgelegd, is het gereinigd. Als we dood zijn,
want
daar komt het op neer, zijn we gerechtvaardigd en dan vindt de reiniging
plaats.
Die begrippen zitten daarin. Die geest, namelijk die roeach,
is
dus feitelijk een ruimte of een holte en dat is weer zo, omdat het
geestelijk
is.
Dat wil zeggen: er is wel iets, maar je kunt het niet zien. En als je
zegt:
"De mens heeft een geest", dan kun je wel vragen: "Waar
dan?" Dat
kun
je wel aanwijzen, maar er valt niets te zien! Het is er wel. Het is het
meest
essentiële aspect van de mens, namelijk zijn roeach: zijn denken,
zijn
beweegredenen. Dat is de betekenis van dat begrip roeach, van die
getalswaarde
214 (een ruimte).
Verder wordt roeach soms vertaald met
een
trog of een goot; allemaal woorden die in de Statenvertaling voorkomen.
Het
heeft dezelfde betekenis: het is hol,men ziet niets, je kunt het
niet
waarnemen. Het zou er moeten zijn, maar we zien het niet. Dat is
het
geval met geest. Het is er, maar het valt buiten onze waarneming en
daarmee
ben ik terug bij wat ik al eerder gezegd heb: geest is de uitdrukking
voor
alle onzienlijke dingen. En deze geest (roeach) is dus de
actieve
geest van de mens.
Als
we in Genesis 2 : 7 lezen over de schepping van de mens, dan wordt
daar
niet over roeach gesproken. Er staat: "En de HEERE God had den
mens
geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen
den
neshamah der levens; alzo werd de mens tot een levende nephesh."
De
volgende vraag is: "Waar is nu zijn roeach?" En het antwoord is:
"Die
was
er niet!" Die komt pas daarna tot ontwikkeling.Want roeach is actief,
beweeglijk;
het is het denken van de mens. Dus dat komt pas later. De
roeach
is ook een verzameling van al de kennis van de mens. Het behelst
alles
wat hij heeft dus ook alles wat hij is, op het puur lichamelijke na. De
mens
is roeach! Maar het is een roeach die gevormd wordt en die beweeglijk
is
en ook verandert. Een mens verandert namelijk ook. Niet
alleen
qua uiterlijk, maar ook in zijn wezen, in zijn aard, in zijn karakter. Al
die
dingen zijn allemaal roeach. Het is namelijk onzienlijk. Zodra we geneigd
zijn
het abstract te noemen, dan is het eigenlijk roeach. Dat verandert
en
komt tijdens het leven van de mens tot stand. Dat wil zeggen bij
de
schepping van de mens was het er niet en toch is het later het meest
essentiële
aspect van de mens.
Het is een woord dat ± 800 keer voorkomt.
Een
keer of 400 in het Oude Testament en een keer of 400 in het
Nieuwe
Testament. Ik heb de 800 Schriftplaatsen opgezocht. Ik heb ze
ook
een keer gerubriceerd. Dat wil zeggen alle teksten opgeschreven
waar
van de roeach gezegd wordt dat "hij" verslagen is of dat
"hij"
benauwd
is of dat "hij" met wijsheid vervuld is of dat "hij"
in de mens
komt.
Ik had een lijst van zo'n 150 verschillende dingen die de geest zou
doen.Wie
dat naleest, zal tot de ontdekking komen dat de geest gewoon
de
mens is in al zijn aspecten. Ik zal u er een paar van noemen om te kijken
wat
de geest is, dan krijgt u vanzelf wel een indruk. Dat is het beste
wat
we kunnen doen: de Schrift laten spreken.
Het wezen, leven als zodanig
De eerste
keer, dat in de Bijbel roeach voorkomt is in Genesis 1 : 2,waar de
vertaling
van het vers wat omstreden is: "…en de Geest Gods zweefde op
de
wateren." Anderen vertalen met: "…en de Geest Gods broedde op
de
wateren."
Het maakt niets uit, want het gaat per slot van rekening niet
om de taal
als zodanig, maar om wat hier nou eigenlijk gezegd wordt.
Het
is duidelijk dat die Geest Gods boven de wateren was, opdat uit die
wateren
de schepping zoals die tot vandaag aan de dag eruit ziet, tot
stand
zou komen. Die Geest Gods was op de wateren en dan spreekt God
en
zegt: "Daar zij licht! en daar werd licht." Maar de gedachte is,
dat al die
dingen
feitelijk ook voortkomen uit die Geest van God en dus uit hetWezen
van
God.Want Geest en Wezen zijn goede synoniemen.
HetWezen is niet
de
buitenkant, maar het innerlijke; dat waar het werkelijk om gaat.Wezen
is
eigenlijk hetzelfde als "zijn", "existeren" dus. Het
wezen van iemand is
zijn
eigenlijke existentie; wie hij werkelijk is. Zo is de Roeach van God het
Wezen
van God Zelf. Uit dat Wezen van God komt deze wereld van
zeven
dagen voort. In dat Wezen is ook de Levenbrengende Kracht van
Geest,
de Geest van God. Hij zwééfde boven de wateren. Het veronderstelt
een
activiteit, het is geen passiviteit. Het doet iets creatiefs,want er
komt
hier een creatie tot stand uit die Geest. En zo is het met de menselijke
geest
vandaag aan de dag nog steeds: uit het denken van de mens,
uit
zijn geest, uit zijn vindingrijkheid, komen die dingen voort. De mens is
creatief
bezig. Hij ontwerpt dingen, vindt dingen uit, hij komt op gedachten.
Dat
is waar wij allemaal mee bezig zijn dag in dag uit, met de dingen
verwerken
en tot nieuwe inzichten komen, plannen maken. Dat is de
werkzaamheid
van de geest. Een actieve zaak dus.
 |
"Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid
twisten
met den mens, ...
"
Gen.
6 : 3
|
Twisten
wil zeggen dat er een strijd is. God was hier in een strijd verwikkeld
met
de mens. Omdat God zegt: "Mijn Geest", zegt Hij in feite:
"Ik" en
gaat
het om hetWezen van God als zodanig. God heeft een strijd met de
mens.
Die strijd wordt gevoerd met de Geest. Dat is bij ons ook zo: die
strijd
die wij voeren wordt ook door de geest gevoerd. Het kan wel zijn
dat
we eventueel een zwaard of pistool pakken, maar de initiatieven daarvoor
komen
voort uit de geest en de argumenten daarvoor komen uit onze
overleggingen.
Wij geven vaak de omstandigheden de schuld, maar
dat
is een misverstand. Het komt voort uit onze overleggingen, onze reactie
op
de omstandigheden. Onze geest doet dat. Hij reageert namelijk.
Er
zijn veel verzen waarin het gaat over de Geest des levens of Roeach of
Leven.Wezen
en Leven zijn dus eigenlijk hetzelfde. Beide woorden kunnen
we
opvatten als werkwoorden in de zin van "het bestaan".Wij leven,
namelijk:wij
zijn of wij wezen. Maar dat zeg je niet zo in het Nederlands.
"Wezen"
en "zijn" is in het Nederlands precies hetzelfde. De Geest des
Levens,
hetWezen, het Leven, de Existentie als zodanig.
Bitter, verslagen, benauwd
 |
"En deze waren voor Izak en Rebekka een bitterheid des
geestes. "
Gen.
26 : 35
|
Rebekka
en Izak waren het oneens met de keuze van de huwelijkspartners
(let
op het meervoud) van Ezau. Daarom staat er dat deze vrouwen
voor
Izak en Rebekka een bitterheid des geestes waren. Er had ook kunnen
staan
dat ze "hun een bitterheid waren", maar er staat "…een
bitterheid
des
geestes". Het woord "geest" is dus in de eerste plaats
gebruikt als aanduiding
van
Izak en Rebekka zelf. Die bitterheid wordt niet ervaren in het
lichaam,
want dan zou het alleen in de mond kunnen zijn of in de ingewanden.
Het is echter een bitterheid in hun overleggingen. Zij zouden
een
andere keus gemaakt hebben.
U weet immers, hoe Isaäk aan zijn
vrouw
kwam. Isaäk had er niets over te vertellen gehad. Rebekka werd
toch
ergens gevonden bij een bron? (Allemaal leiding door de Heilige
Geest.)
Rebekka werd gevonden door Eliëzer en Rebekka werd gewoon bij
Isaäk
gebracht. Die moest er maar tevreden mee zijn. En hier kiest Ezau,
hun
zoon, zelf en nu zijn Isaäk en Rebekka het er niet mee eens. Het zit in
hun
overleggingen. Daarom was het bitterheid des geestes. Het had een
negatieve
werking op hen; het stemde hen bedroefd. Een bittere geest is
gewoon
een bitter mens, een verbitterd mens, een verbitterde geest.
 |
"En het geschiedde in den morgenstond, dat zijn geest
(roeach) verslagen was, ... "
Gen.
41 : 8
|
Farao
droomde (twee dromen) en nu was hij verslagen. Hij wist er geen
raad
mee. Als iemand verslagen is, dan heeft hij geen weerstand meer te
bieden.
Farao kon niet begrijpen wat die dromen nu eigenlijk voorstelden.
Hij
kon er niet tegenop en daarom was zijn geest verslagen, ofwel
was
er een negatieve gesteldheid van de geest. Het is natuurlijk een
negatieve
gesteldheid van die mens zelf. Farao zelf was verslagen. Hij had
geen
weerwoord, maar het wordt toegeschreven aan zijn geest,want de
geest
is het wezen van de mens. Je kunt dat zelf aan de buitenkant misschien
niet
zien. En als je het wel kan zien, dan komt dat omdat het dan
van
binnen uit naar buiten uitstraalt. Alles hangt slap. Ik ken mensen, die
altijd
zo zijn. Dus je kunt een verslagen geest of een bittere geest hebben,
maar
je kunt ook een benauwde geest hebben, zoals staat in: Exodus
6 : 8
 |
"En Mozes sprak alzo tot de kinderen
Israëls; doch zij
hoorden
naar Mozes niet, vanwege de benauwdheid des
geestes,
en vanwege de harde dienstbaarheid. "
Ex.
6 : 8
|
De
geest is benauwd. Dit betekent dat de geest geen ruimte heeft; de
geest
kan geen kant op. Een benauwde geest is een geest die geen mogelijkheden
meer
heeft, die geen initiatieven meer kan ontwikkelen. Als een
mens
in gevangenschap zit en in slavernij, wat moet hij dan nog doen?
Wat
voor verwachtingen kan hij dan nog hebben? Wat voor dingen kan
hij
ondernemen? Niets immers en dus heeft hij een benauwde geest, een
geest
die geen ruimte meer geboden wordt.
Hetzelfde kan gezegd worden
over
de totale mens,want als die geest zo is, dan is de hele mens zo.
Dus
nogmaals: die roeach (of pneuma in het Grieks) is in feite het wezen
van
de mens. Het is het belangrijkste aspect van de mens. Over zijn
lichaam
hebben we het nog even niet, want het lichaam is niet anders
dan
de behuizing van de mens, maar de roeach is zijn wezen. Dat is waar
het
werkelijk om gaat.
Wijs
We hebben
gezien dat over neshamah gesproken werd in verband met
"wijsheid".We
hebben dat niet al te uitgebreid gedaan. Hier komen we bij:
 |
"Gij zult ook spreken tot allen, die wijs van hart zijn, die Ik
met
den geest der wijsheid vervuld heb, dat zij voor
Aäron
klederen maken, om hem te heiligen, dat hij Mij
het
priesterambt bediene. "
Ex.
28 : 3
|
Het
gaat om mensen die wijs van hart zijn.Wat betekent dat iemand wijs
van
hart is? Het betekent dat zo iemand gelooft, want met het hart
gelooft
men Rom.10 : 9, 10. Daarom is men wijs van verstand of
wijs
van geest. Het heet ook "een geest van wijsheid", maar eerst
heet
het
"wijs van hart".Want degenen die wijs van hart zijn, ontvangen
de
geest
der wijsheid. In Psalmen 111 : 10 en Spreuken 9 : 10 bijvoorbeeld.
Daar
wordt gesproken over "het begin der wijsheid is de vreze des HEEREN".
Iemand die wijs van hart is, is iemand die gelooft. De HEERE
vrezen
doet men in de eerste plaats met het hart. Daarna geeft Hij geest
der
wijsheid.We zeggen dan dat we de dingen ook leren te verstaan, te
overleggen
en te begrijpen. Maar dan zullen we ze eerst moeten geloven.
Dat
is de volgorde!
Er zijn er die zeggen dat men eerst moet begrijpen
alvorens
te kunnen geloven, maar dat is absoluut niet waar. Het
werkt
ook niet. Al kun je iemand alles verklaren, hij zal nog niet geloven.
Geloven
is daar niet van afhankelijk. Het is andersom: als men niet
gelooft,
kan men niet begrijpen. Als je niet eerst gelooft dat het licht
aangaat
als je het knopje omdraait, dan zul je de wet van Ohm ook nooit
leren
verstaan, zeg ik altijd. Je moet het eerst geloven en daarna kun je
het
bestuderen en begrijpen. Men moet eerst wijs van hart zijn, alhoewel
dat
strikt genomen natuurlijk niet kan. "Met het hart gelooft men ter
zaligheid"
zegt de Schrift. Als iemand wijs van hart wordt genoemd,
wordt
er gezegd dat doordat hij gelooft, daar het begin van wijsheid ligt.
De bron van wijsheid, het begin, ligt inderdaad in de gesteldheid van
het
hart.
In Exodus 28 : 3 wordt gesproken over roeach der wijsheid. Hij
heeft mensen
vervuld met geest, namelijk met wijsheid en nu krijgen we
meteen
al te maken met de moeilijkheid dat er minstens twee soorten
geest,
ofwel twee soorten roeach genoemd worden. De ene is die van de
mens
zelf: het denken, het overleggen van de mens ofwel de kennis, de
wijsheid
van de mens. Het andere is de kennis en het overleggen van
God.
En hier staat dat God Zijn Geest eventueel aan sommige mensen
geeft.
Voor een aantal mensen komt dan het probleem,maar zo moeilijk
is
het niet. U moet zich de geest ook niet meteen voorstellen als twee
dingen
die je naast elkaar kunt leggen,want dat is niet zo. Het zijn geen
stoffelijke
dingen. Je kunt ze niet op een weegschaal leggen.
Ze
zijn abstract en daardoor is het mogelijk dat die twee geesten die genoemd
worden,
in feite in de praktijk één zijn. Als onder geest tenminste
niet
alleen overleggen verstaan wordt, maar een manier van redeneren,
een
manier van denken, een manier van leven.
Je realiseert je dan, dat
onze
manier van leven en denken misschien wel dezelfde is als de manier
van
leven van de Heer Jezus Christus. Dat betekent dat Zijn Geest in ons
is.
Dat zijn niet twee verschillende dingen! Het wordt één geheel! Het is
niet
zo dat we twee voorwerpen naast elkaar hebben, zoals de geest van
de
mens en de Geest van God, of iets dergelijks. Het gaat om twee abstracte
begrippen
die in elkaar opgaan. Als u en ik dezelfde gedachten
hebben,
zijn we één van geest. Dat betekent dat we dezelfde geest hebben.
Dat
kun je in het Nederlands zo zeggen. Problemen bestaan alleen
als
we die twee begrippen gaan hanteren binnen het theologisch kader.
Dan
wordt het vaak ingewikkeld, want dan begrijpen we ineens niet
meer
wat het is.We moeten deze dingen leren verstaan, omdat vooral in
het
Nieuwe Testament gewezen wordt op het feit dat wij Heilige Geest
ontvangen
van God. Die Geest komt in ons.
Wat
wil dat zeggen? Dat wij Gods denken, Gods handelen, Gods wijsheid
ontvangen.
Die Heilige Geest wordt in ons geplaatst. Daar beschikken wij
over.
Die hebben wij ontvangen. Die Geest van God komt in ons tot ontwikkeling
en
dat betekent dat ons denken, onze manier van redeneren,
ook
onze manier van leven, aangepast wordt aan Zijn manier van denken
en
aan Zijn manier van leven. Kortom, Zijn Gedachte wordt dan onze
gedachte
en Zijn Geest wordt onze Geest. Er is geen verschil meer. Dat is
precies
waar het om gaat. Paulus brengt het in al zijn brieven naar voren
en
de Heer Jezus vertelt dat Zijn manier van denken en handelen, Zijn
gezindheid
bijvoorbeeld, ónze gezindheid wordt. In Filippenzen 2 : 5 staat:
"Want
dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was." Voor
"gezindheid"
kan "pneuma" ingevuld worden. Dat staat er niet, maar het
had
daar net zo goed "geest" kunnen zijn. Hier wordt een synoniem
gebruikt.
Daar gaat het nu om: God geeft aan gelovigen Zijn Geest. God
vult
hier in Exodus 28 : 3 gelovigen met geest der wijsheid. Die wijsheid
die
God aan de mens geeft wordt daarna wijsheid van die mens. Als God
die
wijsheid aan ons geeft, wordt het toch onze wijsheid? En aangezien
die
wijsheid Geest is, wordt het toch onze Geest? Daar vind je de integratie,
het
in elkaar opgaan van twee verschillende dingen. Dat kan met
de
stoffelijke dingen wat moeilijk, maar met de geestelijke dingen is dat
vanzelfsprekend.Want
een gelovige moet veranderd worden in zijn denken,
in
de vernieuwing van zijn gemoed Rom.12 : 2. Het is uiteraard
geest.
Dat woord staat er niet, maar dat is wel het idee. Het denken van
de
gelovige moet veranderd worden. Hij moet dus van geest veranderen.
Wij
moeten veranderd worden door vernieuwing des Geestes.
 |
"Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid,
die
wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid,
door het bad der wedergeboorte, en vernieuwing
des
Heiligen Geestes;
Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door
Jezus
Christus, onzen Zaligmaker; "
Titus
3 : 5-6
|
Het
gaat dus om een vernieuwing van het gemoed, zoals Paulus het in
Romeinen
12 : 2 noemt. Het is een vernieuwing, een verandering van het
denken.
Dat is wat ook bij die mensen plaatsvindt in Exodus 28 : 3. Zij ontvangen
die
Geest van God en daarom zijn ze zelf wijs genoeg om deze
klederen
te maken voor Aäron, inclusief alle typologische verklaringen
die
aan die kleding vastzitten. Er is nogal wat wijsheid voor nodig om die
kleding
te kunnen maken. Er was ook heel wat wijsheid nodig om de
tabernakel
te kunnen bouwen, volgens voorschrift. Men had geestelijk
inzicht
nodig, want men bouwde was immers een type van iets anders.
Dat
geestelijk
inzicht ontving men van God. Van God ontving men Geest,
namelijk
Wijsheid, vertaald met Geest der Wijsheid. Roeach is dus in principe
"wijsheid".We
gaan naar Exodus 31. Daar gaat het over Bezáleël in
verband
met de bouw van de tabernakel. (Bezáleël is een type van de roeping
van
de Gemeente.)
 |
"En Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid,
en
met verstand, en met wetenschap, namelijk in
alle
handwerk;
"
Ex.31 : 3
|
Als
je datgene wat in deze tekst allemaal genoemd wordt, bij elkaar optelt,
heb
je maar één ding! Geest Gods, verstand, wetenschap, wijsheid,
dat
is allemaal hetzelfde. Daar werd Bezáleël mee vervuld. En Geest Gods
is
wijsheid óf verstand óf wetenschap, want wijsheid en verstand zijn
natuurlijk
ook in het Nederlands synoniemen. Hij ontving dat van God.
Dat
wordt samengevat en "Geest" genoemd.
Jaloers
Een geest kan
"jaloers zijn". Er wordt in de Bijbel gesproken over een
"ijvergeest".
Een
onbekend woord, maar het komt vele malen in de Bijbel voor.
Een
"ijver geest", een "afgunstige jaloerse
geest".Voorbeelden hiervan zijn:
2
Korinthe 11 : 2
 |
"Want ik ben ijverig over u met een ijver Gods; want ik
heb
ulieden toebereid, om u als een
reine maagd aan een
man
voor te stellen, namelijk aan
Christus. "
2
Kor.11 : 2
|
 |
"Want ik geef hem getuigenis, dat hij groten ijver heeft
over
u en degenen, die in Laodicéa zijn, en degenen, die in Hierápolis
zijn.
"
Kol.4 : 13
|
Laodicéa
= rechtvaardig volk en Hierápolis = priesterschap.
|
|
 |
"En de ijvergeest over hem gekomen is, dat hij ijvert over
zijn
huisvrouw, dewijl zij onrein geworden is; "
Num.5 : 14
|
 |
"Of als over een man die ijvergeest zal gekomen zijn, en hij
over
zijn huisvrouw zal geijverd hebben, dat hij de vrouw
voor
het aangezicht des HEEREN stelle, en de priester aan
haar
deze ganse wet volbrenge.
"
Num.
5 : 30
|
Het
gaat hier dus over een afgunstige, jaloerse geest. Er zijn in de Bijbel
ook
"leugengeesten", oftewel geesten die jaloers zijn. Je hebt ook
"geesten
der
wijsheid". Dan zijn ze wijs. Er zijn ook "geesten der
leugen". Dan
zijn
ze dwaas uiteraard,want dan liegen ze. Je hebt "geest der
waarheid"
en
"geest der leugen". Geest kan dus alle kanten op. Het is
beweeglijk en
daar
gaat het om. Dat hebben we van neshamah niet gezien. Neshamah
was
statisch. En nu blijkt roeach alle kanten op te kunnen. Het blijkt
buigzaam
te
zijn en zichzelf te kunnen richten. Het blijkt ook zichzelf wat wijs
te
kunnen maken en zichzelf te kunnen bedriegen. Dat gebeurt ook. En
veel
mensen gebruiken al hun "geestkracht" (eigenlijk een pleonasme:
een
dubbele uitdrukking voor hetzelfde begrip) om zichzelf te bedriegen.
Een
rare gewoonte,maar het komt voor.
Verhard
Een geest kan
verhard worden. Als geest te maken heeft met het denken,
het
overleggen van de mens, dan wordt er gezegd dat het "verhard kan
worden".
Dat betekent dan, dat de mens niet meer bereid is te denken.
Een
voorbeeld is Farao, wiens hart verhard werd. Hij was ongelovig, maar
het
resultaat was dat hij niet verder denken kon. Want het was nogal
dom
om na de zoveelste plaag nog steeds "nee" te zeggen tegen de
Heer.
Hij
moest toch zo langzamerhand wel weten dat het helemaal verkeerd
zou
aflopen. De Farao was echter afgestompt; hij was verhard. Dat gold
in
de eerste plaats voor zijn hart. Hij geloofde dus niet en het resultaat
was
dat hij geblokkeerd werd voor wijsheid en dus deed hij hele domme
dingen
door een verhard hart en een verharde geest.
Zonder geest
Het woord
"geest" ofwel roeach, wordt vertaald in Jozua 2. Het wordt er
zo
vertaald dat u het niet eens meer ziet staan.
 |
"Als wij het hoorden, zo versmolt ons hart, en er bestaat
geen
moed meer in iemand, "
Joz.
2 : 11
|
Het
betekent: er bestaat geen geest meer in iemand. De vertalers hebben
het
niet vertaald, maar verklaard met het begrip "moed". Daar hebben
ze
op
zich wel gelijk in,maar ze werden niet verondersteld de Schrift te
verklaren,
maar
te vertalen. Dat hebben ze niet gedaan. Ze hadden het moeten
vertalen
met geest, namelijk: "Als wij het hoorden, zo versmolt ons
hart
en er bestaat geen geest meer in iemand,…"
We hebben van
"Geest"
gezien
dat het gaat om iemands overleggingen, iemands initiatieven,
iemands
doen en laten. Maar als zijn hart versmelt, dan heeft hij geen
initiatieven
meer. Dan kan hij niets meer doen. Hij heeft geen ideeën
meer.
Hij heeft geen "geest" meer. Zijn gedachten staan stil, het
verlamt.
In
de praktijk heeft hij dan geen moed meer,hij kan niet verder. Datzelfde
geldt
ook in Jozua 5.
 |
"En het geschiedde, toen al de koningen der
Amorieten,
die
aan deze zijde van de Jordaan westwaarts, en al de
koningen
der Kanaänieten, die aan de zee waren,
hoorden,
dat
de HEERE de wateren van de Jordaan had uitgedroogd,
voor
het aangezicht der kinderen Israëls, totdat
wij
daardoor gegaan waren; zo versmolt hun hart, en er
was
geen (moed) geest meer in
hen, voor het aangezicht
der
kinderen Israëls.
"
Joz.
5 : 1
|
 |
"Toen liet hun (toorn)
geest van hem af, als hij dit woord
sprak.
"
Richt.
8 : 3b
|
Er
staat hier niet toorn, maar roeach, geest.Hier hebben de vertalers
hetzelfde
gedaan.
Ze hebben verklaard en niet vertaald. Het punt is dat hun
werkzaamheden,
hun gedachten van hem aflieten. Het betekent in de
praktijk,
dat hun toorn ophield. Ze werden vergeten, er werd niet meer
aan
gedacht, hun zaak was voorbij. Hun geest liet van hem af. Dan houdt
de
toorn ook op. Als wij ons kwaad maken over iemand en daarna denken
wij
niet meer aan die iemand, dan is onze toorn ook voorbij.Dat komt
omdat
onze geest van hem afgegaan is.
Boos
Een geest kan
boos zijn. Een "boze geest" kan een demon of een engel
zijn,
maar het kan ook een mens zijn. De geest van een mens kan ook
boos
zijn. Hij kan vervolgens "drijven", hij kan "vaardig worden
over
iemand",
maar ook over zichzelf natuurlijk. Een geest kan bezwaard zijn.
Dat
wil zeggen dat je gedachten lasten torsen. Dan ga je ergens onder
gebukt,
dan ben je niet vrij. Het is net zoiets als benauwd van geest zijn.
Verder
staat er ook, dat er geesten verschrikken. Een boze geest Gods verschrikt
u,
staat er dan 1Sam. 16 : 15. Dus dat kan ook nog. Boze geesten
kunnen
zelfs nog van God komen.
Hoogmoedig en nederig
 |
"Hovaardigheid is vóór de verbreking, en hoogheid des
geestes
vóór den val.
"
Spreuk. 16 : 18
|
Het
is eigenlijk een hoogmoedige geest. Zo is er ook een nederige geest
en
een zachtmoedige geest. Hovaardigheid of hoogheid des geestes =
hoogmoed.
Moed of gemoed is synoniem met geest. Het heeft te maken
met
overleggingen, de gezindheid van de mens of de verbeelding van de
mens.
Hij kan hoog zijn, maar hij kan ook nederig zijn. Dat staat in vers 19.
 |
"Het is beter nederig van geest te zijn met de
zachtmoedigen,
dan
roof te delen met de hovaardigen.
"
Spreuk. 16 : 19
|
Dat
gemoed is gewoon het denken. Sommigen hebben hoge gedachten.
Dat
zegt de apostel ook. Hij zegt: "Koester geen gedachten hoger dan die
u
voegen" Rom.12 : 9 NBG.
Anderen hebben lage gedachten; die
denken
niet zo hoog van zichzelf. Dat is beter ook, want hoe kleiner van
geest
wij zijn, hoe groter de geest Gods in ons is.
 |
"Weest eensgezind onder elkander. Tracht niet naar de
hoge
dingen, maar voegt u tot de nederige. Zijt niet wijs
bij uzelven. "
Rom.
12 : 16
|
 |
"Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van
het
kwade.
"
Spr. 3 : 7
|
 |
"Wee dengenen, die in hun ogen wijs, en bij zichzelven
verstandig
zijn!
"
Jes.
5 : 21
|
Hoe
minder wij onze eigen gedachten cultiveren, hoe meer Gods gedachten
realiteit
kunnen worden in ons. Hoe minder groot onze eigen geest,
hoe
groter Gods Geest in ons. In het Nieuwe Testament Heiligmaking
heet
het "de groei van Christus in ons en het minder worden van ons"
(Johannes
3 : 30). Verder wordt er gesproken over een geest,waarin geen bedrog
is. In Johannes 1 : 48 wordt over Nathanaël gezegd: "Waarlijk een
Israëliet
in welke geen bedrog is." Maar het werd aangehaald uit Psalmen
32
: 2
 |
"Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet
toerekent,
en in wiens geest geen bedrog is
"
Ps.
32
: 2
|
Verder hebben we een vaste
geest,
een gebroken geest, een overstelpte geest, een geest die onderzoekt,
een
trouwe geest, een geest die overlegt, een vrijmoedige geest.
Actieve vormen van roeach
In Esther 4 staat van de geest dat Hij verlossing is.
 |
"Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal
den
Joden verkwikking en verlossing uit een andere
plaats
ontstaan;"
Est.
4 : 14
|
Verkwikking
en verlossing zijn synoniem. In het boek Esther komen deze
veel
voor. Een synoniem is een uitdrukking waarbij woorden met dezelfde
betekenis
achter elkaar gezegd worden. Zo wordt er hier in Esther
gesproken
over "de Joden te verdelgen, te doden en om te brengen"
Esther
3 : 13 of "te verdelgen, te doden en te verdoen" Esther 7 :
4. Dat
is
driemaal hetzelfde. Drie synoniemen. Wij hebben het wel eens over
loven
en prijzen. Dat is uiteraard hetzelfde; net zoals verlossen en zaligmaken.
Vertaal
dat maar eens naar het Grieks. Dan kom je in de problemen,
want
het is hetzelfde woord.
Wij gebruiken deze woorden erg veel,
vooral
als we plechtig beginnen te spreken. Het legt accenten, het maakt
het
begrip zwaarder. Daarom wordt het herhaald met andere woorden.
Hier
heb je dat dus ook: verkwikking en verlossing. Maar het aardige
hiervan
is dat het woord "verkwikking" de vertaling is van het woord
"geest".
Er staat "geest en verlossing". Het is een synoniem en daarom
zijn
"geest" en "verlossing" hetzelfde. Of anders gezegd:
Die verlossing
komt
van de Geest. De vertalers hebben dat niet begrepen. Die hebben er
verkwikking
en verlossing van gemaakt. Dat klinkt beter, maar er staat
gewoon
"Geest, namelijk verlossing" of "Geest en verlossing".
Dus verlossing
komt
tot stand door de Geest.
Zij die het Nieuwe Testament of het
Nieuwe
Verbond kennen, weten dat wij verlost zijn geworden, doordat
we
uit de Geest geboren zijn of doordat we de Heilige Geest hebben ontvangen.
Onze
verlossing komt natuurlijk door de Geest.
Je
kunt het ook toepassen in verband met de oude mens. De vrijheid van
de
mens zit echter niet in het gaan en staan waar hij wil. Zijn vrijheid,
zijn
verlossing,
zit in zijn denken.Want zelfs als je opgesloten zit en je kunt
geen
voet verzetten, dan nog kun je met je gedachten alle kanten op. De
vrijheid,
de verlossing, zit hem dus niet in het lichamelijke, maar zit hem
per
definitie in het geestelijke. De vrijheid van de mens is in de eerste
plaats
een geestelijke vrijheid.
Vroeger wisten de Nederlanders dat nog,
want
ze hebben er 80 jaar voor gevochten. Voor de geestelijke vrijheid.
Men
zegt wel eens: "godsdienstvrijheid", maar dat is een een
misverstand.
Het
ging om de vrijheid van denken van de mens. Die is bijzonder
wezenlijk.
*3-->
Het
blijkt dus hier "geest en verlossing" te zijn. Geest
is
verlossing en geest brengt de verlossing. Als wij het Evangelie vertellen,
spreekt
dat mensen aan op hun denken. Hun gedachten worden
bepaald
bij wat wij hun prediken. En als ze tot aanvaarding van Christus
komen,
dan komt dat via hun roeach, via hun denken. De verlossing komt
zo
tot hen. Het komt niet primair via de neshamah, rechtstreeks van God,
maar
het komt tot hen via de prediking, dus via hetWoord en via de roeach.
Dan
is het de vraag of een mens bereid is zijn overleggingen, zijn
denken
aan te passen aan het denken van God. Ofwel is de mens bereid
die
Geest van God te ontvangen, eventueel ten koste van zijn eigen
geest.
Vul voor geest maar gewoon denken in, want dat is precies hetzelfde.
Dat
verandert aan die waarheid niets. Daar gaat het om en dat is
de
werking van de Geest.
We
gaan verder. Geest kan "uitgedronken" worden, want u weet dat
geest
wordt voorgesteld door vloeistoffen die geen vaste vorm hebben.
Het
is een raar beeld, maar het staat zo in de Bijbel 1 Korinthe 10 :
4. Er
staat
ook van een geest dat die zich keert tegen God Job 15 : 13. En er
staat
dat geesten antwoorden uit verstand Job 30 : 3. We hebben al
gelezen
dat de Geest wordt ingeblazen door de Almachtige; dat de Geest
van
God komt. Dat wil niet zeggen dat alle menselijke geest ook rechtstreeks
van
God afkomstig is.Wanneer wij ons denken en onze ontwikkeling
afhankelijk
stellen van God, blijkt onze geest Zijn Geest te zijn of
andersom.
Het maakt dan geen verschil. Zijn Geest wordt dan onze
geest.
Niet als twee dingen die te onderscheiden zijn,maar als één ding.
En
dat is van het grootste belang voor het verstaan van met name het
Nieuwe
Verbond.We kunnen ook spreken over de Paulinische brieven of
de
Nieuw Testamentische waarheden. We hebben namelijk te maken
met
de mens die van nature al twee geesten heeft. Hij heeft neshamah
en
roeach en als hij tot geloof komt krijgt hij er Roeach bij, namelijk de
Heilige
Geest.Wat moet hij met die drie geesten? Het zijn er echter niet
drie,
maar één. Het gaat ín elkaar, het wordt één geheel. Dat brengen al
deze
Schriftplaatsen naar voren.
|
|
<--*3
Eén van de meest
tragische dingen van onze
tijd is, dat door al die
communicatiemiddelen
van
vandaag ons denken zodanig
beïnvloed of aangesproken
wordt, dat wij
helemaal niet meer vrij
zijn om te denken. Zelf denken
is er niet meer bij.
Je
kunt het overal in geïnformeerd
worden als een
zegen beschouwen, maar
het is een vloek als je overal
over geïnformeerd
wórdt. Het is geweldig dat
wanneer je iets wilt weten,
je een boek uit de kast kunt
trekken of het via de computer
kunt opzoeken. Maar
het is verschrikkelijk als al
die informatie elke dag van
minuut tot minuut over je
uitgestort wordt. Neem
alleen die informatie tot u
die van wezenlijk belang is.
Onze basis is daarbij
natuurlijk uiteraard de
Schrift zelf. Dan zal blijken
dat men vrij wordt.
|
Wegen
We hebben ook een geest die gewogen wordt. Dat staat in:
Spreuken
16 : 2
Alle wegen des mans zijn zuiver in zijn ogen; maar de
HEERE
weegt de geesten.
Het gaat om de
nadruk op HEERE. Het gaat er niet om dat de mens zelf
vindt
dat zijn wegen zuiver zijn, maar het gaat erom of de Heer dat ook
vindt.
Er staat niet dat de HEERE die wegen van de mens weegt, (wegen
=
beoordelen, testen), maar er staat dat de HEERE de geesten weegt. Het
gaat
er niet primair om wat de mens gedaan heeft of hoe hij gedaan
heeft
of welke weg hij bewandeld heeft, maar om wat hij heeft gedacht.
Hoe
waren zijn overleggingen, wat waren zijn motieven. De wet zegt:
"Doet
deze dingen". Leviticus 18 : 5; Romeinen 10 : 5 Maar in diezelfde
wet
wordt verklaard dat het doen van de wet niet gebeurt met handen
en
voeten, maar met het hart en met de mond.
Mozes zegt in
Deuteronomium
30 : 14
 |
"Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, en
in
uw hart, om dat te doen."
Deut.
30 : 14
|
Het is niet ver, niet in de hemel, niet in
het
dodenrijk,
maar het is heel dichtbij, namelijk in uw mond en in uw hart.
En
Paulus haalt het later aan in Romeinen 10 : 10:
 |
"Want met het hart
gelooft
men ter rechtvaardigheid en met den mond belijdt men ter
zaligheid."
Rom.
10 : 10
|
Waarmee dus gezegd is, hoe men de wet zou moeten doen.
Niet
met handen en voeten. Het gaat niet om de daden die men gedaan
heeft,
maar het gaat er primair om of men die wet wel geloofd heeft, of
men
die wet geaccepteerd heeft.Wet is hetWoord van God. Dus gaat het
erom
of men het Woord van God gelooft en dat weegt God. Dat is ook
waar
Paulus op terugkomt in:
Romeinen
7 : 26
 |
"Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods,
maar
met het vlees de wet der zonde.
"
Rom.
7 : 26
|
Gemoed
is geest. Paulus kan zich lichamelijk niet aan de wet onderwerpen,
maar
in zijn gedachten wel. Hij wekt elke gelovige op om dat te
doen,
om zich geestelijk (in zijn geest) aan die dingen te onderwerpen. En
zeg
nou niet dat het maar gemakkelijk is, want dat is een misverstand.
Het
is precies andersom. Je krijgt mensen veel gemakkelijker zo ver dat ze
de
meest gekke dingen doen met hun lichaam om "Gode welbehagelijk"
te
zijn, dan dat ze bereid zijn om hun gedachten aan te passen aan het
Woord
van God. Als je tegen mensen zegt: "Je moet dit of dat doen om
het
eeuwige leven te beërven," dan zullen ze het dikwijls doen. Maar als
je
zegt: "Je gedachten moeten veranderd worden," dan blijkt dat
veel
moeilijker
te zijn. Toch is het dat wat God van de mens vraagt. Niet of hij
zich
met zijn lichaam onderwerpt aan de wet, maar of hij zich geestelijk
onderwerpt
aan de wet. Of hij hetWoord van God aanvaardt.
In Spreuken
16
: 2 staat dat "de HEERE de geesten weegt". Hij weegt ook het
inwendige
van
de mens. Niet zijn uiterlijke levenswandel, maar zijn innerlijk. Ik
moet
er meteen bij zeggen dat het uiterlijk en de levenswandel van de
mens
uiteraard het resultaat is van wat hij inwendig is. Het zijn geen
twee
dingen die niets met elkaar te maken hebben, maar ze beïnvloeden
elkaar.
De levenswandel van de mens is de uitdrukking van zijn geest
ofwel
van zijn denken. In die volgorde. Eerst verandering van denken, dan
verandering
van leefwijze.
Onderwijzen en luisteren
Dan, (niet in
de laatste plaats), is het zo dat "geesten onderwijzen".
 |
"En Gij hebt Uw goeden Geest gegeven om hen te onderwijzen;
"
Neh.
9 : 20
|
In
het Nieuwe Testament, in 1 Korinthe 2 : 12, staat dat wij roeach (pneuma),
de
Geest van God, zouden ontvangen, "…opdat wij zouden weten de
dingen,
die ons van God geschonken zijn".
De Geest onderwijst ons dus.
Het
gaat om kennis. De ene Geest onderwijst de andere geest. De Geest
Gods
onderwijst onze geest. En mijn geest onderwijst uw geest en andersom.
Dat
komt allemaal voor. Geesten onderwijzen elkaar. Ze geven
namelijk
informatie door. Daarom staat er van de Geest, dat Hij betuigt
(=
ook iets doorgeeft; Handelingen 2 : 30).Verder kan men een geest hebben,
die
luistert. God kan de mens een geest geven, dat hij horen zal
2
Koningen 19 : 7 en dan is hij bereidwillig om te luisteren. Dat heeft te
maken
met zijn overleggingen. Sommige mensen willen niet luisteren en
sommige
mensen willen wel luisteren. Het is een kwestie van geest. In de
Bijbel
vinden we zelfs "dove geesten" en "blinde
geesten",waardoor mensen
"doof
en blind" zijn. Het is soms zo sterk dat het hier en daar een
lichamelijke
uitwerking
heeft, maar het is in ten eerste een geestesgesteldheid.
Wijken en wegnemen
Dan heb je ook
nog dat geesten kunnen wijken. De Geest des HEEREN
week
van Saul 1 Samuël 16 : 14. De Geest ging weg. Iets wat er was,
verdween.
Een
bepaalde manier van denken, van handelen, van inzicht verdwijnt.
Dat
kan. Als men van gedachten kan veranderen, dan kan men
van
geest veranderen. Een bepaalde geest gaat dan weg. Die geest hoeft
dan
niet een zelfstandig levend wezen te zijn, maar het is wel degelijk
geest.
Een bepaalde manier van zien, bepaalde karaktertrekken, heet allemaal
geest.
Het kan wijken. Zo staat het er ook. Dan heb je dat een geest
iemand
kan wegnemen. Dat kan nu eenmaal als je onder geest verstaat:
de
Geest des HEEREN. Dat gebeurde bij Filippus om maar eens wat te noemen. "De Geest nam hem weg." Handelingen 8 : 39. Bij Ezechiël
gebeurde
het ook. "De Geest leidde hem weg" Ezechiël 3 :
14.
Ook mijn
eigen
geest kan mij wegnemen,want ik kan met de geest afwezig zijn, of
geestelijk
aanwezig zijn.
Paulus
schrijft in 1 Korinthe 5 : 3 bijvoorbeeld dat hij lichamelijk afwezig
is,
maar met de geest aanwezig. Maar wij zeggen: "Als zijn geest in zijn
lichaam
is en zijn lichaam afwezig is, dan is de geest toch ook afwezig."
Dat
is natuurlijk niet zo,want de geest is niet iets waar je een strikje om
kunt
doen of die je in een fles kunt stoppen of in een lamp. Een lamp is
ook
een fles. Een geest in een lamp is natuurlijk helemaal iets moois,
want
die geest is olie en daar brandt de lamp op. Daar komt het verhaal
vandaan.Dat
is zo gek niet,want olie is een beeld van geest.
De Geest kan
iemand
wegnemen, maar de Geest kan mij ook wegnemen, zodat ik hier
lichamelijk
aanwezig ben, maar met de gedachten totaal ergens anders.
Het
is dus niet: hier heb je een geest en die zit in het lichaam en als hij
dood
gaat komt die geest er weer uit. Het is abstract en niet tijd - of
plaatsgebonden.
Het is gebonden aan heel andere dingen.
Waarnemen
Verder kan het
woord roeach vertaald worden met "wind".Wind is immers
onzienlijk,
maar het beweegt. Daar gaat het om. Het brengt tot iets,
het
drijft mensen aan. Dat is wat de Geest doet. Dat is afgeleid van die
wind.
De wind brengt geluid voort doet de toppen van de bomen bewegen.
Soms
vallen torens om. De wind doet trouwens de meest vreemde
dingen.
Het voert ook zaadjes mee, zodat het nieuw leven voortbrengt.
Aan
de andere kant vernietigt de stormwind de dingen. Het komt allemaal
voort
uit wind, namelijk uit Geest.De Geest doet opbouwend werk,
het
doet afbrekend werk en alles wat er tussenin zit. Het is net een mens.
Over
de wind (pneuma in het Grieks) wordt ook gezegd in Johannes 3 : 8
"De
wind (= geest) blaast,waarheen hij wil."
Geest heeft dus een wil. Het
is
een persoonlijkheid om zo te zeggen. Hij heeft een karakter, een aard
en
overleggingen. "De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn
geluid."
Je kunt hem waarnemen en ook ruiken. In andere teksten staat
dat
je roeach, ofwel geest, kunt ruiken. In Genesis 8 bijvoorbeeld:
 |
"En de HEERE rook den liefelijken reuk (de geur die opsteeg
van
het altaar), en de HEERE zeide in Zijn hart (overlegde in
Zijn hart, roeach): Ik zal voortaan den aardbodem
niet
meer vervloeken om des mensen wil;
"
Gen.
8 : 21
|
Je
kunt de geest waarnemen, horen, ruiken, maar je kunt hem niet tasten
en
niet zien. Hij is wel actief. Vandaar dat de Geest Gods hetzelfde is als
de
roeach Gods. Die zweefde over de wateren en werd daar actief.Dat blijkt
ook,want
God werd actief.De Geest van God sprak en het werd gehoord.
Het
is de actieve God Die daar in Genesis 1 en verder in de hele Bijbel
beschreven
wordt. De roeach van God is de Geest Gods, ofwel de Heilige
Geest.
Het is God Zelf,Die iets doet. Het is de actieve God, de dynamische
God.
Daar gaat het om en dat is in het Nieuwe Testament ook zo. Die
Geest,
Die uitgestort wordt op de gelovigen. Het Wezen van God Zelf.
Petrus
noemt het de Goddelijke natuur. 2 Petrus 1 : 4 Je kunt Hem proeven,
maar
dan in een brede betekenis van het woord proeven. In de Bijbel
heet
het ruiken. Je bent een goede reuk van Christus (2 Korinthe 2 : 15).
Christus
was Gode tot een welriekende reuk (Éfeze 5 : 2). Het gaat om
geestelijke
dingen.
Ter
afsluiting wil ik er nog aan toevoegen dat deze roeach in feite de mens
zelf
is.Wanneer we ons tenminste bewust zijn van het lichaam, namelijk
het
uiterlijk van de mens als een tijdelijke woning en niet van wezenlijk
belang.
Ik zei niet, dat het niet van belang is, maar niet van wezenlijk belang.
Wezen
is het inwendige. En als we ons dat bewust zijn, dan begrijpen
we
ook dat roeach de eigenlijke mens is. Het is zijn aard, zijn karakter,
wie
hij is, hoe hij reageert. Het is de persoonlijkheid. Geest
is het wezenlijke van de mens. Al het onzienlijke van de mens heet
geest
en wordt aangeduid als roeach en al het zienlijke van de mens is
uiterlijk.
Het
gaat voorbij. Het is de omhulling. Vandaar dat het woord
geest
ook gebruikt wordt voor de mens als zodanig.Wel met voorbijzien
aan
zijn lichaam,omdat dat van ondergeschikt belang is.
God is uiteraard
Geest.
Die Geest Gods is gewoon hetWezen van God. Je zou kunnen zeggen
dat
je naast neshamah Elohim, namelijk God, de Onkenbare, de
Onzienlijke,
de Almachtige kan schrijven. Iemand waarvan wij ons geen
voorstelling
kunnen maken. Dat is die God uit Genesis 1 : 1 "In den beginne
schiep
Elohim hemel en aarde." In tweede instantie wordt gesproken
over
de Geest van God, ofwel Roeach Elohim. Elohim staat voor de
Onkenbare
God, maar Roeach is de aanduiding van God Die actief is. God
Die
doet, Die overweegt, Die overlegt, Die eventueel tot ons komt, maar
die
nog steeds Onzienlijk is.
6. Nephesh
Nu gaat het
over de ziel en later over de samenhang tussen roeach en
neshamah.
Het lichaam komt niet ter sprake, omdat we gezien hebben
dat
we geen "lichaam" hébben. Ziel is het derde woord uit deze
reeks van
Hebreeuwse
termen en tevens het laatste.We zullen zien waarom het
het
laatste woord is zodra we weten wat de ziel voor een "ding" is.
Het is onmogelijk
"ziel" vers voor vers in de Bijbel na te zoeken, want dit komt
868
keer voor.Wij hebben het eerst over de ziel gelezen in Genesis
2 : 7
:
 |
"En de Heere God had den mens geformeerd uit het stof
der
aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des
levens;
alzo werd de mens tot een levende ziel.
"
Gen.
2 :
7
|
We
hebben gezien dat daar het woord "ziel" de aanduiding is van de
mens.
Dat is aan geen enkele twijfel onderhevig. De nadruk ligt op
"levende",
want
we hebben al gezien dat neshamah hetzelfde is als "neshamah
der
levens" en dus kreeg hier de mens leven. Het werd een levende
ziel.
Dat betekent dus uitdrukkelijk, dat de mens een ziel ís. Dat de Bijbel
termen
kent als "mijn ziel", wil zeggen dat de Bijbel erover spreekt
alsof
de
mens een ziel heeft. Dan is dat niet een theologisch probleem, maar
een
puur taalkundige aangelegenheid. Als ik zeg: "Mijn Wezen", dan
betekent
dat
niet dat ik een wezen héb, maar het betekent dat ik het zelf
bén.
Mijn ziel = ík en mijn geest = ook ík. Het is precies hetzelfde. Alleen
zit
er een verschil tussen ziel en geest.
Het gaat om het principe dat wij
uitdrukkelijk
leren dat de mens een ziel is. Daar is niet zo veel voor nodig,
want
als u een Nederlandse concordantie zou nemen en het woord "ziel"
opzoekt,
dan weet u na een paar verzen al genoeg. Er is geen reden waarom
er
zoveel misverstand over zou bestaan.Wat een ziel is, blijkt ook uit
onze
Nederlandse vertalingen. Tenminste als we niet meteen beginnen
in
het Nieuwe Testament, maar gewoon in het Oude Testament.
Het eerste
vers
waar ziel genoemd wordt, is Genesis 2 : 7: "…alzo werd de mens
tot
een levende ziel."
De mens is dus een ziel en een ziel is de mens.
De mens is een sterfelijke ziel
Er zijn twee
misverstanden. Het ene is dat de ziel de aanduiding zou zijn
voor
het onzienlijke van de mens. Dat kan niet,want daar hadden wij het
woord
geest al voor. En we hadden zelfs al twee woorden die de aanduiding
zijn
van het onzienlijke van de mens en die allebei met "geest"
vertaald
worden.
Dus dan kan de ziel niet ook nog eens een keer het onzienlijke
van
de mens zijn. In het Nederlands van de omgangstaal is het dat
wel.
Het andere misverstand is, dat de gemiddelde Nederlander het idee
heeft
dat ziel de aanduiding is van het geestelijke van de mens. Als hij het
heeft
over zijn ziel, dan zegt hij dat het een geestelijke kwestie is. Daaruit
blijkt
dat hij die woorden door elkaar haalt. "Dat is psychisch", zegt
men
dan.
Maar daarna zegt men niet, dat is "ziel-lijk",want dat woord
kennen
wij
niet. Maar dan zegt men: "Dat is geestelijk".
Voor de gemiddelde
Nederlander
is psychisch hetzelfde als geestelijk. Dat kan natuurlijk
nooit,
want psychisch zou eigenlijk "ziel-lijk" moeten zijn en dat is
wat
anders.
Het gaat erom dat we ons aan de ene kant bewust zouden zijn
van
de enorme verwarring die er op dat punt heerst en aan de andere
kant
zouden we ons bewust zijn, wat dan wel het onderscheid is. In Hebreeën
4 : 12 wordt nota bene in het Grieks gesproken over "ziel" en
"geest".
 |
"Want het Woord Gods is levend en krachtig (geest, levend
en
krachtig), en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard,
en gaat door tot de verdeling der ziel,
"
Hebr.
4 : 12
|
Dat
betekent dat de Bijbel zo scherp is, dat er onderscheid wordt
gemaakt
tussen ziel en geest. Voor iemand die Hebreeuws leest en verstaat
(een
Hebreeër dus) is dat niet zo bijzonder. Maar voor iemand die
Grieks
leest of deel uitmaakt van de Griekse cultuur is dat wel bijzonder,
want
Grieken kennen het verschil niet tussen ziel en geest. Daar komt
het
probleem vandaan. Grieken kennen dat verschil niet en daarom kennen
wij
het ook niet,want wij leven hier in een Griekse wereld. Onze cultuur
is
afgeleid van de Griekse cultuur. Die afleiding loopt uiteraard via
de
Romeinse cultuur, maar het is het Griekse denken. De heidenen worden
in
het Nieuwe Testament ook wel Grieken genoemd, zijnde aanhangers
van
de Griekse cultuur. Onze cultuur, onze filosofie en ons recht zijn
allemaal
Grieks. En daarom zijn onze opvattingen over ziel en geest ook
Grieks
en kennen we het verschil niet. Maar het Hebreeuws kent het verschil
wel.
Er staat van de Bijbel, hetWoord van God, dat Het zo scherp is,
dat
het onderscheid maakt tussen ziel en geest. Daarvan hebben die
Grieken
nog nooit gehoord en de gemiddelde Nederlander ook niet.
Iemand
die de Bijbel leest, zal het toch opvallen dat er verschil is. Al was
het
maar, omdat het hier staat. Daar gaat het ons nu om, want één van
de
misverstanden is, dat de mens een onsterfelijke ziel zou hebben. Het
is
een dubbel misverstand,want hij heeft niet een ziel, hij ís een ziel en
de
ziel
is niet onsterfelijk, maar sterfelijk. Elke gelovige weet dat.
"De
ziel, die
zondigt
zal sterven!" Ezechiël. 18 : 4, 20
Is een ziel dan onsterfelijk?
Nee,
uiteraard
niet. Dat weten de Grieken niet! De Bijbel leert dat echter wel.
Uit
de eerste paar Bijbelboeken heb ik een paar Schriftplaatsen voor u
opgezocht,waar
staat dat de ziel dood is en dat de ziel dood zal gaan.
 |
"En
wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids
vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit
haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond
gebroken." Gen.
17 : 14
|
Hier
blijkt dat ziel de aanduiding is van de mens en zelfs van zijn vlees,
want
daar gaat het over. Het vlees, namelijk zijn "voorhuid" is niet
besneden.
Die
ziel, wiens voorhuid niet besneden is, die zal uitgeroeid worden.
Zodat
je, als je goed leest, meteen moet concluderen, ook in navolging
van
Genesis 2 : 7, dat het woord ziel of nephesh in het Hebreeuws niet de
aanduiding
is van de onzienlijke mens,maar juist van de zienlijke mens.
Het
is dus ook de aanduiding van zijn lichaam of juist van het lichaam. Ik
ben
mij ervan bewust dat niet alle aspecten van het lichaam zienlijk zijn.
Niet
alles van het lichaam kan gezien worden. In de eerste plaats omdat
een
deel van het lichaam nu eenmaal van binnen zit. Daar kun je niet in
kijken.
Een andere reden is, dat er nu eenmaal dingen zijn die wij met het
blote
oog sowieso niet kunnen zien en die dus strikt genomen behoren
tot
de onzienlijke dingen.We kunnen dingen wel zichtbaar maken.We
kunnen
ze zo manipuleren dat normaal onzienlijke dingen zichtbaar
worden.
Dat doet aan de waarheid echter niets af, omdat er ook aan ons
lichaam
dingen zijn die wij normaal niet zien. Maar hoe dan ook, het gaat
wel
degelijk om uiterlijke dingen.
De ziel is de aanduiding van de mens,
zoals
hij hier op aarde is: stoffelijk en al wat ermee samenhangt. Ik zal bij
gebrek
aan Bijbelverzen die het rechtstreeks zeggen, zelf aangeven wat
de
samenhang is tussen neshamah, roeach en nephesh. Nu wil ik het
eerst
hebben over deze nephesh. Nephesh is dus kennelijk vlees en hij
kan
uitgeroeid worden. Hij kan besneden worden. Het gaat uiteraard om
de
zienlijke mens.
 |
"Ruben hoorde dat, en verloste hem uit hun hand; en hij
zeide:
Laat ons hem niet aan het leven slaan.
" Gen.
37 : 21
|
Er
staat: "Laat ons hem niet aan de ziel slaan." Het gaat hier
inderdaad
gewoon
om het leven, maar het gaat specifiek om de mens als zodanig.
"Laat
ons hem niet slaan." "Laat ons die ziel niet slaan."
Kortom: "Laat ons
hem
niet doden." Daaruit volgt dus dat de ziel gedood kan worden.
 |
"..., diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit
Israël. " Ex.
12 : 15b
|
En
dat kan natuurlijk alleen, omdat de ziel sterven kan. De uitdrukking
"diezelve
ziel zal uitgeroeid worden" is een standaard uitdrukking in de
Bijbel.
Die komt vaak voor. Ik ben hem al tien keer tegengekomen. Hij
staat
ook helemaal correct in de Nederlandse vertalingen. De ziel is in
ieder
geval sterfelijk en hij kan gedood worden. In Exodus 31 : 14 staat
eigenlijk
dezelfde uitdrukking.
 |
"Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is!
Wie
hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want
een
ieder, die op denzelven enig werk
doet, die ziel zal uitgeroeid
worden
uit het midden harer volken." Ex.
31 : 14
|
De
ziel is gewoon de aanduiding van de mens,want de mens die de sabbat
ontheiligt,
zal uitgeroeid worden. De woorden "mens" en "ziel"
worden
door
elkaar gebruikt. Aangezien de mens sterfelijk is, is ook de ziel
sterfelijk.
Er is geen verschil tussen. De mens is een levende ziel!
 |
"En zo enig mens van het volk des lands door afdwaling
zal
gezondigd hebben, ...
" Lev.
4 : 27
|
Dat
staat niet in de grondtekst. Er staat: "En zo enige ziel van het volk
des
lands
door afdwaling zal gezondigd hebben, ..." Het is maar weer een
voorbeeld.
Het komt in de Bijbel ook vaak voor dat men "ziel" met
"mens"
vertaalt.
Dan is men van het probleem af, want dan kom je daarna het
woord
"ziel" niet meer tegen. Als er gesproken wordt over de dood van
een
ziel, hebben de vertalers het woord "ziel' vervangen door een ander
woord.Wij
zetten dat nu gewoon weer recht. Dus: "enig mens" staat er in
de
vertaling en "enige ziel" staat er in de grondtekst.
 |
"Als nu een mens
(ziel) zal
gezondigd hebben, ...
" Lev.
5 : 1
"Of wanneer een mens
(ziel)
enig onrein ding zal aangeroerd hebben,
... ".Lev.
5 :2
"Of als een mens
(ziel)
zal
gezworen hebben, ...
".Lev.
5 :4
|
 |
"
En zo enig mens van het volk des lands door afdwaling
zal
gezondigd hebben, ...
" Lev.
4 : 27
|
 |
"Als een mens
(ziel)
door
overtreding overtreden, en door
afdwaling
gezondigd zal hebben, ...
" Lev.
5 : 15
|
 |
"En indien een mens
(ziel)
zal gezondigd hebben, ..".
Lev.
5 : 17
|
 |
"Als een mens
(ziel)
gezondigd, en tegen den HEERE door
overtreding
overtreden zal hebben, ...
".Lev.
6 : 2
|
In
al deze gevallen staat in de Statenvertaling "mens" in plaats
van "ziel".
 |
"...; en de ziel
(goed vertaald),
die daarvan eet, zal haar
ongerechtigheid dragen".Lev.
7 : 18b
|
Een
ziel kan eten. Het gaat over stoffelijk eten, namelijk over offervlees.
Het
gaat over de ziel die daarvan eet. Dat is niet het onzienlijke van de
mens,
maar het is uiteraard de mens in zijn aardse, stoffelijke gedaante.
Die
eet ook stoffelijk vlees van dit offer. Een ziel is de stoffelijke mens en
niet
de onstoffelijke mens,want dat is roeach.
 |
"Doch als een ziel het vlees van het dankoffer, hetwelk des
HEEREN
is, gegeten zal hebben, en haar onreinigheid aan haar
is, zo zal die ziel uit haar volken uitgeroeid worden".Lev.
7 : 20
|
De
ziel die van dat vlees eet, zal gedood worden. Daaruit volgt dus dat
een
ziel vlees kan eten en ook kan sterven. Dat hele verhaal van die
onsterfelijke
ziel is onzin. Het is een verhaal dat niet gaat over ziel, maar
over
geest. Men is de betekenis van de woorden helemaal kwijtgeraakt.
 |
"En wanneer een ziel iets onreins zal aangeroerd hebben...,
zo
zal die ziel uit haar volken uitgeroeid worden".Lev.
7 : 21
"..., die ziel, die het gegeten zal hebben, zal uit haar volken
uitgeroeid worden".Lev.
7 : 25
"Alle ziel, die enig bloed eten zal, die ziel zal uit haar volken
uitgeroeid worden".
Lev.
7 : 27
|
Een
ziel eet en zal uitgeroeid worden. Het is precies hetzelfde. Het is geen
vergissing
of een misinterpretatie van een vers. Het is geen ongelukkige
formulering,
maar het wordt vele malen herhaald, zodat voor ons geen
enkele
twijfel overblijft.
 |
"...; daarom zal dezelve ziel uit haar volken uitgeroeid
worden".Lev.
19 : 8
|
In
deze verzen wordt dus over het algemeen gesproken over het feit dat
een
ziel sterven kan en ter dood gebracht kan worden.Dus heeft een mens
een
onsterfelijke ziel? Geen denken aan! Hij heeft een zeer kwetsbare
ziel.
Hij hoeft maar te zondigen en hij sterft. Het wordt nog sterker gezegd
in
de volgende Schriftplaatsen. Daarin wordt letterlijk over dode zielen
gesproken.
 |
"Gij zult om een dood lichaam geen snijding in uw vlees
maken,
...
".Lev.
19 : 28
|
Het
gaat hier over een dood lichaam, maar er bestaat in het Hebreeuws
geen
woord voor "lichaam" . Het woord lichaam hier is dan ook de
vertaling
van
nephesh en het zou dus vertaald moeten worden met ziel. Het
gaat
hier om een dode ziel, maar wij weten allemaal dat het gaat om een
lijk,
een dood lichaam. De vertalers hebben dat verklaard en hebben zich meteen
ontdaan van een woord waar ze toch mee in de problemen kwamen.
De
verklaring is wel goed, maar de vertaling niet. Het gaat inderdaad
om
een dode ziel, maar een dode ziel blijkt gewoon een lijk te zijn.
Het
is een dood lichaam. Het gaat er dus om dat het Hebreeuws geen
apart
woord heeft voor lichaam, omdat het woord dat wij via het Grieks
en
het Nederlands vertalen met ziel, de aanduiding is van het lichaam.
Men
heeft van het woord "ziel" "geest" gemaakt, terwijl
het in wezen de
aanduiding
is van het lichaam. Vandaar dat men nu geest en ziel door
elkaar
gooit en denkt dat het hetzelfde is, maar dat is een misverstand.
Lichaam
en ziel zijn hetzelfde. Daar is in de praktijk geen verschil tussen.
Dat
blijkt wel uit de bovenstaande Bijbeltekst, want hetzelfde geldt
wanneer
er over dode lichamen gesproken wordt. Zelfs dan heten ze nog
ziel.
Vandaar dat ik ook nooit gezegd kan hebben dat de ziel ooit het
lichaam
verlaat, want dat is niet zo. De ziel ís het lichaam. Hier is sprake
van
lijken en die worden nog als ziel aangeduid. Je kunt niet zeggen:
"Het
zijn
ontzielde lichamen." Dat is een niet bestaande uitdrukking. Lijken
zijn ont-geeste lichamen om zo te zeggen. Daarvan is de geest geweken
en
niet de ziel! Het is nog steeds de ziel.
 |
"Daarna zeide de HEERE tot
Mozes: Spreek tot de priesters,
de
zonen van Aäron, en zeg tot hen: Over een dode zal een
priester
zich niet
verontreinigen onder zijn volken.
".Lev.
21 : 1
|
Er
staat niet een dode, maar ziel. Dit is een heel sterke tekst. Er staat
ziel,
waarvan
niet eens wordt gezegd, dat hij dood is. Maar we dienen uit het
verband
van het vers te begrijpen dat hij dood is. Er staat dus: "Over een
ziel
zal een priester zich niet verontreinigen onder zijn volken." Uit het
verband
blijkt dat het inderdaad gaat over een dode ziel of een dood
lichaam
en daarom hebben de vertalers het ook zo vertaald. En nogmaals,
dat
is geen vertaling, maar een verklaring. Dat mag niet. Vertalers moeten vertalen. Ik weet dat het moeilijk is. Ik weet
dat
het niet mogelijk is om te vertalen zonder daarbij te verklaren. Maar
hier
is men veel te ver gegaan in het verklaren. Men had gewoon consequent
kunnen
vertalen met ziel. "Over een ziel zal een priester zich niet
verontreinigen."
En dan had je altijd nog in de kantlijn kunnen zetten, dat
het
kennelijk een dode ziel is. Maar dan nog een ziel. Hier heeft men ziel
vertaald
met dode. Dat is heel wat anders dan de geest van iemand.
Geest
is juist per definitie leven.
 |
"Hij zal ook bij geen dode lichamen
(zielen
der doden)
komen;
...
".Lev.
21 : 11
|
Zielen
der doden. De tweede naamval "der" betekent
"namelijk". Zielen,
namelijk
doden. En uit het verband blijkt dat duidelijk genoeg.Men heeft
het
vertaald met dode lichamen. Met deze verklaring geven de vertalers
eigenlijk
zelf toe dat dit woord nephesh, namelijk "ziel" feitelijk
"lichaam"
betekent.
Ze hebben het alleen door de vertaling verborgen. Nu wij erachter
kijken,
blijkt dat zij het dus met ons eens zijn. Ze onderschrijven
dat
een ziel niets anders is dan een lichaam. Het is de mens in zijn aardse
verschijning
zoals hij hier op aarde leeft. Een mens die naar de hemel
gaat,
heet geest. Een opstandingslichaam heet geest. 1Kor. 15:44-47
Een
lichaam is ziel. Een lichaam dat geest is, wordt opgewekt. Díe geest
gaat
naar de hemel. Maar een mens die naar het dodenrijk gaat, heet ook
geest.
"Geesten in de gevangenis" heet dat in de Petrus-brieven 1
Petr.3
: 19. Het woord ziel blijft voorbehouden aan de mens in zijn stoffelijke
verschijning,
in zijn leven hier op aarde. Ik beperk het nog wat, namelijk
in
zijn verschijning hier op aarde. Zelfs zijn lijk heet dan nog ziel.
In
Openbaring 6 : 9 wordt gesproken over "de zielen onder het
altaar". Ze
zijn
dood, maar ze worden zielen genoemd. Het is wat eigenaardig, maar
het
wordt daar zo genoemd, omdat ze weer opgewekt worden. Ze zullen
weer
op aarde in hun oude lichaam verschijnen. Normaal gesproken is
het
zo dat mensen die overlijden en in de hemel zijn, "geest" heten.
Als ze
in
het dodenrijk zijn, heten ze ook "geest".Wanneer ze op aarde
zijn, zijn
ze
ook "geest", maar aan hun buitenkant, in hun verschijning hier
op
aarde
zijn ze ziel. Dus ziel is uitdrukkelijk de zienlijke mens.
Roeach is
geest,
dus de onzienlijke mens. Neshamah is het levensbeginsel dat hij
van
God ontvangen heeft en wat ook van God blijft. De mens zelf is geest
en
ziel, namelijk onzienlijk en zienlijk. Daarmee is het hele verhaal
verteld.
 |
"...; diezelve mens
(ziel, nephesh)
zal van voor Mijn aangezicht
uitgeroeid
worden; Ik ben de Heere!
Niemand van het zaad van Aäron, die melaats is, of een
vloed
heeft, zal van die heilige dingen eten, totdat hij rein
is;
mitsgaders die iets aanroert, dat onrein is van een dood
lichaam,...
".Lev.
22 : 3,4
|
De
vertalers hebben er "dood lichaam" (lijk) van gemaakt, terwijl
er "ziel"
staat.
God formeerde de mens uit het stof van de aardbodem. En daarmee
ontstond
er een lijk, een dood lichaam. Voordat Hij de geest, namelijk
leven,
in hem blies is het strikt genomen een lijk, behalve wanneer wij
een
lijk definiëren als een lichaam waarvan de geest geweken is.
Wanneer
we een lijk zien als eindresultaat, dan kan het niet.Wanneer we
een
lijk echter zien als een lichaam waarin geen leven is, dan wel. Dat is
wat
oorspronkelijk ontstond. Daarin blies God neshamah en toen werd
het
een levende ziel. Dat betekent dat het daarvoor ook al een ziel was.
En
als het leven weer verdwijnt, dan is het nog steeds ziel, maar dan een
dode
ziel. En over dode zielen wordt hier gesproken. Als uit het verband
blijkt
dat die ziel dood is, dan staat er alleen maar ziel, hoewel het om een
dood
lichaam gaat. De vertalers hebben grote problemen gehad, omdat
er
geen goede Nederlandse woorden zijn die deze begrippen dekken. Er
zijn
nog twee belangrijke plaatsen die ik wil aanhalen en de eerste is:
 |
"Gebied den kinderen Israëls, dat zij uit het leger wegzenden
alle
melaatsen, en alle vloeienden, en allen, die
onrein
zijn van een dode (ziel).
" Num.
5 : 2
|
Wat
een rare manier van zeggen. Als u een beetje gevoel hebt voor die
associatie,
dan blijkt dat de ziel in dit vers een heel lelijk ding is.Want alle
melaatsen,
alle vloeienden en allen die onrein zijn van een ziel moeten
weggezonden
worden. Het gaat dus om ziel, om de werking van het verderf.
Het
gaat om de werking van zonde. Het gaat om allerlei kwalen die
in
verband worden gebracht met ziel. Het is dus niet zo best gesteld met
de
ziel.Het eigenaardige is, dat het uitdrukkelijk een dode ziel is,want dat
blijkt
nou eenmaal. Dood wordt niet genoemd, omdat het zo vanzelfsprekend
is.
Als je er langzamerhand aan went dat de ziel niet onsterfelijk,
maar
sterfelijk is, dan zul je er nu aan moeten wennen, dat het van
een
ziel heel gewoon is dat hij sterft. Dat is namelijk altijd wat zielen
overkomt.Vandaar
dat er niet eens uitdrukkelijk bij gezegd hoeft te worden
dat
hij dood is,want normaal gesproken gaat hij sowieso dood.
Ziel
is de aanduiding van de oude mens, de natuurlijke mens, de mens in
Adam.
Een ander woord is zondaar. De ziel is een zondaar. "Een ziel, die
zondigt,
zal sterven." Ziel is de aanduiding van de oude mens. Dat is ook
de
strekking van Hebreeën 4 : 12.
 |
"Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender
dan
enig tweesnijdend zwaard, en gaat door
tot
de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen,
en
des mergs, en is een oordeler der gedachten
en
der overleggingen des harten.
" Hebr.
4 : 12
|
Gods
Woord maakt scheiding tussen ziel en geest. Hier wordt uitdrukkelijk
scheiding
gemaakt tussen ziel, namelijk de oude mens en geest,
namelijk
de wedergeboren mens ofwel de nieuwe mens.Want ziel is gewoon
de
aanduiding van de zondaar. Er is dus niet veel goeds te vertellen
over
een ziel. Verlossing was immers in de geest. "Geest en
verlossing"
staat
in Esther 4 : 14. De tweede Schriftplaats is Numeri 6 : 6.
 |
"Al de dagen, die hij zich den HEERE zal afgezonderd hebben,
zal
hij tot het lichaam eens doden niet gaan (tot
geen
dode
ziel gaan).
"
Num.
6 : 6
|
Je
kunt ook zeggen: "zal hij niet tot een dode ziel gaan". De
vertalers hebben
echter
vertaald met "tot het lichaam eens doden niet gaan". Ze hebben
het
woord ziel uit de vertaling weggelaten. Zij die geloven in een
onsterfelijke
ziel kunnen dat niet vertalen en laten dat woord dan maar
weg.
Er staat "een dode ziel".
 |
"De priester nu zal een bereiden ten zondoffer, en een ten
brandoffer,
en zal voor hem verzoening doen, van dat hij
aan
het dode lichaam gezondigd heeft; ...
" Num.
6 : 11
|
Het
is vertaald met "dat hij aan het dode lichaam gezondigd heeft".
Maar
voor
het dode lichaam staat ziel en niet eens dat hij dood is. Er staat
"…
van
dat hij aan de ziel gezondigd heeft".
 |
"Toen waren er lieden geweest, die over het dode lichaam
eens
mensen onrein waren, ...
" Num.
9 : 6
|
Het
dode lichaam moet de ziel zijn. De ziel kan dus inderdaad het dode
lichaam
of lijk zijn. Zo is het ook in vers 7.
 |
"En diezelve lieden zeiden tot hem: Wij zijn onrein over
het
dode lichaam eens mensen; ...
" Num.
9 : 7
|
Het
dode lichaam is weer de ziel.
 |
"
... Wanneer iemand onder u, of onder uw geslachten, over
een
dood lichaam (maar er moet ziel staan) onrein, of op
een
verren weg zal zijn, hij zal dan nog den HEERE het
pascha
houden.
" Num.
9 : 10
|
 |
"..., zo zal diezelve ziel uit haar volken uitgeroeid worden;
" Num.
9 : 13
|
|
Het
komt nog veel vaker voor,maar zo langzamerhand weten we wel dat
de
ziel de aanduiding is van de sterfelijke mens. De mens die ook inderdaad
blijkt
te sterven. Het is zelfs ook de aanduiding van de inmiddels
gestorven
mens. Het leven van de ziel schuilt hem in de neshamah die
God
in de ziel blies.Want de ziel is niets anders dan de materie waaruit
God
de mens formeert. Het betekent, en laat ik het dan heel zwart-wit
zeggen:
de ziel is stoffelijk en daarom is de ziel gewoon het lichaam. Dat
is
in de Bijbel zo en dat het in het Grieks of Nederlands anders is, is
daarmee
niet
van belang. We moeten leren om de Bijbelse begrippen in te
vullen
in de Nederlandse woorden die wij daar nou eenmaal voor moeten
gebruiken.
Ziel is uit het Grieks vertaald met psuche en dat heeft in
het
Grieks een beetje de betekenis van "het leven van de mens",
"het
geheimzinnige,
het onkenbare van de mens", maar dat is niet de betekenis
van
het Hebreeuwse woord voor ziel ofwel nephesh.Wij kunnen maar
het
beste de Hebreeuwse woorden hanteren en dan net doen of dat
Nederlands
is. Uitgaan van de oorspronkelijke Bijbelse begrippen en dan
die
begrippen bestuderen. Er zit niet anders op. Dan omzeilen we het
probleem
van de vertaling.Dat moeten we dikwijls en dat hebben de vertalers
bij
andere gelegenheden ook nauwkeurig gedaan. *4-->
Neshamah
laten we gewoon staan. Roeach laten we dus staan en nephesh
ook.
Dan hebben we tenminste één norm en dat is de enige norm
die
er is. Bovendien, wanneer we naar andere talen gaan, zal blijken dat
daar
de moeilijkheden nog veel groter zijn.Wij hebben dan nog het geluk,
dat
er in het Nederlands woorden bestaan voor onzienlijke dingen. Er zijn
heel
wat talen die wij primitief noemen. Het zijn talen waarin helemaal
geen
woorden zijn voor onzienlijke dingen. En als je dan toch vertalen
moet,
dan kun je maar één ding doen, het woord translitereren. Dat wil
zeggen:
het woord gewoon laten staan, eventueel schrijven met de letters
van
de bepaalde taal, maar wel gewoon laten staan.Dat is veruit de beste
gewoonte,
want zo ontstaan de woorden vanzelf.Wij doen dat met een
heleboel
Engelse woorden die bij een bepaald vak behoren.We hebben
daar
dan geen Nederlandse woorden voor en dan laten we ze gewoon
staan.We
vertalen ze niet meer. Het wijst op de armoede van onze eigen
taal.We
hebben echter geen keus. Of we moeten er woorden voor uitvinden
óf
we moeten de woorden gewoon laten staan.
|
|
<--*4
Toen de vertalers in
de Bijbel "sittimhout"
tegenkwamen, hebben ze
het keurig vertaald met sittimhout,
omdat ze niet
wisten wat voor houtsoort
het was. Want "sittim"
is
geen Nederlands, maar
Hebreeuws.
Toen men een cherub
in de Bijbel tegenkwam
dacht men: "Wat is
dat nu voor een ding?"
Men heeft het woord maar
niet vertaald, want men
heeft er geen woord voor.
En toen men het woord
engel" tegenkwam, had
men er geen Nederlands
woord voor en heeft men
het gewoon laten staan. Dat
is met veel meer begrippen
in de Bijbel zo gebeurd.
De Engelsen bijvoorbeeld,
hebben niet
geweten wat "baptizo"
was
in het Grieks. Ze hebben
het niet vertaald, omdat ze
wisten dat er geen goed
Engels woord voor was. Dat
is ook zo, want het woord
"dopen" betekent niet
alleen
onderdompelen, maar
ook identificatie met elkaar,
opgaan in elkaar, met
elkaar verbonden worden.
De Engelsen hebben dat
ook begrepen en het niet
vertaald. Zo hoort het ook.
|
Samenhang tussen neshamah, roeach
en nephesh
Als we op de
samenhang tussen neshamah, roeach en nephesh ingaan,
beginnen
we van boven af. Dan hebben we primair te maken met neshamah,
het
hoogst geestelijke wat er is en daarom ook het meest centrale.
Want
Geest is de Kern, het Wezen, het Inwendige, het Binnenste.
Omdat
neshamah het hoogste is, dus het dichtst bij God, beschouw ik
dat
maar als het Middelpunt.We trekken daaromheen een cirkel, die we
aanduiden
als roeach, geest. Dan zien we ook duidelijk dat de neshamah
zich
bevindt in de roeach. Roeach is het woord voor de mens, zijn wezen,
zijn
geaardheid, zijn persoonlijkheid, zijn karakter, maar daarin bevindt
zich
neshamah, anders zou hij niet leven.
Alle gedachten die in de mens
omgaan,
centreren rondom zijn geweten. Daarin liggen van oudsher
vastgelegde
principes. *5-->
We
kennen de principes wel. Net
zoals
we de principes kennen van "goed en kwaad".We weten dat ze er
zijn
en dat zit vast in die neshamah.We werken ze uit in onze gedachten,
in
ons denken en in ons handelen en daardoor komen ze vervolgens ook
tot
uitdrukking in ons leven. Het beweegt allemaal. Dat is die roeach die
tot
ontwikkeling komt doordat wij bijvoorbeeld studeren. Je kunt ook
zeggen:
"Het komt tot ontwikkeling, doordat we levenservaring opdoen."
Dat
is precies hetzelfde. Daardoor wordt onze persoonlijkheid gevormd.
Het
belang van het onderwijs is dat daardoor de persoonlijkheid gevormd
wordt.
Het is niet zo dat je ergens een vakje in je leven of in je lichaam
hebt,
waarin je bepaalde informatie wegduwt die je nog eens van pas
kan
komen. Het is niet zo’n voorraadschuur of magazijn,waar je een lade
opentrekt.
Het is de vorming van de persoon, van iemands aard, van zijn
wezen,
van zijn natuur, van zijn persoonlijkheid, om het zo te zeggen. Dat
is
het belang van alle informatie die we tot ons nemen en speciaal is dat
het
belang en eigenlijk ook oorspronkelijk het doel van onderwijs. De vorming
was
hun opvoeding. De vorming van hun wezen. |
|
<--*5
Waarschijnlijk is dat
precies hetzelfde als de
ideeën van Plato. Hij leerde
dat er bepaalde grondbegrippen
zijn die de mens
kent. Hij weet dat die
grondbegrippen bestaan
als principe. Hij kan ze niet
definiëren. Hij kan ze alleen
omschrijven. Hij kan
er alleen mee omgaan.
Hij
zegt bijvoorbeeld:
"Liefde."
Daar hebben we allemaal
een idee over, maar we
kunnen niet zeggen wat
het is. We kunnen het wel
omschrijven en we kunnen
er jaren mee bezig zijn
en elke dag zeggen: "Liefde
is dit of dat." Maar wat is
het nou echt? Wat is het
wezen? Dat weten we niet.
Het idee kunnen we niet
pakken, maar de uitwerking
ervan wel.
|
Tegenwoordig is
dat
er niet meer bij. Ze leren dat ze al van tevoren gevormd zijn en dat
men
hen vooral de ruimte moet geven, opdat zij die vorming ook inderdaad
zouden
kunnen manifesteren. Dat is een groot misverstand. Ik hoop,
dat
u het verschil inziet. Niet: een kind wordt compleet en wel geboren
en
het moet alleen nog blijken en daarvoor moet het ruimte ontvangen.
Het
is andersom. Er zit alleen die neshamah in. Bepaalde principes kennen
ze
en die gaan ze meteen onderzoeken. Wat kinderen doen, is
meteen
onderzoeken wat goed en wat kwaad is en hoe ver ze kunnen
gaan.
Ze onderzoeken wat nog net wel mag en wat niet meer, omdat ze
dan
een tik op de vingers krijgen. En dat is nu net wat ze willen weten. Je
kunt
het ze wel uitleggen, maar dat begrijpen ze niet,want hun begripsinvulling
komt
proefondervindelijk tot stand. Daarom staat er in de Bijbel:
 |
"Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij, en Hij geselt een iegelijken zoon, die Hij aanneemt.
Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt Zich God jegens u als zonen; (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?)"
Hebr. 12 : 6,7
|
Kastijden
heet
in de Bijbel gewoon opvoeden! Sommige mensen denken, dat kastijden
hetzelfde
is als martelen. Maar dat is niet zo. Het heeft er wel iets
mee
te maken.Wie zijn kinderen liefheeft, voedt ze op. Dat is het beste
dat
je voor ze doen kunt. Al is het dan misschien erg vermoeiend, dan wel
niet
vermoeiend. Het is toch op zijn minst hinderlijk voor beiden; voor zowel
de ouders als de kinderen.
De
roeach heeft te maken met het denken en met de belevingswereld
van
de mens. Dat is zijn wezen. Pas daarna krijgen we daaromheen nephesh,
maar
dat is de uiterlijke mens. Dat wil zeggen: die beweging van
die
dynamische roeach, zijn innerlijke bewegingen. In de Statenvertaling
komt
die uitdrukking voor (Lukas 1 : 78; Kolossenzen 3 : 12) Het zit
"in" de mens.
Het uiterlijk, nephesh of ziel noemen wij gewoonlijk lichaam. Dat
is
de stoffelijke mens. Dat betekent dat de onzienlijke dingen worden
geacht
"in" de zienlijke te zijn. Zodat de roeach in de nephesh is en
de neshamah
is
weer in de roeach.
Nu komt er meteen iets heel belangrijks in dit
verband.
Wanneer men wil spreken over neshamah, kan men in plaats van
neshamah, roeach noemen,want neshamah is in de roeach. Noem je
de
roeach dan noem je de neshamah ook,want die zit daar in. Die maakt
daar
deel vanuit. Het is inclusief. Hij zit daarin als het ware opgesloten.
Datzelfde
geldt voor ziel. Je kunt spreken over de ziel, terwijl je de geest
bedoelt.
Als er in een vers staat "mijn ziel doet zo en mijn geest doet
zus",
dan
betekent dat "ik doe het". Het maakt geen verschil,want als je
spreekt
over
de ziel dan zit de geest erin. Als je het dus over nephesh hebt, heb je
het
dus ook over roeach en neshamah. Het zit er in.
De ziel is de mens en
de
mens is een geheel. Geen losse stukken, maar het hoort er allemaal bij.
Andersom
is het ook waar. Het is een taalkundig verschijnsel, dat bijvoorbeeld
een
deel genoemd wordt voor het geheel. Dat wil zeggen men
noemt
de neshamah, maar men bedoelt de hele mens. Men noemt de
kiel
van een schip, maar men bedoelt het hele schip. Men zegt neus en
bedoelt
de hele mens. Het is een taalkundig verschijnsel. Dat moeten we
wel
in de gaten hebben, omdat het anders onze voorstelling van de dingen
verwart.
Het is dus mogelijk dat het ene genoemd wordt, terwijl het
andere
bedoeld wordt. Dat zal uit het verband blijken en ik zeg er meteen
bij:
"Als het niet uit het verband blijkt, dan maakt het ook niets
uit". Mijn
ziel
wordt genoemd en ziel en geest en neshamah wordt bedoeld.
Andersom
wordt neshamah genoemd als aanduiding van het leven van
de
mens, het meest wezenlijkste, het diepste, het meest inwendigste van
de
mens. Maar daarbij wordt dus de hele mens betrokken. Want het inwendige
van de mens is er niet als de mens er niet is. Zoals de kiel het
wezenlijke
is van een schip. Je noemt het meest wezenlijke deel van iets
en
daarmee wordt het geheel aangeduid. Dat is een heel normale
aangelegenheid.
Dat
is wat in de Bijbel voorkomt.We zien dan een drieledigheid
van
de mens. Niet ledig,maar vol. Een drievoudigheid van de mens,
waarbij
twee dingen geest zijn. Die horen bij elkaar. Ze zijn onzienlijk, aan
de
ene kant geest en aan de andere kant nephesh. Dat is dan de zienlijke
mens
hier in zijn aardse verschijning.
Wat
moet je doen als je in de Bijbel één van die woorden tegenkomt?
Even
erbij pauzeren en kijken wat er precies staat. Dan zal blijken dat u er
altijd
uitkomt. En nu komt de volgende vraag. U zult hem nu niet stellen,
maar
in het verleden werd hij steeds gesteld.De mens gaat dood en waar
gaan
dan de roeach, de neshamah en de nephesh naartoe? Of, want dat
vragen
wij ook nog, waar gaat het lichaam naartoe? Dat wil men graag
weten,
maar ik heb mij daar later over verbaasd. Wat is de zin van het
beantwoorden
van deze vragen? Denkt u nu echt dat de mens in stukken
in
de eeuwigheid of in de dood of waar dan ook aankomt? Zo van het ene
deel
gaat hier naartoe en het andere deel gaat daar naartoe. Zoals de
post
uitgesorteerd wordt op verschillende uitgangen, op postcode. Zo
werkt
dat niet! Pas als wij denken dat de mens uit onderscheidenlijke
delen
is samengesteld, denken wij dat hij ook weer in stukken uiteenvalt.
Dan
willen wij weten waar die stukken naartoe gaan, dus waar de losse
onderdelen
verkrijgbaar zijn. Maar zo ligt dat dus niet. De mens is geest
en
die geest gaat naar het "hiernamaals". De mens is geest en dat
is het
wezenlijke
van de mens. Nephesh of ziel is zijn tijdelijke verschijningsvorm
of
zijn verpakking ten tijde dat de mens hier in de wereld is. Hij legt
dat
af. De ziel, in de zin van alleen de buitenkant, is alleen maar hier op
aarde
en wordt een omhulling, een kleed, een tent, een huis genoemd.
Als
er Geest van God in woont, heet het een tempel, maar het is tijdelijk.
Zelfs
de tempel werd ooit verbrand,want dat gaat voorbij.
(Eind)bestemming van neshamah,
roeach en nephesh
"Waar
gaat de ziel naartoe?" is hetzelfde als "waar gaat het lichaam
naartoe?
Waar
kwam het vandaan?" Het kwam uit de aarde en het keert tot
de
aarde weder. Of het was stof en keert tot stof weder. Het heeft zijn
functie
vervuld. Het was een tijdelijke functie en het verdwijnt. Ze hebben
mij
verteld dat alle cellen van het lichaam binnen zeven jaar vervangen
worden,
omdat ze hun functie vervuld hebben. Ze worden afgebroken
en
er komen nieuwe cellen voor in de plaats, zodat het menselijke
lichaam
zichzelf in zeven jaar vervangt. Het lichaam verandert niet. Het
blijft
hetzelfde lichaam,maar de bouwstoffen worden vervangen. Het is
sowieso
waar, dat het allemaal maar tijdelijk is. Al die cellen van ons
lichaam
zijn allemaal maar tijdelijk. En ze zijn er korter dan we eigenlijk
gedacht
hadden. Het maakt niets uit. Het vervult zijn functie en zolang
wij
er allemaal maar aardig in kunnen wonen, zijn we redelijk tevreden.
Het
gaat er maar om:waar gaat het naar toe? Wel, het is niet iets wezenlijks,
het
is onze tijdelijke omhulling. Ik zeg niet, dat het onbelangrijk is. Ik
zeg
ook niet, dat het voor de eeuwigheid niets betekent, want het betekent
wel
wat voor de eeuwigheid. Het neemt echter niet weg dat het tot
de
aarde wederkeert. Dat is het principe en daar hebben we het nu even
over.
Het heeft zijn functie vervuld. Het is uit de aarde geraapt, er zijn
bakstenen
van gemaakt, er is een huis van gemetseld en het valt uit
elkaar.
Hetzelfde geldt voor een kleed. Of het nu van wol is of van linnen,
dat
maakt niets uit. Op de een of andere manier wordt het door de aarde
voortgebracht
en het wordt bewerkt tot een kleed en als het kleed zijn
functie
vervuld heeft en soms ook al daarvoor, valt het uit elkaar en keert
het
weer tot de aarde terug.
Er
is toch onderscheid tussen ziel en lichaam. "Want," zegt men
"de ziel
gaat
naar het dodenrijk en het lichaam gaat naar het graf." Wat zou het
verschil zijn
tussen ziel en lichaam en wat zou het verschil zijn tussen
dodenrijk
en graf, tussen sheool en kebèr in het Hebreeuws? Niemand
komt
op het idee komt om te kijken naar de overeenkomsten. Die zijn
namelijk
talrijker, omdat het graf in de aarde, onder de aarde en beneden
de
oppervlakte van de aarde kan zijn. Het maakt geen verschil of het een
gegraven
graf of een spelonk is. Het is onder de oppervlakte van de aardbodem
en
soms loopt die oppervlakte van de aardbodem verticaal. Dan
is
het bijvoorbeeld een berghelling of een steile rots. Dat maakt niets uit.
Een
graf is alles wat onder de oppervlakte verdwijnt. Het is ook wat onder
de
zeespiegel verdwijnt. Dat heet dodenrijk,maar ook graf. Daar is geen
verschil
tussen. Graf is de aanduiding van een plaats, een tastbare plaats,
waar
het tastbare lichaam van een dode naartoe gaat. Het gaat er vaak
heel
bewust naartoe. Men begraaft het daar. Men kiest een plek als graf.
In
het algemeen is het zo dat al wat onder het oppervlak van de aarde of
van
een berg of van het water is, tot het dodenrijk behoort, zodat het graf
per
definitie onderdeel uitmaakt van het dodenrijk.
In
wezen is er geen verschil.We vertrouwen niet alleen het lichaam toe
aan
de aarde, maar wij vertrouwen de hele mens toe aan de aarde. Alleen
zal
blijken dat in het dodenrijk zich niet de ziel bevindt, zoals sommigen
zeggen.
Maar wat zich in het dodenrijk bevindt, heet geest.
Je kunt wel
zeggen
dat een ziel naar het dodenrijk gaat. Dat staat ook in de Bijbel.
Maar
als er gekeken wordt naar wat er zich in het dodenrijk bevindt, dan
blijkt
het geest te zijn. Als er namelijk van ziel gezegd wordt dat "hij
naar
het
dodenrijk gaat", gaat het over de gehele mens: zijn zienlijke en
onzienlijke
eigenschappen. Het onzienlijke heet geest. Dat vinden we -
ook
in de Bijbel - later in het dodenrijk. Het lichaam gaat in het graf,maar
dat
maakt ook onderdeel uit van het dodenrijk. Zij het dan dat het meer
behoort
tot de zienlijke dingen. Maar verder is er geen fundamenteel verschil,
want
de beschrijving van de plaats is verder hetzelfde. De geest van
een
overledene gaat óf naar het dodenrijk óf naar de hemel. Normaal
gaat
die geest naar het dodenrijk, vandaar dat ik dat steeds genoemd
heb.
Er is echter één uitzondering!
|
In de tijd van de opstanding van Christus tot
aan
de wederkomst gaat de geest van een gelovige overledene naar de
hemel.
Er is wel verschil tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Waar
ze ook naartoe gaan, het heet dodenrijk. De uitzondering is dat de
gelovigen
in deze bedeling al opgewekt zijn met Christus. De gelovige is
al
in de hemel en hij blijft daar (Efeze 2:6,7), ook als zijn lichaam (ziel) hier op aarde
overlijdt.
De geest is van God en keert tot God.
|
 |
"En dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest
is;
en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft.
" Pred. 12 : 7
|
Dit
vers wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd, omdat men uitgaat van
een
geest in de zin van: "hier is hij", iets concreets. Dat is een
geest niet.
De
geest is in de eerste plaats het onzienlijke en niet plaatsgebonden
(dat
kan wel, maar het hoeft niet). Prediker zegt dat elke geest terugkeert
tot
God. Geesten dreigen zichzelf over het algemeen onafhankelijk te
maken
van God. Geesten, namelijk mensen, snijden zich af van God. Ze
willen
met God niets te maken hebben. De Prediker zegt daarom: "Dat
kan
wel zo zijn, maar die geest keert toch tot God weder." Met andere
woorden:
je krijgt toch ooit te maken met je Schepper.Want God gaf je
die
geest en God eist die geest weer op. Dat wil niet zeggen dat geest
naar
een bepaalde plaats toe zou gaan. Die geest keert terug onder de
controle
van God Zelf. Dat is in de meeste gevallen niet in de hemel,maar
in
het dodenrijk.Want het dodenrijk, de hades of de hel of hoe het maar
vertaald
wordt, is een gevangenis. Overigens niet een gevangenis, waar
satan
de scepter zwaait!
Dat is de Christelijke mythe over de satan, de
duivel.
Zo van: als de mens dood gaat dan zijn er twee mogelijkheden. Als
hij
keurig katholiek geweest is, gaat hij naar de hemel en dan komt hij bij
Petrus.
Dat verhaal kent u allemaal. Maar als de mens niet goed heeft
opgepast,
gaat hij naar de hel en daar staat satan. Zodat we in het hiernamaals
twee
mogelijkheden hebben, de hemel onder de heerschappij
van
God en de hel onder de heerschappij van satan. Dat is een misverstand
en
volstrekte onzin. Dat verhaal is Griekse mythologie.
De
geest keert dus altijd terug onder de controle van God. In de praktijk
betekent
het dat die geest in de gevangenis gaat in afwachting van de
rechtszaak.
Hij gaat in voorarrest, inderdaad in de hades, in het dodenrijk.
Daar
wacht hij. Hij zit opgesloten. Niet onder controle van satan, maar
onder
controle van God. Daar wacht hij totdat zijn zaak voorkomt voor de
grote
Witte Troon. Dat is in de toekomst op de Jongste Dag. Daarom
wordt
er gesproken over geesten die in de gevangenis zijn. Die wachten
daar
totdat zij eruit gehaald zullen worden om voor het gerecht te verschijnen.
Het
terugkeren van de geest tot God wil niet zeggen dat de
mens
dus altijd behouden wordt. Het spreekt helemaal niet over behoudenis.
Het
spreekt alleen over het feit dat de mens zich hier nu wel onafhankelijk
kan
opstellen, maar dat hij die onafhankelijkheid dan toch
kwijtraakt
wanneer hij overlijdt. Dan neemt God Zelf de rechten op Zich
en
God Zelf beschikt dan over die geest en dus over die mens.
Neshamah, roeach en nephesh in
relatie tot de gelovige
Ik wil nu
ingaan op de Nieuw Testamentische waarheden over gelovigen
die
naast neshamah, roeach en nephesh ook de Geest van God, namelijk
de
Heilige Geest hebben ontvangen. Ik heb een tekening gemaakt van
neshamah
en roeach en nephesh in verband met de mens, maar ik zou
zo’n
zelfde tekening kunnen maken in verband met God. Dan blijkt dat
God
ook Roeach heeft, net als de mens. En dat Gods Aard en Wezen ook
tot
uitdrukking komt in Zijn Roeach. Die Roeach, die Geest, die Heilige
Geest
dus, geeft Hij aan de gelovige. Zodat in het lichaam of de ziel van
de
gelovige zich ook de Geest van God bevindt.
De geest van de mens is
hetzelfde
als de identiteit van de mens en de Geest van God is de
Identiteit
van God. Anders gezegd, de geest van de mens is de menselijke
natuur
en de Geest van God is de Goddelijke Natuur. Petrus zegt dat wij als gelovige mensen der Goddelijke Natuur deelachtig geworden
zijn.
 |
"Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door de kennis van God, en van Jezus, onzen Heere;
Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis
Desgenen, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd; Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn,
opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zoudt
worden,..." 2
Petr. 1 : 2- 4a
|
De
aangehaalde Schriftplaatsen over roeach waren allemaal Schriftplaatsen
over
de mens. Het ging over de actieve geest van de natuurlijke
en
dus zondige mens. Zo blijkt dat de geest in de zondige mens net zo
goed
een actieve en zondige aangelegenheid is. Die hebben wij dus ook
nog.Die
is niet weg. Die is niet dood of toegeschroeid of wat voor termen
men
daar ook maar voor genoemd heeft. De complete mens ontvangt bij
zijn
wedergeboorte van God, de Geest van God. *6--> Wij zijn dan ook
inderdaad
door één Geest tot één Lichaam, tot één Gemeente gedoopt
(1
Korinthe 12 : 13).
Wij mensen onder elkaar kunnen één van geest worden,
omdat
wij gewoon communiceren, onze gedachten uitwisselen. Zo
is
het ook mogelijk, dat wij onze gedachten uitwisselen met God en daardoor
krijgen
we deel aan Gods Geest. Die Geest is een Persoonlijkheid.
Die
komt in ons en gelukkig is Hij ook veel sterker dan wij.Van ons wordt
dan
ook verwacht dat wij ons denken, ons gemoed (ik vermijd met opzet
het
woord geest) aanpassen aan de Geest van God, aan het denken en
het
gemoed van God (Romeinen 12 : 2).
Het is de bedoeling dat Zijn gedachten
onze
gedachten worden. Dat is ook het streven van de Psalmist,
bijvoorbeeld
in Psalmen 119. De Psalmist gaat er uitgebreid op in als hij
zegt
dat hij de woorden Gods overdenkt, dat hij ze overlegt in zijn hart.
Hij
gelooft ze, hij maakt ze zich eigen. Dit betekent dat hij vervuld wordt
met
de Geest van God, met het denken van God of met de Woorden
Gods.
Dat is allemaal hetzelfde. Geest en Woord is ook hetzelfde. De
Éfeze-brief
zegt:
 |
"..., maar wordt vervuld met den Geest;
Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en
geestelijke
liederen, zingende en psalmende den Heere in
uw
hart;
" Éf.
5 : 18, 19
|
|
|
<--*6
Als u bijvoorbeeld
een Bijbelstudie van mij
leest, ontvangt u mijn
geest. U neemt mijn
methode van denken over.
Ik doe het u voor. Ik leid u
door die teksten heen. U
gaat denken, zoals ik denk.
U moet er niet van schrikken,
maar zo werkt dat nou
eenmaal.
Er wordt van
mensen gezegd dat ze één
van geest zijn. En er wordt
van de gelovigen gezegd
dat ze één van Geest zijn.
Waarom? Omdat ze op
dezelfde wijze leren denken.
Ze gaan uit van dezelfde
beginselen, van dezelfde
principes, van hetzelfde
geloof, van dezelfde God en
van dezelfde Goddelijke
Waarheid. Ze verwerken
die dingen op dezelfde
manier.
Ze worden dan één
van Geest. Ze hebben dus
elkaars Geest..
|
Kolossenzen
zegt hetzelfde:
 |
"Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid;
leert
en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen,
en
geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid
in
uw hart.
" Kol.
3 : 16
|
Het
gaat om het denken, de Geestelijke Gezindheid van Christus Die
onze
gezindheid wordt. Dus het zijn geen losse dingen die naast elkaar
staan.
Zoals: welke geest is het nou? Nee, het is juist wat in elkaar groeit.
De
bedoeling is dat wij onze gedachten onderwerpen aan de gedachten
Gods
en dat wij onze woorden onderwerpen aan de Woorden Gods. Dat wordt
van de gelovige gevraagd. Het resultaat daarvan is dat we veranderd
worden
in ons denken. Zijn denken wordt ons denken. Het is hetzelfde
als
Zijn Geest wordt onze geest. Dat wordt ook heiliging of heiligmaking
genoemd
wordt. Heiligmaking is niets anders dan het groter
worden
van Gods Geest ten koste van onze eigen geest. Dat is de verandering
in
ons denken. Op die manier worden we één met Hem. Als wij
mensen
onder elkaar één zijn, komt dat omdat we één van denken zijn,eensgezind
zijn. We hebben dezelfde belangstelling.
 |
"Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch
niet meer ik,
maar
Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees
leef,
dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij
liefgehad
heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven
heeft.
" Gal.
2 : 20
|
De
apostel Paulus zegt: "Ik ben gekruisigd en ik leef." Dat kan
natuurlijk
niet,want
als je gekruisigd bent, dan ben je dood. " Hij zegt: Doch niet ik
leef,
Christus leeft in mij." Onze eigen identiteit maakt plaats voor de
identiteit
van God. Onze eigen natuur maakt plaats voor de Goddelijke
Natuur.
Onze eigen geest maakt plaats voor de Goddelijke Geest. Onze
eigen
wijsheid maakt plaats voor de Goddelijke Wijsheid. Dat is heiligmaking.
Wie
ziet God als wij voor God komen te staan? Hij ziet ons in
Christus.
Het zal namelijk blijken dat als we voor God staan, onze ziel
sowieso
weg is. Ziel is namelijk de aanduiding van de oude mens die uit
de
aarde aards is. Dat is er niet meer bij. Want wij zijn nieuwe mens
geworden
en de nieuwe mens is uit de hemel, zegt 1 Korinthe 15.
 |
"De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de
Heere
uit den Hemel.
Hoedanig de aardse is,
zodanige zijn ook de aardsen; en
hoedanig
de hemelse is, zodanige
zijn ook de hemelsen.
En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben,
alzo
zullen wij ook
het beeld des hemelsen dragen.
"
1 Kor. 15 : 47-49
|
Wij
hebben de Geest van God ontvangen. Ons menselijk denken vervalt
daar.Wat
de oude mens betreft hebben wij ons "mens-zijn" feitelijk
afgelegd,
zodat
alleen de Geest overblijft Die we van God hebben ontvangen.
Mensen
die de geestelijke dingen niet hebben leren verstaan, zullen daar
naakt
voor God staan (2 Korinthe 5 : 3). Er is weinig dat nog omhuld is. Het
enige
dat God ziet en wat er dan ook nog is, is de neshamah. Het is het
leven
dat we oorspronkelijk hebben ontvangen en op grond waarvan
men
voor God staat. Vervolgens ziet God ook de Heilige Geest. Het is de
Goddelijke
Natuur die wij hebben ontvangen.
Het aardige van het verhaal
is,
dat het begon met een ziel geformeerd uit het stof der aardbodem.
God
blies in hem neshamah en daar had je de mens, maar aan het
eind
van het hele verhaal houd je Christus over.Dat is wedergeboorte.De
samenstelling,
de hoedanigheid van de mens is compleet veranderd.Wat
hen
hier op aarde kenmerkt is weg. Het bestaat echt niet meer, maar het
is
de voedingsbodem geweest van het nieuwe leven dat we van God ontvangen
hebben.
Dat nieuwe leven staat straks voor God.
Ik heb wel eens
de
vergelijking gemaakt met het ei. Je hebt de schil met het eiwit en de
eidooier
en daar binnenin het vruchtbeginsel. Het is inderdaad een duidelijk
beeld.
Die neshamah is immers dat vruchtbeginsel. Waar is het vruchtbeginsel,
waar is de dooier, waar is het eiwit, als het ei opengaat?
Het
is weg. Het enige dat over is, is het nieuwe leven dat zich ontwikkeld
heeft
ten koste van het oude. Het is verdwenen. Die aardse omhulling,
die
aarden schaal, dat kalk, het is weg. Het was stof en het blijft stof.
Het
verdwijnt helemaal, en wat erin zat is verslonden tot overwinning. (1
Korinthe 15 : 54). Het is door het kuiken opgegeten.
Waar blijft de oude
aarde,
de oude schepping? "Er is voor haar geen plaats gevonden"
(Openbaring
20 : 11). Zij was weg, ze was niet meer te vinden. Ze was
omgezet
in een nieuwe schepping. Verslonden tot overwinning.
Het
oude is opgegaan ten behoeve van het nieuwe. De oude mens is
overgegaan
in de nieuwe mens. De oude mens, ook ons lichaam hoort
daarbij,
is de voedingsbodem geweest voor het leven dat God ons in
Christus
geschonken heeft.Vandaar dat Paulus zegt: "Ik roem niet in mijn
kracht,
maar in mijn zwakheden" (2 Korinthe 12 : 5).Want het oude moet
voorbij.
Paulus zegt ook "Ik zal roemen in mijn zwakheden, want als ik
zwak
ben, is Hij machtig." (2 Korinthe 12 :9, 10).
Zo is het ook met de
mens.
Je
kunt leren hoe de mens in elkaar steekt. Het is interessant, maar je
kunt
er in de praktijk niets mee. Het enige dat je er uit leren moet is, dat
het
sowieso voorbijgaat. Je kunt eruit leren op welke wijze een nieuwe
schepping,
een nieuw leven, tot stand komt. Dat gaat niet via de ziel of
de
oude mens. Het gaat ook niet via het gedrag of via werken, want dat
is
al wat de ziel doet. Dat is allemaal de buitenkant. Het gaat via het
inwendige,
met de geest.
Vandaar dat de apostel Paulus zegt dat het niet
primair
gaat om het vlees,maar dat we met ons gemoed (denken) God dienen.
Vandaar dat de Heer tot Mozes zegt: "Denk erom, het is niet ver
om
het te doen, het is dichtbij, het is in je hart en in je mond"
(Deuteronomium
30 : 14). Het gaat om de woorden Gods die wij in ons
hart
aanvaarden, opdat we ze vervolgens ook weer uit het hart zouden
spreken.
Het gaat erom of wij die woorden Gods ontvangen en doorgeven.
Wij
zijn allemaal zondaren, maar we worden gerechtvaardigd. Niet op
grond
van het feit dat we zondigen of niet meer zondigen, maar we worden
gerechtvaardigd
op grond van onderwerping van onze geest aan de
wet
Gods.Wij nemen de Woorden Gods in ons op en die veranderen ons.
Dat
heeft ook een reinigende werking.Want waar blijft die oude mens?
Die
is weg. Die oude mens is gereinigd, in verband met roeach. Het heeft
te
maken met rein worden, wit worden, blank worden. Aan de ene kant is
het
een holte,maar aan de andere kant is het ook zo dat de inhoud van
de
natuurlijke mens plaatsmaakt voor de Geest van Christus. Dan is ook
Romeinen
8 : 29 te begrijpen.
 |
"Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook
te
voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig
te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele
broederen.
"
Rom.
8 : 29
|
Deze
woorden van Paulus gaan niet over ons uiterlijk. Het gaat er niet om
of
we een zwarte baard zouden dragen, een kromme neus zouden hebben
of
een ander uiterlijk kenmerk. Nee, dat is het niet. Het beeld van Zijn
Zoon
gaat om het inwendige, om de Geest, om de Gezindheid van
Christus.
In Romeinen 8 : 9 staat:
 |
"Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die
komt
Hem niet toe.
"Rom.
8 : 9
|
Omdat
we de Geest van Christus hebben, worden we veranderd naar het
Beeld
van Christus.Het
gaat niet over uitwendige dingen of het stoffelijke lichaam, maar
over
de geestelijke dingen. Het staat in de laatste verzen van 2 Korinthe 3.
 |
"De Heere nu is de Geest; en waar de Geest des Heeren is,
aldaar
is vrijheid.
En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid
des
Heeren als in een spiegel
aanschouwende, worden
naar
hetzelfde
beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid
tot
heerlijkheid, als van des Heeren Geest. " 2
Kor. 3 : 17,18
|
Wij
worden veranderd naar Zijn beeld. Wij worden het Beeld van God
gelijkvormig.Wij
worden beelddragers Gods.Wij worden geen beelddragers
Gods,
omdat we uiterlijk op Hem lijken. God is niet uiterlijk, God is
Geest!
Als we beelddragers Gods worden, dan worden we ook Geest. Dat
gaat
inderdaad langs de geestelijke weg. De normale weg is die van het Woord
van God. Het gaat om de Woorden Gods. Deze letters bijvoorbeeld,
zijn
als het ware het vervoermiddel waardoor de Geest van God tot
ons
komt. Zoals mijn geest tot u komt, doordat ik gewoon tot u spreek of
misschien
u een brief stuur, zo komt de Geest van God tot ons door Zijn
Woord
of doordat Hij ons een brief stuurt; gewoon zwart op wit, de Bijbel zelf.
Daardoor worden wij veranderd!
|
Volledige bijbelstudie ook gratis te bestellen op Mp3. (Mp3 C032 De mens; geest ziel en lichaam).Zie
hiervoor onze Mp3 pagina
|