|
"
De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den
afgrond;
en de Geest Gods zweefde op de wateren."
Genesis
1 : 2
"
In het zeshonderdste jaar des levens van Noach, in de
tweede
maand, op de zeventiende dag der maand, op
dezen
zelfden dag zijn alle fonteinen des groten afgronds
opengebroken,
en de sluizen des hemels geopend."
Genesis
7 : 11
"
Ook werden de fonteinen des afgronds, en de sluizen des
hemels
gesloten, en de plasregen van den hemel werd
opgehouden."
Genesis
8 : 2
"
Van uws vaders God, Die u zal helpen, en van den
Almachtige,
Die u zal zegenen, met zegeningen des
hemels
van boven, met zegeningen des afgronds, die
daaronder
ligt, met zegeningen der borsten en der baarmoeder!"
Genesis
49 : 25
"
De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten
gezonken
als een steen."
Exodus
15 : 5
"
En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt
geworden;
de stromen hebben overeind gestaan,
als
een hoop; de afgronden zijn stof geworden in het hart
der
zee."
Exodus
15 : 8
"
Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een
land
van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen
en
in bergen uitvlieten;"
Deuteronomium
8 : 7
"
En van Jozef zeide hij: Zijn land zij gezegend van den
HEERE,
van het uitnemendste des hemels, van den dauw,
en
van de diepte, die beneden is liggende;"
Deuteronomium
33 : 13
"
De afgrond zegt: Zij is in mij niet; en de zee zegt: Zij is niet
bij
mij."
Job
28 : 14
"
Zijt gij gekomen tot aan de oorsprongen der zee, en hebt
gij
in het onderste des afgronds gewandeld?"
Job
38 : 16
"
Als met een steen verbergen zich de wateren, en het
vlakke
des afgrond wordt omvat."
Job
38 : 30
"
Achter zich verlicht hij het pad; men zou den afgrond
voor
grijzigheid houden."
Job
41 : 32
"
Hij vergadert de wateren der zee als op een hoop; Hij stelt
den
afgronden schatkameren."
Psalm
33 : 7
"
Uw gerechtigheid is als de bergen Gods; Uw oordelen
zijn
een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en
beesten."
Psalm
36 : 6
"
De afgrond roept tot den afgrond, bij het gedruis Uwer
watergoten;
al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan."
Psalm
42 : 7
"
Gij, Die mij veel benauwdheden en kwaden hebt doen
zien,
zult mij weder levend maken, en zult mij weder ophalen
uit de afgronden der aarde."
Psalm
71 : 20
"
De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden;
ook
waren de afgronden beroerd."
Psalm
77 : 16
"
Hij kliefde de rotsstenen in de woestijn, en drenkte hen
overvloedig,
als uit afgronden."
Psalm
78 : 15
"
Gij hadt ze met den afgrond als een kleed overdekt; de
wateren
stonden boven de bergen."
Psalm
104 : 6
"
En Hij schold de Schelfzee, zodat zij verdroogde, en Hij
deed
hen wandelen door de afgronden, als door
een woestijn."
Psalm
106 : 9
"
Zij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de
afgronden;
hun ziel versmelt van angst."
Psalm
107 : 26
"
Al wat den HEERE behaagt, doet Hij, in de hemelen, en op
de
aarde, in de zeeën en alle afgronden."
Psalm
135 : 6
"
Looft den HEERE, van de aarde; gij walvissen en alle
afgronden!"
Psalm
148 : 7
"
Door Zijn wetenschap zijn de afgronden gekloofd, en de
wolken
druipen dauw."
Spreuken
3 : 20
"Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog
geen
fonteinen waren, zwaar van water;"
Spreuken
8 : 24
"
Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een
cirkel
over het vlakke des afgronds beschreef;"
Spreuken
8 : 27
"
Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de
fonteinen
des afgronds vastmaakte;"
Spreuken
8 : 28
"
Zijt Gij het niet, Die de zee, de wateren des groten
afgronds,
droog gemaakt hebt? Die de diepten der zee gemaakt
hebt tot een weg, opdat de verlosten daardoor
gingen?"
Jesaja
51 : 10
"
Die hen leidde door de afgronden; als een paard in de
woestijn,
struikelden zij niet."
Jesaja
63 : 13
"
Want alzo zegt de Heere HEERE: Als Ik u zal stellen tot
een
verwoeste
stad, gelijk de steden, die niet bewoond worden;
als
Ik een afgrond over u zal doen opkomen, en de
grote
wateren u zullen overdekken,"
Ezechiël
26 : 19
"
De wateren maakten hem groot, de afgrond maakte hem
hoog;
die ging met zijn stromen rondom zijn planting, en
zond
zijn waterleidingen uit tot alle bomen des velds."
Ezechiël
31 : 4
"
Zo zegt de Heere HEERE: Ten dage, als hij ter helle nederdaalde,
maakte
Ik een treuren; Ik bedekte om zijnentwil
den
afgrond, en weerde de stromen van dien, en de grote
wateren
werden geschut; en Ik maakte den Libanon om zijnentwil
zwart, en al het geboomte des velds was om zijnentwil
bewonden."
Ezechiël
31 : 15
"Wijders deed mij de Heere
HEERE aldus zien; en ziet, de
Heere
HEERE riep uit, dat Hij wilde twisten met vuur; en
het
verteerde een groten afgrond, ook verteerde het een
stuk lands."
Amos
7 : 4
"
De wateren hadden mij omgeven tot de ziel toe, de
afgrond
omving mij; het wier was aan mijn hoofd gebonden."
Jona
2 : 5
"
De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door,
de
afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in
de hoogte."
Hábakuk
3 : 10
|